Vrijdag 24/05/2019

Klimaat

‘Er zijn al klasgenoten gaan betogen voor het klimaat. Ja, dat is hun volste recht. Maar natuurlijk ga ik niet mee’

Beeld Koen Bauters

Geen mens die na haar ontslag nog een cent had ingezet op de politieke toekomst van Joke Schauvliege. Zelfs Joke Schauvliege niet: nadat ze als Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw verstrikt was geraakt in al dan niet bestaande intriges rond de klimaatmarsen, was het naar eigen zeggen dankzij haar gezin dat ze tóch de moed vond om straks, op 26 mei, alsnog de Oost-Vlaamse lijst te trekken voor CD&V. Eén stem heeft ze al: die van dochter Kato. ‘Ik denk dat alles wat er is gebeurd, ons gezin nog sterker heeft gemaakt.’

Je weet dus al op welke partij je in mei zult stemmen?

(lacht) “Inderdaad. Ik ben wel benieuwd naar het stemmen zelf: het wordt de eerste keer.”

Zou je ooit op iemand anders stemmen dan je moeder? En zou je het haar dan durven te vertellen?

“Wanneer ze afscheid neemt van de politiek, zal ik wel moeten (lacht). Maar als ik het niet meer eens zou zijn met de ideologie van CD&V, of als mijn mama iets zou doen waarin ik me totaal niet kan vinden, zou ik zelf wel mijn conclusies trekken, denk ik. Natuurlijk zouden ze thuis dan wat teleurgesteld zijn, maar ik mag nog altijd zelf kiezen op wie ik stem.”

Je hebt thuis geen duwtje in de juiste richting gekregen?

“Nee. Misschien neig ik vanzelf naar CD&V omdat ik nu eenmaal opgegroeid ben met ouders die bij die partij actief zijn. Maar nu ik ouder ben, kan ik zelf wel de afweging maken tussen de verschillende partijen. En zelfs na ze vergeleken te hebben vind ik mezelf nog altijd het best passen bij CD&V.”

CD&V staat niet bepaald bekend als een jongerenpartij. Wat trekt jou erin aan?

“Vooral dat ze niet zo extreem zijn in hun meningen. Redelijkheid vind ik belangrijk, maar dat zie je vandaag te weinig in de politiek. En ik vind de mensen van CD&V ook goed overkomen als ik ze hoor praten: Kris Peeters, Wouter Beke en Hilde Crevits spreken me wel aan. Het lijken me sympathieke mensen.”

Maar het zijn niet meteen de hipste politici.

“Misschien niet, maar daar hou ik weinig rekening mee. Ik denk dat waarvoor ze staan toch een stuk belangrijker is dan hoe hip ze zijn.”

De ‘C’ in CD&V staat nog altijd voor ‘christen’. Hoe katholiek is jullie gezin? In het ouderlijke huis van je moeder werd geregeld naar de kerk gegaan.

“Dat doen wij alleszins niet meer. Mijn broer doet volgend jaar zijn plechtige communie en ik zit op een katholieke school, maar daar blijft het bij. Al stelt mama met Pasen of Kerstmis soms nog eens voor om naar de kerk te gaan, maar dan maken mijn broer en ik duidelijk dat we daar geen zin in hebben (lacht). En dan blijven mijn ouders ook maar thuis. Op dat vlak is er een beetje een generatieverschil, denk ik.”

Je hoeft niet per se naar de kerk te gaan om gelovig te zijn?

“Nee, maar ik zou mezelf ook niet gelovig noemen. De waarden van de kerk vind ik wel nog belangrijk: dat je je naasten graag moet zien, en rekening moet houden met anderen. Maar ik geloof niet in God, en ook niet in een leven na de dood. Misschien omdat ik dingen graag wetenschappelijk bekijk – ik zit in het laatste jaar wetenschappen-wiskunde op school. Bij mijn grootouders is dat duidelijk nog anders: zij geloven wel nog heel erg in die dingen.”

Zijn er naast CD&V nog andere partijen die je sympathie zouden kunnen krijgen?

“Dan voel ik me nog het meest aangetrokken tot Open VLD, omdat zij zich net als CD&V wat meer gematigd opstellen. Gematigdheid vind ik belangrijk.”

Maar stilaan zeldzaam in de politiek. Merk je bij je leeftijdsgenoten iets van die polarisering waarvan iedereen de mond vol heeft?

“Toch wel, ja. Ik hoor tegenwoordig jongeren zonder blikken of blozen meningen verkondigen die aanleunen bij Vlaams Belang. Als jongere sta je vaak wat extremer in het leven dan als volwassene, dat besef ik, maar om dan zulke extreme standpunten in te nemen… Het gaat trouwens niet alleen om jongeren, polarisatie zie je vandaag overal.”

Een figuur als Dries Van Langenhove slaat daar munt uit. Hij zou vooral aanhang hebben bij jongeren, heb je dat al gemerkt in je omgeving?

“Alleszins niet bij de jongeren waarmee ik over politiek praat. Zelfs degenen die uitgesproken rechts zijn, verdedigen hem niet. Ik hoop dat er weinig mensen meegaan in wat hij vertelt, maar ik denk dat zijn soort charisma inderdaad kan aanslaan.”

Vind je dat je beter op de hoogte bent van politiek dan de meeste van je leeftijdsgenoten?

“Toch beter dan de gemiddelde 18-jarige, denk ik. Ik weet bijvoorbeeld al jaren wat een lijsttrekker is, maar dat is blijkbaar niet zo normaal. Als we het op school over politiek hebben, vind ik het vanzelfsprekend dat ik al weet waarover het gaat. Ik snap dat de meeste jongeren politiek totaal niet interessant vinden, maar zodra je 18 bent en gaat stemmen, zou je toch een beetje interesse mogen tonen.”

Kun je je dan vinden in de voorstellen om stemmen al mogelijk te maken op 16?

“Dat lijkt me wel erg jong. Ik zie veel leeftijdsgenoten die op hun 18de nog altijd niet weten op welke partij ze moeten stemmen. Maar je hebt óók 16-jarigen die het op die leeftijd al beter weten dan sommige volwassenen. Misschien is het daarom nog een idee om stemmen op vrijwillige basis mogelijk te maken op die leeftijd, maar het verplichten zou ik toch niet zo snel doen.”

Praten jullie thuis veel over politiek?

“Dat valt nog mee. Mijn ouders natuurlijk wel, maar het is niet zo dat we aan de keukentafel alléén maar over politiek praten. Vaker gaat het gewoon over school en andere alledaagse dingen. Maar als hun kinderen vangen we natuurlijk af en toe iets op, en dan hebben we het daar wel over. Over het klimaat hebben we het bijvoorbeeld al vaak gehad thuis.”

In het heetst van de klimaatkwestie zei je moeder dat jij als tiener ook bezig bent met het milieu, net als de klimaatspijbelaars, maar dat jij dat op een realistische manier doet. Wat houdt dat realisme in?

“Dat we niet mogen vergeten dat we in de eerste plaats ook naar onszelf moeten kijken, en niet alle verantwoordelijkheid mogen afschuiven op politici. Ik vind het heel goed dat er zoveel aandacht is voor het klimaat, het is ook maar normaal dat we daar als jongeren mee bezig zijn. Maar ik denk dat er best al veel gebeurd is op het vlak van klimaat, alleen hebben de meeste mensen daar geen oog voor.”

Beeld Koen Bauters

Ken je veel klimaatspijbelaars?

“In mijn klas zit er een groep vriendinnen die samen een donderdag zijn gaan betogen. Eén keer maar, geloof ik. Ik neem hun dat niet kwalijk, ze hebben het volste recht om dat te doen. Maar natuurlijk ga ik dan niet mee.”

Voelde je toch geen druk om mee te gaan?

“Nee, iedereen mocht voor zichzelf beslissen om al dan niet mee te gaan. Groepsdruk heb ik niet gevoeld, maar ik sluit ook niet uit dat die bij sommige betogers misschien wél een beetje meespeelde. En er zullen hier en daar wel wat jongeren geweest zijn die, naast hun bezorgdheid over het klimaat, ook voor de ervaring gegaan zijn. Waarschijnlijk een minderheid, maar toch.”

De klimaatspijbelaars vonden al snel een dankbaar doelwit in je moeder, toevallig Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

“Bij de spijbelaars in mijn klas was het helemaal niet de bedoeling om mijn moeder te viseren, dat weet ik. Maar ik had het er wel moeilijk mee dat het gebeurde: die klimaatkwestie werd plots helemaal op haar afgeschoven, terwijl het geen probleem is dat door één persoon veroorzaakt of opgelost kan worden. Ik vind het net zo belangrijk om op te komen voor het klimaat als die spijbelaars, maar om daarom dan specifieke personen aan te vallen... Dat vond ik er echt over. Mochten de betogingen niet zo rechtstreeks tegen politici gericht zijn, dan zou ik waarschijnlijk zelfs meegedaan hebben. Maar nu hadden ze zo’n negatieve bijklank, en daar kon ik me echt niet in vinden.”

Vind je het dan verkeerd om oplossingen te verwachten van politici?

“Dat niet, maar de oplossingen zijn allesbehalve simpel, en ze hebben serieuze gevolgen. Ik vind dat je mensen ook niets mag opdringen. Je kunt niet opleggen dat iedereen dan voortaan maar vegetariër moet worden. Politici doen nu ook al vaak hun best, denk ik. En ja, het kan soms nog beter. Maar daarom moet je nog geen mensen persoonlijk aanvallen. Nog eens: we mogen niet vergeten dat we allemáál een verantwoordelijkheid hebben op dat vlak.”

Wat doe jij dan om die verantwoordelijkheid op te nemen?

“Ik probeer minder plastic flessen te gebruiken, ik neem zoveel mogelijk een drinkbus mee als ik ergens naartoe ga. En ik probeer zoveel mogelijk met de fiets te gaan. Al heb ik geen keuze op dat vlak: ik heb nog geen rijbewijs (lacht). Afval weggooien zal ik ook nooit zomaar doen. Dat lijkt banaal, maar als ik naar de Blaarmeersen ga in Gent dan valt me toch elke keer op hoeveel afval mensen er achterlaten.”

Ben je opgelucht als er eens een donderdag minder deelnemers zijn voor de klimaatbetoging?

“Ik ben vooral opgelucht dat het voor mijn mama nu iets rustiger is, en dat ze niet meer zo geviseerd wordt. Op dat vlak is de storm nu wel een beetje gaan liggen.”

Je bedoelt de stroom aan sms’en die je moeder kreeg toen klimaatactivisten haar nummer in handen kregen?

“Dat was echt niet meer normaal. Het was meer stalking dan iets anders. En het had niets meer te maken met opkomen voor het klimaat, vond ik. Wat brengt dat op, iemand zo pesten? Ze kon totaal niet meer functioneren door al die drukte. Op een bepaald moment heeft mama me haar gsm getoond: je kon echt naar beneden blíjven scrollen door al die berichten. Schreeuwerig, in hoofdletters, soms ronduit bedreigingen. Er waren zelfs berichten in het Frans bij. Voor mensen die zoiets doen, is het waarschijnlijk moeilijk zich in te beelden hoe intimiderend dat overkomt, maar wij hebben het meegemaakt en het was echt niet oké.

“Na een tijdje bleef ik ook weg van Facebook en zo: het werd onvermijdelijk dat ik iets over de klimaatbetogingen tegenkwam. In het begin klikte ik nog wel zo’n nieuwsbericht open, zoals toen het ging over de grappige slogans die de betogers allemaal op hun borden hadden geschreven. Maar daar ben ik ook mee gestopt: als het op die borden over je moeder gaat, is het niet zo grappig.”

Wouter Beke noemde de persconferentie waarop je moeder in tranen ontslag nam een moment dat op zijn netvlies zou blijven staan. Dat moet voor jullie gezin dan zeker zo zijn.

“Vooral omdat we zelf niet wisten dat het zou gebeuren. Papa en ik volgden de persconferentie live op de computer: ik was ziek die dag, dus ik was niet op school. We hebben samen met de rest van Vlaanderen vernomen dat mama ontslag zou nemen als minister. Dat was een erg vreemd moment.”

Het was nochtans niet de eerste keer dat je moeder onder vuur kwam te liggen door haar job.

“Nee, maar wel de eerste keer dat het mij echt heeft weten te raken. Misschien omdat ik nu wat ouder ben dan de vorige keren, en ik de impact ervan beter begrijp. Of misschien omdat het over het klimaat ging en ik me daar zelf ook betrokken bij voelde.

“Als je moeder in de politiek zit, moet je tegen iets meer kunnen dan de gemiddelde 18-jarige. Dat zullen alle kinderen van politici wel hebben, denk ik: vroeg of laat word je geconfronteerd met mensen die je ouders zakkenvullers noemen, of iets dergelijks. Ik besef dat zulke dingen tegenwoordig horen bij een job in de politiek, en na een tijdje leer je dan ook om het van je af te zetten. Maar nu, met de klimaatbetogingen, kwam het harder aan dan gewoonlijk. Ik heb het intussen een plaats gegeven: ik denk zelfs dat de voorbije weken ons gezin sterker gemaakt hebben.”

Kledingadvies

Je moeder zal in mei alsnog lijsttrekker zijn voor CD&V in Oost-Vlaanderen: zonder jullie steun had ze dat niet gedaan, zei ze. Had je niet ergens gehoopt dat ze het voor bekeken zou houden in de politiek?

“Nee, ik wist wel dat ze de politiek niet zou kunnen loslaten. Het is haar passie, en ze heeft er ook al te veel werk ingestoken om alles zomaar aan een ander over te laten. De beslissing was natuurlijk volledig de hare, maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat ze uiteindelijk weer door zou gaan. Dat vind ik zo mooi aan haar, hoe ze ondanks alles altijd blijft volhouden.”

Al had niemand het je kwalijk genomen als je er anders over dacht.

“Nee, dat is zo. Mijn grootouders steunden mama bijvoorbeeld ook in haar beslissing, maar ze waren toch iets minder enthousiast: ‘Allee, gaat het nu weer opnieuw beginnen?’ (lacht).

“Ik had het volledig begrepen als mama ermee was gestopt. Maar ik vind het veel mooier om te zien hoe ze toch nog de kracht gevonden heeft om door te gaan, en dat ze nu laat zien dat ze niet zo snel opgeeft.”

Daardoor heb je je moeder wel al vaak moeten missen. Heb je haar ooit kwalijk genomen dat ze niet altijd in de buurt was?

“Totaal niet, net omdat ik altijd gezien heb dat haar werk heel belangrijk voor haar is. Politiek is mama’s passie, ik zal haar nooit kwalijk nemen dat ze zoveel ambitie heeft. En daarnaast ben ik ook gewoon niets anders gewend. Het is de normaalste zaak ter wereld voor ons dat mama er vaak niet is. En op de momenten dat ik haar echt nodig heb, máákt ze wel dat ze er is. Maar door het vaak zonder haar te stellen, heb ik ook geleerd om zelfredzaam te zijn. Misschien dat ik er zelfs iets sneller volwassen door geworden ben.”

Heb je iets van die ambitie van je moeder meegekregen? Zie je jezelf bijvoorbeeld ooit de politiek ingaan?

“Misschien dat ik over een paar jaar lid word van Jong CD&V, maar er echt mijn job van maken? Daarvoor vind ik het voorlopig toch een iets te harde stiel. Mama’s vastberadenheid heb ik wel voor een deel geërfd, denk ik. Als ik iets wil, dan zal ik ervoor gaan. Koppig kan ik ook zijn, maar dat heb ik meer van mijn vader – net als mijn uiterlijk.”

Heb je een andere band met je vader dan met je moeder?

"Een beetje. Het is natuurlijk wel anders bij hem: hij is wiskundeleerkracht, ik zie hem dus elke dag na school. Mama is vaak nog aan het werk op schoolavonden.”

Klopt het trouwens dat je je moeder soms modetips probeert mee te geven?

“Dat is zo, ja (lacht). We hebben een andere kledingstijl, maar als ze ergens verwacht wordt, loopt ze vaak eerst nog langs om mijn mening te vragen over haar kledij. Als we samen gaan shoppen probeer ik haar ook altijd advies te geven. Op dat vlak zijn we zoals elke moeder en dochter, denk ik.”

Toen je 11 was, zei je moeder in een interview dat je qua karakter op haar leek: je toonde soms de neiging om in je schulp te kruipen. Is dat nog altijd zo?

"Op mijn 11de zal dat misschien nog zo geweest zijn, maar ik denk dat ik de laatste jaren iets meer opengebloeid ben. Ik ben alleszins niet meer zo verlegen als toen. Ik ben nu monitor bij Kazou, de jeugddienst van CM: daarvoor moet je redelijk sterk in je schoenen staan en leiding durven te nemen.”

In datzelfde interview zei je moeder dat ze je wou bijbrengen om rekening te houden met anderen, maar ook om weerbaar te zijn.

“Dat rekening houden met anderen zat zeker in de opvoeding bij ons thuis. En anderen vergeven, dat ook. Wraakgevoelens zijn uit den boze bij ons, net als je gevoelens opkroppen. En daarnaast hebben we een warme thuis meegekregen. Mocht ik later kinderen hebben, dan zou ik het thuis net zo doen.”

Vergiffenis is een mooie christelijke waarde, maar niet altijd even makkelijk. Zou je bijvoorbeeld de mensen kunnen vergeven die je moeder de laatste maanden hebben aangevallen?

“Het zou misschien niet makkelijk zijn, maar ik geloof niet dat al die mensen het zo bedoeld hebben. Waarschijnlijk konden ze zich niet goed voorstellen dat ze niet alleen mijn moeder zouden raken, maar ook het hele gezin achter haar.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.