Donderdag 18/07/2019

Er zit brood in de globetrottersmarkt

Twee nieuwe magazines in de 'grotereportagestijl'

Noem het een soort 'Geo' voor de Nederlandstalige markt. De uitgevers van het nieuwe magazine 'Grande' mikken op de 'globalisering' van het lezerspubliek. Maar zij zijn niet alleen. Het Amerikaanse National Geographic komt eveneens in het najaar met een Nederlandstalig magazine. Er zit blijkbaar brood in de globetrottersmarkt.

De nieuwe telg op de Vlaamse maandbladenmarkt komt er pas in september en zal nu eens niet een vrouwen- of mannenblad zijn. De jonge uitgeverij Himalaya verstuurt volgende week de nulnummers naar de adverteerders, om te zien of die er warm van worden. De verwachtingen zijn hoog gespannen, zeker nadat er bijna gevochten werd om mediaregie te mogen worden van het nieuwe magazine, dixit althans Koen Van Wichelen, managing partner van Himalaya.

Het nulnummer van Grande heeft als dossier 'Zomer in de Provence'. Na de mediahype rond de Brit Peter Mayle die verschillende boeken schreef over het leven in de Provence, klinkt dat niet echt origineel. Anderzijds geeft het een indicatie waar Himalaya met het blad naartoe wil. De onderwerpen moeten herkenbaar zijn en inspelen op de interessesfeer van een groot publiek. Noem het de commerciële benadering, al wordt daar onmiddellijk aan toegevoegd dat de verhalen een eigen invalshoek moeten hebben. Er moeten dingen in te lezen staan die nog niet gekend zijn bij een groter publiek. Grande wil de stijl van de grandes reportages promoten in Vlaanderen. Daarvoor worden journalisten ingeschakeld die van de wereld hun dorp hebben gemaakt. Mensen die de uithoeken hebben verkend zoals Dixie Dansercoer, die in het eerst nummer over zijn Antarctica-reis uitweidt. Ook Herman Portocarero wordt een vast medewerker. De schrijver-ambassadeur werd een bekende Belg door zijn boeken over Cuba. Momenteel is hij Belgisch ambassadeur bij de VN. Daarnaast gaat hij op regelmatige basis stukken schrijven voor Grande. Van levensbelang zijn de foto's in het magazine. Magnum-fotograaf Carl De Keyzer verkocht materiaal net als de Belgische natuurfotograaf Misjel Decleer.

"Het heeft te maken met ons buikgevoel", zegt Van Wichelen. Zoiets bestaat nog niet in Vlaanderen. Toch zijn er aanwijzingen dat de behoeftes van de mensen veranderen. "Het is een soort globalisering. Mensen willen de wereld verkennen. Kijk naar het succes van Canvas en van een programma als Zwerfroute. Steeds meer mensen gaan op exploratie en het aantal beurzen waar dergelijke formules worden aangeboden, neemt toe."

Het idee groeide een jaar geleden bij Van Wichelen en co. Die co staat voor zijn broer Gert en voor Gerrit Tulkens, streekgenoot en al jaren compagnon de route van de Van Wichelens. Tulkens richtte het bedrijf Propaganda op, gespecialiseerd in het uitgeven van magazines en nieuwsbrieven voor bedrijven. Koen Van Wichelen doorzwom eerder redactionele watertjes. Hij werkte als journalist voor Humo, voor Dag Allemaal en voor Teek Magazine. Later kwam Yves Goeminne er bij die zich vooral met de marketing en de verkoop zal bezighouden.

Nergens op de Vlaamse markt zagen de vier van Himalaya iets als het Franse blad Geo. Dat heeft volgens Van Wichelen een oplage van een half miljoen exemplaren en verkoopt bij de Franstalige landgenoten ook al vlug 30.000 nummers. Dat laatste en het besef dat er niets soortgelijks aan de Vlaamse kant bestaat, stimuleerde het ontstaan van Grande.

Maar dat er in Vlaanderen niets gelijksoortigs in de rekken van krantenwinkels ligt, hadden ook anderen opgemerkt, en niet van de minsten. In oktober komt National Geographic, de organisatie die hier vooral bekendheid verwierf met haar televisiekanaal, met een Nederlandstalig magazine uit dat perfect aansluit bij de reportages van de zender. Walter Hellebrand van National Geographic, die verantwoordelijk is voor het Nederlandse taalgebied, ligt niet wakker van de aangekondigde komst van Grande. "Ik heb het magazine natuurlijk nog niet gezien, maar ik denk veeleer aan een aanvulling." Echte globetrotters vinden ook informatie over reisbestemmingen in National Geographic, "maar dat is niet het uitgangspunt van ons magazine", zegt Hellebrand. "De invalshoek is niet toeristisch, maar meer de culturele achtergrond." Dat komt opvallend overeen met de visie van Van Wichelen. Met National Geographic zit Grande overigens in goed gezelschap. Het blad bestaat al sinds 1888 en was zowat de eerste uiting van National Geographic Society, een Amerikaans genootschap dat volgens Hellebrand de grootste non-profitorganisatie ter wereld is. Het doel was en is nog steeds de verspreiding van geografische kennis. Daaronder verstond men kennis van het dierenrijk, kennis van het natuurgeweld, van wereldculturen en kennis van expedities en ontdekkingsreizen. In die tijd was er veel meer onontgonnen terrein en werden er nog geregeld bevolkingsgroepen ontdekt. Bij zo'n ontdekking was dikwijls een fotograaf aanwezig die voor National Geographic werkte. De nadruk op foto's is nog steeds erg groot bij de magazines van National Geographic. Volgens Hellebrand is het de droom van veel fotografen om ooit eens foto's in het magazine gepubliceerd te krijgen.

