Vrijdag 04/12/2020

Erik Neven, de superpooier van Luik

De criminele blitzcarrière van een Limburgse dakwerker

Met steun van de Italiaans-Luikse maffia kon de Limburgse dakwerker-cafébaas Erik Neven zich razendsnel meester maken van de Luikse hoerenbuurt. Neven pakte de zaak op een professionele manier aan, als een echte manager. Het kostte het Luikse gerecht de grootste moeite om zijn organisatie te ontmantelen.

Door Georges Timmerman

Het onwaarschijnlijke verhaal van Erik Neven, de Limburgse smooth operator die schijnbaar op zijn dooie eentje de hele prostitutiesector van Luik controleerde, staat uitvoerig beschreven in het deze week gepubliceerde jaarverslag Mensenhandel en -Smokkel van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR). Het 'dossier over salons in Luik', een van de geanonimiseerde casestudy's in het verslag, beschrijft de opgang en ondergang van Erik Neven, de superpooier van Luik. Mensenhandelaars zijn echte ondernemers geworden en prostitutienetwerken zijn steeds geraffineerder georganiseerd, zo besluit het rapport. Neven is de levende illustratie van die stelling.

Snelle Italiaanse pakken, een dure Duitse wagen, permanent in de weer met de gsm, druk-druk-druk. Neven gedroeg zich als een echte zakenman. Oké, toevallig verkocht hij geen computers of potjes confituur, maar het product seks. So what? We zijn toch allemaal grote mensen? Tijdens de gesprekken die de redactie enkele jaren geleden met hem voerde, toen hij nog op het toppunt van zijn carrière stond, presenteerde Neven zich graag als een eenvoudige jongen die het dankzij hard werken ver geschopt had. Hij was toevallig in de prostitutiesector gerold, vertelde hij. Eind de jaren negentig werkte hij als dakwerker. Op een dag moest hij in de Luikse hoerenbuurt een lek gaan repareren. Bleek dat de Nigeriaanse meisjes alleen Engels spraken, terwijl de Luikenaars alleen Frans kenden. Dus ging Neven zo'n beetje tolk spelen, om die meisjes te helpen. Waarna de meisjes met hun problemen naar hem begonnen te komen. En van het ene kwam het andere. Neven verkocht zijn café in Bilzen, investeerde de opbrengst ervan in Luik en groeide in geen tijd uit tot de koning van de Luikse prostitutiescene.

In de periode 1999 tot 2003 was Neven de manager van een omvangrijk netwerk, bestaande uit honderd tot tweehonderd meisjes, Albanese en Turkse pooiers, Nigeriaanse 'hoerenmadammen', Turkse en Belgische bodyguards en Italiaans-Luikse eigenaars van huizen en vitrines. In de loop van het onderzoek werd Neven herhaaldelijk aangehouden, maar ook dan bleef de organisatie zonder problemen functioneren. "N. werd driemaal in voorhechtenis geplaatst, maar bleef via zijn luitenanten vanuit de gevangenis telefonisch zijn prostitutiebusiness coördineren", leert het CGKR-rapport. "Hiervoor schakelde hij ook zijn advocaten in. Hij schreef vanuit de gevangenis bijvoorbeeld brieven naar zijn Nigeriaanse pooister om te laten weten dat de meisjes in geen geval verklaringen mochten afleggen aan de politie. Zijn hechtenis had geen enkel negatief effect op de werking van zijn organisatie."

Dat kon, omdat Neven de zaak professioneel had aangepakt. "Het systeem N. was opgebouwd vanuit een managementvisie", schrijft het CGKR. "Het was opgesplitst in verschillende domeinen, met telkens eigen verantwoordelijken. Er was een algemene directie, met daaronder verschillende ondergeschikte directiediensten. De administratieve dienst bestond uit een juridische eenheid, een eenheid voor de organisatie van het prostitutienetwerk en een ondersteuningseenheid." De juridische dienst beschikte over advocaten, van twijfelachtig allooi weliswaar (zie verder). Zij gaven juridische steun aan de organisatie en regelden de dossiers van de meisjes bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Daar lieten ze zich onder een valse naam inschrijven en kregen ze meestal het bevel het grondgebied te verlaten, waaraan ze geen gevolg gaven.

