Vrijdag 06/12/2019

'Er zullen echte tranen vloeien'

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, overal komt men deze zomer cameraploegen tegen. Al trekken sommige van die ploegen iets verder. De Kampioenen bijvoorbeeld trokken een kleine maand naar Frankrijk, voor ze terug naar België afzakten om er in de studio's van Videohouse hun vertrouwde kantine terug te vinden. Of een kopie ervan. Het origineel dat jaren in Studio 5 van de VRT stond, was deels opgestookt, een ander deel lag op een containerpark in Oostende. Maar wij troffen het gezelschap aan op een parking in Sankt Vith, in de Oostkantons, bij een wegrestaurant waar de filmploeg zomaar eventjes een neppompstation had opgetrokken. Er waren mensen nodig om de weg te versperren en te beletten dat toeristen er echt trachtten te tanken. In het verhaal zijn de vrolijke, voetballende vrienden nog zo'n vijftig scènes verwijderd van het zuiden van Frankrijk.

Jaak Van Assche zit achter het stuur en laat het roestige en ronkende minibusje waarmee hij de Kampioenen vervoert stuntelig stoppen. Hij heeft een gammel voertuig voor een prikje kunnen versieren. Aan de flanellen benen waarmee de leden van het gezelschap uit het busje strompelen kun je opmaken dat hij geen al te beste chauffeur is. "Nu moet ik een dagschotel hebben", kreunt Johny Voners. "En ik een chocomelk", kraait Herman Verbruggen. "En ik een aspirine," hijgt Danni Heylen.

"Cut!" roept de eerste regieassistent. En van alle kanten stormt er personeel op het gezelschap af. Het haar van Neroke wordt wat bijgekamd, de snor van Boma wordt wat bijgekruld en de pruik van Carmen wordt weer in de plooi gelegd. De wagen is speciaal voor de opnamen aangekocht en helemaal omgebouwd, legt Hans Oosterlinck van Catwalk Cars uit. Er is aan de techniek gesleuteld, zodat de bus kan slippen en bestand is tegen stuntwerk. Achterin zit een rookmachine die via een valse uitlaatpijp rook spuwt alsof het busje een fabriek op wielen is.

Bigger than life

De plannen om een film te maken over FC De Kampioenen dateren al van twintig jaar terug. Toen al wou Jan Verheyen de Kampioenen in Spanje laten spelen. Ook toen An Swartenbroekx met een idee voor een Kampioenenfilm kwam aanzetten had Stijn Coninx er wel oor naar. Maar het scenario dat ze schreef met haar levenspartner Guido De Craene werd door de voormalige producent Menuet van tafel geveegd. Nadien heeft Koen Vermeiren, in opdracht van Menuet, een nieuw scenario geschreven dat door de voltallige cast werd afgewezen.

Er kwam pas schot in de zaak toen de vaste tv-regisseur van de laatste jaren, Johan Gevers, samen met Hec Leemans, de auteur van de stripverhalen, opnieuw het idee oprakelde om de tv-helden bigger than life te maken. Dat was een maand nadat de laatste aflevering van de serie was ingeblikt. Intussen zijn de filmopnamen afgerond. "Ik ben er zeker van dat het een goeie film wordt", zegt Gevers nu, ook al werd hij enigszins buitenspel gezet.

Als je de acteurs ziet sloffen lijkt het alsof er een hoognodige plaspauze is ingelast voor de krasse knarren van een seniorenclubje. Hun personages zijn mentaal dan misschien niet geëvolueerd, toch zijn dit geen stripfiguren, maar mensen voor wie de tijd niet heeft stilgestaan. Gelukkig zijn de ze nog allemaal bij hun volle verstand. Een bende geweldige mensen: lief, geen kapsones en attent voor degenen met wie zij werken. De figuranten krijgen allemaal tijd en aandacht. En een fotomoment. Niets is de tv-sterren te veel. En dat terwijl zij wel doen wat zelfs de sterren van Cheers en Friends nooit vermochten: hun televisiesucces verplaatsen naar het grote scherm.

Al gaat dat niet zonder slag of stoot. Film is een ander medium dan tv, zo hebben ze intussen moeten ondervinden. Een van hen is An Swartenbroekx, die elk jaar harder moet werken om ons te laten geloven dat ze nog altijd datzelfde simpele, maar betweterige meisje is dat zich gezegend voelt met het gezelschap van een sullige en stuntelige echtgenoot die te dom is om te helpen donderen. An werd er samen met scenarist Bart Cooreman bijgehaald toen Johan Gevers en Hec Leemans alle acteurs voor hun idee gewonnen hadden. Swartenbroekx was altijd al voor de film te vinden. "Ik heb zo hard aan de kar getrokken dat ze mijn haren blond hebben moeten kleuren om al het grijs te verdoezelen", lacht ze.

Marijn Devalck was een van de tegenstanders en hij geeft dat toe: "Aanvankelijk voelde ik er niet veel voor. Het hoefde voor mij niet. Ik vond het genoeg dat we geschiedenis geschreven hadden op tv." Anderen dachten dan weer eerder aan een musical of een theatertournee. Een beetje zoals het gezelschap van 'Allo 'Allo dat heeft gedaan.

Menselijk drama

Een van de grootste opgaven voor de scenaristen was om de hele cast tevreden te houden. Er waren verschillende versies nodig voordat iedereen zich in het scenario kon vinden. "We hebben de teksten en de verhaallijnen met een apothekersschaaltje afgewogen. Mooi verdeeld, zodat niemand zich misdeeld voelde", zegt Gevers aan de telefoon. Hij is er niet bij in Sankt-Vith. Het werd geen sitcomverhaal waarin de personages zoals in de strips slechts één dimensie hadden. "Nee, het is een verhaal dat je 90 minuten moet kunnen boeien", zo legt Swartenbroekx uit. Ze zit op het terras van het restaurant dat tijdelijk is ingenomen als productieruimte. Het is ook de ruimte waar de acteurs even op adem kunnen komen. "Het is een verhaal met een spanningsboog. En vol menselijk drama. De personages delen allemaal in de klappen. Komedie is uitvergroot drama. Hoe meer je iemand pijn doet, hoe lachwekkender het wordt. Maar we zijn daarin wel ver gegaan. Je zult echte tranen zien."

De grote sterkte van FC De Kampioenen leek de herkenbaarheid, maar nu laten ze het vertrouwde voetbalveld achter zich, de lachband, de kantine en de interieurs die we al jaren kennen. Geen reden tot ongerustheid voor Swartenbroekx: "Ik denk dat de herkenbaarheid niet meer te maken heeft met het voetbalveld en het café, maar gewoon met die kopjes, die outfits, die typische karaktertrekjes. Ze blijven diezelfde pionnetjes. We moesten hen sowieso wegbrengen. Simpelweg omdat er na zoveel jaren echt geen verhaallijnen meer waren op en rond dat voetbalveld."

Franse tegenhanger

"Het is een klassiek fish-out-of-water-verhaal", ratelt Swartenbroekx voort. "En onderweg blijkt dat hun verhaal eigenlijk heel universeel is. Want in Frankrijk stoten ze op een ploegje dat een spiegelbeeld blijkt van onze Kampioenen: een team met een Franse Bieke en een Frans Markske en een Franse Xavier. Je hebt dat overal, een sloef, een betweter en het hele palet aan types. Dat vind ik een klein dubbel bodempje dat de kinderen misschien niet meteen gaan aanvoelen, maar dat je in een film wel kunt laten zien."

