Maandag 27/01/2020

Achtergrond

Er zit een rotte appel in elk van ons

Beeld Thinkstock

En ja, hoor. De feiten waren nog maar pas bekend, en daar was hij al: de rotte appel. Die agenten bij de Antwerpse politie met hun gore WhatsApp-groepje: dat zijn rotte appels die eruit moeten. En dan is het probleem opgelost. Zou het?

Dit verhaal is al talloze keren geschreven. De aanleiding verschilt, maar het onderwerp is telkens hetzelfde: de rotte appel. Iedereen kent hem, altijd is hij daar, overal duikt hij op. In de katholieke kerk, waar priesters zich aan kinderen vergrijpen. In de banksector, waar gladde jongens toxische producten verkopen. In administraties waar corruptie nog niet is uitgeroeid. In bedrijven waar pesters voluit hun gang kunnen gaan.

En bij de Antwerpse politie, bijvoorbeeld. Daar dook de rotte appel afgelopen maandag nog eens op, toen De Standaard aan het licht bracht dat een aantal agenten zich in een WhatsApp-groepje stevig te buiten ging aan racistische, seksistische en soms ronduit genocidaire opmerkingen. Het gaat om een afdeling die instaat voor de bewaking en het transport van gevangenen. De opmerkingen tarten elke verbeelding. De ene suggereert een massa­graf voor asielzoekers, de andere wil dat moslims worden gecremeerd, nog een andere voelt met enige regelmaat “het Dolfke” in zich wakker worden – een knipoog naar een Duitse rotte appel buiten categorie uit de jaren dertig.

De reacties waren scherp en voorspelbaar. De politietop en de burgemeester willen een grondig onderzoek. Want dit kan absoluut niet door de beugel. De schuldigen zullen dan ook terdege worden gestraft. Het was N-VA-staats­secretaris Zuhal Demir die het plaatje compleet maakte met een korte maar kordate tweet: “De rotte appels moeten eruit.”

Cipiers aan de macht

De beroemdste rotte appel van de laatste jaren heet Lynndie England. Zij was een van de bewakers in Abu Ghraib, de fameuze gevangenis in Irak waar Amerikanen zich op een schandelijke manier bleken te hebben misdragen. England en haar collega’s plachten gevangenen niet alleen te mishandelen en te vernederen, onder meer door hen naakt op elkaar te stapelen en door honden te laten aanvallen – ze maakten daar ook foto’s van, waarop ze stonden te pochen met de taferelen die ze hadden aangericht.

VS-militair Lynndie England houdt een naakte man aan de leiband in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak (2003). Beeld EPA

England en een paar van haar collega’s, onder wie haar vriend Charles Graner, werden oneervol ontslagen uit het Amerikaanse leger en in 2005 door een militaire rechtbank veroordeeld tot drie jaar cel. Probleem opgelost? Helemaal niet, wist Philip Zimbardo, de Amerikaanse psycholoog op wie de verdediging een beroep had gedaan om uit te leggen waarom de theorie van de rotte appel niet klopt.

Zimbardo kan dat weten, want hij deed ooit een beroemd experiment, het Stanford Prison Experiment, waaruit blijkt dat om het even wie in bepaalde omstandigheden in staat is tot zulke wandaden. Toen hij een groep studenten onderverdeelde in cipiers en gevangenen, moest hij dat experiment al na anderhalve dag stopzetten, omdat de cipiers te hard in hun rol opgingen. Het experiment van Zimbardo, dat dateert uit 1971, kreeg ondertussen veel kritiek, maar de hypothese van Zimbardo bleef wel overeind: het zijn de omstandigheden die in hoge mate bepalen hoe we ons gedragen. Wat wij graag rotte appels noemen, zijn meestal heel brave en normale mensen die door de omstandigheden zijn ontspoord. En als die omstandigheden niet veranderen, wordt haast elke appel rot.

De toon aan de top

Ook voor Marc Buelens, organisatie­psycholoog en management­expert, is de rotte appel een mythe. “Absoluut”, zegt hij. “Dat is heel duidelijk. Daarover zijn alle studies in mijn vakgebied het eens: het probleem zijn niet die individuele rotte appels, het probleem is de cultuur of het klimaat van de organisatie waarin die individuen werken.

"Denk aan wat de Nederlandse journalist Joris Luyendijk heeft geschreven na de bankencrisis, denk aan de neergang van de Amerikaanse energie­reus Enron, waar de cultuur misdadig was tot op het bot, denk aan Abu Ghraib en het misbruik in de katholieke kerk: telkens is het de top die finaal verantwoordelijk is, niet alleen de individuele zondaars.”

Richard Fuld, topman van het failliete Lehman Brothers, wordt tijdens een hoorzitting in het Congres omstuwd door betogers (2008). Beeld BELGAIMAGE

Hij wil geen moreel oordeel vellen over die top, zegt Buelens. “Ik zeg niet dat de top dat wangedrag altijd bewust aanstuurt. Het is perfect mogelijk dat het management verrast is als zulke dingen aan het licht komen. Maar dan nog ligt daar de verantwoordelijkheid. Pesterijen of ander wangedrag niet tegenhouden is een vorm van schuldig verzuim. Ik vergelijk het graag met ouders die verbaasd zijn als hun kinderen op het verkeerde pad geraken. Vaak is dat omdat ze de signalen in een vroege fase niet wilden zien. Terwijl dat wel je plicht is. Ook een topmanager moet zwakke signalen uit zijn organisatie kunnen opvangen. En dan helder en consequent duidelijk maken wat kan en wat niet kan.”

De oplossing is dus niet: de zogezegde rotte appels eruit gooien en nieuwe regels maken die het wangedrag officieel verbieden, aldus Buelens. “Dat is al te makkelijk. Gewoon zeggen: voortaan mag niemand nog racistische of seksistische opmerkingen maken. Het is goedkoop, je bereikt er iedereen mee en voor de rechter is het een goede verdediging: je hebt het gedrag officieel verboden. Maar zo verander je de zaken niet.”

Buelens heeft twee tips waar zowel de Antwerpse politie als pakweg de bankensector hun voordeel mee kunnen doen. “Formuleer uw doelstellingen ondubbelzinnig. Maak van sfeer en ethiek een belangrijk agendapunt op élke vergadering. Want als je dat niet doet, zullen je medewerkers alleen je expliciete doelstellingen onthouden. Als bankiers voortdurend horen dat winst maken het allerbelangrijkste is, als politiemensen te horen krijgen dat alleen veiligheid telt, dan kunnen ze de manier waarop ze dat doel bereiken op hun eigen manier interpreteren – hoe we die winst maken, of hoe we de stad veilig houden, mogen we zelf invullen. Als je gaten laat vallen in de formulering van je doelen, dan vullen mensen die gaten zelf in. Dan denken ze dat ze carte blanche krijgen.”

De tweede tip is een tikje arbeids­intensiever. “Loop rond in je organisatie, laat mensen voelen dat je er bent”, zegt Buelens. “Laat overal voelen dat je belang hecht aan ethiek en onberispelijk gedrag. In mijn vakgebied heet dat management by wandering around: topmensen die voortdurend aanwezig zijn op de werkvloer. Zo weten ze sneller wat er aan de hand is, want dat is vaak een probleem: ze zitten in hun ivoren toren en weten niet wat er op de werkvloer leeft. Daarom is een ombuds­man ook belangrijk, en een vertrouwens­persoon, waar klokkenluiders terecht­kunnen om onraad in een vroeg stadium te signaleren.”

De persistente norm

Toch blijft er nog een vraag hangen. Ook als we hem geen rotte appel noemen, er moet iemand in dat Antwerpse WhatsApp-groepje toch de toon hebben gezet. “Er zal vast een aanstoker zijn”, vermoedt Alain Van Hiel, sociaal psycholoog aan de UGent. “Iemand die als eerste de meest extreme berichten verstuurde. De anderen zijn dan wellicht in zijn richting opgeschoven. Dat hebben we geleerd uit experimenten over groeps­normen: een groep laat zich beïnvloeden door de extremen. De nieuwelingen passen zich snel aan. En ook als de aanstoker weg is, blijft die norm even extreem. De norm is persistent, zoals wij dat noemen, hij moet soms jarenlang worden uitgezweet.”

Denk dus niet, aldus Van Hiel, dat het probleem opgelost zal zijn als de zware gevallen – Dolfke, bijvoorbeeld – worden ontslagen of naar een andere dienst moeten verhuizen. “Ook al omdat politie­agent natuurlijk een risico­beroep is voor een cynische attitude”, zegt hij. “Ze hebben veel negatief contact met mensen van vreemde origine.”

Dat legde Van Hiel vorig jaar uit in zijn confronterende boek Iedereen racist: “Negatief contact komt veel voor in sommige beroeps­groepen, zoals bij de politie. Vaak dienen agenten beroeps­halve tussenbeide te komen in vervelende situaties, ook wanneer ze met allochtonen te maken hebben. Toen wij 200 politie­medewerkers ondervroegen, constateerden we inderdaad dat ze meer negatieve dan positieve ontmoetingen met allochtonen rapporteerden. Deze negatieve ontmoetingen gingen zoals verwacht samen met verhoogde onverdraagzaamheid en bovendien met het idee dat er tegen allochtonen strikter en strenger moet worden opgetreden. Natuurlijk, een orde- en tuchtbenadering leidt wellicht tot meer weerspannigheid van allochtonen, want ze voelen zich zo al geviseerd. Het lijkt er dan ook sterk op dat het zeer moeilijk is voor mensen die vaak negatief contact hebben om hun onverdraagzaamheid onder controle te houden. Bij deze mensen kan het dus van kwaad naar erger gaan.”

En de tegenstem? Waar was die? Waarom verzette niemand in dat WhatsApp-groepje zich? “Met dat medium is het natuurlijk makkelijk om alleen gelijkgezinden toe te laten”, zegt Van Hiel. “Mensen van wie je weet dat ze zulke berichten niet zullen aanvaarden, nodig je niet uit in dat groepje. En daarnaast is een tegen­stem gewoon heel zeldzaam. Het is volkomen normaal dat er weinig oppositie is als zulke ontsporingen gebeuren. Grosso modo kun je stellen dat ongeveer 20 procent de harde kern is, de aanstokers en hun trawanten, zeg maar, en dat de andere 80 procent meelopers zijn. Mensen doen mee om te symboliseren dat ze bij de groep willen horen, ook als ze buiten die groep wellicht nooit in staat zouden zijn tot zulke ontsporingen.”

Het is een pijnlijke vraag die iedereen zich weleens stelt: zou ik in zulke omstandigheden een meeloper zijn, of zou ik mij verzetten en het wangedrag aanklagen? “De meesten onder ons zouden zich niet verzetten”, weet Van Hiel. “De meesten zouden meelopers zijn. Het zou dus ongepast zijn als wij ons nu moreel superieur voelden.”

Banale helden

Dat is ook de ontnuchterende boodschap van Philip Zimbardo. Iedereen is in staat om bijvoorbeeld gevangenen te vernederen zoals Lynndie England dat deed in Abu Ghraib. Iedereen. Ook u en ik. Toen Zimbardo tijdens het proces getuigde voor de verdediging van een medebeklaagde van England, noemde hij die man volstrekt normaal.

“Er was geen enkel bewijs van psycho­pathologie”, zei hij na het proces in het magazine van de Association for Psychological Science. “De man had ook geen sadistische neigingen. Het enige wat eventueel als negatief kan worden aangemerkt, is een overdreven neiging tot ordelijkheid, netheid en discipline.”

Maar het waren de omstandigheden in de gevangenis die de wrede bewakers hadden ge­creëerd, aldus Zimbardo. “Een gevangenis is een goede broeihaard voor het kwade: gedetineerden worden er sowieso van hun individualiteit ontdaan. Dat wil niet zeggen dat de daders onschuldig zijn. Nee, we mogen hen niet van hun verantwoordelijkheid ontslaan. Ze zijn schuldig en moeten gestraft worden. Maar de grootste blaam is voor de legerleiding en de overheid, die het rotte vat hebben gecreëerd waarin deze soldaten werden gecorrumpeerd.”

Voor de Antwerpse politie is er dus werk aan de winkel: alleen dat WhatsApp-groepje opkuisen, om het in het jargon van onze minister van Binnenlandse Zaken te zeggen, zal niet volstaan. Voor alle anderen, voor ons dus, had Zimbardo in dat interview nog een beetje goed nieuws en wat stichtend advies: “Klokkenluiders bestaan. Niet alle goede mensen doen in de verkeerde omstandigheden slechte dingen. Er zijn helden.”

Zoals de joodse filosofe Hannah Arendt in 1961 tijdens het proces van nazi­topman Adolf Eichmann sprak over de banaliteit van het kwaad – de bureaucraat die gewoon bevelen volgt en zo mee een genocide organiseert – zo spreekt Zimbardo over de banaliteit van het heldendom: een held word je niet met grote woorden en grote gebaren, maar met soms kleine daden van verzet. “Er komt een tijd in je leven, wanneer jij als gewone mens de macht zult hebben om een beslissing te nemen, om de klok te luiden, om actie te ondernemen, de andere kant op te gaan en iets heldhaftigs te doen.”

Zimbardo citeert graag de Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn, die destijds door Stalin naar de goelag werd gestuurd: “De lijn tussen goed en kwaad loopt door het centrum van elk menselijk hart. Dat is niet abstract, het zijn de beslissingen die je elke dag neemt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234