Woensdag 20/10/2021

Europa is een moreel project

Alicja gescinska (1981) is een Pools-Vlaamse filosofe. Ze studeerde summa cum laude af in de moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Aan dezelfde universiteit promoveerde ze in 2012 tot doctor in de wijsbegeerte. Gescinska raakte bij het bredere publiek bekend met haar boek 'De verovering van de vrijheid: van luie mensen, de dingen die voorbijgaan' (2011). In dat boek verweeft ze autobiografische gegevens met een filosofisch pleidooi voor positieve vrijheid. Het boek werd door deMens.nu bekroond tot het beste non-fictieboek van de voorbije twee jaar. Gescinska schrijft regelmatig essays, opiniestukken, recensies en interviews.

Net zoals Europa meer is dan louter een geografische entiteit, is de EU meer dan louter een politiek orgaan. Ik zie het in de eerste plaats als een moreel project. Dat klinkt hoogdravend, maar wanneer we in Europa een open samenleving nastreven, impliceert dat de noodzaak tot het schragen van specifieke waarden zoals vrijheid, verdraagzaamheid, individuele en interpersoonlijke verantwoordelijkheid. Dat zijn morele waarden: morele waarden die politiek en institutioneel verankerd moeten worden. Gebeurt dat niet of onvoldoende, dan verbrokkelen die waarden zelf.

Denken in een harnas
Vaak vinden we de waarden die we genieten vanzelfsprekend. Pas wanneer we hen dreigen te verliezen, beseffen we dat dat niet zo is. Enkele weken geleden werd de internationaal gerenommeerde socioloog Zygmunt Bauman tijdens een lezing aan de universiteit van Wroclaw door een honderdtal Poolse skinheads belaagd. Het tumultueuze voorval deed me de noodzaak herinneren van intellectuele vrijheid en de rol van intellectuelen in de samenleving.

Aan het begrip 'intellectueel' kleeft een wat negatieve bijklank. Het roept het beeld op van een grijsaard die vanuit een ivoren toren een beter zicht op de maatschappij meent te hebben dan de mensen die in de maatschappij staan. Intellectueel, dat is synoniem voor betweterige wijsneus. Iemand die het misschien beter kan uitleggen, maar het daarom niet beter weet.

Intellectuelen zijn nochtans onontbeerlijk voor een gezonde samenleving. De geschiedenis leert ons dat zowat het eerste doelwit van totalitaire regimes - links en rechts - de onderzoekende geest van dwarsdenkers is. Om controle te krijgen over wat mensen doen, moet je controle krijgen over wat ze denken. Als je een autoritair regime en totale controle over de samenleving wilt, moet je de vrijheid van denken wegnemen. Democratie en intellectuelen zijn daardoor op elkaar aangewezen.

Het intellectuele debat kan een belangrijk tegengewicht zijn voor politiek extremisme en populistische retoriek. Het is dan ook geen toeval dat de hevigste aanvallen op de vrije intellectuele ruimte uit populistische en extreme hoek komen. Dat zie je in het Hongarije van Viktor Orbán, waar persvrijheid en oppositie aan banden worden gelegd, waar intellectuelen de gordijnen worden ingejaagd en waar antisemitisme, onverdraagzaamheid en onvrijheden toenemen. En ook in Wroclaw kwam de aanval op de intellectuele vrijheid vanuit weinig democratischgezinde hoek. Het stelletje hooligans werd uiteindelijk door zwaarbewapende agenten en leden van de Poolse antiterrorisme-eenheid uit de universiteitsaula verwijderd. De intellectuele vrijheid gered, zou je denken. Maar als de vrijheid van denken en spreken al een zaak voor onze antiterreurdiensten wordt, dreigt er dan niet iets mis te lopen in Europa? Vrij denken in een harnas is moeilijk.

Denken onder druk
Ook bij ons is de intellectuele vrijheid misschien minder vanzelfsprekend dan we vermoeden. Vrijheid kun je op vele manieren kortwieken; dat hoeft niet altijd met expliciete dwang gepaard te gaan. Ook manipulatie, impliciete druk, conformisme of zelfs het cultiveren van iets vaags als een 'tijdgeest' zijn efficiënte mechanismen om mensen in de pas te doen denken.