De afdeling werkorganisatie bepaalde welke meisjes in welk salon werden geplaatst en verzekerde een maximale bezetting van de vitrines. De ondersteuningseenheid stond in voor de politieke, justitiële en politionele ondersteuning via het leggen van contacten met personen uit die kringen, zoals bevriende flikken, magistraten en politici. De personeelsdienst had een eenheid personeelsbeheer en een bewakingseenheid. De eerste zorgde voor de aanwerving en het logement van de meisjes en controleerde de omzetcijfers van de meisjes, de tweede voor de beveiliging. Voorts bestond er een financiële dienst die de prostitutiegelden van de meisjes inzamelde, en een andere eenheid regelde de betaling van de huurgelden aan de huiseigenaars. Tot slot was er een technische dienst voor de herstellingen en renovaties van de salons.

De analisten van het CGKR bestudeerden het gigantische strafdossier over de organisatie-Neven, opgesteld door de toenmalige Luikse onderzoeksrechter Daniëlle Reynders (de zus van de MR-minister van Financiën) en ontdekten dat het prostitutielandschap in Luik in 1999 sterk veranderde. "Aanvankelijk werkten er in de salons alleen Belgische meisjes en meisjes uit de EU-landen. In november 1999 doken er plotseling veel illegale Afrikaanse meisjes op die geen woord Frans spraken. Vrij snel bleek dat hier een organisatie achter zat. Ze bezetten steeds dezelfde salons en die waren altijd volzet. Tegelijkertijd kwamen er ook vele Albanese en voormalig Oostblokmeisjes opdagen. Er ontstonden spanningen tussen de twee groepen, maar het kwam nooit tot een uitbarsting. De politie stelde het bestaan van een eigen systeem vast, dat geleid werd door de organisatie-N., naar de naam van de coördinerende toppooier. Het concept was het opzetten van een soort eroscentrum, vergelijkbaar met deze die in het buitenland bestaan, maar die volgens de ervaringen van de politie meestal in handen van de georganiseerde misdaad vallen."

De steile opmars van Neven was alleen mogelijk omdat hij samenwerkte met, en mogelijk heimelijk werd gesteund door de lokale Italiaans-Luikse onderwereld. Uit het strafdossier blijkt dat Neven uitstekende contacten onderhield met figuren die ook zijdelings opdoken in het onderzoek naar de moord op de Luikse PS-peetvader André Cools, die in 1991 werd neergekogeld op bevel van de criminele Italiaans-Luikse entourage van wijlen PS-minister Alain Van der Biest. Een van de zakenvrienden van Neven was bijvoorbeeld Rosario Santonocito, de uitbater van café L'Etoile du Sud, een berucht roversnest in Luik. Het café werd genoemd in diverse zaken van wapensmokkel en was eigendom van de Siciliaanse gangster Francesco Di Pasquale.

Neven hield zich trouwens niet alleen bezig met mensenhandel. Het Luikse gerecht deed ook een onderzoek naar zijn rol bij de heling van gestolen aandelen van de Siciliaanse maffia, een criminele specialiteit waarin ook de opdrachtgevers van de moord op Cools zeer bedreven waren. Neven en zijn trawanten waren van plan de buit te gebruiken om te investeren in L'Etoile du Sud. Volgens het CGKR "wilde een van de beklaagden in dit dossier van aandelenzwendel, een ongeletterde Siciliaan, samen met Neven een vennootschap oprichten voor het beheer van een bestaande bar in Luik, die een zeer kwalijke criminele reputatie van banden met grootbanditisme had. Deze beklaagde fungeerde als stroman voor de Siciliaanse maffia. Het café in Luik stond bekend als contactpunt en uitvalsbasis voor zware criminelen en allerhande smokkelactiviteiten zoals wapenhandel."

Een andere link met de affaire-Cools was Léon Lewalle, de gevallen topman van de verzekeringsgroep OMOB (inmiddels omgedoopt tot Ethias). In zijn gloriejaren wierp Neven zich op als zelfverklaard 'persattaché' van Lewalle en als tussenpersoon voor diens relaties met de media. In het kader van het onderzoek naar de moord op Cools kwam het Luikse gerecht destijds een gigantische fraude bij OMOB op het spoor. De toenmalige Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia dacht zelfs even dat ze het motief voor de moord op Cools in de OMOB-zaak moest zoeken. Tijdens zijn voorhechtenis in de gevangenis van Lantin werd de totaal gedestabiliseerde Lewalle vakkundig ingepakt door leden van de Italiaans-Luikse maffia. Later, toen zijn proces voor de correctionele rechtbank werd gevoerd, liet Lewalle zich al dan niet bewust inschakelen in diverse criminele projecten.

