Donderdag 27/02/2020

InterviewHerman Pleij

Erotiek vierde al in de middeleeuwen hoogtij: ‘Aan het einde van de 15de eeuw was er sprake van een echte seksuele revolutie’

Liefdestuin, uit het 'Hausbuch von Schloss Wolfegg' (1480). Eind 15de eeuw gaat genot plots een rol spelen in de literatuur.Beeld Alamy

Oefeningen in genot is het boek dat Herman Pleij (76), hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, altijd al wilde schrijven. ‘Pas toen ik ermee bezig was, drong het tot me door dat er aan het einde van de 15de eeuw sprake was van een echte seksuele revolutie.’

Sinds zijn debuut in 1979, Het gilde van de Blauwe Schuit, is Herman Pleij altijd blijven schrijven over de literatuur in de opkomende burgerlijke stadscultuur van de veertiende tot de zestiende eeuw. Een groot deel van de teksten die hij in de loop der tijd heeft ontdekt, vooral veel tot dan toe onbekend werk van rederijkers, zijn bronnen voor dit nieuwe boek.

“Altijd kom ik tijdens het schrijven op dingen die ik niet van tevoren had bedacht. Geen kleinigheden, maar wezenlijke dingen. Dat je denkt: hoe kon ik dat nu over het hoofd zien?”

Wat drong dit keer pas tijdens het schrijven tot u door?

Herman Pleij: “Dat er aan het einde van de vijftiende eeuw in de Lage Landen sprake is van een echte seksuele revolutie! De gedachte had ik al wel, maar ik gebruikte de term er nog niet voor – dat die van toepassing was, zag ik pas bij het schrijven van de tweede versie.

“De grote lijn was: vóór de veertiende eeuw werd elke vorm van seksueel genot, ook binnen het huwelijk, beschouwd als zondig, het werk van de duivel. Lijden door onthouding was een grote deugd.

“In de loop van de veertiende eeuw wordt seksueel genot wel erkend, seks hoort nu eenmaal in de natuur. Maar het zijn, in teksten en afbeeldingen, altijd ánderen die zich eraan verlustigen: boeren, bijbelse figuren of naakt rondhuppelende goden en godinnen.

“Literatuur werd praktisch gebruikt, bijvoorbeeld om seksuele voorlichting te geven, met medische details. Het slot van De roman van de roos, (bekendste en belangrijkste werk uit de Franse middeleeuwse literatuur, geschreven in de 13de eeuw, red.), een moeilijke, filosofische tekst, eindigt met een keiharde scabreuze passage waarin de paring aanschouwelijk wordt gemaakt, tot aan het orgasme toe, aan de hand van een metafoor over een staf en een roos, alles op geruststellende toon. Het is een seksuele handleiding op rijm.

“In de refreinen van de rederijkers, aan het eind van de vijftiende eeuw, zijn omwegen of metaforen niet meer nodig. Er breekt een nieuwe openheid aan. Je ziet dan in dat milieu een explosie van literatuur waarin seks en genot een grote rol spelen. Eindelijk kon de stedelijke elite het onomwonden over de eigen obsessies en verlangens hebben. Deze teksten waren niet bedoeld om te lezen, ze werden opgevoerd, met bijbehorende mimiek, gebaren en geluiden, voor een publiek.”

Herman Pleij: 'Zelfs het lijdensverhaal van Christus werd geërotiseerd in literatuur. De nonnen, bruiden van Jezus, kregen in de hemel eindelijk hun langverwachte beloning.'Beeld Hollandse Hoogte / Anneke Janssen

U hebt het zelfs over ‘een extatisch orgasmetheater’.

“De schrijvers gaan helemaal los: ze schrijven over standjes en genitaliën, bladzijden lang. Dat was ongekend. Seks was iets wat in het donker gebeurde. Hoe het eruitzag, wist men niet. In veel teksten is een ‘blindeman’ op de tast op zoek naar zijn doel, een bodemloos gat, dat zich bevindt onder een dikke laag kleren. Deze nieuwe schrijvers hebben het over zoenen en veroveren, over verstrengeling van lijven. Zij zijn geen ordinaire viezeboekjesschrijvers, maar elitaire topauteurs, de grote jongens. En, heel bijzonder, soms vrouwen.