"Eigenlijk is de bus nu een beetje het lokaal", aldus Herman Verbruggen. "Het is de Vlaamse zekerheid die je meeneemt. Je kunt de Vlaamse arena verlaten, maar je moet het gevoel meenemen. Gaston en Leo hebben het destijds ook zo gedaan. Zij trokken helemaal naar Hongkong. Hun eigenheid was de chemie die ze met elkaar hadden."

Hij zegt het terwijl hij in het café achterover ligt op de stoel van Carina Smekens, hoofd van de schminkafdeling. Ze is er niet alleen om de gezichten te verzorgen, maar ook de gevoelige zieltjes.

Er blijken nogal wat onzekere mensen op en rond de set te lopen die veel zorg nodig hebben. Na het eten maakt Verbruggen zich zorgen dat zijn mondhoeken niet proper zijn. "Hier is het maar een hoekje, maar op het scherm is zo'n mondhoek al vlug een halve meter op een halve meter. Als je wat sla tussen je tanden hebt, dan lijkt het of er een hele krop tussen zit", lacht hij.

Carina is voorzichtig met de schmink. "Film is een veel gevoeliger medium dan tv. En vooral als je met een hypergevoelige Alexa-camera werkt. Je werkt met minder make-up. En je werkt harder aan de details."

Kleinere acteurs

Toen Gevers en co ook de VRT hadden overtuigd, diende er nog een productiehuis gevonden te worden. De keuze viel op Skyline, een gerenommeerd bedrijf dat zowel in de wereld van de film als de televisie zijn strepen had verdiend. Bedrijfsleider Eric Wirix had films geproduceerd als De indringer en De hel van Tanger, maar ook tv-series als Aspe en De Rodenburgs. De goeie faam van het bedrijf volstond niet om het Vlaams Audiovisueel Fonds mee aan boord te krijgen. Het agentschap werkt al jaren aan de merknaam 'Vlaamse film' en FC De Kampioenen werd blijkbaar ietwat te oubollig bevonden.

Gelukkig was er in de Vlaamse regering nog iemand die over een toverhoed beschikte zodat uit de kas van Screen Flanders toch de nodige steun rolde en er kon worden gedraaid. Met Johan Gevers als regisseur. Hij lag aan de basis van het project, had het mee geschreven en als regisseur van de serie was hij iemand die het met de hele cast kon vinden. Maar toen ze voor de filmcamera's stonden, bleken veel van de acteurs plots veel onzekerder. Weg uit de vertrouwde studio was ook weg van de vertrouwde manier van werken met veel repetitietijd, met vier verschillende camera's die tegelijk draaiden, waarbij je na iedere take het resultaat kon bekijken en nog een poging mocht doen als je niet tevreden was.

Herman Verbruggen is het vertrouwen in zijn eigen oordeel kwijt: "Bij filmopnamen moet je veel meer vertrouwen stellen in de regisseur, de cameraman en de eerste assistent. Zij bouwen een scène op, zijn bezig met licht, geluid, figuranten en allerlei gedoe, en het is wachten op de zon, op een vliegtuig en dan moet je opeens je ding doen. Je doet het één keer, twee keer en dan krijg je te horen: 'Oké, het is goed, we moeten voort.' Terwijl jij denkt: tijdens de repetitie was het beter. Maar hier ben ik niet degene die tevreden moet zijn over een take. Bij televisie kon je je veroorloven om te zeggen: 'Kan ik dat eventjes zien?' Maar als iedereen hier zijn mening te kennen wil geven, dan vertraagt het spel enorm."

An Swartenbroekx moet ook nog wennen: "Ja, het is anders. Het is een groter circus dat zich constant verplaatst en waar je een kleiner pionnetje in bent. Alles is groter geworden, terwijl jij zelf als acteur alleen maar kleiner wordt. Het heeft niet meer alleen te maken met hoe jij het zegt, hoe jij het doet. Je bent van veel meer afhankelijk. Veel meer van het licht, het geluid, het weer."

