Maandag 06/12/2021

'Er zit een dictator in ieder van ons'

De Tunesisch-Gentse journalist Chams Eddine Zaougui (1978) kwam bij het schrijven van Dictators. Een Arabische geschiedenis tot het besluit dat alleenheersers naast wrede bloedhonden vooral ook geraffineerde mensenkenners zijn. 'Kadhafi en Saddam waren geen psychopaten, maar echte machtskunstenaars.'

Bijna elk jaar trok Chams Eddine Zaougui met zijn Tunesische vader en Belgische moeder op zomervakantie naar een dorpje in de woestijn van Tunesië, de geboorteplaats van zijn vader. Hij speelde er voetbal met zijn vrienden, maar wanneer het 's middags te heet werd, zochten de jongens de schaduw op en kwamen sterke verhalen naar boven over familieleden en buren die waren gearresteerd en gefolterd.

"Er hing een waas van mysterie rond de dictatuur van toenmalig president Ben Ali. Met de ogen van een toerist zag Tunesië er heel normaal uit. Vooruitstrevend zelfs. Je kon er ongedwongen in short rondlopen. Er was alcohol te koop. Maar wat opviel, was dat niemand het over politiek had. Mijn ooms en tantes praatten enkel binnenskamers over de president en dan nog met gedempte stem. Dat hush hush-sfeertje is me bijgebleven. Ik voelde aan dat er doorheen de samenleving rode lijnen liepen die je niet mocht overschrijden. Ik begreep het allemaal niet zo goed, maar kon wel die spanning voelen."

Jaren later, toen Zaougui aan de UGent arabistiek studeerde, kwam hij tijdens een verblijf in Egypte opnieuw in aanraking met die rode lijnen. "Ik was in Caïro net na 9/11, en toch had ik de indruk dat het land in een politieke coma verkeerde. Een raar gevoel, dat nog verhevigd werd door het feit dat in Gent evenmin over politiek in het Midden-Oosten werd gesproken. Ik moest alles over de mammelukken leren, maar kreeg geen antwoord op de vraag waarom al die dictators zo lang aan de macht konden blijven. Alsof alles in de Arabische wereld was vastgeroest en er nooit iets zou veranderen.

"Komt daar nog bij dat ik in die jaren erg op zoek was naar mezelf. Ik was als Belg opgegroeid, ben naar een katholieke school gegaan. Maar de cultuur van mijn vader kreeg ik maar niet scherp. Het was een frustratie die ik van kinds af meedroeg: over de Arabische cultuur kreeg ik van alles te zien, zonder het echt te begrijpen."

Wanneer in 2010-'11 de Arabische revoluties losbarsten, wordt die frustratie ondraaglijk en gaat Zaougui zelf op zoek naar verklaringen voor het enorme uithoudingsvermogen van Arabische dictators. "Die revoluties maakten veel in mij los. Ik bleef een Belg, maar plots werd de Arabier in mij wakker. Ineens bleek dat die regio toch een politieke polsslag had. Ik begon voor De Standaard artikelen te schrijven over de opstanden en kwam al snel tot de conclusie dat mensen doorgaans een veel te rooskleurig idee hebben over revoluties. Van de Franse revolutie denken we al snel dat alles na 1789 meteen 'vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid' was. We vergeten dat die omwenteling uitmondde in een gewelddadige periode en de dictatuur van Napoleon.

"Hetzelfde met de Arabische Lente. We hadden enorme verwachtingen, terwijl we hadden moeten weten dat revoluties in eerste instantie heel veel shit aan de oppervlakte brengen. Kan niet anders, want dictators brengen de samenleving zware schade toe: om zo lang mogelijk aan de macht te blijven, zetten ze groepen tegen elkaar op, geven ze bepaalde mensen privileges terwijl ze anderen folteren en vermoorden. Ook in de Arabische wereld zorgde dat voor diepe wonden die nog lang zullen bloeden en etteren. Vandaar dat ik het belangrijk vond om in het hoofd van de Arabische dictators te kijken. Als we die samenlevingen willen genezen, moeten we goed weten welke microben die leiders jarenlang toedienden."

U hebt voor Dictators. Een Arabische geschiedenis twee jaar in de hoofden van dictators gekeken. Wat hebt u gevonden?

"Wat me vooral opviel, was hoe flexibel dictators zijn. Kadhafi en Saddam waren geen psychopaten, ook al deinsden ze er niet voor terug om duizenden mensen gevangen te zetten en te folteren. Het waren vooral echte machtskunstenaars die op geraffineerde wijze allerlei trucs toepasten om zo lang mogelijk aan de top te blijven. Om de bevolking naar zich toe te halen, hadden ze bijvoorbeeld een ingewikkeld systeem van grote en kleine beloningen. Als burger was het erg moeilijk om aan dat systeem te ontkomen. Wilde je een job voor je zoon, dan wist je bij wie je moest aankloppen.

"Tegelijk verkocht je letterlijk je ziel aan de duivel. Want in ruil beloofde je trouw aan de leider. Hoe meer privileges je verwierf, hoe meer je verstrikt raakte in het web van de dictator. Maar mensen zijn nu eenmaal pragmatische overlevers die eerst aan hun eigen belang en dat van hun kinderen denken. Hoe veelbelovend een democratische omwenteling ook mag lijken, mensen beseffen dat een revolutie ook een enorm risico inhoudt en dat ze alles op enkele dagen kunnen verliezen."

Wat verklaart dan dat er plots toch iets knakt bij de bevolking en een revolutie losbreekt?

"Dat is een van de vele raadselachtige dingen van een revolutie. In 2010-'11 begon alles met de zelfverbranding van de Tunesische groenteverkoper Mohamed Bouazizi die een klap had gekregen van een agente omdat hij geen smeergeld wilde betalen. Maar daarvoor hadden andere mensen zich ook al in brand gestoken zonder dat er groot protest uitbrak. Wel was het zo dat er in landen als Tunesië, Egypte en Syrië steeds meer opgekropte woede heerste over de brutaliteit en de excessieve leefstijl van de president. Foto's van Ben Ali's vrouw die met peperdure spullen van het vliegtuig uit Parijs stapte, deden de revolutionaire koorts stijgen.

"Minstens even belangrijk was dat democratische militanten al jaren bezig waren met protestacties. Vaak tegen beter weten in, want velen van hen waren op een bepaald moment totaal gefrustreerd en moedeloos. Maar in 2010 begonnen hun filmpjes van protestacties en wantoestanden wél te circuleren. De intrede van Facebook en Twitter en het succes van Al Jazeera zorgden voor een verhevigd effect. En net op dat moment stak Bouazizi zich in brand. Een samenloop van omstandigheden maakte dat er plotseling wél een krachtig momentum ontstond."

Wat dreef die geraffineerde dictators? Was het hen puur om de macht te doen? Of om geld?

"Macht en geld zijn natuurlijk sterk gelieerd. Maar het ging toch vooral om macht. Ze wilden absoluut in de cockpit van de macht zitten en beschouwden zichzelf als de belichaming van de staat. Ze waren ervan overtuigd dat zij en niemand anders het meest bekwaam waren om het land te leiden. Daaruit volgde bijna automatisch dat ze ook de bodemrijkdommen als hun persoonlijke bezit gingen beheren, waardoor ze stinkend rijk werden.

"Er was een belangrijke uitzondering: Gamal Abdel Nasser (president van Egypte tussen 1956 en zijn dood in 1970, KoV). Nasser zei ooit tegen een vertrouweling dat luxe hem niet interesseerde, maar dat macht zijn enige grote hobby was. Dat was ook een van de redenen waarom Nasser zo populair was. Hij is altijd in zijn bescheiden huis blijven wonen, liet zich een karig loon uitbetalen en at het voedsel van de gewone Egyptenaar. De enige 'excessen' die hij zich veroorloofde, waren drie pakjes sigaretten per dag en naar de film gaan."

Van gefrustreerde democraten hoor je wel eens dat een verlichte dictator beter is dan een verkozen parlement waar iedereen met iedereen ruzie maakt en alles veel te traag gaat. Was Nasser zo'n verlichte dictator?

"Verlichte dictators bestaan niet, wel heb je verschrikkelijke en minder erge dictators. Je zou Nasser een minder erge dictator kunnen noemen. Nasser respecteerde een sociaal contract: in ruil voor economische vooruitgang, werkgelegenheid, een hogere levensverwachting en internationaal aanzien eiste hij absolute gehoorzaamheid. De leiders die na Nasser kwamen, holden dat sociaal contract uit, met het gevolg dat ze veel repressiever te werk moesten gaan om de bevolking onder controle te houden.

"Wat me trouwens opvalt, is dat generaal Sisi, de huidige sterke man in Egypte, teruggrijpt naar de recepten van Nasser. Hij belooft het land een economische boost te geven en laat zich niet de les spellen door de Amerikanen. Zo is hij erin geslaagd om Egyptenaren weer een gevoel van trots te geven. Voorlopig lijkt dat voldoende om aan de macht te blijven."

Met de nodige slechte wil zou je kunnen zeggen dat de Egyptenaren een min of meer beschaafde dictator verkiezen boven democratie.

"Niet akkoord. De Egyptenaren willen echt geen nieuwe dictator. Maar ik begrijp dat ze na de chaos van de recente omwentelingen de voorkeur geven aan een leider die ze kunnen vertrouwen en die snelle oplossingen belooft.

"En ik begrijp die houding nog meer in het geval van Syriërs en Libiërs, die in de eerste plaats moeten overleven. Zij liggen momenteel niet wakker van de vrijheid van meningsuiting. Ze willen in de eerste plaats weer op een menswaardige manier leven. Maar de quick fix-oplossingen die leiders als Sisi opdringen, zijn vaak luchtkastelen. Wat de Arabische wereld echt nodig heeft, is een onpersoonlijke en inclusieve democratie die niet ten dienste staat van een leider en een beperkte groep, maar ten dienste van het maatschappelijk belang."

Die dictators hebben nog een kwaliteit: ze zijn er lange tijd in geslaagd beste vriendjes te blijven met Amerikaanse en Europese leiders. Zelfs toen Moebarak in 2011 in vrije val was, aarzelde Obama om hem af te vallen.

"Klopt: jarenlang kon het westerse leiders weinig schelen wat voor soorten dictators aan de macht waren in de Arabische wereld. Ze wilden gewoon iemand die hen geen kwaad berokkende en die ervoor zorgde dat de westerse militaire- en economische belangen gevrijwaard bleven. Realpolitik, heet dat dan. 'Het is misschien wel een klootzak, maar het is tenminste onze klootzak', luidt de redenering.

"Hoewel je Obama niet kunt afschilderen als een kortzichtige cowboy, zag je tijdens de Arabische Lente dat hij in de eerste plaats de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven voor ogen had. Wat meteen verklaart waarom de VS-regering op het toppunt van de Tahrir-protesten toestemming gaf aan een Amerikaans bedrijf om 30 ton traangas aan Moebarak te leveren. Ik twijfel er niet aan dat Obama's sympathie uitging naar de Arabische bevolking. Maar je mag sympathie nooit verwarren met staatsbelangen."

Hebt u na al uw onderzoekswerk het gevoel dat het hier om zeer unieke persoonlijkheden gaat of zit er een dictator in ieder van ons?

"Wel, ik vrees dat er een dictator in ieder van ons zit. Wat niet betekent dat iedereen in staat is om een succesvol dictator te worden. Veel heeft te maken met de samenleving waarin de meeste dictators opgroeiden. Figuren als Nasser, Saddam Hoessein en Ben Ali werden groot in een systeem waar al veel repressie aanwezig was. Zo heersten de Britse en Franse kolonisatoren met sterke hand over hun Arabische gebieden. Veel dictatoriale verdeel-en-heerstechnieken werden al door westerlingen toegepast en werden later door Arabische dictators gewoon gekopieerd.

"Maar om op uw vraag te antwoorden: in het bedrijfsleven kom je wel eens mensen tegen die je aan een dictator doen denken. Van die machtskunstenaars die alle mogelijke trucs toepassen om aan de top te geraken. Soms proberen ze op slinkse wijze collega's en ondergeschikten aan zich te binden, op andere momenten grijpen ze naar de meest botte tactieken en beginnen ze mensen willekeurig te ontslaan. Zulke mensen zijn ook meesters in het oppoken van ruzies. Voor je het beseft, zijn ze mensen tegen elkaar aan het opzetten om daaruit zelf profijt te halen. Ze beheersen de kunst om aan de top te geraken, maar eens ze daar arriveren, blijkt dat ze meestal niet in staat zijn om een bedrijf ordentelijk te leiden. Ja, zulke mensen doen me soms aan Saddam, Moebarak, Assad, Napoleon of Caesar denken.

"Want weet je wat het meest fascinerende is aan die leiders? Ze bleven lange tijd aan de macht omdat ze orde en veiligheid beloofden, maar in feite creëerden ze een permanent gevoel van crisis. Caesar, Napoleon en Hoessein zorgden ervoor dat er altijd wel een oorlog aan de gang was, Moebarak dreigde er constant mee dat zonder hem de jihadisten aan de macht zouden komen. Zo maakten ze hun burgers wijs dat ze onmisbaar waren. Hun onderliggende boodschap was even eenvoudig als geniaal: voor een permanente crisis, heb je een permanente dictator nodig."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234