Zaterdag 20/07/2019

'Er wordt te vaak gedacht: die coureurs staan wel weer op'

Hij weet nog dat hij zag dat de lucht blauw was, net voor hij hard neerviel. Later bleek dat Jan Bakelants bij die val twee ruggenwervels en zeven ribben brak. Zo eindigde zijn wielerseizoen, maar niet zijn leven. Evenmin zijn carrière. 'Ik doe deze job elk seizoen liever en liever.'

Je moet niet van wielrennen houden om dit mooi te vinden: de Ronde van Lombardije noemen ze in Italië ook graag la classica delle foglie morte. De klassieker van de dode bladeren. Of van de vallende bladeren. Het is dan herfst.

Maar in die koers viel Jan Bakelants, en daar stopt de schoonheid van het Italiaans. Hij viel in de afdaling van de Colma di Sormano, altijd al een berg van discussie, want loodzwaar. In de klim. Over de afdaling zei amper iemand iets. Tot op 7 oktober Laurens De Plus in die ene bocht over de vangrail ging (tik op YouTube 'Laurens De Plus Lombardije' in, hou dan uw hart vast) en iets later, buiten beeld, op dezelfde plek, Jan Bakelants dat ook deed. Daar bestaan geen bewegende beelden van. Er is alleen beeld van hem kermend in het gras. Een beeld van zijn fiets in de boom ook.

En nu dit beeld: van deze man van 31 die voor ons zit in koffiebar Rij62 in Herentals. We mogen dat een wonder noemen. "Is het ook een wending?", vraagt hij zichzelf af. "Pas ten vroegste over een jaar kunnen we dat zeggen. Dan weten we welke sporen die val nalaat en nog zal nalaten. Maar het kan snel gebeurd zijn en die val was een triest hoogtepunt van 18 maanden onafgebroken vallen en opstaan."

Un miracolo. Dat hij hier zit, is dat al.

Dat hij spreekt, is het.

Dat hij leeft.

"Natuurlijk wil je dit niet", zegt de renner. "Positief kan dit nooit zijn. Maar ik probeer het als interessant te zien. Of als een nieuwe start. Ik ben zes maanden out, wat door de winter niet opvalt, maar hoeveel renners krijgen in hun carrière de kans om eens van nul te herbeginnen? Zo wil ik het zien. Als een uitdaging om mezelf heruit te vinden. En zo de laatste twee jaar van veel pech achter me te laten."

Dat is krachtig, als je zo gehavend uit die ravijn werd gehaald en in die lange revalidatie moest.

"Volgend jaar ben ik tien jaar prof. Op den duur kom je in een soort routine terecht. Van wedstrijd naar wedstrijd. En elke winter werd korter. Die routine is nu gebroken. Hoe lang is het geleden dat ik nog eens 2,5 maanden bij mijn familie was? Zeker van voor ik prof was. Tegelijk doe ik deze job elk seizoen liever en liever. De laatste jaren huurde ik een appartement in Lucca, waar ik ideaal kon trainen. Ik voelde me goed op die wegen en bij die Italiaanse levensstijl. Meer dan vroeger zag ik dat deze job eigenlijk een voorrecht is. Je kan fietsen, het is een hobby waar ze je goed voor betalen en zo trainde ik liever en beter.

"Jammer genoeg viel dat gevoel samen met veel blessureleed: gevallen in de Tour Down Under, later een sleutelbeenbreuk op training, de dag voor het BK nog eens gevallen en in de eerste rit van de Tour ook nog eens. Ik voelde me een beetje zoals Kompany. Maar dan nu, op die manier, moeten stoppen zou ik niet graag doen."

Je gebruikt het woord 'voorrecht' en dat is mooi. Sla je soms iets op voor later? Of rijd je soms door landschappen waar je terug naartoe wil?

"Ooit stuurden ze me naar de Ronde van China. Eerst dacht ik nog: 'Moet dat, aan het einde van het seizoen?' Maar de eerste rit startte op het Plein van de Hemelse Vrede. Dat kun je alleen maar doen als je sportman bent. De Chinees die daar met zijn fiets probeert over te rijden, wordt twintig jaar verbannen. Zulke ervaringen zie ik toch als een cadeau. Vorig jaar ging ik met Daphne en ons dochtertje al een maand voor de Tour Down Under naar Australië, dat was mooi. Maar qua landschappen kun je net zo goed naar Frankrijk, Italië of Zwitserland.

"Ik weet niet of vér reizen altijd een meerwaarde geeft. Alleen zie je tijdens de Tour niks. Zeker de eerste week niet. Ik won in Corsica, maar pas achteraf zag ik hoe mooi het daar is met die turkooizen kust. Die laatste kilometer zie je als renner toch vanuit een andere hoek."

Daarnet sprak hij over Lucca, dat is de stad van Mario Cipollini. De stad waar wielercommentator Michel Wuyts nooit voorbij reed zonder een koffie te drinken bij Di Simo, waar Giacomo Puccini veel vroeger elke dag zijn espresso kwam drinken. Hier, in Rij62, bestelt Bakelants een cappuccino. De barista kent haar renner en tekent een bloem in het melkschuim. Italië lijkt plots dichtbij en zij wordt zo het bloemenmeisje dat hij die avond van de zevende oktober in Como niet zou zien.

Hij vertelt over het moment: "Ik zat 100 meter achter het peloton, van zo'n 30 man. Maar in die bocht voelde ik dat ik het niet haalde. Ik voelde me over de vangrail gaan. Met mijn gezicht naar de hemel viel ik als een steen op mijn rug. Wat me deed vallen, weet ik niet. Liep er iemand over de weg? Was het mijn eigen fout? Of was het de auto die er nog stond omdat De Plus er al was gevallen?"

Hij vertelt over die herinneringen: "Misschien is het beter als je je dat niet herinnert. Misschien maakt het dat makkelijker. Ik was me meteen bewust van de ernst. Ik hoopte dat ik mijn benen nog zou kunnen gebruiken. Ik bewoog meteen mijn tenen en dat stelde me toch een beetje gerust."

Hij vertelt over de hulpverlening: "Die was gebrekkig. Het meest stuitende was dat een motard nog per se voorbij wilde. Ze hadden me al weer naar boven gehesen en ik lag op een brancard op de weg. Tussen de ambulance en de vangrail. Maar hij wilde door en reed over mijn been heen. In die ambulance, die zeker dertig jaar oud was, voelde ik elke put tussen Sormano en het ziekenhuis van Como. Die rit duurde een uur."

Hij vertelt over het Ospedale Sant'Anna in Como: "Een goed regionaal ziekenhuis, ze hebben me er naar best vermogen verzorgd. Maar ik denk niet dat ik er graag geopereerd zou worden. Natuurlijk is Gasthuisberg beter. Ik denk dat we dat niet altijd beseffen hoe goed de medische zorg hier is."

Er vielen die dag vier renners op dezelfde plek. Laurens De Plus, de Colombiaan Daniel Martinez, de Italiaan Simone Petilli en hij dus. "Ik heb De Plus zien liggen, maar in het begin wil je die beelden toch niet opzoeken. Ik kijk liever naar de wedstrijd in Montréal (waar hij een maand eerder vierde werd, RVP). Natuurlijk vraag je je de eerste week af: is dit het nog waard? Ik was in Lombardije ooit al gevallen in dezelfde afdaling. Toen brak ik mijn knie en mijn elleboog. Het is een verraderlijke afdaling met veel bochten die lelijk terugdraaien. En natuurlijk denk je aan die eerdere val als je ooit ergens terugkomt. Maar je probeert dat zoveel mogelijk van je af te zetten. Met schrik afdalen is een slecht idee."

Maar in die afdaling vielen dus vier profrenners met ervaring. Dat lijkt onverantwoord.

"Ik durf nog niet zeggen zeggen of de schuld bij mezelf ligt of bij de organisatie. Maar dan nog: waarom plaats je geen stootkussens of vangnetten? Of geef de richting van zo'n bocht met een pijl aan. In het skiën werken ze met dubbele vangnetten en in de kledij zit een beschermend systeem waardoor het aantal nekletsels tot nul herleid is. Waarom rijden wij nog altijd met truien uit 1905? De UCI beperkt de ploegen van negen tot acht renners, maar dat zal de veiligheid niet veranderen. Valpartijen gebeuren altijd vooraan.

"De spanning? Sky controleerde de Tour met acht man. We zijn met vier op dezelfde plaats, maar op een verschillend moment, gevallen. Boven vielen er nog tien andere. Dat betekent dat het parcours niet veilig is. Qua veiligheid evolueert deze sport totaal niet. Er wordt nog te vaak van uitgegaan: die coureurs staan wel weer op."

Hoe is het nu met je?

"Sinds drie weken rijd ik op rollen. Bijna dagelijks. Deze namiddag ga ik voor het eerst met mijn mountainbike op de weg. Die eerste weken waren verschrikkelijk omdat ik altijd in bed lag. Wat kon ik doen? Ik las Liefde in tijden van cholera, van Gabriel García Márquez. (lacht)Toch wat zwaar in die omstandigheden, je moet immers goed je aandacht bij dat boek houden. Maar stilaan ben ik gaan revalideren. In Pellenberg en bij een kinesist hier. Héél veel achterop voel ik me niet. Ik voel me goed. Natuurlijk heb ik achterstand, maar het is niet zo dat ik nu nog van 0 naar 100 moet. Ik denk dat ik aan 30 zit.