“Zelfs het lijdensverhaal van Christus werd geërotiseerd in literatuur. De nonnen, bruiden van Jezus, kregen in de hemel eindelijk hun langverwachte beloning, na al die jaren afzien. Dan kwam Jezus met zijn macholijf op hen af en hadden ze goddelijke seks.

“Vaak is het in de refreinen van de rederijkers niet de auteur zelf die de smeuïgste details vertelt; die legt hij in de mond van de ‘sinnekens’, duivelachtige figuurtjes die de handeling becommentariëren en onder één hoedje spelen met het publiek. Zij moedigen de personages aan: ‘Pak haar dan!’ Ze maken ook ruzie met elkaar, waarbij ze de spreekbuis zijn van verschillende groepen uit het publiek. Ze gebruiken allerlei nieuwe woorden, zoals ‘pannenkoeken’ voor plat boven op elkaar liggen, ‘smekkebekken’ en ‘moddermuilen’ voor tongzoenen.

“Een nieuwe taal is kenmerkend voor revoluties. Ook in de jaren zestig van de vorige eeuw kwamen er nieuwe woorden, zoals ‘rampetampen’ en ‘hompiekurken’. Denk aan Kees van Kooten en Wim de Bie die als ‘de clichémannetjes’ elkaar aftroeven met tientallen woorden voor neuken.

“En altijd is er de dekmantel van de spot en de lach die het makkelijk maakt om commentaar op je eigen tijd te leveren. Bij André van Duin kon het grote publiek in de vorige eeuw lekker lachen om irritante betweterige mannetjes als rechters, dokters en burgemeesters. Vrijblijvende lol, volgens Van Duin. Maar hij maakte wel de autoriteiten belachelijk. Daar kon je dan collectief ontspannen om lachen.”

U schrijft: ‘Het lijkt alsof de hele moderne wereld al in de middeleeuwen ontkiemd is.’ Het was een kraamkamer.

“Je ziet dat pas goed vanaf de veertiende eeuw. In de steden worden burgerlijke waarden ontwikkeld. In films, en ook nu in Netflix-series, vormen de middeleeuwen vaak een duister decor, een griezelige, rauwe wereld waarin mensen instinctmatig leefden. Maar in de late middeleeuwen zie je in de steden een beschavingsoffensief. Ook rijke kooplieden willen hun kinderen gunstig laten huwen, net als de adel.

“In de kiem zijn veel wezenlijke problemen en hardnekkige vooroordelen al in de middeleeuwen aanwezig, ook als het om seks gaat. Sommige gedachten keren telkens terug. Kijk naar het denken over verkrachting, de afschuwelijke aanname dat vrouwen ‘eigenlijk’ graag verkracht willen worden. Al in de hoofse liefdesleer uit de dertiende eeuw kun je lezen dat een meisje, als ze ‘nee’ zegt, ‘ja’ bedoelt. De rederijker Dirc Potter adviseert mannen zich niet te laten tegenhouden door vrouwelijk protest; met tegenstribbelen verhoogt de vrouw haar kapitaal, en de man die haar dan met geweld tóch verovert, levert een enorme prestatie.

“Verkrachting van vrouwen was behoorlijk normaal, zeker als het ging om een meisje uit een lagere stand. Een boerenmeisje kon je gerust grijpen, die bood geen weerstand, dat was haar natuur. Maar ook over vrouwen van de eigen stand wordt er in veel refreinen gezegd dat ze verkrachting eerst wel vervelend vinden, maar er uiteindelijk enorm van genieten.”

BIO

• geboren in Hilversum (NL) op 24 februari 1943 • studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam • promoveerde in 1979 cum laude op Het gilde van de Blauwe Schuit. Literatuur, volksfeest en burgermoraal in de late middeleeuwen • was hoogleraar historische Nederlandse letterkunde van 1981 tot 2008 • publiceerde o.a. Dromen van Cocagne. Middeleeuwse fantasieën over het volmaakte leven (1997), Anna Bijns, van Antwerpen (2011), en nu Oefeningen in genot. Liefde en lust in de late middeleeuwen

Geen #MeToo-tijdperk, de middeleeuwen. Vrouwen stonden machteloos en waren rechteloos.

“In de hogere kringen was het een volkomen aanvaarde gedachte dat je beter met je verkrachter kon trouwen dan helemaal niet. Als een meisje in een verhaal wordt geschaakt – en dus verkracht – moet ze maar trouwen met haar verkrachter. Dat was het handigste; anders zou ze een hoer zijn. Die verkrachter krijgt dan een geldsom van de familie van de vrouw, omdat hij, de echtgenoot, valselijk is beschuldigd van verkrachting.

“De christelijke huwelijksmoraal gaf aanleiding tot verkrachting. In de Bijbel dient het huwelijk voor de voortplanting én voor de ‘demping’ van lusten. Er is sprake van een ‘huwelijksschuld’ voor beiden. Ze zijn evenwaardig, man en vrouw, ze hebben recht op elkaars lichaam. Maar in de praktijk eist de vrouw dat recht minder vaak op. Voor de man wordt het een vrijbrief voor verkrachting in het huwelijk.

“Het vergoelijken van verkrachting, seksueel actieve vrouwen een slet noemen: het zijn geen verschijnselen uit een ver, onbeschaafd verleden. Die mannendroom, dat wensdenken, is door de jaren heen hardnekkig geweest, van de klassieken tot nu.

“Pas nu wordt dergelijke slutshaming aan de kaak gesteld. Je vraagt je af waarom dat zo lang heeft geduurd. En dan nog. Je kunt Harvey Weinstein, een beest van een man, vervolgen en opsluiten, maar het probleem zit dieper. Ik moet altijd denken aan het liedje van Doris Day, ‘A Guy Is a Guy’. De man wordt verontschuldigd – hij kan zich nu eenmaal niet inhouden.

“Die gedachte is hardnekkig. Als erotische fantasie, in fictie, zie je dit idee in elk tijdperk terugkeren, in verschillende culturen. Ook als verkrachting niet wordt vergoelijkt, gaat het wel over de fascinatie ervoor, als angstbeeld, schrikbeeld of verboden fantasie. Zoals in de recente film Elle van Paul Verhoeven, met Isabelle Huppert. Daarin zie je een vrouw die geïntrigeerd is door haar verkrachter en hem bespiedt. In de debuutfilm van Halina Reijn, Instinct, raakt een behandelend psychologe in de ban van een manipulatieve zedendelinquent.

“Telkens weer zien we seks als een allesverslindende kracht die de rede en de wil te boven gaat. Waarom? Wat is dat dan voor kracht? Deze archetypen bevallen me niet. Ik wijs ze aan maar ik heb de antwoorden niet.

“Wat me ook dwarszit, is dat ik niet houd van de gedachte dat er ‘niets nieuws onder de zon is’. Dat vind ik een tegeltjeswijsheid, van mensen die het verleden gebruiken om geruststellende constanten aan te wijzen. Er is wel degelijk voortdurende verandering en vernieuwing. Toch lijken sommige menselijke patronen, of aannamen daarover, onuitroeibaar.”

Er werd meestal uit mannelijk perspectief geschreven. Toch waren er ook invloedrijke schrijfsters. Anna Bijns bijvoorbeeld, over wie u een biografie hebt geschreven.

“Zij was een bijzondere vrouw: geëmancipeerd, getalenteerd en voor niemand bang. Ze was openlijk fel anti-luthers. Zo vroom als zij was, schreef ze onverbloemd over de liefde, en het terugverlangen naar haar vroegere minnaar – vermoedelijk haar biechtvader. Ze beschrijft hoe zij samen hartstochtelijk alles deden wat God had verboden.

“Ook Christine de Pizan was een groot en bekend schrijfster. Net als Bijns vond zij dat man en vrouw gelijkwaardig waren. Maar dat gold niet voor seks. Beiden geloofden, als vrouwen van hun tijd, dat de vrouw fysiek minderwaardig was aan de man en daardoor labiel en zwak. Mannen hebben uitwendige geslachtskenmerken, daarom willen ze altijd seks. Bij vrouwen zijn de genitaliën niet uitgeklapt; zij is incompleet, een niet-afgebakken man.

“Maar deze twee schrijfsters hanteren een truc: ze noemen zichzelf een uitzondering. Ze beroepen zich op hun mannelijke kwaliteiten. Zij waren anders, net als vrouwelijke heersers zoals Jacoba van Beieren en Margaretha van Oostenrijk. Die konden wél besturen. Niet voor niets reden zij paard als een man, wijdbeens – net kerels.

“Dat zie je ook in onze tijd terug: machtige vrouwen, die hoog in de hiërarchie staan, hebben ‘ballen’.”

Herman Pleij, 'Oefeningen in genot. Liefde en lust in de late middeleeuwen', Prometheus, 434 p., 29,99 euro.Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234