Zondag 20/10/2019

Interview

Er zat een mol in Auschwitz. Maar niemand wilde hem geloven

Pilecki’s arrestatiefoto, mei 1947. Hij werd gearresteerd door het communistische regime, vanwege zijn verzet tegen de stalinistische terreur. Beeld RV

Witold Pilecki (1901-1948) was een Poolse verzetsman die zich in 1940 vrijwillig liet opsluiten in Auschwitz. Met de talloze rapporten over de gruwel die hij het kamp buitensmokkelde, gebeurde evenwel niets. Journalist Jack Fairweather vertelt het verhaal: ‘De geallieerden keken de andere kant op.’

In hoeverre wisten de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog dat er een genocide op de Europese Joden aan de gang was? Je wilt ze geen eten geven, de auteurs van alle academische artikels en boeken die de laatste 75 jaar een antwoord op die vraag probeerden te formuleren. Zeker niet omdat je in feite maar met één man moet gaan lunchen om een betere kijk op de zaak te hebben. Met Jack Fairweather dus, de auteur van Vrijwillig naar Auschwitz.

Fairweather had er zes jaar oorlogsjournalistiek in Irak en Afghanistan op zitten toen hij in 2011 het verhaal van Witold Pilecki op het spoor kwam, een uit de kleine landadel afkomstige luitenant die zich na de inval van de nazi’s in Polen in 1939 bij het verzet aansloot en zich vrijwillig liet opsluiten in Auschwitz. 945 dagen zou hij er blijven, om het intern verzet te organiseren en met de regelmaat van de klok rapporten naar buiten te smokkelen, over de oorlogsmisdaden die de Duitse militairen en de kapo’s er begingen, en over de genocide op de Joden natuurlijk.

Bestemmeling van zijn rapporten was de Poolse regering in Londen en bij uitbreiding het Britse en Amerikaanse leger, van wie hij een militair ingrijpen verwachtte. Maar tevergeefs dus, zoals we allemaal weten. Op 14 oktober 1942 kwamen in Genève de 23 Zwitserse leden van het Rode Kruis samen om te stemmen over de vraag of de uitroeiingsplannen van de nazi’s publiek gemaakt moesten worden. Nee, stemde het comité bijna unaniem, waarmee het zich aansloot bij de Britse en Amerikaanse regering en het Vaticaan, die al eerder beslist hadden om te zwijgen over de genocide op de Joden. Auschwitz, het epicentrum van die genocide, werd pas op 27 januari 1945 door het Rode Leger bevrijd. Naar schatting waren er toen 1,3 miljoen mensen vermoord.

“Pilecki worstelde met een hevig schuldgevoel”, legt Fairweather uit. “En dat is ook te begrijpen. Hij werkte in een magazijn waar hij de bezittingen van de mensen die in de gaskamer verdwenen diende te sorteren en versturen. Het lijkt me moeilijk om daar dag in, dag uit mee bezig te zijn zonder je na verloop van tijd medeplichtig te gaan voelen.

“In de notities die hij na de oorlog op papier zette over die periode, beschrijft hij hoe hij op een dag op de terugweg was naar zijn barak en voor het crematorium een gezin zag staan. Hij keek naar hen en zij keken naar hem en allemaal wisten ze wat er met hen zou gebeuren. Er was ook een jongetje bij dat ongeveer zo oud was als zijn eigen zoontje. Toen hij ’s nachts schoten hoorde, dacht hij aan die jongen. ‘Waar zijn we mee bezig’, vroeg hij zich af, ‘met onze plannen voor een opstand en het buitensmokkelen van rapporten waar nadien niets mee gedaan wordt?’ ‘Ik haal me in het hoofd dat ik de loop van de oorlog kan veranderen’, kwam hij tot de bittere conclusie, ‘maar ik kan nog niet eens een kind redden.’ De rest van zijn leven vond hij dat hij toen faalde. Hij ging ervan uit dat de informatie die hij naar buiten smokkelde nooit bij de geallieerden belandde, dat alles wat hij deed tevergeefs was en dat er daarom niets tegen Auschwitz werd gedaan.

“Ik ontdekte dat de vork anders in de steel zat. Dat er niets tegen Auschwitz ondernomen werd was niet zijn schuld, maar wel die van de Britten en de Amerikanen.”

Jack Fairweather, auteur van het boek: ‘De nazi’s waren helemaal geen grote planners. Ze hadden geen idee waar ze mee bezig waren in Auschwitz. Ze maakten er een boeltje van.’ Beeld RV

Laten we bij het begin beginnen. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om zich vrijwillig te laten opsluiten in een concentratiekamp?

Jack Fairweather: “Het kan lijken alsof Pilecki stond te springen om naar Auschwitz te gaan, maar dat was natuurlijk niet zo. In feite was hij een soort Chinese vrijwilliger. Niet iedereen in het Poolse verzet vocht immers voor hetzelfde. Ze hadden een gemeenschappelijke vijand, de Duitse bezetter, en dat verenigde hen, maar hoe ze de toekomst van een bevrijd Polen zagen verdeelde hen ook weer. Pilecki’s overste wilde van Polen een religieuze staat maken, gefundeerd in het katholicisme. Pilecki stond een wereldse staat voor. Iedere burger mocht voor hem geloven wat hij wilde, dat had niets met politiek te maken. En hij stak die mening niet onder stoelen of banken. Op het moment dat er dus iemand in Auschwitz moest onderduiken, was de keuze van de overste dan ook gauw gemaakt. Pilecki mocht gaan.”

Hij dacht er niet aan ervanonder te muizen?

“Hij zag het als zijn plicht om te doen wat van hem verlangd werd. Aanvankelijk had hij het er niet makkelijk mee, maar uiteindelijk verzoende hij zich met zijn lot en zag hij ook wel in dat hij een verschil kon maken. Hij was echt een overlevingsfactor voor veel gevangenen omdat hij hun toonde dat je niet automatisch ten dode opgeschreven was wanneer je in het kamp belandde. De commandant verwelkomde iedereen met de droge mededeling dat wie daar binnenkwam na een maand dood was. Velen gaven de hoop op en stierven inderdaad, maar anderen kwamen in contact met Pilecki en kregen van hem het aanbod zich aan te sluiten bij het interne verzet. Hij zorgde voor genoeg eten, maar vooral ook voor veel hoop.”

Witold Pilecki in 1940. Hij was een soldaat die zich in 1939 aansloot bij het Poolse verzet. Beeld Belga

Hoe slaagde Pilecki erin bijna drie jaar te overleven?

“Iemand die onverwacht opgepakt werd op straat en naar het kamp werd gebracht, wist niet wat hem overkwam en verloor algauw de moed. Dat Pilecki er zelf voor gekozen had om naar Auschwitz te gaan, maakte hem allicht weerbaarder. Al had hij het de eerste maanden ook lastig. Hij kwam zowat om van de honger. Naast die morele kracht overleefde hij ook door spitsvondigheid en een flinke dosis geluk. Hij lag altijd op de uitkijk voor kansen en mogelijkheden, ook voor zijn collega’s van het verzet trouwens. En hij werd opgemerkt door een kapo die hem een makkelijk binnenbaantje gaf, eerst in de keuken en daarna in de sorteerruimte. Voor veel gevangenen betekende zo’n baan de redding. Werken in de openlucht was immers veel zwaarder.”

Dat gaf hem wellicht ook de tijd om het intern verzet te organiseren?

“De eerste paar maanden wilde Pilecki in feite maar één ding: overleven. Toen dat lukte, begon hij zich tegen het regime te verzetten. Hij zag algauw in dat een opstand van de gevangenen alleen kon lukken wanneer ze met genoeg waren en er hulp van buitenaf kwam. Er diende een heel netwerk uitgebouwd te worden. Hij moest naar buiten brengen wat er in het kamp gebeurde en dan zouden de Britten en de Amerikanen ingrijpen, dacht hij.”

Maar dat deden ze dus niet, ook niet in 1942 en 1944, toen absoluut duidelijk was dat er een genocide aan de gang was in Auschwitz. Waarom bombardeerden de geallieerden het kamp niet, zoals Pilecki vroeg?

“Daar waren verschillende redenen voor. Auschwitz lag op 1.700 kilometer van Groot-Brittannië. De bommenwerpers konden niet heen en weer vliegen zonder in de lucht bij te tanken, werd er gezegd, en dat boven Duitsland doen was echt te gevaarlijk. De Britse luchtmacht was in het begin van de oorlog ook niet veel waard en kon dus zeker niet op tegen de Duitse.

“Bovendien wensten de Britten zich te concentreren op de eigen strijd. Op 4 januari 1941 werden er boven Londen 22.000 bommen afgegooid door de Duitsers, waaronder heel wat brandbommen die een enorme vuurzee veroorzaakten. In de maanden ervoor waren er in Londen alleen al 18.000 doden gevallen door dergelijke bombardementen. Auschwitz lag dus zowel fysiek als mentaal heel ver weg.

“En in hoeverre vertelden die Polen de waarheid wel? Dat speelde ook mee. Overdreven ze niet? Spuiden ze geen propaganda? Charles Portal, hoofd van de Air Staff, had ook bezwaren tegen het bombarderen van burgerdoelwitten. Hij wilde de oorlog militair houden en was ervan overtuigd dat die alleen gewonnen kon worden door de Duitse oorlogsproductie lam te leggen, wat betekende dat hij alleen industriële installaties wilde raken. Auschwitz bom­barderen was geen militaire, maar een politieke daad, redeneerden de Britten, een oorlog omwille van morele redenen. En precies dat zou een belangrijk teken geweest zijn natuurlijk, dat de Britten tegen de nazi’s vochten omdat ze oorlogsmisdaden begingen en niet alleen omdat ze een ander land bezetten.”

In die zin zouden de bombardementen echt wel iets uitgemaakt hebben?

“Er zouden veel doden gevallen zijn en wellicht was een deel van de gevangenen kunnen ontsnappen, maar dat is in feite niet de essentie van de zaak. Hadden de Britten in 1940 Auschwitz wel gebombardeerd, dan hadden ze een precedent geschapen. Het zou getoond hebben dat een oorlog op ethische gronden mogelijk was. En misschien zou het er ook toe geleid hebben dat nadien andere kampen gebombardeerd werden. Zoals het nu ging, ondervonden de nazi’s geen enkele weerstand bij het opzetten van concentratie- en vernietigingskampen. Er werd hen geen strobreed in de weg gelegd.”

Speelde er ook antisemitisme mee? Keken de geallieerden niet opzettelijk de andere kant uit?

“Ongetwijfeld. De VS behielden de hele oorlog lang hun quota op Europese immigranten. Ze vreesden dat een massale instroom van Europese Joden voor binnenlands antisemitisme zou zorgen. De Britten wilden dan weer niet dat er Joden naar hun protectoraat Palestina afreisden omdat dat daar voor spanningen kon zorgen.

“De geallieerden wilden de oorlog winnen, en met oorlogsmisdaden zou nadien wel afgerekend worden. Maar zo maak je natuurlijk geen einde aan die oorlogsmisdaden. Ik denk dat dit inzicht na de oorlog een soort trauma heeft veroorzaakt en dat men dacht: dit nooit meer. Het grote failliet van WO II was een moreel failliet. Men heeft toen het morele appel van de genocide gewoonweg genegeerd.”

Hebben de geallieerden na de oorlog die gemiste kans erkend?

“Niet direct, maar het hele idee van mensenrechten is wel een uitvloeisel van WO II, net zoals het ingrijpen van het ene land in het andere omwille van morele redenen, eventueel onder auspiciën van de VN, omdat een regime zich tegen zijn burgers keert bijvoorbeeld. De recente oorlogen in Irak en Afghanistan waren dergelijke interventies op basis van morele gronden. Al stelden veel mensen zich terecht de vraag of George Bush en Tony Blair geen andere, economische redenen hadden voor het ingrijpen in Irak. Ik heb drie jaar in dat land gewoond toen de Amerikanen daar bezig waren met hun interventie. Saddam Hoessein moest aangepakt worden omdat hij zijn burgers gewelddadig onderdrukte, luidde het officieel. Ter plekke viel me op dat die uitleg met een serieuze korrel zout genomen diende te worden en dat het vrijwaren van de Iraakse olievoorraden misschien wel belangrijker was dan de vrijheid van de Iraakse bevolking.”

De Britten gebruikten ook het argument dat ze vreesden dat de Duitsers wraak zouden nemen op hun krijgsgevangenen wanneer ze Auschwitz bombardeerden. Zat daar iets in?