"Ik hoop in maart toch te kunnen hervatten in de Ronde van Catalonië. De ploeg (AG2R, RVP)geeft me tijd, maar dat is dubbel. Ik ben einde contract. Hoe later ik goed ben, hoe kleiner de kans dat ik naar de Tour kan als helper van Bardet. En daar is opvallen belangrijk. Ik weet dat: in 2013 won ik de tweede rit en reed een dag met de gele trui. Dat valt op en blijft altijd terugkomen. Zelfs als je de Ronde van Zwitserland wint, wat supermooi is en fysiologisch gezien moeilijker, krijg je die weerklank niet. Dat is straf, maar ergens ook terecht. De Tour is belangrijker."

Om zijn ruggenwervel te stabiliseren, werd in Gasthuisberg een spier "efkesopzij gelegd". Er zit nog een plaat in die rug. Alles moet versterken. Na twee weken ziekenhuis woog Bakelants 65 kilo. "Ik was vertrokken met 68. Die 3 kilo, dat moeten spieren zijn. In Italië at ik niks, maar in Gasthuisberg wel: 2.500 calorieën per dag, terwijl ik er maar 1.600 verbruikte. Gelukkig hebben spieren blijkbaar een soort geheugen en ze zijn terug. (lacht) Ik weeg nu zelfs 69."

Hoe zit het eigenlijk met de solidariteit in het peloton? Hoor je iemand of is ieder met zichzelf bezig?

(met een betekenisvol lachje) "Ik weet wie er gebeld heeft en wie er zich gemakkelijk vanaf heeft gemaakt via Twitter. Een 'Get well soon'-bericht via Twitter doet me niet veel. Andere mensen zullen daar moed uit halen, maar ik mis daarvoor een soort naïviteit. Het is wat makkelijk. Ik zag het filmpje over de revalidatie van Stig Broeckx (de renner die in 2016 zwaar ten val kwam en na een periode van vegetatieve coma toch weer aan de terugkeer in het leven werkt, RVP)en ik vind dat wonderbaarlijk. Maar ik ga dat niet via Twitter laten weten. Dat vind ik toch iets te veel willen tonen: 'Kijk eens wat voor een goed mens ik ben.' De meesten hebben hem, zoals ik, wellicht niet eens een bericht gestuurd. Mensen gaan de hete appel uit de weg als het nog niet duidelijk is. Pas als het een hoeraverhaal wordt, hoor je ze."

Dan kreeg je nu zelf een levensles.

"Thuis kwamen er veel kaartjes van buren, van mensen van wie ik het misschien niet zou verwachten. In Gasthuisberg kwam een oud-turnleerkracht op bezoek. Dat apprecieerde ik enorm. En natuurlijk zijn er mijn ouders en mijn vriendin Daphne. Met Oliver Naesen (zijn ploegmaat bij AG2R, RVP)heb ik veel contact. En Jens Keukeleire kwam me thuis bezoeken. Dat vond ik fantastisch."

"Wat ik geleerd heb, is dat je redelijk direct mag zijn. Je moet niks uit de weg gaan of schrik hebben dat je mensen gaat kwetsen. Ik maakte van dichtbij mee dat Johan Vansummeren moest stoppen met hartproblemen. Dat zijn moeilijke gesprekken, maar ze moeten gevoerd worden. En het is belangrijk om te bellen. Een perfecte ontmijner is de vraag: 'Hoe zie je zelf de toekomst de komende maanden?'"

Na Liefde in tijden van cholera las Bakelants een volgend boek. Het heet Een zachte hand en de Franse schrijfster Leïla Slimani won er de Prix Goncourt mee. "Lezen is ook na wedstrijden goed voor mijn rust. Ik kan er mijn ogen mee vermoeien." Dat boek ligt op tafel en opent met een citaat van Dostojevski uit Schuld en boete: "'Begrijpt u, meneer, begrijpt u wat het betekent als je nergens meer heen kunt?' De vraag die Marmeladov hem de vorige dag had gesteld schoot hem ineens weer te binnen. Want iedere mens moet ergens heen kunnen." Het brugje naar Bakelants is niet zo moeilijk te metselen. Hij komt niet uit een wielermilieu, zijn ouders zijn allebei arts. Een zus studeert bijna af als cardiologe, een andere staat voor een specialisatie interne geneeskunde. Zelf haalde hij een bachelordiploma biomedische wetenschappen. Hij kon overal heen. Hij koos de fiets.

"Ik groeide op in het Armstrong-tijdperk en keek vooral naar de Tour. Maar toen ik écht klein was, was er een beeld van Marco Pantani dat indruk maakte. Hij was gevallen, bloedde serieus en werd die rit toch nog derde. Ik herinner mij dat bloed in combinatie met dat Carrera-jeans koersbroekje. Zelf koersen begon pas toen ik een zomerkampje moest doen. Dat was hier in Herentals, op de wielerschool van Rik Van Looy. Een beetje toevallig. Maar daar bleek wel snel dat ik talent had."

Je noemt Armstrong. Op het einde van de Tour zei je in Vive le vélo al dat hij van jou in ere hersteld mocht worden. Straks komt hij naar de Ronde van Vlaanderen.

"Natuurlijk mag hij daar zijn en Armstrong is intelligent genoeg om die kans te grijpen. Wat er gebeurd is, is eigenlijk non-news. Te onbelangrijk om nog over te spreken. Ik heb nooit begrepen waarom er zo heftig op Armstrong werd gereageerd. Hij heeft het dopingsysteem veramerikaanst, ja, hij is niet zoals Museeuw bij de veearts langsgegaan. Maar moeten we hem dat verwijten? Ik vind dat hypocriet.

"Waarom is er geen rechtsgelijkheid? Als we de ene nog toelaten in het peloton, waarom de andere dan niet? Misschien is het te prefereren dat iederéén met een dopingverleden eruit moet, maar dat gebeurt nu niet. In de periode van zijn zesde en zevende Tour-zege was hij wat lastig, maar in zijn comeback toonde hij toch veel humor. Alleen konden sommige reporters daar wat minder mee lachen. Er is zo weinig zelfrelativering. Het is maar sport, hé."

Zelf durft Bakelants zijn mening geven. Zo zei hij, een beetje lachend misschien, dat hij ooit wel voorzitter van de UCI zou willen worden. Maar eigenlijk meent hij het. Hij durfde ook zeggen dat zijn ploeg een tactische blunder beging tijdens de Alpen-rit over de Izoard. Zijn kopman Romain Bardet won er niks mee met het oog op een eventuele Tour-winst. "Het wás ook een slechte tactiek", zegt hij nu. "Maar ik sta altijd open voor dialoog. Ik luister ook naar wie vindt dat ik uit mijn nek zit te lullen. Ik kan mijn mening altijd herzien. Of Bardet de Tour dit jaar kan winnen tegen Chris Froome? We zullen het nooit weten."

Waarom niet?

"Omdat Froome de Tour niet gaat mogen rijden, denk ik. Hij gaat geschorst worden (de Brit werd tijdens de Ronde van Spanje betrapt op een te hoge dosis salbutamol, RVP)en dat zal ook terecht zijn. Diego Ulissi (een Italiaanse renner, RVP)werd ooit betrapt met een waarde van 1.900 nanogram per milliliter en moest twee jaar aan de kant. Later werd dat nog teruggebracht tot 9 maanden, maar Froome zat aan 2.000. Ik zie niet in hoe hij zich daar gaat uitpraten. Er is een precedent, het WADA gaat daar niet in meegaan en hij heeft de perceptie tegen."

Hoe ontgoocheld ben je dan zelf als renner? Of wéét je dat het 'nieuwe wielrennen' een illusie is?

"Veel heeft met talent te maken, maar soms zit het verschil in wie je op welk moment in je leven tegenkomt. Kijk naar Bjarne Riis. Wie prof wordt, hééft talent. En fysiologisch zijn de verschillen niet zo groot. In de winter zal er weinig verschil zijn tussen de waarden van Froome en die van mij. (glimlacht)En ik heb dan nog geen astma. Sky heeft verder alles geoptimaliseerd: de voeding, de fietsen én hun voorbereiding op de Teide in Tenerife. In dat hotel zijn er maar twintig kamers. Als je er een wil, moet je op tijd zijn. Ik had er eentje voor twee weken gereserveerd in februari, maar Sky en Astana leggen die vaak veel langer op voorhand vast. Daar moet je aan denken."

"En ja, ik was ontgoocheld in Froome. Zoiets is een slag in het gezicht en een zware klap voor onze sport. De beste renner van 2017 die twee grote ronden won, is dus betrapt. Nadat Wiggins ook al in opspraak kwam. Het is misschien maar goed dat de voorzitter van de UCI niet meer uit het Verenigd Koninkrijk komt."

We stappen naar Rik Van Looy, of toch naar de bronzen Rik Van Looy van kunstenaar Philip Aguirre. Sinds augustus staat hij op de Grote Markt. De 'keizer van Herentals' wilde niet afgebeeld worden als kampioen, wel als mens: de man van de Vlaamse Wielerschool. Waar dus ook Jan Bakelants leerde koersen. De dankbaarheid zit in het portret naast Van Looy. Fotograaf Diego Franssens legt ze samen vast en zo besluiten we deze morgen. De renner gaat straks fietsen. Het is weer tijd voor een volgende stap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden