Zaterdag 28/03/2020

'Er zitten twee mensen in mij, en soms gaan die met elkaar in gevecht'

Er zijn mensen die alles kunnen. Marc Didden (63) is niet alleen film- en documentairemaker, scenarist, acteur, journalist en columnist in deze krant, maar gaat vanaf volgende week ook de eeuwigheid in als auteur van 'Hugo Claus, een hommage'. Een mooie, lange liefdesbrief aan de meester. 'Dit was een van die dingen die ik nog moest doen.'

Waarom hebt u het boek geschreven als een soort brief?

"Ik wilde niet in de weg lopen van de specialisten, de echte gravers in het werk. Sinds ik Hugo Claus leerde kennen, heb ik van hem gehouden. Van het totaalpakket: de schrijver én de mens, voor mij hoort dat onontkoombaar samen. Om die reden heb ik in De Morgen over hem geschreven. En naar aanleiding van dat stuk werd mij gevraagd of ik het niet wat breedvoeriger wou doen. En nu is er dit boek, met daarin alles wat ik hem nog wilde zeggen.

"Ik ben door zijn echtgenote Veerle kort voor zijn dood uitgenodigd op een etentje bij hem thuis, samen met een select gezelschap van grote geesten, wat mij dan toch enigszins intimideerde. Bovendien had ik een voorgevoel. Ik wou niet een laatste keer eten met Hugo Claus. Dus heb ik als een ongelooflijke boer vrij laat nog afgebeld. Veerle zei nog, wervend: 'Maar Marc, het is kreeft.' Ik ben niet gegaan.

"In deze honderdveertig pagina's heb ik alles opgeschreven wat ik nog wilde zeggen. En nu ga ik zwijgen. Ze hebben mij al her en der gevraagd om een lezing te geven. Ik ben dan telkens vereerd, maar ik ga dat niet doen. Ik ben geen Clauskenner. Zijn werk heeft mij niet nodig."

Vindt u het niet jammer dat u dat afscheidsetentje aan u voorbij hebt laten gaan, dat u 't hem niet hebt gezegd toen hij er nog was?

"Niet echt. Hij wist wel wat ik van hem vond. Bovendien was Hugo Claus een bescheiden man die niet over zijn eigen werk sprak; hij praatte liever over voetbal, muziek, boksen of het songfestival. En ik vond het zo prettig om dit te schrijven, een mens mag af en toe wel eens met wat meer woorden zeggen dat hij iemand graag ziet. Ook al ben ik niet meteen van plan om volgende week de geest te geven, ik merk toch dat ik dingen aan het afwerken ben. Dit was zoiets wat nog moest gebeuren."

Afwerken? Op uw drieënzestigste?

"Ik word ouder. Ik wil nu doen wat ik altijd al graag wou doen. En ik wil plaats maken in mijn overwoekerde werkkamer. Van nature bewaar ik alles. Ik heb nog programmaboekjes van toneelvoorstellingen uit 1964. Ik heb geen kinderen, dus ik vraag me toch af wat er na mijn dood bijvoorbeeld zal gebeuren met die vierentwintig platen van een popgroep die verder niemand kent? Dus geef ik dingen weg. Aan neefjes die bepaalde boeken mooi vinden, bijvoorbeeld."

U gebruikt meer dan honderd bladzijden om uit te leggen waarom Claus naast Shakespeare en Elvis mag staan. Kunt u dat voor de gelegenheid korter samenvatten?

"Ik hou ook veel van Bob Dylan, maar ik ben onvoorwaardelijk fan van deze drie. Bij Elvis begreep ik het opeens, vijftig jaar geleden, toen ik zijn 'Heartbreak Hotel' op de radio hoorde, op een zaterdagmiddag. Ik dacht: dit is zoveel straffer dan veel andere muziek, dit doorboort mijn ziel.

"Ook bij Shakespeare heb ik dat dankzij een paar voortreffelijke leraren gevoeld: dit is larger than life. Toen ik mijn eerste voorstelling bij The Royal Shakespeare Company in Londen zag, was ik compleet van de kaart.

"En dan kwam Hugo Claus. Ik zag zijn foto op de cover van Elsevier, en ik was meteen geïntrigeerd. Vlaamse schrijvers, dat waren voor mij brave mensen met ringbaard en pijp die vertelden over het leven hier, mannen als Ernest Claes en Felix Timmermans. En opeens stond daar een heer in smoking, met een glas champagne in zijn hand en een prachtige vrouw naast hem. Dat was nog eens wat anders dan directeur van de bibliotheek van Balen zijn. Pas later heb ik ook zijn werk leren kennen. De dingen in totaal verkeerde volgorde gelezen. Eerst gedichten die nog te moeilijk waren, later romans.

"Een vriend van mij had een gesigneerd exemplaar van Omtrent Deedee. Zijn vader had het van Hugo Claus zelf gekregen, als werknemer van een hotel waar de schrijver verbleef. Ik vond dat ongelooflijk. Nog later ben ik in het theater naar Vrijdag gaan kijken. Toen wist ik het helemaal zeker: deze man verdient al mijn liefde en al mijn aandacht. Ik geloof niet dat er een werk van hem bestaat dat ik niet in mijn bezit heb. Zo ben ik wel: als ik eenmaal fan ben, dan is er veel nodig om mij van die passie weg te houden."

U moest hem niet ontmoeten om weg van hem te zijn?

"Nee, al was het magisch om dat later te mogen meemaken. De eerste keer dat ik hem zag, heb ik niet met hem gesproken. Ik werkte als student in een boekwinkel, en hij keek door het raam naar binnen. Pas later zou ik de kans krijgen om hem echt te leren kennen.

"Ik hield erg veel van theater en ik wou een toneelopleiding volgen. Niet om acteur te worden, ik had en heb nog geweldig veel last van podiumangst. Ik zou toelatingsexamen gaan doen op Studio Herman Teirlinck, maar de dag zelf durfde ik niet. Op het RITS kon je destijds regie en dramaturgie studeren. Nog een heel gedoe geweest om te worden toegelaten, want ik had geen diploma van de humaniora, niet geslaagd voor wetenschapsvakken. De grote Rudi Van Vlaanderen heeft toen gezegd: 'Er zit iets in jou, en om te regisseren moet je niet veel scheikunde kennen.' Ik mocht lessen volgen, op proef. Toen ik slaagde voor de kandidaturen, verviel het probleem, want in die tijd verving een hoger diploma een lager.

"Ik vond de opleiding heerlijk: in het donker zitten en kijken, veel lezen, weinig zeggen. Op het einde moesten we een stage doen. Ik was ambitieus: ik wilde stagiair worden bij Hugo Claus. Mijn docent kende hem, en heeft dat toen voor mij geregeld.

"Ik vergeet nooit het moment waarop hij die ruimte in de Amsterdamse schouwburg binnenstapte. We spreken begin jaren zeventig. Hugo Claus op het toppunt van zijn glorie, met zonnebril en in een typisch Amsterdams hemd kwam hij, rokend en met veel grootse gebaren, aanwaaien. Ik durfde mijn mond nauwelijks open te doen, maar ik was wel zes weken lang getuige van zo'n intiem proces als een repetitie. Dat mogen meemaken met iemand die je ongelooflijk bewondert, dat is onbeschrijflijk."

Zijn jullie toen vrienden geworden?

"Ik beschouw mezelf als een fran, een samensmelting van friend en fan.

"In die tijd was ik veel te schuchter om er alles uit te halen. Claus vroeg weleens of ik iets mee ging drinken, en dan weigerde ik, uit angst om te storen. Daar heb ik nadien spijt van gehad. Twintig jaar later heeft hij mij gevraagd om mee te spelen in Het sacrament. Ik kreeg geen hoofdrol, maar ik liep vaak genoeg door het beeld om veel aanwezig te mogen zijn op de set. Toen voelde ik me al veel meer one of the boys. Ik had op dat moment ten slotte zelf al drie films gemaakt en een carrière achter de rug als journalist.

"Ik herinner me dat ik hem in Gent eens tegenkwam toen mijn eerste film daar in de cinema speelde. Ik was vreselijk benieuwd naar zijn mening, natuurlijk. Terwijl ik me angstvallig stond af te vragen of hij me hoegenaamd nog herkende, zei Hugo Claus uit eigen beweging dat hij mijn film goed vond. Voor mij was er op dat moment al een missie geslaagd."

Het valt mij niet alleen nu, maar ook in uw columns en in uw documentaire Dikke vrienden op met wat voor onzekerheden u kampt. Misschien zit het zelfs op de rand van de zelfverloochening, hoe geestig u het ook verpakt.

"Zelfverloochening is wellicht een al te groot woord, maar ik begrijp de observatie wel. Ik ben erg bang voor pretentie. Als ik dat bij andere mensen zie, brengt mij dat in de war. Sommige artiesten zeggen schaamteloos: ik heb een goed werk gemaakt, en ze menen dat. Dat gevoel is mij totaal vreemd.

"Wat ook meespeelt: ik ben een man die meningen ventileert in De Morgen. Dan moet je ook af en toe de mat onder je eigen voeten durven weg te trekken."

Hebt u het gevoel dat het u soms hindert in het leven?

"Ja. Er zitten twee mensen in mij: de maker en de observator, en soms gaan die met elkaar in gevecht. Echt verlammen heeft het mij nooit gedaan, maar deuren dichtgehouden, zeker wel. Terwijl ik iets aan het creëren ben, word ik tegelijk mijn eigen heftigste criticus. Ik geloof niet dat grote kunstenaars als Jan Fabre of Michaël Borremans punten aan zichzelf geven of zich afvragen wat de mensen van hun werk zullen vinden. Ik maak het vaak genoeg mee dat ik iets verstuur en meteen denk: publiceer het alsjeblieft niet, want het trekt op niks.

"Ik heb zelfs ooit een film gemaakt, Mannen maken plannen, waarvan ik twee weken na de eerste draaidag dacht: ik stop ermee, dit wordt niks. Het probleem is dat zoiets zelfs bij een kleine film onmogelijk is. Er zijn al vijftig mensen geëngageerd, afspraken met de brandweer gemaakt om regen te komen spuiten... Ik kon niet meer terug."

Hebt u nooit overwogen om die kritische stem tot zwijgen te brengen en voluit voor het maken te gaan?

"Die mening zit nu eenmaal altijd klaar, daar valt niks tegen te beginnen. En ja, ik heb al vaak gedacht: laat dat je leven toch niet zo verpesten. Wat maakt het uit wat jij over societyfiguur x of y vindt? Ga toch in het bos wandelen, Marc! Maar ik kom daar even slecht onderuit als ik onder mijn gretige enthousiasme uit kom.

"Verder heeft die stem mij er niet van weerhouden om alles te maken wat ik wou maken. Want ik weet wel dat ik een beetje kan schrijven. Al van toen ik nog klein was en mijn opstellen werden voorgelezen in de klas. Net zoals ik heel goed weet wat ik niet kan: je zal mij niet gauw zien schansspringen of operette zingen of een thriller schrijven.

"En soms verdwijnt alle twijfel, zomaar. Ik was een tijdje geleden in Seoel omdat we met De smaak van De Keyser een belangrijke tv-prijs kregen. Ik moest een speech houden voor zesduizend mensen, en dat event werd live uitgezonden voor tweeëntwintig miljoen kijkers. Ik word op het moment suprême naar het podium geleid, ik tast in mijn zak naar mijn papier, en ik besef daar en dan: het ligt nog in het hotel.

"In plaats van tilt te slaan, ben ik opgegaan. Vóór mij kwam een boysband, een bende verwijfde Koreanen van een jaar of zestien die een liedje hadden gemaakt: 'I'm your man'. Dus ik ga voor de microfoon staan, ik kijk de zaal in en ik zeg: 'I'm your man', helemaal op de toon en met de maniertjes van die gastjes. Iedereen lachte. Dan heb ik kort gezegd wat ik te zeggen had, om af te ronden met: 'And remember: I'm your man'.

"Achteraf zei mijn vriend, de regisseur Frank Van Passel verwonderd: 'Dat jij zoiets durft?!' Ik kon alleen maar antwoorden: 'Ik durf dat ook niet, maar ik deed het wel.' Dat is óók wie ik ben."

Als ik nadenk over wie u bent, komt spontaan het woord 'melancholisch' aanwaaien. Slaat dat ergens op?

"Het overkomt me weleens dat ik een buslading bejaarde vrouwen uit de Kempen tegenkom die bij gebrek aan Bart Peeters vragen of ze met mij op de foto mogen, wat natuurlijk best geestig is. Zulke mensen zeggen altijd: we moeten zo met jou lachen op tv. En dan denk ik: ik ben eigenlijk nochtans een

triestige mens, dames.

"Ik cultiveer mijn weemoed nogal. Onlangs was ik in Londen en ik vond het daar veel te druk. Het was een vroege herfstdag, ik liep langs St Martin-in-the-Fields en hoorde daar een orgel spelen. Ik ging naar binnen, en daar was, op een koster na, niemand, behalve ik, wat zonlicht en die muziek. Ik vond dat een fantastisch moment, zo eentje waarop je denkt: en nu mag ik doodvallen, al wil ik zo'n uitdrukking eigenlijk in het vervolg liever niet meer gratuit gebruiken...

"Melancholie is niet iets waar ik last van heb. Ik vind het een aangenamere toestand dan extase, wegens minder vermoeiend. Soms kan ik moe worden van mezelf. Als ik weer eens een verhaal vertel tijdens een etentje, terwijl ik aan het gezicht van mijn vrouw zie dat ik dat al te vaak heb gebracht, bijvoorbeeld. Ik praat te veel. Soms erg vervelend."