Dezer dagen worden er nog steeds expedities uitgestuurd. "De eerste bungeespringers stonden ooit in ons magazine", zegt Hellebrand. "Bij een inwijdingsritueel op de Paaseilanden springt een bepaald volk met lianen aan de enkels naar beneden. Dat bracht mensen hier op ideeën over het vervangen van de liaan door een elastiek." Het materiaal dat op de expedities van National Geographic verzameld wordt, wordt door de organisatie op verschillende manieren verzilverd. Tv-kanaal en magazine zijn twee dingen waar nogal wat geld mee verdiend wordt, maar daarnaast worden ook reisgidsen en cd-roms uitgegeven met specifieke thema's. Een Spaanstalig magazine vulde al vlug de Engelse uitgave aan. Ondertussen zijn er versies in meerdere talen zoals het Duits, het Hebreeuws en het Pools.

Voor Grande zal het zo'n vaart niet lopen. De wereld wordt niet geviseerd als afzetmarkt, wat wel het geval is voor de Amerikanen. National Geographic is volgens marktonderzoek een van de namen die op alle plaatsen in de wereld tekenen van herkenning oproepen. Men kan daar dus heel wat meer middelen tegen de lancering van een magazine in een taalgebied aangooien dan dat het geval zal zijn voor Himalaya. Over welk bedrag het gaat, wil Hellebrand niet zeggen en ook over de oplagedoelstellingen blijft hij vaag. National Geographic kan bovendien zijn tv-zender inschakelen voor de promotie. Voor Grande ligt dat enigszins anders. De vier uitgevers van Himalaya beschikken over een budget van 32 miljoen frank. Zelf brachten ze elk 2 miljoen frank in. Het resterende bedrag komt van minstens één privé-investeerder. Namen worden nog niet bekendgemaakt, maar volgens Koen Van Wichelen is het bijna logisch dat er een drukker bij is, die dan ook het drukken van Grande tot opdracht heeft. Voor het overige wordt uitgekeken naar een verschaffer van risicokapitaal. In het begin wordt gerekend op een verkoop van 25.000 exemplaren per maand. In vijf jaar tijd wordt stilletjes gedroomd van een verkoop van 40.000 tot 45.000 magazines per maand.

Er werd uitdrukkelijk voor een klein initiatief gekozen. Dat heeft natuurlijk met het bescheiden startkapitaal te maken, maar ook met een principiële opstelling. Er zijn te weinig spelers op de mediamarkt en de concentratie neemt toe. "Toch blijven wij geloven in de kracht van kleine onafhankelijke entiteiten." Dat kan natuurlijk ook van Humo worden gezegd, ook al is dat dan binnen de groep Mediaxis. Van Wichelen, die jaren voor Humo werkte, is op zijn hoede en geeft toe dat het weekblad een speciale positie inneemt. Wat hem stoort, is het sterke marketingdenken in grote groepen. In kleine entiteiten ligt de rendementseis lager. Het neemt niet weg dat er nog plannen zijn. "Binnen vijf jaar moeten we twee titels hebben", zegt Van Wichelen. "Telkens vanuit het idee dat mensen nichegericht gaan consumeren, ook in de media."

Van de 32 miljard frank startkapitaal gaat iets minder dan de helft op aan marketing en reclame bij het lanceren van het magazine. Geen grote barnumborden zoals enkele maanden geleden voor het mannenblad Che. De reclame zal gerichter moeten zijn, voor een bepaalde doelgroep. Dat is dus de steeds groter wordende groep globetrotters en mensen die op een bepaald ogenblik voldoende middelen en interesse hebben om een deel van de wereld te zien. Die mensen bereiken is het commerciële doel van Grande, maar heeft ook inhoudelijke gevolgen. "De bestemmingen die in het blad aan bod komen, moeten toegankelijk zijn", zegt Van Wichelen. "We zullen trouwens in dezelfde stijl over locaties dicht bij huis schrijven. Zo komt er een fotoreeks over de mooiste waterhoekjes in Vlaanderen. Het onderscheid met een reismagazine is dat wij van een journalistieke benadering uitgaan."

Himalaya kon ook moeilijk voorbijgaan aan de internethype. Via de website wordt allerlei service aan de lezer geboden. Op die manier gaat Grande dan wel weer een stukje in de richting van een reismagazine. Van Wichelen: "De site is geen aanhangsel van het magazine, de inhoud wordt niet nog eens overgedaan, maar je krijgt er praktische informatie. Als het magazine de droom is, dan is de site de daad."

'Het onderscheid met een reismagazine is dat wij van een journalistieke benadering uitgaan'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden