Zaterdag 26/11/2022

Eureka

Helpt een lepel honing tegen de hoest van mijn kind?

Honing kan de hoest stillen, maar geef hem niet aan kinderen van jonger dan een jaar. Volgens veel experts helpen eenvoudige middeltjes zoals een lepel honing of zelfs een kopje water met een smaakje en hebben ze weinig nevenwerkingen. Alle zoete stoffen zouden de achterkant van de keel kalmeren en slijmen in de luchtwegen afbreken. Men weet ook dat honing antioxidante en antimicrobiële eigenschappen bezit.

In een dubbelblinde studie die in The Archives of Pediatric and Adolescent Medicine werd gepubliceerd, rekruteerden de onderzoekers 105 kinderen en tieners met een ontsteking van de bovenste luchtwegen die hoest veroorzaakte. Ze werden willekeurig in drie groepen verdeeld: de eerste kreeg geen behandeling, de tweede een of twee theelepels boekweithoning en de derde een dosis dextromethofan, een hoestsiroop met honingsmaak. De honing bleek het effectiefst om de slaap te verbeteren en de frequentie en ernst van de hoest te verminderen.

De studie werd uitgevoerd door pediaters van de medische faculteit van Pennsylvania State University, met een beurs van de National Honey Board, een agentschap van het Amerikaanse ministerie van Landbouw dat door de honingbranche wordt gesteund.

In een vergelijkbare studie die in 2004 in het tijdschrift Pediatrics verscheen, rekruteerden de onderzoekers honderd kinderen met een ontsteking van de bovenste luchtwegen. De kinderen, die gemiddeld al meer dan drie dagen hoestten, kregen ofwel hoestsiroop met dextromethorfan, ofwel hoestsiroop met een antihistamine, ofwel een placebo (water met een smaakje). In alle drie de groepen nam de hoest af, maar het water met een smaakje werkte het best.

Volgens het National Institute of Allergy and Infectious Diseases kan honing nuttig zijn tegen hoest, maar kan hij in zeldzame gevallen botulisme bij kinderen veroorzaken en mag hij daarom niet aan kinderen van jonger dan een jaar worden gegeven.

Waarom lijken herten gehypnotiseerd door de koplampen van een auto en blijven ze gewoon op de weg staan?

"Herten zijn vooral in de schemering actief", zegt David Yancy, een hertenbioloog van het Kentucky Department of Fish and Wildlife Resources. Hun activiteit piekt een uur voor en na zonsopgang en zonsondergang, zodat ze in heel zwak licht het best kunnen zien. Hun ogen zijn dan volledig geopend, om zoveel mogelijk licht op te vangen, zodat de lichtbundel van een koplamp ze totaal verblindt. Het hert blijft stokstijf staan tot het weer kan zien. "Ze weten niet wat ze moeten doen en dus doen ze niets", zegt Yancy.

Volgens een nog lopend onderzoek van de Universiteit van Georgia zijn herten naar menselijke normen blind. Een onderzoeker die in Arkansas Wildlife wordt geïnterviewd, schat hun zicht op 20/200: terwijl een mens met gezonde ogen de details van een object op 200 meter afstand kan onderscheiden, moet een hert tot op 20 meter komen (maar herten kunnen wel beweging beter zien).

De meeste botsingen met herten gebeuren in de herfst, het paarseizoen, wanneer de mannetjes op zoek gaan naar vrouwtjes - en onwillige vrouwtjes op de vlucht slaan. Er is nog nooit een goede manier gevonden om ze te voorkomen, zegt Yancy. Een combinatie van waarschuwingsborden, waarschuwingen in de media en defensief rijden blijft de enige oplossing.

Mag je voedsel dat op de grond valt nog op- eten als je het binnen vijf tellen opraapt?

"De regel van de vijf seconden zou beter die van de nul seconden worden", zegt Roy Gulick, hoofd van de afdeling Infectieziekten van Weill Cornell Medical College. "Als je gevallen voedsel opeet, kun je bacteriën naar binnen krijgen die maag- en darmziekten veroorzaken. Het maakt niet uit hoe lang het voedsel op de grond gelegen heeft."

Als er bacteriën op de vloer zijn, zullen ze het voedsel onmiddellijk besmetten, zegt dokter Gulick. Het besmettingsrisico en de snelheid waarmee de bacteriën op het voedsel overspringen, worden beïnvloed door het soort van vloer, de aard van het voedsel en van de bacteriën en de tijd dat de bacteriën zich al op de vloer bevinden.

In een studie die in 2007 in The Journal of Applied Microbiology verscheen, testten onderzoekers van Clemson University salmonellabacteriën op hout, tegels en tapijt. Ze lieten worst 5, 30 of 60 seconden op het materiaal liggen. Bij zowel hout als tegels ging meer dan 99 procent van de bacteriën vrijwel onmiddellijk over op het voedsel en maakte de duur van het contact geen enkel verschil. Op tapijt waren de bacteriën minder besmettelijk, maar ook daar maakte de duur niets uit. De overgebrachte hoeveelheid daalde met de tijd, maar zelfs na 24 uur waren er nog altijd duizenden bacteriën per vierkante centimeter. Honderden bacteriën overleefden tot vier weken lang. Tien salmonellabacteriën zijn genoeg om gastro-enteritis te veroorzaken.

Hoeveel keer kun je papier eigenlijk recycleren?

Bronnen uit de papierindustrie schatten dat je een gewoon vel papier van cellulosevezels, een houtproduct, maar vier tot zes keer kunt recycleren. Volgens het Amerikaanse Environmental Protection Agency zou het vijf tot zeven keer kunnen.

Het is niet echt verrassend dat een nieuwe fabricage de vezels geen goed doet. Voor de recycling begint, wordt het papier in het ideale geval in soorten gescheiden. Papier met lange vezels, zoals wit kantoorpapier, is het best geschikt voor recycling, terwijl kortvezelig krantenpapier meestal wordt gebruikt om opnieuw krantenpapier en andere soorten van mindere kwaliteit te maken.

Het papier wordt verscheurd en verhakt en daarna met een mix van chemicaliën en water bewerkt en verhit om het weer in pulp om te zetten. Een centrifuge en zeven verwijderen onzuiverheden, nog meer chemicaliën bleken de inkt, de vezels worden op een draadscherm gespoten, lekken uit, drogen en worden dan tussen hete walsen geperst.

Elke recyclingbeurt maakt de vezels korter, ruwer en stijver, zodat men uiteindelijk kringloopvezels met nieuwe moet mengen om papier van de gewenste kwaliteit te krijgen. Ongeveer 63,4 procent van het verbruikte papier wordt gerecupereerd om het te recyclen.

Moet ik een kleine hond nemen als ik in een klein appartement woon?

Een grote hond kan ook, op voorwaarde dat hij genoeg beweging krijgt. Sommige rassen zijn door de mens geselecteerd om beter geschikt te zijn voor kleine ruimten, maar dat zijn niet altijd de kleinste honden. Individuele leden van de grotere rassen, zoals sommige brakken, Engelse doggen en zelfs Deense doggen, kunnen zich goed voelen in kleine ruimten, op voorwaarde dat ze elke dag een lange wandeling krijgen. Omgekeerd kan een energieke kleine terriër zelfs een ruime woning slopen, in een denkbeeldige achtervolging van de prooi - hij is gefokt om te jagen.

Het genoom van de hond lijkt tot in het oneindige plooibaar, met bij benadering vierhonderd verschillende rassen. In de ongeveer 14.000 jaar dat de hond een huisdier is, heeft de mens hem selectief gefokt op wenselijke uiterlijke en gedragskenmerken, zodat honden van een gecontroleerd ras nu veel meer op elkaar lijken dan mensen met dezelfde ouders.

Wetenschappers hebben onlangs in het genoom van de hond de factor ontdekt die honden klein maakt. Het is een variant van het gen IGF1, die in het Midden-Oosten zou zijn ontstaan. Het onderzoek is verschenen in het tijdschrift BMC Biology. Men vermoedt dat de keuze om kleinere honden te fokken verband hield met het plaatsgebrek toen de eerste steden ontstonden.

Experts in hondengedrag zeggen dat veel rassen genoeg hebben aan een kleine ruimte. Maar ze waarschuwen dat het aanpassingsvermogen van hond tot hond verschilt, omdat het ook te maken heeft met zijn karakter, zijn achtergrond, zijn opvoeding en zijn recreatiekansen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234