Dinsdag 18/05/2021

'Ervoor gaan, en zien waar ik uitkom'

Jean-Paul Knott, Belg van geboorte maar wereldburger in het diepst van zijn gedachten, werd vorige maand benoemd tot artistiek directeur van het modehuis Cerruti. 'Het is wauw, natuurlijk', zegt hij, 'maar het maakt me ook een beetje bang. In ieder geval is het fantastisch om te werken voor het huis waar Giorgio Armani het vak leerde en waar de kostuums voor Pretty Woman, American Psycho en Miami Vice werden gemaakt.'

door Agnes Goyvaerts

Jean-Paul Knott vliegt de wereld rond, van de ene baan naar de andere consultancy, maar zal vanaf nu wat vaker in Parijs moeten zijn. Want bij Cerruti wacht hem een serieuze opdracht. "Het is een drôle d'histoire. Ik ken de voorzitter, Philippe Cleach, al lang. Hij is advocaat en hij is iemand die altijd zorg voor me heeft gedragen. Acht maanden geleden belt hij me en vraagt of ik een handje kan helpen met de wintercollectie. Ik moest niet lang nadenken, Cerruti is een huis met een geschiedenis en een ziel, het is niet zomaar een product. Ik heb dan de collectie 1881 getekend, terwijl ik doorwerkte aan mijn eigen merken in Japan en hier. Ik was volop aan het werk in Japan toen Cleach me een paar weken geleden opnieuw belde en zei dat hij me graag de hele artistieke directie van Cerruti in handen zag nemen. Waw, denk je dan, daar kun je niet neen op zeggen. Mijn Japanse partner zei meteen dat ik de kans moest grijpen. 'Elke nieuwe ervaring is de moeite waard', zei die. En voilà, zo ver ben ik. We zullen wel zien waar het me brengt."

Zijn naam mag dan in België niet klinken als een klok, in internationale modekringen is hij beslist wel iemand. Zijn gracieuze kleren zijn niet te vatten in een trend, maar doen erg hedendaags aan. Bij een van zijn eerste defilés in Parijs ontlokte hij aan Suzy Menkes, dé modereferentie van de International Herald Tribune, de uitspraak dat wat ze bij hem had gezien het beste was van alle defilés in de vier modesteden. "Ik kon toen wel huilen", zegt Knott. Vooral omdat zijn parcours nogal hobbelig is. Je zou hem een huurling kunnen noemen die zijn talent ter beschikking stelt van wie erom vraagt. "Ik werk een beetje à la carte, ja, zo gaat dat vandaag in de mode. Je moet zien wat zich aandient en je kans grijpen." Yves Saint Laurent, Krizia, Féraud, maar ook Dim en K-Way. Terwijl hij met vallen en opstaan ook al acht jaar zijn eigen lijn en identiteit in leven probeert te houden.

Artistiek directeur bij Cerruti is niet niks. Voor iemand die niet voorbestemd was om in de mode te gaan werken. "Ik ben een Belgische fils de bourgeois, ik ben nooit iets te kort gekomen. Ik ben niet te beklagen, mijn ouders hebben me altijd gegeven wat ik nodig had. De normale weg die ze voor me hadden uitgestippeld was middelbare school, Solvay (Brusselse businessschool, ag), cadre supérieur in een of ander bedrijf en voilà: het leven zou perfect zijn. Zo is het dus niet helemaal gelopen. (lachje)"

Zes maanden nadat hij was geboren in Verviers namen zijn ouders hem mee de wereld in. Zaïre, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk, Verenigde Staten. "Op mijn zeventiende ben ik op mijn eentje naar Brussel teruggekeerd. Ik had hier een groot appartement en geld genoeg. Ik heb zes maanden stevig de bloemetjes buitengezet. Ach, logisch als je jong bent en niets te kort komt. Mijn ouders zagen dat anders. Mode was mijn droom, maar waar zou ik dat volgen? In België was Antwerpen toen de enige optie, maar ik ben een slechte Belg. Ik spreek niet eens Nederlands, hoewel mijn moeder een Vlaamse is. Ik ben opgevoed in het Engels en het Frans, dus Antwerpen viel af. Studio Berçot in Parijs, dat was mijn trip niet. Saint Martins in Londen dan? Ik ben opgegroeid in Londen, maar ik denk dat mijn ouders heel bang waren om me alleen in Londen achter te laten. Ze vonden het veiliger dat ze een beetje controle konden houden in New York. Ik heb dus mijn bac afgelegd en werd aanvaard op het Fashion Institute of Technology. Vanaf dan hebben mijn ouders mij altijd gesteund."

Met zijn diploma op zak kon hij meteen aan de slag bij een confectiebedrijf dat kleren maakte voor de huismerken van Amerikaanse warenhuizen. "Het was een mooie baan voor een jongeman van 21. Elke week moest er een andere collectie zijn. Nu ja, nieuw... Echt ontwerpen was dat niet, noem het interpreteren. Ik verdiende goed mijn brood, had een appartement in New York en... Ik verveelde me dood. Toen heb ik tegen mezelf gezegd: als je het meent met dit vak moet je jezelf nu in handen nemen. Ik heb een brief geschreven naar monsieur Saint Laurent in Parijs en gezegd: 'U bent de enige voor wie ik wil werken. Gelijk welk baantje. En ik kon beginnen, als kleine stagiair. Helemaal onder aan de ladder. Koffie ronddragen, sigaretten kopen, spelden aanreiken. Daarna mocht ik de ontwerpen hertekenen. Elk accessoire, elk kledingstuk dat ontworpen is, moest opnieuw getekend worden voor het boek van de verkoop en ik denk dat het in die tijd goedkoper was om daarvoor een stagiair aan te te werven dan een fotokopieerapparaat te kopen.

"Ik was stomverbaasd toen ik er de eerste keer binnenkwam en geen enkele naaimachine zag staan. Alles werd met de hand gedaan. Nagenoeg alles. De naaimachines die er waren, stonden een beetje discreet weggestopt. (lacht) Zo'n atelier bestaat niet meer. Jaja, ik word oud. Het was een andere wereld. Toen ik begon bij Saint Laurent werkten er driehonderdvijftig mensen in het atelier en tien op de administratie. Toen ik er tien jaar geleden wegging, waren er nog tien in het atelier en driehonderdvijftig op de administratie. Het beroep is veranderd, dat is normaal. Wij leven ook anders. Destijds liep iedereen die daar werkte van kop tot teen gekleed in Saint Laurent. Dat is verleden tijd. Nu kopen zelfs de vrouwen die het geld hebben voor couture af en toe iets bij Zara of Gap.

"Bij Saint-Laurent heb ik alles geleerd, want ik heb op alle echelons gewerkt. Mijn eerste ontwerpopdracht was werken op de sokken en de collants. Of dat spannend is? (verheft zijn stem) Wel, vanaf het moment dat ik beslist heb om iets aan te pakken verdiep ik me erin. Ik kan er echt helemaal in opgaan. Voor mij is alles evenwaardig, ik heb niets tegen mijn zin gedaan. Het waren telkens etappes van twee jaar. Dan werd ik verantwoordelijk voor YSL Variations (de diffusionlijn, ag), waarna ik op L'Homme YSL werd gezet en toen Hedi (Slimane, AG) binnenkwam op L'Homme Rive Gauche, zat ik bij La Femme Rive Gauche. Die twaalf jaar zijn voorbijgevlogen."

Voor de meeste modeontwerpers van vandaag is Yves Saint Laurent zowat god. Zijn invloed op de mode van de twintigste eeuw is niet te onderschatten, maar het beeld dat men van hem heeft, is ook dat van een zeer kwetsbaar en zeer afgeschermd iemand. Heeft Jean-Paul Knott hem echt gekend? "Behalve Loulou de la Falaise en Madame Munoz was er niemand die echt dicht bij hem stond. (denkt na) Bij Saint Laurent heb ik geleerd een kledingstuk te bekijken. Dat is het eigenlijk. Een kledingstuk bekijken en erover nadenken." Geen wonder dat zijn eigen ontwerpen een gelijkaardige elegantie, perfecte snit en afwerking hebben als die van zijn leermeester.

En toen was het tijd om voor zichzelf te beginnen? "Ja, in 1999, in Brussel. Ik heb het hier gedaan en niet in Parijs omdat ik met mijn familie en met vrienden wilde werken. Het is het de enige manier waarop ik kan functioneren. Het is soms wel ingewikkelder, maar als ik toch dag en nacht moet werken, dan het liefst met mensen die ik graag heb. Het is nooit anders geweest. Zelfs toen ik bij YSL werkte, werkte ik dag en nacht. Het zal er niet op verbeteren nu, maar als je een vak kiest, doe je dat toch omdat het een beetje je passie is, niet?"

Zijn eerste collecties toonde hij in kunstgaleries of op een feestje waar bevriende kunstenaars zorgden voor een aparte sfeer waarin de delicate kledingstukken beter tot hun recht kwamen dan op een catwalk. Zijn eerste echte defilé in Parijs kwam er in 2002. "Maar wacht. Eerst kwam er nog Krizia in Milaan. In 2001 werd ik door Mariuccia Mandelli aangesteld als artistiek directeur, met als opdracht het imago van het venerabele Italiaanse huis te moderniseren." Maar Knott voelde zich meer faiseur de vêtements, of beter nog faiseur de garderobes, dan imagomaker. Na een jaar liep de samenwerking spaak, maar daar kwam alweer een belle histoire: de kostuums ontwerpen voor Lumière, een ballet van Maurice Béjart. Een mooie tijd maar ook veel stress, herinnert hij zich. Toch houdt hij aan de pas overleden choreograaf een mooie herinnering over: "Hij wist goed wat hij wou en hij heeft me erg geïnspireerd."