Er zijn vandaag de dag verschillende factoren die de intellectuele ruimte vernauwen. De publicatiedruk onder academici bijvoorbeeld, of het dictaat van verkoopcijfers op de boekenmarkt stuwen de inhoud en vorm van het denken in een welbepaalde richting. Ideeën zijn koopwaar en het loont niet om een idee uit te denken dat niet verkoopt.

Deze economische druk werkt een toenemende radicaliteit en stelligheid in de hand. Om te verkopen, moet je opvallen, en om op te vallen moet je al eens een krachtterm gebruiken of met de vuist op tafel slaan. Een waarheid die in het midden ligt, wordt gauw vertrappeld door een stormloop van extreme meningen. Nuances vallen zelden op. Boude stellingen des te meer.

Dat is ook de uitwerking van het populisme op het politieke en maatschappelijke debat: een toenemende argumentatieve stelligheid en agressiviteit die niet enkel dialoog, maar ook kritisch zelfonderzoek in de weg staat. En zonder dialoog of kritisch zelfonderzoek is de intellectuele ruimte wel erg eng.

Relativeren en radicaliteit
Een echte filosoof is iemand die alles in vraag stelt, in de eerste plaats zichzelf. Zelfrelativering is onontbeerlijk voor een open geest. Er is pas vrijheid van denken als je je eigen denkbeelden in vraag kunt stellen. Ook al leidt die zelfbevraging en -relativering er soms toe dat je je maar een charlatan voelt, zoals de Poolse filosoof Leszek Kolakowski ooit opmerkte. Kolakowski was het toonbeeld van een vrije geest. Hij bezat de gezonde dosis ironie en relativering om de vrijheid van geest te vrijwaren. Hij was het tegendeel van de filosoof die voortdurend met gebalde vuist zijn waarheden staat te declameren.

Kolakowski benadrukte zijn eigen onwetendheid evenveel als de onwetendheid van anderen. En daarmee deed hij de waarheid ongetwijfeld meer recht dan zelfverklaarde kritische geesten die vooral kritisch voor anderen zijn, maar niet voor zichzelf. Interessant is niet de charlatan die zich een filosoof waant, maar de filosoof die zich soms een charlatan waant. En dat geldt bij uitbreiding voor alle intellectuelen.

Vorige week was ik in Warschau om deel te nemen aan een debat over Europese waarden en hoe die politiek te vertalen. Dat debat was opgezet door de Europese Commissie vanuit de overtuiging dat de interactie tussen intellectuelen en politici tot een beter beleid kan leiden. Maar nogal wat leden van de Poolse delegatie grepen de gelegenheid aan om Commissievoorzitter Barroso de les te spellen en hem allerlei verwijten naar het hoofd te slingeren. Barroso werd zowat persoonlijk verantwoordelijk geacht voor de (vermeende) culturele verarming van Europa. Hun aanmatigende toon was symptomatisch voor de stelling die ik zelf verdedigde, namelijk dat intellectuelen zich al te vaak bezondigen aan argumentatieve stelligheid en eigenwaan. Daarmee staan zij zelf een open debat in de weg, ze verengen zelf de intellectuele ruimte die ze nodig hebben om te functioneren.

Ik zat ondertussen naast György Konrád, de Hongaarse schrijver die net als Kolakowski zo'n belichaming van het vrije denken is, even fijnzinnig als bescheiden. Ik zag hem met de ogen draaien terwijl het debat zo'n verwijtende wending kreeg en hij vertelde me dat hij er hoofdpijn van kreeg. Europa zou baat hebben bij wat meer geestelijke nakomelingen van Kolakowski en Konrád. Al zullen sommigen vinden dat ook dat opmerken op zich aanmatigend en betweterig van me is. Pleiten voor meer bescheidenheid en terughoudendheid komt nu eenmaal vaak over als arrogant en voortvarend. Tijd dus om mezelf terug te trekken en in vraag te stellen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234