Woensdag 25/11/2020

Er zijn twee winnaars in u

Voortreffelijke dubbelromans van Mark Z. Danielewski en Richard Powers

door Geert Lernout

Mark Z. Danielewski

Pantheon, New York, 709 p., 1.000 frank.

Richard Powers

Farrar, Straus and Giroux, New York, 415 p., 1.250 frank.

Als de roman het jongere broertje is van het heldenepos of van het volksverhaal, dan heb je in principe altijd één held die wonderlijke avonturen mag beleven. Gewoonlijk ontdekt hij (zelden 'zij') in het begin van het boek dat er iets is dat hij niet heeft, hij gaat op zoek in de wijde wereld en op het einde vindt hij het, soms op de plaats waarvan hij vertrokken was.

Romanschrijvers hebben vanaf het prille begin geprobeerd om aan de dwangbuis van de ene held te ontsnappen. Maar dat is niet gemakkelijk: als je meer personages hebt, kom je in de problemen als ze om een of andere reden uit elkaar gaan. Op papier kun je het verhaal maar vanuit één standpunt tegelijk vertellen, dus wat doe je als niet alleen je eerste personage maar ook het tweede tegelijkertijd spannende avonturen beleeft? In een roman zou je natuurlijk op de linkerpagina de avonturen van de eerste held en rechts die van de tweede kunnen vertellen. Maar meestal kiest men voor een andere oplossing die ook in een mondelinge vertelling wordt toegepast. Je vertelt de luisteraars of lezers achtereenvolgens die delen van de twee verhalen die dan samen het beste beeld geven van het hele verhaal.

In de vorige eeuw werd heel wat met deze technieken geëxperimenteerd. Joyce beschreef wat er met zijn personages gebeurde door de lezer mee te laten zien hoe Leopold Bloom of Stephen Dedalus naar de wereld kijkt. De innerlijke monoloog is efficiënter dan andere technieken, omdat de schrijver niet meer expliciet hoeft te zeggen wat personages voelen: dat ziet de lezer zo wel. Dat is dan wel de intiemste blik die ons in het leven van romanfiguren gegund wordt, maar Joyce ging nog een stapje verder door in één hoofdstuk van zijn roman Ulysses achtereenvolgens een twintigtal verschillende personages op een dergelijke manier aan het woord te laten. Daarmee liet hij zien dat ieder van deze bijpersonen in principe even boeiend was als zijn twee hoofdfiguren.

Flink wat schrijvers hebben geprobeerd om in het voetspoor van Joyce meer dan één verhaal tegelijk te vertellen. De Zwitserse schrijver Gerold Späth loste het probleem op door in een roman een hele reeks mensen allemaal even aan het woord te laten, zonder dat hun afzonderlijke verhalen samen een groter geheel vormden. Nancy Huston deed het eleganter door een huisconcert van de Goldberg Variaties te beschrijven en voor ieder van Bachs variaties één toeschouwer aan het woord te laten, zodat we niet alleen die ene persoon leren kennen maar meteen ook de relaties tussen de verschillende personages.

Nabokov gebruikte de truc met het manuscript, waarbij de uitgever van een tekst zichzelf zozeer op de voorgrond zet dat er in de marges van het ene verhaal iets heel anders begint te gebeuren. In Pale Fire krijgen we het manuscript van een lang gedicht door de Amerikaanse dichter John Shade, maar Charles Kinbote, die de inleiding en de commentaar verzorgt, gaat zo uitbundig te werk dat we al snel beginnen te vermoeden dat er misschien iets heel anders aan de hand is.

In zijn recente roman House of Leaves doet de jonge Amerikaanse schrijver Mark Z. Danielewski een poging om de techniek van Nabokov nog radicaler toe te passen. Op de titelpagina staat wel zijn eigen naam maar onder de titel van het boek lezen we "by Zampanò with an introduction and notes by Johnny Truant". Merkwaardig genoeg begint het boek dan met een 'Foreword' dat getekend is door "The Editors" (wie dat dan ook mogen wezen). Als we beginnen bij de mysterieuze Zampanò, dan is hij de auteur van een erg geleerde studie over een film die The Navidson Record heet en die het grootste deel van Danielewski's boek uitmaakt. Deze studie werd gevonden tussen de papieren van een oude man die Zampanò heet en die wat aan lagerwal is geraakt. De uitgever en annotator Johnny Truant vertelt hoe hij aan het manuscript komt en wat hij over Zampanò te weten is gekomen, maar als jongste bediende in een tatoeagezaak heeft hij andere dingen aan het hoofd, onder meer een stripteaseuse die Thumper heet. Het verhaal van zijn problemen wordt steeds belangrijker en in de voetnoten en commentaren verdwijnen Zampanò en zijn manuscript steeds meer naar de achtergrond.

Maar het verhaal dat Zampanò te vertellen heeft, is zelf ook niet zo eenvoudig. Zijn studie over de film wordt op de eerste plaats al bemoeilijkt door het feit dat eigenlijk niemand zeker weet of The Navidson Record een documentaire is of fictie. De film, of reeks van films, vertelt een periode uit het leven van de nieuwsfotograaf Will Navidson die met zijn vrouw, een gewezen fotomodel en zijn twee kinderen ergens in Virginia in een oud huis gaat wonen. Ondanks zijn succes (hij kreeg een Pulitzer-prijs voor zijn foto van een stervend Afrikaans kind met op de achtergrond een aasgier) is Navidson het reizen beu en wil hij meer tijd besteden aan zijn vrouw en zijn kinderen. Vanuit een aangeboren drang om alles vast te leggen koopt hij videocamera's en installeert die in en rond het huis. The Navidson Record maakt gebruik van al dat materiaal. Als de film tenminste inderdaad een documentaire is.

Er is iets raars met het huis. De binnenafmetingen komen net niet overeen met de buitenafmetingen, alsof er binnen meer plaats zou zijn dan je van buiten kunt vaststellen. En van de ene dag op de andere verschijnt er in een kamer een perfect afgewerkte deur. Achter de deur zit eerst een kast, dan een kamer en plots blijkt dat de ingang te zijn naar een nagenoeg oneindig grote ruimte die zich op een of andere manier in of achter of onder het huis bevindt.

Tegen de zin van zijn vrouw en ondanks aanwijzingen dat er zich een gevaarlijk wezen ophoudt, besluit Will samen met zijn broer en een stel speciaal uitgekozen avonturiers deze ruimte te verkennen. Zoals men kon verwachten, loopt het allemaal niet goed af. Het verhaal van het huis dat dus in het centrum staat van The Navidson Record en daarmee van House of Leaves, heeft heel veel te maken met de korte verhalen van Poe en andere horrorklassiekers.

Zampanò mag dan wel de enige blinde filmcriticus zijn op de wereld, hij is in elk geval een erg belezen man, die zonder een spier te vertrekken zowel Camille Paglia als Jacques Derrida kan citeren. Zijn studie bevat niet alleen de nodige voetnoten en een lange opsomming van architecten en gebouwen, er zit ook een mini-dissertatie over labyrinten in verborgen.

Maar dat is nog lang niet alles. Voor de teksten van ieder van de personages heeft dit boek een eigen lettertype en zelfs de namen van deze letters zijn relevant (dante, times, courier, bookman). En het exemplaar dat ik bezit is gedrukt in kleuren, of toch gedeeltelijk. Overal waar het woord "house" voorkomt is het in blauwe inkt gedrukt. In grote delen van het boek wordt een poging gedaan het verhaal typografisch weer te geven. Als alles snel gaat, krijg je maar een paar woorden per pagina, soms staan stukken tekst schuin gedrukt of zelfs in spiegelschrift.

Het boek heeft ook nog een paar appendixen: een volledige beschrijving van de film, een verzameling "bits" and "pieces" uit de nalatenschap van Zampanò, een reeks brieven van de moeder van John Truant, een verzameling al dan niet geleerde citaten en uiteindelijk zelfs een alfabetische index. En als dat nog niet genoeg was, vind je los in het boek een kaartje met reclame voor een cd met liedjes over dit boek en krijg je te horen dat het manuscript eerst een tijd een eigen leven heeft geleid op het internet, met als gevolg een hype die een en ander gemeen heeft met die rond het Blair Witch Project.

Danielewski mag dan al meer dan een beetje mythomaan zijn, hij heeft met dit boek een prachtwerk afgeleverd dat de lezer ondanks de soms verrassende typografie vanaf de eerste bladzijde meesleurt als op een rollercoaster. Op de achterflap zegt Bret Easton Ellis dat dit een fenomenaal debuut is en dat schrijvers als Thomas Pynchon en David Foster Wallace aan de voeten van deze Mooie Jonge God liggen te kronkelen van verrassing en bewondering. Bret Easton Ellis heeft groot gelijk.

Richard Powers behoort tot de generatie Amerikaanse schrijvers tussen Pynchon en Wallace en niemand is het zo gewend om in één roman verschillende verhalen te vertellen. In zijn vorige boek Gain beschreef hij de ziekte en dood aan kanker van een gewone vrouw samen met de bedrijfsgeschiedenis die begint met een familie zeepmakers en eindigt met een van de belangrijkste multinationale chemiereuzen, met vestigingen over heel de wereld, onder meer in het stadje waar het hoofdpersonage ligt te sterven aan een ziekte die meer dan waarschijnlijk iets te maken heeft met die fabriek.

Maar het nieuwe boek van Powers, Plowing the Dark, lijkt meer op The Goldbug Variations, waarschijnlijk de belangrijkste roman die Powers geschreven heeft. De personages zijn verre neven en nichten van die in Goldbug en ook de thema's liggen niet zo ver uit elkaar. Maar dit is tegelijkertijd ook een van de meer donkere boeken van Powers en dat kan ook niet anders als een van je hoofdpersonen ontvoerd wordt en het grootste deel van het boek vastgeketend ligt aan een radiator in een klein kamertje.

Taimur Martin is leerkracht Engels in Beiroet en wordt daar bijna onmiddellijk na zijn aankomst door een islamitische groep ontvoerd. Zijn relatie met zijn bewakers, de opeenvolgende periodes van hoop en van wanhoop, en uiteindelijk zijn ineenstorting worden beschreven op een manier die zo intens is dat het soms ondraaglijk wordt. In de droomwereld of de hallucinaties die hij creëert, raakt zijn verhaal uiteindelijk ook dat van het tweede personage.

Adie Klarpol is een gedesillusioneerde kunstenares in New York die door een oude vriend wordt uitgenodigd om in Seattle mee te werken aan een project waarbij in een kamer die de verzamelde nerds "The Cavern" noemen met de allernieuwste computers de virtuele realiteit van een hele nieuwe wereld wordt geschapen: de natuurschilderijen van douanier Rousseau, de kamer van Van Gogh in Arles, en uiteindelijk zelfs de hele Aya Sophia. Maar ook in die kunstmatig levend gemaakte kunstwerken dringt uiteindelijk de harde werkelijkheid uit het Midden-Oosten binnen. Het is via 'Sailing to Byzantium', een gedicht van William Butler Yeats, dat de virtuele wereld van de kunst heel even samenvalt met de echte wereld van de fantasie.

Het boek van Powers bevat vooral in het deel in Beiroet ongekend intense passages. Verder vinden de fans van zijn werk alles wat we ondertussen van hem verwachten: een meer dan grondige documentatie (zowel wat computers en virtuele realiteit betreft als de situatie in Beiroet en wat er met een mens gebeurt als je hem volledig isoleert), intelligente conversaties, maatschappelijke relevantie en ethische diepgang zonder dat alles zweverig hoeft te worden.

In beide romans lopen de twee verhalen langs elkaar heen en is het aan de lezer om de verbanden te zoeken. Een van de mooiste ogenblikken in een recente roman waar twee levens elkaar raken zonder dat de betrokkenen het zelf beseffen, is te vinden op het einde van The English Patient van Michael Ondaatje. Hana, de Canadese verpleegster die op het einde van de oorlog een verhouding had met een jonge sikh van de mijnopruimingsdienst, duwt tien jaar na de oorlog met haar schouder tegen een kast en een glas valt naar beneden. Aan de andere kant van de wereld laat het dochtertje van de sikh haar vork vallen. Met een snelle beweging van zijn linkerhand kan haar vader de vork opvangen. Alles heeft met alles te maken.

Danielewski mag dan al meer dan een beetje mythomaan zijn, hij heeft een prachtwerk afgeleverd dat de lezer vanaf de eerste bladzijde meesleurt als op een rollercoasterPowers geeft zijn fans alles wat ze van hem verwachten: grondige documentatie, intelligente conversaties, maatschappelijke relevantie en ethische diepgang

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234