Johan Gevers herinnert zich dat ze hem bij Skyline waarschuwden dat een film maken nog iets anders was dan een tv-serie regisseren. "Ik zei: het blijft toch voornamelijk een verhaal vertellen met beelden. Maar ze wezen op het verschil. En dus drong ik er op aan om me met goeie mensen te omringen. En dat deden ze ook: ik kreeg de perfecte ploeg."

De lat te hoog gelegd

Een jonge, dynamische filmploeg die wist dat er af en toe gevlamd moest worden, als ook de vele stunts in de draaitijd van 38 dagen ingeblikt moesten zijn. Terwijl Gevers het ritme van de grap wou volgen. "Komedie is timing, daar heb je tijd voor nodig", zegt hij aan de telefoon. "Toen we de serie deden, hadden we tijd om te repeteren, te zoeken naar grappige pointes. Nu hadden we vooraf ook wel gerepeteerd, maar dan kom je op al die locaties en die inspireren ook. Waardoor je weer van alles wilt uitproberen. Maar de tijd is er niet meer. En zo groeit de frustratie."

Ook doordat het weer tegenzat. Ironisch eigenlijk, want het verhaal was precies omwille van het weer grotendeels in het zuiden gesitueerd. Geen onbelangrijke factor als je een film draait die zich voor 85 procent buiten afspeelt. Maar het was wachten op momenten dat de zon scheen en de regen niet viel. Na enkele weken moesten er al twee dagen toevoegd worden aan het draaischema. En dus werd er ingegrepen.

Gevers had de lat zo hoog gelegd, dat hij er zelf niet meer over kon. "Ik schrok ervan toen ik op de filmset stond dat het zo'n grote machine was dat er geen ruimte meer was voor improvisatie, voor de inspiratie van het moment", zegt hij. Ontgoocheld zette Gevers een stap opzij. "In onderlinge overeenstemming", werd er gezegd. "Dat klopt," zegt ook Gevers. "Al heb ik niet met volle goesting de teugels uit handen gegeven. Dit was mijn baby'tje, ik had er twee jaar aan gewerkt en het smaakt dan ook een beetje zuur en wrang dat ik de rit niet tot het einde heb kunnen uitmaken."

Maar van ruzie is er in ieder geval geen sprake. "Ik heb vooral de keuze gemaakt in het belang van de film," zegt hij. "Ik vind dat het een positief verhaal moet zijn. De cast verdient dat."

Gevers hield zich verder bezig met de second unit - de ploeg die bijkomende beelden draait, vaak zonder de acteurs - en verleende advies waar het nodig was. Producer Eric Wirix nam de regie over. Het duurde niet lang of hij had een eigen regisseursstoel met zijn naam erop.

Draaien voor de baas

Niet alleen voor de acteurs was het eventjes wennen. Plots stonden ze met de grote baas te draaien. Het was alsof Roger Vanden Stock trainer van Anderlecht zou worden. Of nee, alsof Jan Eelen op de set van De ronde plaats zou maken voor Wouter Vandenhaute. Ook een enigszins manke vergelijking, omdat Wirix, die van opleiding advocaat is, het filmmilieu door en door kent. En hij weet ook wat regisseren is. Hij blikte in het verleden verschillende afleveringen van Aspe in. Maar als regisseur heeft hij met komedie geen ervaring. "Wel als coscenarist en producer", zegt hij, wanneer we 's middags aan tafel bij hem aanschuiven, waar hij net als de hele ploeg op het terras van een vlugge lunch geniet. "Ik heb de reeks Alexander met Herman Verbruggen gemaakt en samen met Guy Mortier Suske en Wiske en de Texasrangers geschreven."

In ieder geval, hij is een man die geen risico's schuwt. Hij draaide Salamander met Frank Van Mechelen, dezelfde man met wie hij ook Groenten uit Balen deed. "Dat vond iedereen een slecht idee, maar toen de film er was, was er bij pers en publiek unaniem enthousiasme." Met andere woorden, een beetje tegenwind kan hem niet deren. En bovendien was hij de ideale invaller. Hij kende het project door en door en was meteen beschikbaar. "Je kunt een heel begaafde regisseur vinden, maar misschien wil die er iets van maken wat het niet is. Je mag ook geen regisseur nemen die het laat bij wat het is op televisie."

De film moet méér zijn dan een veredelde aflevering van de serie. Dat vindt ook Loes Van den Heuvel. Ze is moe. Ze heeft een drukke draaidag. En wanneer ze even niet op moet, kan ze niet vlug uit haar zware pruik stappen, "die aanvoelt alsof ze twintig kilo weegt". Nero zit ook op haar schoot, maar die voelt ze niet. "Zo'n braaf beestje. Het is mijn vierde al. De vorige kon de stress niet meer aan. Eigenlijk is het een meisje. Zie je, in film kun je mensen alles wijs maken," lacht ze.

De hoge hakken gaan wel uit en maken plaats voor platte sandalen. Maar ook de hele ijzerwinkel waarmee Carmen zich zo graag versiert, moet blijven hangen. Loes kreunt onder het gewicht van de versiering. Ze moet de hele dag paraat zijn, want vandaag staat haar personage centraal. De Kampioenen vertrekken met het busje en laten Carmen achter. Tot haar grote consternatie.

Loes: "Ze is te lang blijven plakken op het wc (lacht). En de bus rijdt door. Eerst merkt niemand dat ze niet mee is. Terwijl ze natuurlijk een figuur is waar je niet makkelijk naast kijkt. Ze zal dus heel wat moeite moeten doen om weer bij de groep te komen. Onderweg ondergaat ze een transformatie. Ze komt zichzelf tegen. Het is dus een verhaal met een dubbele laag. Normaal heb je daar de tijd niet voor op tv. Je hebt een paar misverstanden en die worden weer opgelost en that's it. Maar een film laat ruimte om dat menselijke erin te stoppen. En daardoor ga je tegelijk wat verder weg van de slapstick en de karikatuur. Goeie zaak, vind ik. Je moet risico's durven te nemen. Anders gebeurt er niets, zit je in de herhaling van de herhaling van de herhaling."

Colletje het varken

Jaak Van Assche, die ook even op adem komt, is het helemaal met haar eens. Hij vindt het geen probleem dat de Kampioenen uit hun vertrouwde wereld vertrekken. Hij weet natuurlijk waarover hij het heeft. "We hebben de fout destijds met De Collega's gemaakt. In De Collega's maken de brug zaten we opgesloten in hetzelfde kantoor waarin we al de hele serie zaten. Hier gaan we wel voor verandering. Het is echt een roadmovie, het landschap verandert voortdurend, de film zit vol effecten, er komen enorm veel stunts in. Er zit ook zo'n beetje een knipoog in naar de strips, vind ik. Dat vind ik positief voor de kinderen, een belangrijk deel van ons publiek dat we niet mogen vergeten."

Klein en groot zullen ook gecharmeerd zijn door Colletje, het varkentje dat Fernand heimelijk in de koffer van zijn roestige rijtuig heeft gestopt om er truffels mee te zoeken in de Provence. Het bevallige dier is een Gottinger, zo legt Walter Verhoeven uit. Een ras dat helemaal geen neus voor truffels heeft. "Bovendien maakt men in de zoektocht naar truffels tegenwoordig geen gebruik meer van varkens. Die peuzelen zelf te graag de gevonden lekkernijen op, in tegenstelling tot de honden die nu worden gebruikt."

Billy, zo heet het varken in het echte leven, is slechts een van de vele dieren die Verhoeven tot de dierenstal van zijn Animal Star Maker kan rekenen. Ook de Nero van Carmen is zijn protegé, net als de Joepie uit Van vlees en bloed of Bobbie uit de musical Kuifje. Zelfs de wolf uit Dossier K heeft hij getraind. Billy is nog een jong dier. Boma blijkt niet zo gesteld te zijn op de aanwezigheid van een varken. "Al was het Miss Piggy die ging dansen in de Moulin Rouge, ik wil geen varken in de wagen," schreeuwt hij.

Er is ander gezelschap dat hem meer bevalt. Een jong meisje. Al heeft die meer aandacht voor Ronaldinho dan voor hem. Wanneer Niels Destadsbader op de parking aan het uitpakken is met wat hij allemaal kan met een bal, rolt die bal plots in haar richting. Ze geraken aan de praat en ze vertelt dat ze ook in de Provence wil geraken. Om er druiven te gaan plukken. Boma komt erbij staan terwijl hij een broodje met salami aan het verorberen is. "Hewel prinses," zegt hij met volle mond, "dan moogt gij ook eens mijn druiven komen plukken."

"U bent wijnboer of zo?", vraagt ze.

"Nee, dat is onze voorzitter."

"Gewoon een boer dus...", reageert ze.

Het lijkt alsof Joyce Beullens al helemaal op haar gemak is. Niels Destadsbader was erbij op de casting. Hij mocht zijn bal naar vijftien verschillende meisjes rollen. "Er moest een klik zijn. Naast, maar ook op het scherm", legt hij uit. Maar toen Joyce - een VTM-gezicht van Kzoom - op de set kwam, twijfelde ze er eventjes aan of die klik zou volstaan. "Ik ging dood de eerste keer", giechelt ze. Guitig. "Op de audities was ik veel minder zenuwachtig. Maar dan kom je op de set en daar staan ze, de Kampioenen. De rasacteurs. En ze staan te kijken van: allee, en doe nu maar! Ja, het was een natte onderbroek (lacht). Van de zenuwen, hè," lacht ze verontschuldigend. En tatert meteen verder: "Maak daar niet meer van dan het was. Drie druppels, maximum. Nee, dat gaat wel weg, die zenuwen. Mocht het blijven duren, het zou niet goed zijn voor mijn wasgoed."

De massa naar de kassa

Al zou het best kunnen dat ze straks iemand heeft om voor haar de was en de plas te doen. Als de film helemaal door het dak gaat. Marijn De Valck denkt aan een miljoen toeschouwers. "Als je iets doet, dan moet je ambitieus zijn. Minder zou een ontgoocheling zijn."

Feit is dat je met 400.000. toeschouwers een kolossale hit hebt in België. "Wij komen in een rij van komische films gaande van Oesje - om van Koko Flanel en Hector nog te zwijgen - over Zware jongens, tot Gaston en Leo in Hong Kong. In die rij moeten wij een plaatsje zien te vinden," zegt Eric Wirix, die geen concrete cijfers wil en kan noemen als het over de kostprijs van de film gaat. "Ik kan nog niet zeggen waar we gaan uitkomen. Het zal geen vier miljoen zijn, maar we zitten in ieder geval boven de drie miljoen."

Jaak Van Assche is er rotsvast van overtuigd dat de massa zal komen: "Telkens als de afleveringen van het nieuwe seizoen af waren, werden er een of twee afleveringen geprojecteerd in Kinepolis. Die tickets waren in een of twee dagen uitverkocht. De computer van Kinepolis in Kortrijk is ooit gecrasht door de belangstelling. Daarom dat ik toch de nodige impact verwacht. Ik had altijd één vrees en dat was dat het te veel een veredelde aflevering van de serie zou worden. Maar dat is het volgens mij toch niet, hoor. Er zit heel veel in. Het is echt een film."

"Als ik er niet van overtuigd was dat hij goed zou worden, dan had ik hem niet gedaan", beklemtoont Devalck, die korte tijd later zou aankondigen dat hij stopt met acteren. "Het is een perfecte afsluiter van heel die cyclus van 21 jaar FC De Kampioenen en een mooie kers op de taart."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234