Donderdag 17/06/2021

InterviewEric Van Rompuy

Eric Van Rompuy (CD&V): ‘Wat bedoelen wij precies met: ‘Wij zijn het centrum’?’

Eric Van Rompuy. ‘Ik was gecharmeerd door de charismatische Leo Tindemans toen die in 1974 premier werd. Ik was een Tindemans-boy.’ Beeld Wouter Van Vooren
Eric Van Rompuy. ‘Ik was gecharmeerd door de charismatische Leo Tindemans toen die in 1974 premier werd. Ik was een Tindemans-boy.’Beeld Wouter Van Vooren

Met zijn memories Rebel met een missie blikt CD&V-politicus Eric Van Rompuy (71) terug op zijn politieke carrière. ‘Vandaag moet CD&V een dam vormen tegen extremisme en populisme.’

Toen Eric Van Rompuy in 1977 voorzitter van de CVP-jongeren werd, droeg hij een leren jekker. Vandaag is hij voorzitter van de CD&V-senioren en zit hij keurig in het pak. “Toch ben ik nog steeds dezelfde rebel”, zegt hij. “Daar werd ik me tijdens het schrijven van mijn memoires erg van bewust. In 2017 viel ik in de Kamer tijdens de begrotingsbesprekingen geregeld de toenmalige minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) aan. Ook al zaten we in dezelfde regering, toch had ik forse kritiek op zijn niet-gefinancierde taxshift. De zogenaamde kaaimantaks, die kapitaal in offshoreconstructies moest belasten, was een lege doos. De opbrengst werd geraamd op 540 miljoen euro, maar bracht hooguit 60 miljoen op. Tot grote ergernis van Van Overtveldt leverde ik daar striemende kritiek op. Op een bepaald moment riep hij: ‘J’en ai marre!’”

U was geen beoefenaar van de ‘rustige vastheid’ van uw oudere broer Herman Van Rompuy?

“Mijn dochter hoort soms van vrienden: ‘Is je papa echt zo boos?’ (lacht) In mijn privéleven maak ik bijna nooit ruzie, maar in de politiek heb ik geleerd: ‘Il faut être dangereux.’”

Dat is niet hetzelfde als gemeen zijn?

“Nee. Halverwege de jaren tachtig was de socialistische oppositieleider Louis Tobback gemeen. Hij noemde de christendemocratische premier Wilfried Martens ‘strontvlieg’ en ‘Caligula’. Ik viel ook politieke tegenstanders aan tijdens het parlementaire debat, maar nooit persoonlijk. Nu is zowat alles herleid tot één vraag met één antwoord, het format van Villa Politica. De voorbije jaren werd er zowel in het Vlaamse als het federale parlement veel te weinig gedebatteerd.”

Politiek is u met de paplepel ingegeven?

“Vader Vic was een christendemocraat in hart en nieren, maar had geen politieke ambities. Als doctor economische wetenschappen werkte hij op de studiedienst van de CVP. Hij droomde ervan professor te worden aan de KU Leuven, maar er waren amper vacatures. In 1957 kon hij als prof bedrijfseconomie aan de slag aan de pas opgerichte universiteit Lovanium in Belgisch-Congo. Ik zat in het derde leerjaar; Herman in het vijfde. Van de ene dag op de andere werden we ondergedompeld in een totaal andere beschaving. De witte proffen woonden op de heuvel en hadden allemaal hun eigen villa.”

Na één jaar moesten jullie al terugkeren?

“Het plan was dat we er zes jaar zouden blijven, maar vader kreeg een vorm van malaria. Ook mijn zus Anita en ik kampten met hoge koorts; we lagen zelfs een tijdje in het ziekenhuis. In de zomer van 1958 keerden we noodgedwongen terug.

“De Congolese onafhankelijkheidsstrijd maakten we niet mee, maar we waren wel getuige van de eerste schermutselingen nabij Leopoldstad. Ik keerde later nooit terug, Herman wel. Hij ging op zoek naar onze villa. Maar hij herkende niets meer, alles leek anders, met alleen nog verloederde gebouwen.”

U studeerde economie, net als uw vader.

“Ja, net als Herman en zus Anita. We kregen alle drie les van vader. Onze jongste zus Tine werd psychiatrisch verpleegkundige. Zij begon te militeren bij AMADA en is nog steeds actief bij opvolger PVDA.”

Had u daar ook kunnen belanden? In 1968 studeerde u in Leuven, waar veel Vlaamse studentenleiders lid werden van de extreemlinkse Studentenvakbond (SVB). Later zou die vervellen tot AMADA.

“Heel de strijd rond ‘Leuven Vlaams’ ging aan mij voorbij omdat ik niet op kot zat. De democratisering vond ik positief, maar dat ultralinkse communisme lag zowel mij als Herman niet. Wij engageerden ons bij de CVP-jongeren. Ik was gecharmeerd door de charismatische Leo Tindemans toen die in 1974 premier werd. Hij was een échte christendemocraat. Hij had een scherpe, rechtlijnige overtuiging. Hij lag ook vaak in de clinch met Wilfried Martens, die toen partijvoorzitter was. Maar als hij ging spreken, kwam hij warm en emotioneel over. Hij nam Herman aan als hoofd van de studiedienst, terwijl ik voorzitter van de CVP-jongeren werd. Wij waren Tindemans-boys.”

Eric Van Rompuy. ‘Wat bedoelen we precies met: ‘Wij zijn het centrum’? We moeten véél duidelijker durven zeggen wat onze standpunten zijn.’ Beeld Wouter Van Vooren
Eric Van Rompuy. ‘Wat bedoelen we precies met: ‘Wij zijn het centrum’? We moeten véél duidelijker durven zeggen wat onze standpunten zijn.’Beeld Wouter Van Vooren

Wijlen Johan Anthierens noemde u ‘de buikspreker van Tindemans’.

“Paul Goossens van De Morgen noemde me ‘het verwaand professorszoontje.’ (lacht) De CVP-jongeren hadden in die tijd grote autonomie in de partij. In de nasleep van mei ’68 werkten CVP-jongeren zoals Martens en Jean-Luc Dehaene aan frontvorming met de socialisten. Hun ultieme doel was: één progressieve partij. Wij vonden dat maar niets. Onder Tindemans konden we eindelijk de eigenheid van de christendemocratie herstellen.”

Wat is die eigenheid?

“De CD&V is een waardepartij met christelijke inspiratie. Onze positieve waarden zoals verbondenheid tussen mensen, samenwerking, verdraagzaamheid, dialoog en respect stonden lang onder druk. Tijdens de coronacrisis kwamen die opnieuw bovendrijven. Al is de samenleving intussen wel totaal veranderd. Het katholieke Vlaanderen werd pluralistisch en multicultureel; het platteland verstedelijkte. CD&V moest zich daaraan aanpassen en dat lukte niet zo goed.

“Rik Torfs zei ooit: ‘De christendemocratie is enerzijds-anderzijds.’ Hij zag de CD&V als een partij van het compromis. Ik debatteerde daar met hem over op tv. Niet veel later kreeg ik een brief van de toen hoogbejaarde Leo Tindemans. Hij schreef: ‘Eric, een partij van het compromis eindigt als een partij zonder opvattingen.’ Door telkens weer de synthese van links en rechts te maken, weet niemand nog waar wij voor staan. Wat bedoelen we precies met: ‘Wij zijn het centrum’? We moeten véél duidelijker durven zeggen wat onze standpunten zijn.”

Dat gebeurt nu te weinig?

“Op dit moment vertroebelt corona het plaatje voor alle partijen. Alexander De Croo (Open Vld) en Frank Vandenbroucke (Vooruit) zijn zowat de enigen die zich kunnen profileren. Maar de volgende maanden moeten wij, CD&V’ers, duidelijk uiteenzetten hoe wij willen dat onze samenleving evolueert. De digitalisering dringt nu heel diep door in ons bestaan. Ik vind dat echt niet gezond. Leven online bevordert enkel het individualisme.

“Op sociale media worden leugens nu waarheid en daarnaast wakkeren ze het extremisme aan. De politiek heeft daar geen vat op. Sommige politici misbruiken zelfs die sociale media om zich te profileren. Veel mensen weten niet meer wat waar of onwaar is. Ik vind dat een immens probleem. De CD&V moet de leiding van de gematigde krachten nemen in een samenleving die steeds meer gepolariseerd raakt. We moeten een dam vormen tegen het oprukkende extremisme en populisme. Waarom dienen wij Bart De Wever niet van antwoord als hij het smalend heeft over ‘gutmensch Angela Merkel’?”

Uw relatie met Wilfried Martens was niet zo goed als die met Tindemans.

“Als voorzitter van de CVP-jongeren liet ik twee van zijn regeringen vallen. De eerste keer in 1979 over het communautaire, de tweede keer over het sociaaleconomische. In 1980 pleitte ik op ons congres voor een beleid van saneringen. ‘CVP-ministers zitten niet in de regering voor zichzelf, maar om onze opvattingen te verdedigen. Denk niet dat jullie onvervangbaar zijn.’”

Dat klinkt als oppositietaal tegen uw eigen eerste minister.

“Ik voerde ook oppositie, want ik was het niet eens met het totaal ontspoorde begrotingsbeleid. De geschiedenis gaf me later gelijk.

“Wilfried Martens ging uithuilen bij Hugo Camps en noemde me ‘een demagoog’. Hij aanvaardde niet dat een anti-establishmentfiguur zoals ik hem het vuur aan de schenen legde. Maar bij de verkiezingen van 1981 leidden we onze grootste nederlaag ooit: we duikelden van 43 procent naar 31.”

Als uw partij die uitslag nu zou halen, was het groot feest.

“Zeker. (lacht) Toen was het tijdens die vreselijk treurige verkiezingscampagne echt ruzie tussen Martens en Tindemans. Wij, CVP-jongeren, kregen de schuld dat we verdeeldheid hadden gezaaid. Wilfried Martens is me altijd blijven verwijten dat ik hem verantwoordelijk stelde voor de groei van de Belgische staatsschuld. Toen hij premier werd, bedroeg de schuld 37 miljard euro. Toen hij in 1992 vertrok, was ze opgelopen tot 198 miljard euro. Die cijfers liegen niet. We zijn nooit vrienden geworden, al had ik wel respect voor zijn lange carrière. Met een aantal staatshervormingen hielp hij het huidige België in de plooi leggen. Toen ik in 2013 een openhartoperatie moest ondergaan, stuurde hij me een brief. Dertig jaar eerder had hij exact dezelfde zware operatie ondergaan. Zijn brief raakte me. Ik heb nooit de kans gehad hem te bedanken, want drie weken later stierf hij.”

null Beeld RV
Beeld RV

Eric Van Rompuy, Rebel met een missie, Lannoo, 240 pagina’s, 24,99 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234