Voor juridisch advies deed Lewalle indertijd een beroep op advocaat Carmelo Virone, toevallig ook de toenmalige raadsman van Neven. Althans: een van zijn raadsmannen, want de advocaten van Neven vielen in de loop van 2003 één voor één door de mand. Eerst werd Virone aangehouden op verdenking van medeplichtigheid bij mensenhandel. "Tijdens zijn ondervraging begon advocaat V. de speurders te intimideren met bepaalde informatie uit het fraudedossier in relatie tot de familie van de toenmalige procureur", zo meldt het CGKR-rapport. Lees: Virone maakte gebruik van compromitterende informatie uit het dossier-Lewalle, over politieke sponsoring door OMOB aan MR-politicus Antoine Duquesne, de echtgenoot van de Luikse procureur Anne Bourguignon.

Een maand later was het de beurt aan advocaat Marc-Léon Levaux, een ex-gemeenteraadslid van de extreem rechtse partij Agir in Verviers, die eveneens werd gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid bij mensenhandel. Advocaat nummer drie ten slotte, Frédéric Bovy, werd twee maanden later betrapt op heling van documenten en kreeg 'paleisverbod' zodat hij niet meer kon pleiten voor zijn cliënt.

Het onderzoek naar Bovy begon toen bleek dat er twaalf pagina's uit het strafdossier van Neven spoorloos waren verdwenen, meer bepaald een pv over het onderzoek naar het vermogen van de man. De advocaat beweerde niets te weten, maar een huiszoeking op zijn kabinet bracht de verdwenen documenten boven water. Bovy beweerde dat Neven het stuk tijdens een zitting in het gerechtsgebouw in Luik doodleuk uit het dossier had gehaald en aan de advocaat had gegeven.

Een andere stunt van meester Virone was de manier waarop hij de Luikse substituut Jean-Louis Rasir te grazen nam. Virone slaagde er in om de magistraat samen met Neven aan dezelfde tafel in een restaurant te krijgen. Dat leverde Rasir een huiszoeking op in het kader van een onderzoek naar schending van het beroepsgeheim én een tuchtsanctie.

Neven is van opleiding industrieel ingenieur. Die wetenschappelijke achtergrond hielp hem naar eigen zeggen om zijn prostitutienetwerk te runnen als een echte manager, om maximale winst te realiseren. "Hij bood de (meestal Italiaanse) eigenaars van de salons veel geld aan om ze door hem te laten doorverhuren en liet de meisjes dan voor hemzelf werken", stelt het CGKR-rapport. "De meisjes moesten een toegangsprijs betalen voor een vitrineplaats, een bedrag dat kon oplopen tot 6.000 euro. Daarnaast moesten ze de helft van hun opbrengsten afgeven aan N. In verschillende gevallen moesten de meisjes een groot deel van de andere helft van hun inkomsten afstaan aan andere criminele betrokkenen van wie ze ook afhankelijk waren. Vroeger werden de salons traditioneel verdeeld in twee shifts van twaalf uur, waarbij de meisjes hun huurgeld betaalden aan de eigenaar of de verantwoordelijke die het pand beheerde. In het nieuwe systeem van de organisatie-N. werd een dag opgesplitst in drie shiften van acht uur, zodat er plaats was voor drie meisjes per vitrine. Alle vitrines moesten non-stop maximaal bezet zijn. Door de panden in eigen beheer te nemen, meer meisjes in te zetten en hen telkens veel meer dan het vroegere huurgeld te laten afdragen, kon N. zijn winst maximaliseren. Indien nodig, stuurde N. ook strafexpedities naar de salons."

Prostituees waren gewoon koopwaar voor Neven: hij kocht en verkocht tientallen Nigeriaanse meisjes. Voor 47.500 euro verkocht hij bijvoorbeeld een meisje aan een van zijn handlangers. Voorts zette hij een concurrentiesysteem op tussen de meisjes onderling. Elke dag kwam een van zijn luitenanten met een lijst van meisjes die op die dag mochten werken. Meisjes die niet genoeg opbrachten, verdwenen van de lijst. Aanvankelijk werkte de toppooier vooral met Afrikaanse vrouwen. Die ging hij meestal oppikken in 't Keteltje, een bekend en berucht café in het Antwerpse Schipperskwartier. "N. had ook contact met medewerkers van een Antwerpse actiegroep die opkomt voor de belangen van de Afrikaanse prostituees en vooral actief waren in dat café", meldt het CGKR-rapport, doelend op de vzw Ketelpatrouille. "De Antwerpse politie vertelde hun collega's wel dat ze goede ervaringen hadden met de actiegroep, maar de Luikse speurders wilden de leden van de groep er zelf over ondervragen. Daaruit bleek dat de actiegroep inderdaad contact had met N."

Neven had contact gezocht met de Antwerpse actiegroep omdat "hij geïnteresseerd was om een equivalent ervan in Luik op te richten, omdat er verschillende klachten tegen de stad Luik waren wegens het politieoptreden tegen de meisjes. Via de Afrikaanse meisjes hadden ze gehoord dat N. een goede reputatie had en hen hielp. Hij zorgde voor hun logement en gaf hen werk. In hun ogen was N. een pooier met een groot hart. In werkelijkheid zaten sommige van deze meisjes, die zich in de Luikse salons prostitueerden, nog steeds onder het pooierschap van hun Nigeriaanse 'madam', die nauw samenwerkte met N."

Blijkbaar zocht Neven naar een methode om de Ketelpatrouille te gebruiken als onderdeel van de contratechnieken die zijn bende gebruikte om het tegen hem gerichte gerechtelijke onderzoek te dwarsbomen. Eind 2002 liet hij zijn prostituees bijvoorbeeld een valse klacht indienen tegen toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne, de Luikse burgemeester en de Luikse politiecommissaris, wegens geweldpleging, systematische pesterijen en racisme. Hun advocaat was meester Virone. "De criminelen hadden de handtekeningen van een honderdtal meisjes tegen hun wil en zonder hun medeweten gebruikt voor de opstelling van een nepklacht tegen de politie", zegt het CGKR. "Dat heeft geleid tot een uitgebreid onderzoek tegen de politie, veel recherchecapaciteit gekost en was bedoeld om de politie te destabiliseren. Uiteindelijk bleek uit het verhoor van de meisjes dat ze er totaal niet van op de hoogte waren dat ze een klacht hadden ingediend en dat ze gemanipuleerd waren door N. en zijn criminele trawanten."

Sommige Afrikaanse vrouwen vertelden dat ze bijna gelijktijdig in Antwerpen, Brussel en Luik werkten. In Brussel waren ze actief in de Aarschotstraat, de prostitutiebuurt aan het Noordstation. Volgens hun verklaringen bestond er een flexibel samenwerkingsverband tussen het prostitutiemilieu in de drie steden. Later werden de Afrikaanse meisjes in de Luikse salons van Neven grotendeels vervangen door meisjes uit de Balkan en Oost-Europese landen, die onder controle stonden van Albanese pooiers. In het gerechtelijk dossier zit een werkfiche met interventies in de salons vanaf september 2001 tot juni 2002. In die periode werden 129 meisjes opgepakt, waaronder een Belgisch minderjarig meisje van zeventien jaar.

Officieel had Neven geen enkel inkomen, maar zijn prostitutieactiviteiten moeten hem een klein fortuin hebben opgeleverd. Zijn maandinkomen werd door een van zijn handlangers op 50.000 euro geschat. Uiteindelijk werden de salons van Neven gesloten op bevel van de Luikse burgemeester. De toppooier werd begin dit jaar door het Luikse hof van beroep bij verstek veroordeeld tot een celstraf van zeven jaar. De openbare aanklager had tien jaar gevorderd. Neven werd schuldig bevonden aan souteneurschap en mensenhandel. De rechtbank achtte het bewezen dat hij aan het hoofd stond van een criminele organisatie die tientallen meisjes voor hem liet werken in 29 bordelen in de Luikse hoerenbuurt.

Tien andere leden van zijn organisatie kregen straffen van zes maanden voorwaardelijk tot dertig maanden effectief. Advocaat Carmelo Virone kreeg drie jaar, waarvan de helft voorwaardelijk, en verloor zijn burgerrechten voor een periode van vijf jaar. De rechtbank beschouwde hem als de rechterhand van Neven. Advocaat Marc-Léon Levaux kreeg een maand wegens belediging van een politieagent. Zijn betrokkenheid bij de criminele organisatie kon niet bewezen worden. De rechter beval de onmiddellijke aanhouding van Neven, maar de Limburger zat toen al hoog en droog in het buitenland, naar verluidt in Senegal.

Op een dag moest dakwerker Erik Neven in de Luikse hoerenbuurt een lek repareren. De Nigeriaanse meisjes spraken alleen Engels, de Luikenaars alleen Frans. Neven speelde tolk, en groeide in geen tijd uit tot de koning van de Luikse prostitutiesceneOp zijn toppunt was Neven de manager van een netwerk met honderd tot tweehonderd meisjes, Albanese en Turkse pooiers, Nigeriaanse 'hoerenmadammen', Turkse en Belgische bodyguards en Italiaans-Luikse eigenaars van huizen en vitrines

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234