Heeft die melancholie ook met eenzaamheid te maken?

"Ten diepste kan ik mij wel alleen voelen, ja. Meer alleen dan eenzaam, geloof ik. Want alleen voelt goed. Het is nodig om als mens des jardins secrets te hebben. Openhartigheid wordt overschat. Dat kan ik misschien ook maar zo zeggen omdat ik in de feiten niet alleen ben: ik versta mij goed met mijn vrouw, ik heb een aantal echte vrienden. Met hen kan ik het delen als ik een mooi schilderij of een sterke voorstelling zie. Die drang heb ik wel. Vandaar ook mijn behoefte om te schrijven. "

Wat is het belangrijkste dat u na al die jaren over uzelf hebt geleerd?

"Dat ik mijn hele leven het geestelijke overschat heb. Nooit genoeg sport gedaan, altijd gevonden: dat is iets voor uitslovers. En nu zit ik hier, met dit lijf, met deze wankele gezondheid. En toch hoop ik dat ik nog lang leef."

Wat is uw grootste angst?

"Zonder mezelf nu te willen afschilderen als een psychiatrisch geval, heb ik eigenlijk best veel last van angsten. Ik ben bijvoorbeeld erg bang dat ik zal verdrinken. En als mijn vrouw te lang wegblijft van een trip naar de Delhaize moet ik mij beheersen om niet naar de politie en de ziekenhuizen te bellen. Als ik mensen met net dat glas te veel op zie vertrekken op een feestje, ben ik nadien boos op mezelf omdat ik ze niet heb tegengehouden, en ik voel me pas gerust als er de dag nadien niks in de kranten staat over een ongeluk.

"Bang voor het noodlot, voor hoe dom en snel het gedaan kan zijn. Dat heeft een aantal praktische consequenties: ik probeer alleen te vliegen als het echt moet, in hotels vraag ik om een kamer op de laagste verdieping of kijk ik meteen waar de nooduitgangen zijn, en in de trein kies ik de wagon waarvan ik vermoed dat die het minst getroffen zal worden bij een crash."

Ik dacht het al bij het begin van het gesprek: de eindigheid der dingen houdt u bezig.

"Mijn vader is gestorven op zijn drieënzestigste, dus het heeft me dit jaar wel beziggehouden, ja. Als ik terugkijk op wat was, denk ik: het is geen negatieve balans. In mijn jonge jaren heb ik eens een lijstje gemaakt van de dingen die ik graag wou doen in mijn leven. Daar stond onder meer op: eens naar New York gaan, voor de Humo schrijven, een film maken, een boek uitbrengen en een goeie vrouw vinden. Ik was nog geen dertig en ik had dat al allemaal gedaan. Vanaf toen kon mijn leven al niet meer mislukken. (lacht)

"En nu vraag ik mij af: als ik verdwijn, wat blijft er dan over? Misschien een film en een paar columns? Dat zou al goed zijn."

Waar bent u het meest trots op?

"Op het scenario van Crazy Love, voor Dominique Deruddere. Daar klopt alles aan. En die film is in de hele wereld vertoond, zelfs Francis Ford Coppola vond 'm geweldig. Misschien ook wel op een paar van de stukjes die ik geschreven heb. Af en toe vertellen mensen dat ze zich door wat ik schrijf getroost voelden, of geïnspireerd, of uitgedaagd om iets te gaan bekijken of beluisteren. Daar ben ik blij om.

"Verder vind ik het ook goed dat ik die documentaire over mijn overgewicht heb gemaakt voor Canvas. Ik ben ook blij met De smaak van De Keyser. Ik kick niet op cijfers, maar het is toch prettig om te horen dat er bij momenten 1,9 miljoen mensen naar gekeken hebben. Als je daar boterhammen voor moet smeren, ben je wel even bezig.

"Ik ben ook trots op een paar Humo-interviews. Ik ben eens een kaartjesknipper tegengekomen op de Eurostar die me zei: 'Wat een geweldig gesprek met Warren Zevon was dat.' Waarop ik zeg dat dat een stuk uit 1976 was, waarop hij simpelweg antwoordt: 'Ja, en dan?' Geestig toch, zoiets. Tenslotte denk ik ook met veel warmte terug aan mijn jaren als docent op het Sint-Lukas, in Schaarbeek. Zo fijn om te doen. En al die jonge mensen van toen die nu goeie films, series en tv-programma's maken. Dat doet mij warm aan het hart."

Hugo Claus, een hommage, van Marc Didden, 144 pag., De Bezige Bij, € 17,95. Verkrijgbaar vanaf 15 maart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234