Zaterdag 19/10/2019

'Er zit sleet op, maar het frustreert me niet'

De schoonheid kan geweldig deugd doen, zegt Ever Meulen op zijn Ever Meulens: met een lachje. Zijn nieuwe boek is 'schoon'. Dat hij de Henry van de Velde Award ontving ook. De sneeuw op straat. 'Alleen de wereld wordt er niet mooier op', zegt hij dan. 'Er is echt iets mis met de wereld.'

Het is geen buikbandje, het is een kunstwerkje, en het zit rond Automotiv. Met één zinnetje op de achterzijde: 'Auto's tekenen is moeilijk, dat komt door die vier wielen.'

En dan is er die groene kaft. Een andere kleur was niet mogelijk. Ever Meulen (zo neemt hij ook de telefoon op, de tekenaar die eigenlijk Eddy Vermeulen heet) zegt het aan het einde van het gesprek zelf. "We hebben het nog niet over het groen gehad." Dat is zijn favoriet. Niet grasgroen. Ook niet fluorescerend. Het is geen groen dat doet denken aan zijn kindertijd in Kuurne. "Seafoam green", klinkt het voorzichtig. "Er moet een beetje grijs in zitten." Dat zie je hier in dit huis aan de zijkant van Brussel overal. Een huis uit 1938, sinds 35 jaar is het van hem ("Het is afbetaald", glimlacht hij), toen ze de witte verf eraf haalden, kwam overal dat groen naar boven.

Kijk rond: de bureaulamp, de oude - nog altijd gebruikte - jaren 70-telefoons van de RTT (die eerste met de vierkante druktoetsen), de keukenkasten. Op een verdwaalde groene post-it in zijn werkatelier een woord met potlood geschreven: zomergroen. "Ik ben ervoor gevallen toen ik er voor het eerst een auto in die kleur zag. Ergens op een bijeenkomst zag ik een oude Amerikaan. Het zal wel een Cadillac geweest zijn."

Hij zal straks Automotiv signeren met een klein tekeningetje. Een eenvoudige palmboom waarop sneeuwvlokjes vallen. "Dat is het mooie aan tekenen", zegt Ever Meulen, 67 nu. "Je kunt álles tekenen. Ook een wereld die niet bestaat." Dat klopt en in die definitie kun je nooit álles tekenen. Met potlood, in aquarel, met houtskool, een borstel of een profielpennetje kun je werelden blijven uitvinden. Maar in dit huis staan boeken vol tekeningen van Ever Meulen en in dit nieuwe boek nog eens 178 pagina's met auto's.

De expo loopt in De Loketten van het Vlaams Parlement. In het boek staan teksten van vrienden, en vooral veel teksten van hem. "In de achteruitkijkspiegel van mijn groene oldtimer zag ik de vele tekeningen uit de jaren zeventig en tachtig weer opduiken en onder in het handschoenenkastje vond ik mijn eerste kindertekeningen terug en mijn zelfgemaakte stripverhalen, alle met maar één motief: de auto", schrijft hij.

Daar zit kleine Eddy weer. Aan de keukentafel van zijn moeder en zijn vader Palmer Vermeulen; zij huisvrouw, hij 'chef gemeentewerken'. "Palmère, zo sprak iedereen dat uit. Hij droeg altijd een kepi. Palmer was een geestige mens, graag gezien, denk ik. Nu hebben ze op die dienst vijftien man, maar hij moest alles doen: de rioleringen controleren, de feestelijkheden, de nadar zetten voor Kuurne-Brussel-Kuurne." Artistiek talent had Palmer niet. Ook mevrouw Vermeulen niet, alleen op het einde van haar leven. Hij haalt zijn boek erbij, bladert en toont een zwart-witfoto van een ongetwijfeld groen smyrnatapijt. Daarop een uitgewerkte tekening van Ever Meulen, een Oldsmobile, gemaakt door zijn moeder. "Ze was toen 65. Ze stierf toen ze 68 was. Ik ben een bleekscheet en heb alles van haar. Ook fysiek. Fragiel, een dun velletje, weinig haar. Mijn vader was donkerder en had zwart haar. Zoals mijn broer Freddy. (lacht) Jaja, we zijn kinderen van na de oorlog: Eddy en Freddy. Mijn vader was gek van de Tommies." Van zijn broer vertelt hij dat die meer mensenliefhebber is. "Hij kan met iedereen praten en lachen." Hij niet. "Ik ben een stille, zoals mijn moeder."

Hij vertelt het om zijn jeugd te schetsen. Kuurne dus, vijf kilometer van Kortrijk maar, toch een verschil. "Den arrivée van Kuurne-Brussel-Kuurne ligt vlak voor mijn ouderlijk huis, ik zie het nog elk jaar op tv. Maar toen was het toch anders. Er passeerden auto's en grote camions, van Coca-Cola al, maar je zag de beschaving toch vooral passeren. Ze kwam voorbij. Zelf hadden we geen auto. We moesten met de fiets naar Kortrijk, voor mij een wemeling van allerlei boeiende dingen. Alleen al boekenwinkels. In mijn wijk in Kuurne bestond dat allemaal niet."

Een beetje overdreven zou je kunnen zeggen: de wereld wás er niet, dus moest iemand hem tekenen. De kleine Eddy Vermeulen. "Een snotaapje", zegt hij zelf. "Een beetje geïsoleerd. Teruggetrokken in de keuken." Maar kijk in dat boek, broer Freddy Vermeulen schrijft over het jaar 1957, toen in het weekblad Kuifje, nummer 37, een kort stripverhaal van Jean Graton verscheen. "De tekenaar van Michel Vaillant neemt twee enthousiaste lezertjes mee naar de Nürburgring, waar hij de Grote Prijs van Duitsland gaat volgen. (...) Die twee jongens, dat waren mijn broer en ik." En iets verder: "Eddy is sinds die dag in 1957 autotekenaar geworden, strips tekenen 'à la Jean Graton' was zijn droom." Al had hij al eerder, toen hij zeven was, een tekeningetje in Ons Volkske gepubliceerd gekregen en had hij toen hij negen was met 'De slag aan de Leie' een tekenwedstrijd in Kuurne gewonnen. "Die tekening hing in het bureau van de burgemeester, mijn vader was natuurlijk heel fier."

De hoofdonderwijzer schonk hem een profielpennetje. "Met echte Chinese inkt." Hele zomers tekende Eddy stripverhalen. Een plaatje uit 1958: onder het tekstblokje 'Dat is Kuurne' snelt een Kever voorbij de windmolen. "Zoek het pseudoniem in de vorige zin", lees je in het boek. Twee zomers later volgt De test, titel van een 'kort tekenverhaal' over een pompbediende. Op de cover een Amerikaanse slee, de pompbediende die 'Hello' roept, de tekenaar die nog Eddy Vermeulen heet. Al een jaar later is dat 'Eddie Vie', nog later wordt dat Ever Meulen. Vandaag heeft iedereen genoeg aan die gekrulde letter E als handtekening. "Ik ben altijd een beetje ambitieus geweest", lacht hij. "Een naam als Eddy Vermeulen, dat was zo banaal. Eddie Vie paste toen in die droom. Al was je toen als als je twaalf was nog echt een kind. Nu is dat anders. De gestileerde Ever kwam er in de jaren zeventig, toen ik voor Humo werkte. Op de TTT-bladzijden (toen de muziekpagina's van 'Humo', RVP) is die 'E' geboren."

Man van details

De deurbel. Hansje Joustra, volgens zijn kaartje 'editor in large' van uitgeverij Oog&Blik/De Bezige Bij, komt een doos boeken brengen. "Lekker lekker", zegt Ever als hij ze opent. Het jongste boek van Chris Ware zit erin, de grote Cowboy Henk. Zelf maakt Ever even zijn beklag over de binding van Automotiv. Hij valt niet helemaal open en dat is vervelend op dubbele pagina's.

"Ik ben een perfectionist", zegt hij nadien. "Maar ik weet het: niemand anders zal dat zien". Misschien klinkt perfectionist al bijna iets te negatief. Wat zijn huis zegt, is dat hij een man van details is. Kijk rond en zie alles netjes gerangschikt. Boeken, een vitrinekast vol auto's, het ingekaderde bidprentje van de jong overleden Humo-secretaresse Poesie, boven een vitrinekastje van 'Soie naturelle à coudre TUBOR' met op de ruitjes door hem geschreven wat erachter ligt: 'Pensioen!' en 'Mooie knipsels & Comix'. Tegen het plafond een tekendriehoek. Achter z'n rug een oude kopieermachine. Overal boekjes, kattebelletjes en op de hoorn van de telefoon in zijn atelier namen met nummers. Onder meer Mark en Jörgen, ex-hoofdredacteurs van Humo. Dat van Guy Mortier niet, dat moet hij van buiten kennen.

Het verhaal is bekend: terug uit zijn legerdienst ("Een van de enige momenten in mijn leven waarop ik een klein hartje had, omdat ik dacht: wat nu?") mocht hij op het bureau van de al even jonge hoofdredacteur van Humo langs. Dankzij Luc Guillaume, later Vankessel, de man van de jaren 80-hit 'Hotel Paradiso'. "Ik had tekeningen bij van Elvis en Frank Zappa en Guy vroeg me een portret van Bob Dylan. 'Maar hij moet er wel op lijken', zei hij."

Guy vroeg ongetwijfeld nog iets: "Kan het tegen morgen?" Zo heeft Ever Meulen altijd gewerkt. Met deadlines, tegen deadlines, tekenen en hertekenen. Af en toe een coup de force. "Het kon soms niet, maar voor Guy deed ik het altijd. Voor hem heb ik me altijd willen forceren. Eigenlijk heb ik geweldig veel geluk gehad dat ik hem ben tegengekomen. Guy is nog altijd mijn buddy. En het is de enige keer dat ik werk ben gaan vragen. De rest is altijd hier gekomen: Joost Swarte, Art Spiegelman..."

Wie vandaag Humo opent, vindt zijn naam nog altijd tussen die van de illustrators. Met Jeroom, Kamagurka, Herr Seele, Gummbah, Randall Casaer en Leo Timmers. "Maar het is zeker twee jaar geleden dat ik nog een tekening maakte voor Humo. Sam (De Graeve, RVP) was mijn laatste hoofdredacteur. De nieuwe heb ik nog geen enkele keer ontmoet. En misschien wil ik ook niet meer tegen de deadline werken. Ik ben 67. Een deadline is wel stimulerend, maar ik werk al heel mijn leven onder stress; 42 jaar in opdracht, me altijd ingeleefd in thema's die me werden opgelegd. Zowel voor covers als bij artikels. En dat was goed. Ik ben geen intellectueel, ik ben een tekenaar. Maar ik wil het anders nu. Nu maak ik tekeningen die ik wil maken. Voor Humo heb ik alles gedaan, ook voor de marketing: luciferdoosjes, zakjes met bloemzaad, noem maar op. Toen hadden ze nog geld. Maar vandaag betaalt niemand meer goed. Een cover tekenen voor een boek van Herman Brusselmans levert je 300 euro op. (lacht) En dan laat Herman me nog drie keer herbeginnen! Daar kan ik het niet meer voor doen."

Alles getekend

Toen hij met zijn vrouw deze week door De Loketten liep, genoten ze samen. Verwonderd. Ook wel door de aandacht. Dit gesprek is een van de vele en de telefoon gaat voortdurend. "Eddy-van-den-Humo", zoals zijn vrouw vermoedt dat hij toch vooral bekend zal blijven, zat in De kruitfabriek. Was 's ochtends, om 8 uur, zelfs in het radiojournaal. Hij kijkt op. "Echt? Ik heb het niet gehoord. Het is te druk geweest. Terwijl voor mij, als thuiswerker, de radio altijd mijn goeie vriend is geweest."

Thuiswerker, maar harde werker. Al typeert dat wie zich met zo'n overgave op dat werk stort: het voelde nooit zo aan. "Ik ben een gelukkig mens", zegt hij plots. "De schoonheid van de dingen kan geweldig deugd doen. Ik ben een estheet."

En die liefde voor schoonheid zit in alles. "Ik vind de zon op de besneeuwde straten mooi. En voetbal. Al ben ik helemaal geen voetbalfan, alleen een beetje van Anderlecht omdat mijn schoonvader Louis Smekens er ooit speelde. Maar als ik voetbal zie kan ik van die schoonheid genieten. De lijnen? Bedoel je Raoul De Keyser? Ja. Maar ook het spel. Een prachtige goal is fantastisch. Ik kan zo enthousiast worden van schoonheid. (beneden rinkelt iets) Zelfs van het geluid van de bel.

"Als ik nu die prijs krijg (de Henry van de Velde Award voor zijn loopbaan, RVP) dan verdien ik dat allicht. Als ik de expositie zie, dan denk ik: ik heb hard gewerkt. Het gaat allemaal om tekenen. Zolang ik teken, voel ik me goed. Pas als de wereld erbuiten meer komt opduiken, word ik geconfronteerd met moeilijkheden. De chauffage die sputtert, bijvoorbeeld. Maar als ik teken ben ik gelukkig. En ik heb op alles getekend. Het tapijt van mijn moeder, het beeldje van de Gouden Uil, auto's in drie dimensies, op tegels... je kunt het niet bedenken."

Natuurlijk komt alles samen in een woord dat talent heet. Een vroegere leraar op Sint-Lucas noemt hem 'een peetjestekenaar'. "En hij wist dat hij de beste was." Ever grijnst: "Ik wéét dat ik de beste ben, daar gaat het niet om." De lach die volgt is de klankband van de relativering. Deze week kreeg hij een mail van broeder Christiaan. "89 jaar! Hij zit zelfs op Facebook. Van hem kreeg ik 'artistieke opvoeding' en hij mailde me om me te feliciteren met die prijs. Voor ik naar Sint-Lucas in Gent ging, had ik in Kortrijk textieltekenen gevolgd. Allicht dachten mijn ouders: met dat soort tekenen, kan hij misschien ooit iets verdienen. Maar op Sint-Lucas was het gedaan met 'peetjes' tekenen. (in zwaar dialect) "Gruute vlakken, nie prutsen manneke'. Gent heeft me zeer gecharmeerd. In Kortrijk was de mentaliteit toch altijd: wat brengt het op. Terwijl ik niet rijk geworden ben. Daarvoor ben ik altijd een beetje te dom geweest." Gruute vlakken, maar vooral ook veel nieuwe technieken. Plus film, zelfs in het katholieke Sint-Lucas toonde broeder Chris alle Bergmans, 8 1/2 van Fellini, alle films van de nouvelle vague.

En daar in Gent kreeg Ever de muziek van The Beatles te horen. "Voor iemand die altijd geïsoleerd in zijn kamertje in Kuurne had gezeten, was dat een openbaring hoor. Dat was geestig, knap gedaan, voor ons gemaakt. Ze zagen er hip uit en lieten hun haren groeien. En ik ook. Weet je dat ze aan mijn haren trokken als in Kuurne op de bus stapte? Maar het was een soort contestatie van de maatschappij. En in 1967 trok ik voor twee weken naar Londen. Ik was toen twintig, ging er met oudere vrienden van Kortrijk naartoe. Daar zag ik het werk van David Hockney, hoorde The Who en kwam in het hipste van het hipste terecht. Eigenlijk kan ik amper verwoorden hoe ik dat beleefde. Het was de ingedommelde wereld van na de oorlog die openbloeide."

Hij staat op en neemt een fotoalbum. Alweer uit de jaren zeventig: foto's achter klevende plastic velletjes. Naast een zwart-witfoto van een Oldsmobile plakt een papiertje. Dat leert dat de auto 5.000 frank kostte, 125 euro dus. Dat de aankoop gebeurde in 1974 en dat de eerste eigenares van deze auto madame Escouflaire heette. Zo verzorgd is dat genoteerd. "De jeugdpassie voor auto's was altijd gebleven", zegt hij. "Mijn broer Freddy had deze zien staan en dacht dat dat iets voor mij was. Vijfduizend frank. Dat had ik niet zomaar hoor, daar moest ik voor naar de bank. Ik wist niks van mechaniek, maar die vorm fascineerde me zo. En dat is gebleven. Als ik van iets hou, dan hou ik ervan. Dat is het leven. Maar ik heb ook altijd gedacht dat alles zou blijven en dat ik onsterfelijk was. Nooit gedacht aan later of aan mijn pensioen. "Die auto heb ik nog. Mensen lachten met me: gooi dat weg, dat is oud ijzer. Maar ik wil bewaren. Met respect, het behoeden voor vernieling."

Toen hij onlangs voor DMmagazine de cover tekende, zei hij: "De toekomst kan mij gestolen worden. Ik ben nostalgisch, hou van het verleden." Dat meende hij. "Ik hou van alles wat voorbij is", zegt hij. "Daar heb ik overzicht op. De toekomst is zo onvoorspelbaar. En ik heb ik toch een beetje de indruk dat de beste dingen gemaakt zijn. De mooiste auto's, de mooiste gebouwen, die werden allemaal in de jaren dertig ontworpen. Dat maken ze niet meer. De wereld wordt er niet mooier op, neen. Er is zelfs iets mis met de wereld."

Dat zit in het gebrek aan liefde voor de schoonheid, vindt hij. "Als ik iets zie wat mooi is, kan ik bijna lyrisch worden. Voor mij is een auto meer dan een auto. Ik zie er het landschap bij. Ik rijd met een Audi TT, ze noemen dat een 'coiffeursauto'. (lacht) Maar voor mij is hij zoals het moet, helemaal gemaakt zoals de ontwerper hem tekende. Er is geen enkel detail dat me eraan stoort. Maar dat niemand ziet hoe goed zo'n auto gemaakt is, dat stoort me."

Dat zit ook in het gebrek aan liefde voor de auto. "Je bent bijna een paria als je van auto's houdt. Naar aanleiding van het Autosalon, zag ik een bijlage bij een blad. De vrouwelijke hoofdredacteur, die ik niet persoonlijk ken maar die me wel een leuke vrouw lijkt, schreef: 'Ik hou niet van auto's, bah, als ik ergens moet zijn neem ik de trein en dan laat ik me daar wel ophalen.' Ja zeg, dát is pas ridicuul. Deze week komt Christophe Deborsu naar mijn Oldsmobile kijken en het eerste wat hij vraagt is: 'Hoeveel verbruikt die? En wat is de CO2-uitstoot?' Allez, daar staat zo'n mooie wagen, maar dát vraagt hij. Daar kan ik niet goed tegen."

Niet dat Ever Meulen blind is. Of doof voor de vervuiling. Zonder gevoel voor het verkeersinfarct. "Dat begrijp ik wel allemaal, maar daarom begrijp ik de vijandighed tegenover wie van auto's houdt nog niet. Als ik vroeger ergens kwam, zeiden ze: 'Belle voiture'. Nu zeggen ze: 'Allez papy, vas-y'. Dat frustreert me wel. Ik ben lid van een autoclub en ga nog altijd graag rijden. Of ik oplossingen zie? Nee, maar ik pieker er wel over. Rijden is fantastisch, maar je moet er wel talent voor hebben. Veel mensen hebben geen feeling met mobiliteit en verkeer, maar tuffen wel elke dag naar kantoor in Brussel. Ook nu in de sneeuw zie je ineens iedereen kruipen in eerste versnelling. Ze zouden het rijbewijs veel moeilijker moeten maken, slipschool moeten verplichten en liefst nog een cursus over automechanica. Mensen weten totaal niet wat er gebeurt als ze hun autosleutel omdraaien. En nog iets: alleen wie een eigen garage heeft, kan een auto aanschaffen. Meteen een oplossing voor al die straten vol achtergelaten auto's. Een gsm steek je op zak maar naar de auto wordt, eenmaal ter plekke, niet meer omgekeken."

Reizen in het hoofd

Hij zet zijn hoedje op. "Met een hoed voel ik me goed." Ever Meulen heeft veel geleerd in het leven. Ook afscheid nemen. Hij heeft veel gelezen. "Maar geen literatuur. Ik wil iets leren als ik lees. Over kunstgeschiedenis en over auto's. Ik heb een kast vol over de Lotus Elite, daar weet ik alles van." Hij heeft weinig gereisd. De man die covers maakte voor The New Yorker kreeg de complimenten van Saul Steinberg ("De Picasso van zijn tijd") per fax, hij reisde er niet voor naar Amerika. Al was hij ooit wel eens in Finland, Tokio, Los Angeles: "Ik hou niet van reizen. Ik reis in mijn hoofd."

Ever Meulen gaf les en inspireerde talenten als Pieter Van Eenoge, Jan van der Veken en Jeroom. "Jeroom was altijd heel grappig, een natuurtalent en een echte autoliefhebber.Ik beschouw Jeroom als mijn vervanger bij Humo."

Of iets hem nog frustreert? Ouder worden, bijvoorbeeld? "Ik kon zeer goed tekenen, maar ik ben geen virtuoos. Het is altijd hard werken geweest. En met ouder worden, is dat moeilijker. Zoals alles. Ik schakel al eens verkeerd als ik met de auto rijd. Of na middernacht en een laatste whisky moet ik gaan slapen, terwijl ik door dit werk een nachtmens was geworden. Er zit dus sleet op. Maar het frustreert me niet. Die prijs voor mijn loopbaan is mooi. Wat me frustreerde was hoe slecht de Humo altijd gedrukt werd. Dat zag ik op dinsdag terwijl ik nog moe was van het weekend doorwerken. Dat frustreerde me."

De telefoon. Zijn vrouw Viviane vraagt welke auto voor de garage staat. Met een knipoog naar de interviewer antwoordt hij: "Die lelijke Volvo is van de journalist. Maar we zijn klaar."

-

Automotiv van Ever Meulen is uitgegeven bij Oog&Blik/De Bezige Bij, telt 178 bladzijden en kost 49,90 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234