“Dat was inderdaad een zorg van Charles Portal die hij in december 1942 uitte, al dient daarbij opgemerkt dat het totale aantal Britse krijgsgevangenen in het niets verdween bij het aantal Joden in de kampen. Ik begrijp dat een bevelvoerder op een bepaald moment een dergelijke beslissing moet nemen, maar ik denk dat hij niet echt besefte wat er aan het gebeuren was in Centraal-Europa. Het tragische is dat hij dat wel had kunnen beseffen als hij de informatie van Pilecki had geloofd. Het lijkt er dus sterk op dat je gelijk hebt wanneer je stelt dat hij opzettelijk wegkeek van het bewijs, en dat hij daar zijn redenen voor had.”

Witold Pilecki in 1948, tijdens het showproces waarbij hij ter dood werd veroordeeld. Beeld AFP

Je deed in totaal vijf jaar research voor het boek. Je hebt wellicht wel een en ander bijgeleerd dat je voordien nog niet wist. Wat is het opmerkelijkste?

“Ongetwijfeld dat Auschwitz niet altijd was hoe wij het kennen. Toen het in 1940 openging, was het een kamp voor Poolse gevangenen en Poolse volksduitsers die zich tegen het nazisme verzetten. Van gaskamers was er toen helemaal geen sprake. Zodra de invasie van de Sovjet-Unie begonnen was, stroomden de Russische krijgsgevangenen binnen. Eerst werd overgegaan tot een uitbreiding van het kamp van 10.000 naar 30.000 plaatsen. In een volgende fase werd een tweede kamp gebouwd, er vlak naast, Birkenau, waar 100.000 mensen opgesloten konden worden. Toen de Duitse invasie van de Sovjet-Unie stokte en het aantal krijgsgevangenen navenant daalde, ook omdat de sterftecijfers door ondervoeding en ziektes gigantisch hoog lagen, werd het een vernietigingskamp voor de Joden en werden er ook gaskamers en extra crematoria gebouwd.”

Er was dus geen vooropgezet plan?

“Auschwitz veranderde organisch van een gevangenenkamp in een vernietigingskamp, waarbij sprake was van een geleidelijke dehumanisering.

“Eerst werden namen vervangen door nummers, daarna werden de zieken gedood, omdat zij geen economische waarde hadden, dan ging men over op het elimineren van de minderwaardige Sovjet-krijgsgevangenen en toen kwamen de Joden.

“Zyklon B werd trouwens aanvankelijk helemaal niet gebruikt om mensen te doden. Het was ontwikkeld als krachtig insecticide om kleren te ontluizen. Gevangenen moesten hun kleren uitdoen, die in een afgesloten lokaal werden gelegd, waarna er blikken Zyklon B over uitgestrooid werden. Zelfs na urenlang luchten sloeg nadien van de kleren nog een giftige geur af, en lag er een blauwe waas over. Maar luizen bevatten ze niet meer. Van daar was het maar een kleine stap naar het doden van Joden met dat gas. Pilecki zag het allemaal voor zijn ogen gebeuren, hoe men zocht naar de juiste dosissen en manieren om het gas te verspreiden.”

Ik dacht dat de Endlösung bedacht was op de Wannseeconferentie van januari 1942 en dat men daar alles al uitgetekend had. Dat is dus blijkbaar niet zo?

“Ja, wij hebben het idee dat de nazi’s grote planners waren die eerst op bijna wiskundige manier uitdachten hoe ze hun plannen konden uitvoeren en er dan pas aan begonnen, maar dat is dus echt niet zo. Op de Wannseeconferentie werd beslist over te gaan tot de Endlösung. Over de eigenlijke uitvoering had men het daar niet, en dat Auschwitz het epicentrum van de Jodenvervolging zou worden werd er ook al niet beslist. Pas toen er in de zomer daarop overcapaciteit bleek, werd Auschwitz het verzamelpunt voor de Europese joden. En men had geen idee waar men mee bezig was. De nazi’s maakten er een boeltje van.

“In het begin werden heel veel mensen doodgeschoten. Dat ging snel, maar waar bleef je met al die lijken? Dus werden ze in massagraven gedumpt. Dat zorgde niet alleen voor vervuiling van het grondwater, maar in de zomer was de stank die opsteeg uit die graven niet te harden. Dus werden al die ontbindende lijken weer opgegraven en op grote brandstapels gegooid. Het was een immens smerige bedoening. De vlammen waren kilometers ver te zien en de zoete stank hield voor de inwoners van het nabijgelegen stadje Auschwitz – Oswiecim in het Pools –ook geen geheimen in. Iedereen wist wat er in het kamp gebeurde, net zoals iedere Duitse militair die er passeerde. Laat je dus niet wijsmaken dat niemand er iets van wist.”

Er wordt altijd schande gesproken over Duitse firma’s die fabrieken vestigden naast concentratiekampen en gebruik maakten van gevangenen als gratis werkkrachten. Pilecki zag dat dat systeem ook voordelen had, toch?

“Eind november 1942 werden inderdaad de eerste werkkampen geopend in de buurt van Auschwitz. IG Farben wilde er op grote schaal kunstrubber maken. Die fabriek is de reden waarom er zoveel overlevenden waren in Auschwitz. Degenen die er werkten kregen beter eten, betere kleren en werden minder gewelddadig behandeld. Niet alleen omdat ze belangrijk waren voor de oorlogsindustrie, maar ook omdat ze met burgers in contact kwamen en men die niet met levende lijken wilde confronteren.

“Door de aanwezigheid van die werkkampen ontstond er ook een heuse kampadministratie, waarbij genoteerd werd wie wanneer het kamp was binnengekomen en wat voor werk hij deed. Dat leverde na de bevrijding een schat aan informatie op. Sommige gevangen werkten als klerk, sorteerden post en pakjes of behoorden tot de administratie van de bedrijven. Het waren dus niet allemaal arbeiders.”

In 1943 ontsnapte Pilecki uit Auschwitz. Hij ging naar Warschau en deed zijn verhaal tegen de leiding van het Poolse verzet. Waarom volgde er geen actie? Waarom ondernam ook het verzet niets tegen het kamp?

“Het Poolse verzet wilde zich op andere zaken concentreren: de strijd tegen de nazi’s in de Poolse steden. Het kamp interesseerde hen in feite niet echt. Tegen die tijd wist iedereen dat de oorlog niet lang meer zou duren. De Sovjet-troepen wonnen de ene na de andere veldslag en zouden binnen afzienbare tijd Polen bevrijden, dacht men. Waarom dan tijd, krachten en vooral mensen verliezen met een aanval op een gevangenenkamp? Wat Pilecki ook beweerde, voor de andere leden van het Poolse verzet bleef Auschwitz toch maar een kamp, zoals er zovele waren, en niet het epicentrum van een genocide.

“En in hoeverre waren die Sovjets wel te vertrouwen, vroeg het Poolse verzet zich af – achteraf gezien ook volkomen terecht. Zouden de Sovjets Polen niet van de kaart vegen en zou de ene bezetting niet opgevolgd worden door de andere? Moesten ze zich niet voorbereiden op een nieuw verzet, tegen de communistische onderdrukking?”

Was er ook hier geen sprake van opzettelijk de andere kant op kijken? Tegen die tijd zaten er immers vooral Joden in Auschwitz.

“Er zijn inderdaad verdachte zaken gebeurd. Pilecki smokkelde in het najaar van 1942 een ijzersterk dossier buiten over de gaskamers. Dat belandde bij de leiding van het verzet in Warschau en bleef daar liggen. Waarom weten we niet. In oktober contacteerde de Poolse regering in Londen het verzet met de expliciete vraag of het iets wist over Joden die massaal vermoord werden. Het is praktisch 100 procent zeker dat de leiding van dat verzet heel goed wist wat er toen in Auschwitz gebeurde, maar er werd met geen woord over gerept tegen de Poolse regering.

“Volgens sommige historici is dat te wijten aan schaamteloos antisemitisme. Zelf ben ik wat voorzichtiger. Het Poolse verzet verloor zijn beste en uitgebreidste netwerk informanten terwijl dit onderzoek deed naar de Jodenvervolging. Het was er dus echt wel mee bezig. Bovendien was het ook heel erg teleurgesteld door het gebrek aan actie van de geallieerden. Mij lijkt het dus eerder dat de bezorgdheid van het verzet daardoor verschoof naar de eigen Poolse bevolking. Zouden de nazi’s na de liquidatie van het getto van Warschau hun moordende geweld niet op etnische Polen richten? Een definitief en sluitend antwoord is er dus niet op je vraag, denk ik.” 

Jack Fairweather, ‘Vrijwillig naar Auschwitz’, Prometheus, 456 p., 22,50 euro. Vertaald door Titia Ram. Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234