In 2002 werd hij aangezocht om het modehuis van de overleden Louis Féraud te leiden. Dat was financieel manna uit de hemel, want de eigen collecties, de medewerkers en een winkel in Brussel moesten gefinancierd worden. Maar na een jaar was het gedaan. "Féraud... Et puis la descente aux enfers! De weg naar de hel! Louis Féraud stopte, mijn Japanse partners stopten, mijn vennoot verliet het bedrijf. Daar stond ik, in mijn boetiek in de Antoine Dansaertstraat. Een star de la mode die met driehonderd mensen had gewerkt en die niets meer had. Ik bezat enkel nog mijn kledingstukken en 50 euro in mijn zak. Vijftien mensen werkten voor me. De meesten moest ik aan de deur zetten.

"Toch ben ik, alleen, opnieuw gestart. Want ik had klanten die terugkeerden, die in de boetiek kwamen vragen naar stukken die niet meer verkrijgbaar waren en of ik ze wilde maken. Neen, ik wou niet. Ik wist helemaal niet wat ik wou. Ik wist wel dat ik niet meer wilde functioneren zoals voordien. Ik wilde niet meer alles alleen op mijn schouders nemen. Nu zijn we hier met drie partners en iedereen weet waarvoor hij verantwoordelijk is. Telkens als zich een nieuw project aandient, nemen we de beslissing gezamenlijk. Ook Cerruti: toen de vraag er kwam, heb ik dat hier voorgelegd. Doe ik het of niet? In Brussel hebben we een kleine structuur, drie vaste mensen en drie stagiairs. In Japan is het anders, daar werk ik met tachtig vaste mensen en met tachtig stagiairs, met mijn vennoot hebben we honderdvijftig boetieks. Ik heb mijn Japanse collectie, met dagelijkse, betaalbare stukken rond de 200, 300 euro. Hier kan ik dan een zijden jurk presenteren van 2.800 euro, beschilderd door een kunstenaar. Daarnaast doe ik bont in Parijs - nu kan dat, vroeger had ik er het geld niet voor - en consultancy in China. Je moet je vandaag niet laten vastpinnen op één segment van de mode, dat is niet verstandig.

"Ik breng het meeste tijd door in Azië. En ik heb inderdaad een woning in elke stad waar ik werk. Ik heb lang genoeg in goedkope hotels geslapen om er een hekel aan over te houden. Behalve aan het Royal Windsor in Brussel, waar ik een van de fashion rooms mocht inrichten. Daar heb ik recht op een nacht per maand in mijn kamer, maar ik kan er nooit slapen want ze is altijd bezet. In de Dansaertstraat heb ik een appartementje, niet veel meer dan een duivenhok, vanwaar ik uitzicht heb over Brussel, met een bed, een canapé en een tv. Dat is alles wat ik nodig heb. In Parijs heb ik een showroom en mijn tatami, in Tokio heb ik een huis van 500 vierkante meter. Dat is niet van mij, hoor. Het is het museum annex huis van mijn Japanse partner, in de voormalige ambassade van Nederland. Een prachtig art-decogebouw. Daar heb ik ook een tatami, ja. Dat is praktisch. Je rolt het op en het neemt geen plaats in. In Shenzhen heb ik ook een klein appartement met uitzicht op de baai van Hongkong. In mijn contracten laat ik opnemen dat ik mag slapen in een viersterrenhotel. Daarmee vergeleken kost een appartement veel minder en ik ben er veel gelukkiger.

"Met Cerruti heb ik nu plots veel verantwoordelijkheden in Parijs, maar anderzijds wordt er een stevige structuur opgezet rond mij, met veel mensen die ik ken van vroeger. Dat is goed. Cleach heeft me carte blanche gegeven om de ziel terug te vinden van wat Cerruti was. Dat was nodig, het was heel slecht gesteld met het huis."

Het huis, dat wordt beschouwd als het eerste dat elegante prêt-à-porter voor mannen in Italiaanse stijl bracht, werd gesticht in 1957 en opende in 1967 een boetiek op de Place de la Madeleine in Parijs. In de stoffenfabriek die al vele jaren aan de familie toebehoorde, ontdekte Nino Cerruti een beloftevolle jonge stylist, Giorgio Armani. Die zou het ongevoerde, ongestructureerde mannenpak met Cerruti introduceren. Klanten van het eerste uur waren Jean-Paul Belmondo, Alain Delon, Michael Douglas, Richard Gere, Clint Eastwood. Later volgden een dameslijn, parfums en accessoires. In 2002 verwierf de Italiaanse groep Fin.part het merk, maar dat liep slecht af en in 2006 werd het overgenomen door het investeringsbedrijf Matlin Patterson.

"Niemand kan zich voorstellen in welke staat Cerruti verkeerde", zegt Knott. "De boetiek op de Place de la Madeleine was het enige wat nog restte van het eens zo prachtige bedrijf. Ze hadden zelfs geen kantoren meer. Nu is alles verbouwd, we hebben showrooms om van achterover te vallen, zo mooi. Nu is er alleen herenkleding, maar het is het eerste seizoen dat we weer vrouwen lanceren. Dat is verdwenen in 2002. Nochtans heeft Narciso Rodriguez daar fabelachtige dingen gedaan. Ik was toen nog een kleintje in de mode, maar ik dacht al: 'Mon dieu, mais qu'est-ce que c'est beau!' Na 9/11 heeft de mode zware klappen gekregen, er zijn toen wel meer huizen gesloten en collecties afgevoerd. Gelukkig had de familie Cerruti nog de stoffen, waarmee het allemaal was begonnen. Nino Cerruti was de man die van de stof tot in de boetiek alles op zich nam. Hij is dé meneer die de prêt-à-porter van vandaag heeft uitgevonden. Hij wou dat stijve mannenkostuum van de jaren vijftig versoepelen en hij heeft dat gedaan. Hij heeft de mode en het kledingstuk verjongd.

"Cerruti is een van die betrouwbare huizen, een beetje zoals ik het heb gekend bij Saint Laurent. En ik kwam er mensen tegen met wie ik heb gewerkt bij YSL. Met Gaetan Viot, de directeur licenties die ervoor heeft gezorgd dat het bedrijf overleefde, heb ik tien jaar terug samengewerkt. Toen was hij stylist voor de herenlijn van Saint Laurent. En de dame die aan de accessoires werkt, heeft me aangeworven voor mijn allereerste baantje. Monsieur Cerruti gaat nog altijd zelf zijn stoffen presenteren op Première Visionbeurs, dat is zijn passie. Daar heb ik hem ook ontmoet. Hij is echt een aardige man."

Cerruti is een naam die nauw geassocieerd wordt met de filmwereld. Aan meer dan honderddertig films verleende Nino zijn medewerking, onder meer aan Indecent Proposal, Pretty Woman, Basic Instinct en Prêt-à-Porter. Jean-Paul Knott:" Dat ligt nu stil, maar het is een van de dingen die ik heel graag opnieuw op de rails zou zetten. Ik ben ook een jongen van het beeld, hé. Contacten leggen met de filmwereld zal echter niet voor direct zijn. Ik ben er pas drie weken en ik kreeg onmiddellijk alles over me heen: 'Nu ga je zorgen voor de catalogus, voor de parfums, de advertenties, machin truc...' Op het ogenblik ben ik meer bezig met de foto's van Paolo Roversi. Twintig jaar lang heeft hij het imago van Cerruti verzorgd en heeft er een zeer sterke en mooie identiteit aan gegeven. Ik ben nu een beetje op zoek naar al die wortels. De films wil ik terugzien, verteren en modern maken. Ze maken deel uit van mijn jeugd, van mijn bestaan. Bovendien is er geen betere manier om kleren te tonen dan in een film, want je ziet ze in een context, een manier van zijn. Ze spreken veel directer aan dan op een catwalk.

"De voorzitter van Cerruti is gelukkig heel gevoelig voor dat soort dingen. We hebben in Milaan de fotostudio overgenomen waar meneer Cerruti de allereerste reclamefoto's heeft geschoten. Weet je wie toen de fotostylist was? Inderdaad, Giorgio Armani. Zeggen dat ik daar nu sta... Aaah, dat is toch wel wonderbaarlijk. Armani heeft er meer dan twintig jaar voor gewerkt, hij was het die de herencollecties tekende en ik moet in zijn schoenen stappen. Een bevriende cineast heeft me eens gezegd: 'Elke keer als ik aan een film begin, ben ik geblinddoekt. Ik weet niet waar ik naartoe ga. Maar ik ga. We zien wel waar ik uitkom.' Ik heb me voorgenomen om het ook zo te bekijken. Gaan, en zien waar ik uitkom."

Bij Yves Saint Laurent heb ik geleerd een kledingstuk te bekijken. Dat is het eigenlijk. Een kledingstuk bekijken en erover nadenkenAls ik toch dag en nacht moet werken, dan het liefst met mensen die ik graag heb

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234