Maandag 18/10/2021

'Eruditie is zeker niet de enige weg'

klassiek

bariton en pianist dietrich henschel over 'das buch der hängenden gärten'

Maandagavond is de voortreffelijke Duitse bariton Dietrich Henschel in Brussel te gast. In het kader van de cyclus 'Muziek en Poëzie' brengt hij in het Théatre Marni een meesterwerk uit de 20ste-eeuwse liedliteratuur: Schönbergs Das Buch der Hängenden Gärten (Het boek van de hangende tuinen), op gedichten van een der grootste Duitse symbolisten, Stefan George.

Brussel

Van onze medewerker

Rudy Tambuyser

Dietrich Henschel wekt de indruk behalve zanger ook een doorkneed muzikaal analyticus te zijn. Zo iemand moet wel op jeugdige leeftijd in de muziek zijn gerold. Henschel: "Als vijfjarige begon ik piano te spelen. Ik kon melodietjes meteen reproduceren op klavier of fluit. Op de muziekschool moest ik twee instrumenten leren, kreeg ik theorie, stemvorming, ik was alt in het knapenkoor. Ik zong graag, maar eigenlijk wilde ik dirigent worden.

"Op mijn dertiende kwam het zwaartepunt op de piano te liggen. Ik leerde toen wat het echt betekent muziek als beroep te willen beoefenen: hard werken, acht uur per dag. Op mijn vijftiende ging ik naar het conservatorium. Nog altijd was het zangersvak niet aan de orde, maar ik zong wel veel. Mijn stem brak vroeg. Op mijn dertiende zong ik een beetje Papageno, bijvoorbeeld bij concerten die we op school organiseerden en waarin we stukken uit Spielopern opvoerden. Dat was een goede training en wellicht de basis voor wat ik nu doe. De vertrouwdheid met acteren was er toen al.

"Op mijn zestiende gaf ik mijn eerste liedrecital, een genre waarin ik ook als pianist was geïnteresseerd. We zetten dingen op het getouw in ziekenhuizen, scholen, naburige dorpen. Ik ben heel blij dat ik van die concerten geen opname heb. Of toch: eentje, waarop ik de 'dritter Knabe' in Die Zauberflöte zing. Nee, je mag ze niet horen (lacht).

"Ik studeerde af als concertpianist toen ik 22 was. Op dat moment was ik al begonnen met zang te studeren, nadat een Münchense professor me even had horen zingen toen ik als pianist iemand begeleidde op een masterclass die hij gaf. Piano én zang studeren was meer dan een fulltime job. Veertien uur per dag keihard werken. Toen ik afstudeerde, wist ik dat het zang zou worden: het theatrale strookt beter met mijn temperament dan het concertpodium.

"Orkestdirectie studeerde ik vanaf mijn zeventiende. Het is echter een beroep dat een grote levenservaring vereist. Ik ben zeker dat mijn ervaring als zanger waardevol zal blijken als ik later zou dirigeren. De beslissing zanger te worden, had er ook mee te maken dat het veel makkelijker is om als vocalist aan de slag te gaan dan als pianist, zelfs al win je wedstrijden. Dat en het communicatieve aspect hebben het gedaan."

Schept die geleerde achtergrond geen problemen met de collega's?

"Een goede zanger hoeft geen pianist of dirigent te zijn. Collega's moeten een manier vinden om op dezelfde golflengte te komen. Ik doe dat door kennis en analyse, anderen kennen een kortere weg. Sommigen kunnen nauwelijks noten lezen en vinden toch een manier om echte kunst te maken. Eruditie is echt niet het enige. Ik bewonder zelfs de zangers die er gewoon kunnen stáán, eenvoudig, eerlijk en ontroerend. Precies dat laatste is moeilijk voor wie te veel denkt. Cogito ergo sum: dat is onzin voor een theatermens. Het zou niet alleen arrogant, maar ook fout zijn, te zeggen dat de meer intuïtieve zangers dom zijn."

Het concertprogramma dat u maandag brengt, is niet meteen een hapklare brok. Hoe kwam u op het idee?

"Als pianist krijg je bepaalde sleutelwerken voorgezet waar je hoe dan ook doorheen moet: de laatste sonate van Beethoven, de 'Fantasie opus 17' van Schumann, Gaspard de la Nuit van Ravel... Voor een zanger is dat ook zo: de drie cycli van Schubert, de twee grote van Schumann, Brahms' Vier ernste Gesänge... Voor mij hoort Das Buch der hängenden Gärten in dat rijtje thuis."

Maar waarom wordt het dan zo verwaarloosd?

"Omdat het technisch moeilijk is om te zingen. En het vereist de wil om Georges gedichten grondig te bestuderen en te begrijpen. Muzikaal is het echter geen moeilijk werk: als iemand het helder genoeg uitvoert, zal iedereen begrijpen wat erin gebeurt. Schuberts Winterreise, die ook niet over een man gaat die 's winters gaat wandelen (lacht), is zeker niet makkelijker. Das Buch der hängenden Gärten is expressionistische muziek, meer romantisch dan modern. Ik begrijp niet waarom niet iedereen ervan houdt.

"Ik heb lang gewacht om het in concert te brengen omdat sommige van die sleutelwerken hun tijd nodig hebben: lezen, wegleggen, opnieuw lezen, tot je het gevoel hebt dat het rijp is. Het idee om het voor 'Muziek en Poëzie' te brengen, ontstond na de laatste keer dat ik er te gast was met liederen van Mörike en Wolf. We brengen Das Buch in een ietwat theatrale versie. Dat wil niet zeggen dat ik ga spelen wat er in de tekst gebeurt; dat zou én te evident én te moeilijk zijn (lacht). Het dramatische aspect moet een toegevoegde waarde hebben, iets extra's zeggen, al was het maar: het taalprobleem helpen te verlichten. Het was merkwaardig te horen dat er geen Franse vertaling bestond van Stefan Georges bundel. Hugo vind je nochtans makkelijk in het Duits.

"Verder vormt noch deze tekst, noch de muziek een probleem voor de modale luisteraar. De muziek sluit naadloos aan bij wat er in die tijd gebeurde. Het is niet het rariteitenkabinet waartoe men Schönbergs muziek zo graag herleidt. Meer nog: deze muziek is geschreven om makkelijk begrepen te worden! Ook George vraagt geen bijzonder intellectueel vermogen: het symbolisme appelleert niet aan het verstand, maar integendeel aan het instinct."

Het is zelfs als beroemde zanger stilaan een eer om nog liederen in grote zalen te mogen brengen.

"Zelfs in Duitsland is het niet meer in. Erger nog: in het buitenland beschouwt men liederen nog als iets exotisch leerrijks, maar thuis vindt men het ouderwets. De jeugd kan de emotie van liederen niet aan. Ze zijn het tegendeel van cool en dus kunnen ze ze niet uitstaan. Dat is een probleem dat me veel bezighoudt: de interesse van jonge mensen wekken. Ik geef lessen en concerten voor scholen, en merk dat als je er de tijd voor neemt, dingen verduidelijkt, dat velen toch staan te kijken. Al die prachtige dingen in de taal van jonge mensen gieten, dat is een belangrijke uitdaging."

Michael Tregor (verteller), Dietrich Henschel en Fritz Schwinghammer (piano) brengen Das Buch der hängenden Gärten van George/Schönberg. Maandagavond in het Marnitheater in Brussel. 02/507.82.00. www.sofil.be.

'Die prachtige dingen in de taal van jongeren gieten is een belangrijke uitdaging'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234