Zondag 25/08/2019

Erbarmen voor de zondaars

Aartsbisschop Tutu over waarheid en verzoening in Zuid-Afrika

door Petra Quaedvlieg

Desmond Tutu

Uit het Engels vertaald door Jos Dohmen, De Bezige Bij, Amsterdam, 276 p., 699 frank.

'God heeft gevoel voor humor," schrijft aartsbisschop Desmond Tutu in Geen toekomst zonder verzoening, waarin hij terugkijkt op zijn tijd als voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Immers, hoe is anders verklaarbaar dat juist Zuid-Afrika een baken van hoop werd voor landen die verwikkeld zijn in een uitzichtloos conflict? "Wij Zuid-Afrikanen waren de meest onwaarschijnlijke club en dat is precies waarom God ons gekozen heeft," meent Tutu. "We waren een ongekend hopeloos geval." Maar zie, God zorgde ervoor dat de rest van de wereld nu zegt: "Kijk naar Zuid-Afrika. Zij hadden een nachtmerrie die apartheid heette. Die is geëindigd. Noord-Ierland (of welk land dan ook), jouw nachtmerrie zal ook eindigen. Ook voor jou is er hoop."

Volgens Tutu is vergiffenis de sleutel tot het oplossen van welk conflict dan ook op de wereld. Doordat Nelson Mandela, en met hem het Afrikaans Nationaal Congres, in staat was tot verzoening met de onderdrukker, konden er vreedzame onderhandelingen gevoerd worden en stortte Zuid-Afrika zich niet in een bloedige burgeroorlog. De Waarheidscommissie vormde daarbij het ideale compromis tussen een harde, Neurenbergachtige afrekening met de daders uit het apartheidstijdperk en collectieve vergetelheid van het gruwelijke verleden.

De Waarheidscommissie eiste, zoals bekend, dat ieder die de mensenrechten had geschonden de volledige waarheid vertelde en kon aantonen dat hij in opdracht of met goedkeuring van een politieke instantie had gehandeld. Wie daaraan voldeed, kreeg amnestie. Daders die niet aan de voorwaarden voldeden of gewoon geen amnestie aanvroegen, kunnen alsnog berecht worden. (Of dat laatste nu ook gaat gebeuren, is de vraag. Een deel van de ANC-top vreest dat een heksenjacht op zowel blanke als zwarte daders oude wonden zal openrijten.)

De Waarheidscommissie, zegt Tutu, zorgde zo voor 'restauratieve' in plaats van vergeldende gerechtigheid. In plaats van de daders op te pakken en te vervolgen - en daarmee een voedingsbodem te kweken voor frustratie en wraakzucht - creëerde de commissie de mogelijkheid om boete te doen door een publieke schuldbekentenis. Niet niks, vindt Tutu, wanneer je bedenkt dat familieleden van de daders vaak pas op de zitting voor het eerst hoorden dat hun man of zoon lid was geweest van een doodseskader of geregeld gevangenen had gemarteld.

Tutu gaat ver in zijn erbarmen voor de daders. Als diepgelovig mens vindt hij dat we onderscheid moeten maken tussen de daad en de dader, de zonde en de zondaar: de eerste moet je veroordelen, de tweede vergeven. Bovendien, gaat hij voort, "Jezus zegt dat er in de hemel grotere blijdschap is over één zondaar die berouw toont dan over 99 die geen absolutie nodig hebben."

Van een gewone sterveling is dat wel wat veel gevraagd. Het gaat niet om mensen die hier of daar een diefstalletje pleegden, maar om meedogenloze politiemannen die elektroshocks toedienden tot het slachtoffer dood neerviel of die een borst van een antiapartheidsstrijdster tussen de lade van een bureau klemden en dan de lade dichtramden. Onderscheid tussen de daad en de dader? Er is ook nog zoiets als persoonlijke verantwoordelijkheid en gerechte straf.

Tutu put uit de grootmoedige gebaren van vergiffenis van een aantal slachtoffers hoop voor de toekomst. Door vergeving, zegt hij, wordt de spiraal van wraak en weerwraak doorbroken en kan er een nieuwe samenleving worden opgebouwd. Deze 'restauratieve' gerechtigheid is volgens hem "karakteristiek voor de traditionele Afrikaanse jurisprudentie", die van oudsher in het teken staat van de typisch Afrikaanse ubuntu ('alles samen delen'). "Deze vorm van gerechtigheid," schrijft Tutu, "poogt zowel het slachtoffer te rehabiliteren als de dader, die de kans moet krijgen om opnieuw opgenomen te worden in de gemeenschap die hij door zijn overtreding verwond heeft."

In het slothoofdstuk, 'Zonder vergeving is er werkelijk geen toekomst', verhaalt Tutu van zijn pogingen deze boodschap te verbreiden in andere conflictgebieden in de wereld. Rwanda bijvoorbeeld. Hij bezoekt de kerk in Ntarama waar een massaslachting van Tutsi's plaatsvond en waar de lijken zijn blijven liggen als herinnering aan de genocide. Daarna bezoekt hij de overvolle gevangenissen. Hij schrikt van de abominabele levensomstandigheden van de gevangen Hutu's en wanneer hij president Pasteur Bizimungu ontmoet, waarschuwt hij hem: die gevangenissen zijn een tijdbom; op een dag zullen de Hutu's zich hiervoor wreken op de Tutsi's. Jullie moeten de spiraal van vergelding doorbreken, zegt Tutu, en overgaan tot vergeving, "want zonder vergeving is er geen toekomst".

Intussen is het de vraag of de vrede in Zuid-Afrika werkelijk het resultaat was van vergiffenis en verzoening en niet veeleer van een nuchtere afweging van de feiten door beide partijen. Het blanke regime zat economisch klem en moest hoe dan ook de poorten naar een multiraciale samenleving opengooien, wilde de blanken vooruit kunnen. Het ANC was niet in staat de vrijheid gewapenderhand af te dwingen. Bleef de onderhandelingstafel over. In zo'n situatie kon het ANC onmogelijk een oorlogstribunaal eisen dat zou afrekenen met de apartheidsleiders en hun veiligheidsdienaren. Tutu zegt het trouwens zelf: "Er zou geen onderhandelde vrede en dus geen nieuw, democratisch Zuid-Afrika zijn geweest wanneer de onderhandelaars aan de ene zijde erop hadden gestaan dat alle daders voor het gerecht werden gebracht."

De partijen waren van elkaar afhankelijk. Het ANC moest zorgen dat de machtige veiligheidspolitie zich niet tegen de nieuwe staat zou keren. De blanke regering moest voorkomen dat er alsnog een wrekende zwarte revolutie zou uitbreken. Een machtsevenwicht, daar ging het om. Dat Mandela daarbij optrad als de grote verzoener was niet alleen heel humaan maar vooral ook heel wijs.

Dat neemt niet weg dat aartsbisschop Tutu, zeker als voorzitter van de Waarheidscommissie, steeds het morele geweten van Zuid-Afrika was. Juist doordat hij voortdurend boven de partijen stond (soms tot ergernis van het ANC), had hij krediet bij alle lagen van de bevolking en werd er naar hem geluisterd. Wie Geen toekomst zonder verzoening leest, begrijpt meer van Tutu's persoonlijke, diepgelovige drijfveren. Tegelijk is het boek een uitstekende introductie tot het proces van de Waarheidscommissie, die in haar opzet uniek was in de geschiedenis.

'Er zou geen nieuw, democratisch Zuid-Afrika zijn geweest als de onderhandelaars aan de ene zijde erop hadden gestaan dat alle daders voor het gerecht werden gebracht'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden