Vrijdag 25/06/2021

Er was ook nog 26 februari 1993

Zeven jaar lang ijverden overlevenden van de aanslag in 1993 voor de publicatie van rapporten die waarschuwden voor terreur. De rapporten liggen nu onder het WTC-puin, en zo ook enkele overlevenden van toen, meldt Gert Van Langendonck vanuit New York.

Toen de terroristen toesloegen, had Linda Nash, manager bij het audit- en adviesbureau DeLoitte & Touche, net haar auto geparkeerd in de garage onder het World Trade Center. Ze werd aan het hoofd geraakt door een stuk beton en verloor het bewustzijn. Tien minuten later werd ze wakker in het donker, bedolven onder het puin. Bijna een uur lang ademde ze de dikke, zwarte rook in. Toen brandweerkapitein Edward Staines haar vond, was Nash "in een staat van totale ontreddering. Ze wist niet waar ze was of wat er gebeurd was."

We schrijven 26 februari 1993. Linda Nash was een van de eenentwintig mensen die zich in de parkeergarage bevonden toen moslimterroristen er een vrachtwagenbom deden ontploffen. Zeven mensen verloren het leven, zo'n duizend anderen raakten gewond. Anders dan nu kwam er na 26 februari 1993 geen golf van solidariteit op gang, integendeel. Linda Nash is een van de zowat vierhonderd mensen die acht jaar na de feiten nog altijd wachten tot hun zaak tegen de Port Authority of New York & New Jersey, de eigenaar van het WTC voor de rechtbank komt. De inzet: bewijzen dat de Port Authority had moeten weten dat de Twin Towers een gedroomd doelwit waren voor terroristen.

Nash zag de Twin Towers instorten op televisie vanuit het verre en veilige Colorado. Ze heeft aan de aanslag van 1993 permanente hersenbeschadiging overgehouden en een heilige schrik om ooit nog in New York City te komen. "Het was alsof ik het allemaal opnieuw meemaakte. Mijn kantoor was op de 97ste verdieping van de noordertoren. Als ik daar nog gewerkt had, was ik zeker dood geweest."

Maar Nash werkte al lang niet meer in de Twin Towers. Haar werkgever beëindigde haar contract kort na de aanslag, omdat ze haar job niet meer naar behoren deed. "Wat klopte. Ik was zo bang om de metro te nemen, een kantoorgebouw binnen te lopen of in een parkeergarage te komen dat ik ziek op het werk aankwam. Maar het was wel omdat ik voor hen werkte dat ik die dag in die parkeergarage was." Er kwam een twee jaar durende rechtszaak bij te pas vooraleer het geld van de arbeidsongevallenverzekering werd vrijgegeven.

Een onbekend aantal van zij die op 26 februari '93 in de Twin Towers zaten, waren daar nog wel toen het ondenkbare gebeurde. Je komt ze hier en daar tegen in de dagelijkse overlijdensberichten in The New York Times. Zoals Jonathan Connors, vice-president van Cantor Fitzgerald, wiens vrouw vertelt hoe hij een soort schrijn had gemaakt voor zijn ontsnapping aan de dood in '93: een roodgelakte doos met daarin het berookte hemd dat hij die dag droeg, de sjaal die hij als masker had gebruikt, zijn treinkaartje en de voorpagina van de Times van de volgende dag. Het bracht Connors op 11 september geen geluk.

Architect Mike Rapp (42), die sinds 1993 zeven operaties onderging, zag de vliegtuigen inslaan vanuit zijn kantoor in midtown-Manhattan. "Een collega zei: 'Hey Mike, nu ga je zeker je geld krijgen.' Maar dat was wel het laatste waar ik op dat moment aan dacht. Ik kon mij perfect voorstellen wat die mensen in de torens moesten meemaken. Ik ben onmiddellijk in de metro naar Queens gestapt zonder te wachten op de afloop."

Weken later woonde Rapp de begrafenis bij van John Santore, de brandweerman die in 1993 zijn leven had gered nadat hij twee verdiepingen naar beneden was gevallen en onder in de bomkrater onder het puin was aanbeland. "Ik ben altijd in contact gebleven met die brandweermannen. We nodigden elkaar uit met kerstmis, we stuurden kaartjes voor elkaars verjaardagen. Ik wist al veel langer dat onze brandweermannen helden zijn."

Ook Rapp bevond zich in de parkeergarage toen op 26 februari 1993 de bom ontplofte. Ironisch genoeg was hij daar om research te doen voor de bouw van een supercommandocentrum voor de Port Authority, bedoeld om het hoofd te bieden aan precies zo'n situatie. "Ik had toen al de bedenking gemaakt dat het om problemen vragen was om een publieke parkeergarage te hebben onder het WTC. Maar mijn firma was alleen aangezocht voor de architecturale aspecten. Pas achteraf hoorde ik dat al die rapporten over het veiligheidsrisico al bestonden."

Het is aan de hand van die interne veiligheidsrapporten dat de advocaten van Nash, Rapp en honderden anderen hopen te bewijzen dat de Port Authority in 1993 heel goed wist dat er een reëel gevaar was van een terroristische aanslag en dat de publieke parkeergarage de achilleshiel was. De Port Authority heeft de garage echter nooit willen sluiten, zeggen de advocaten, omdat zoiets handenvol geld gekost zou hebben. De laatste poging van de Port Authority om te verhinderen dat de rapporten zouden worden opgenomen in de bewijslast, en dus publieke kennis zouden worden, dateert van 10 september, daags voor het instorten van de Twin Towers.

Blair Fensterstock (61) is de hoofdpleiter in de megarechtszaak tegen de Port Authority. Hij kent zijn tegenstrever door en door, want wijlen zijn vader was zijn hele leven lang advocaat voor de tegenpartij. Fensterstock laat zich niet afschrikken door het taboe dat rust op 11 september. "De Port Authority", zegt hij, "is de meest arrogante en harteloze instelling waar ik ooit mee te maken kreeg. En nee, ik denk niet dat de recente gebeurtenissen daar iets aan veranderen."

En dus werkt Fensterstock in alle stilte verder aan de zaak van '93, en bereidt hij zich tegelijk voor op de rechtszaken over 11 september, die volgens hem niet zullen uitblijven. "Ik ben al benaderd, zowel door individuen als door bedrijven." Het is nog te vroeg om namen te noemen, zegt hij. Het moratorium op rechtszaken omtrent 11 september, waartoe de voorzitter van de Association of Trial Lawyers of America Leo Boyle had opgeroepen, houdt voorlopig nog stand. "Boyles oproep was een bewonderenswaardige poging om te voorkomen dat advocaten zich er te snel na de tragedie op zouden storten", zegt Fensterstock, "maar de mensen moeten ook niet naïef zijn." Daarom raadt hij zijn klanten aan goed na te denken vooraleer ze intekenen op het slachtofferfonds dat de regering oprichtte, als onderdeel van de deal met de luchtvaartmaatschappijen. Wie geld aanvaardt van het slachtofferfonds, wordt gevraagd om af te zien van alle verdere claims voor compensatie.

Een cruciaal element wordt volgens Fensterstock het bevel dat agenten van de Port Authority op een bepaald moment hebben gegeven aan de mensen in de zuidertoren om terug te keren naar hun kantoren. Om te verhinderen dat ze de reddingswerkers voor de voeten zouden lopen die waren toegesneld nadat het eerste vliegtuig in de noordertoren was ingeslagen. "Ik ken mensen die gehoorzaamd hebben en die nu dood zijn, en ik ken mensen die geweigerd hebben en die nu nog leven", zegt Fensterstock.

De man mag dan de typische Amerikaanse advocaat lijken die overal dollartekens in ziet, maar de Port Authority slaat in dit verhaal ook geen fraai figuur. "Het is niet alleen dat ze geen aandacht hadden voor de slachtoffers", zegt Louis Mangone, de advocaat van Linda Nash, "ze hebben mijn cliënte ook getreiterd en gepest. Ze hebben elke mogelijke juridische truc in het boekje gebruikt om te verhinderen dat deze zaak zou voorkomen. Nu willen ze mijn cliënte opnieuw onderzoeken en ze willen dat dat in New York gebeurt terwijl ze goed weten dat dat idee alleen al haar nachtmerries bezorgt. Het is sadistisch en verwerpelijk."

De reden waarom de Port Authority zich in deze zaak zo onverzettelijk opstelt, zegt Mangone, is dat ze bang is voor de publieke veroordeling die zou volgen op het publiek maken van de rapporten. Juridisch gehakkel over het toelaten van de rapporten houdt de zaak nu al jaren tegen. Ten vroegste begin volgend jaar zal de zaak ten gronde behandeld worden. De rechtbank heeft de Port Authority altijd gelijk gegeven in haar argumentering dat het openbaar maken van de rapporten gelijk zou staan met het publiceren van een handleiding voor terroristen over de beste manieren om een aanslag te plegen tegen het WTC. Maar dat argument lijkt nu echt wel alle relevantie te hebben verloren.

Eén man heeft de inhoud van de meeste rapporten gewoon in zijn hoofd zitten. Peter Cairn werkte, tot hij in 1998 met pensioen ging, vijfentwintig jaar lang voor de politiedienst van de Port Authority. Hij was bevoegd voor de bescherming van het WTC tegen eventuele terroristische aanslagen. Vandaag is hij zaakvoerder van een privé-beveiligingsfirma én kroongetuige van de klagers van 1993. Zijn getuigenis zit wel in het dossier.

"Ik was verrast over de methode", zegt Cairn over de aanslagen van 11 september, "maar ik was niet in het minst verrast dat terroristen opnieuw de Twin Towers hadden aangevallen." De eerste keer dat Cairn zijn bazen waarschuwde dat de Twin Towers een gedroomd doelwit waren, was in 1985. "Het hoofd van de politiedienst van de Port Authority had mij gevraagd om een white paper op te stellen over de kwetsbare punten in de beveiliging." Cairns rapport deed een honderdtal aanbevelingen voor meer veiligheid, en legde de vinger op één bijzonder zwak punt: de aanwezigheid van een publieke parkeergarage pal onder de noordertoren. Dat is een uitnodiging aan terroristen om er een bom achter te laten, aldus Cairn: "Alle rapporten zeiden hetzelfde. Die publieke parkeergarage was waanzin." Maar er veranderde niets. Cairns eenheid werd uitgekleed en in 1992 opgedoekt: "Er zijn geen terroristische aanslagen geweest, argumenteerde de Port Authority. Dus was het niet langer nodig om onze eenheid te handhaven."

De VS mochten de aanslag van '93 dan al snel vergeten zijn, de terroristen niet. De Britse journalist Simon Reeve verhaalt in zijn boek The Jackals hoe Ramzi Yousef het in februari 1995, tijdens de vlucht die hem van Islamabad naar New York bracht, niet kon laten om op te scheppen over zijn exploten. Hij vertelde aan FBI-agenten die hem bewaakten dat het zijn bedoeling was geweest om de draagzuilen van de noordertoren te doen scheuren waardoor hij omver zou vallen en de zuidertoren in zijn val meesleuren. Dat zou een nog veel grotere verwoesting hebben opgeleverd dan op 11 september, Yousef zei dat hij zelf op 250.000 doden had gehoopt. FBI-chef Bill Gavin vloog met de geblinddoekte Yousef mee. Toen de helikopter een bocht maakte rond de Twin Towers, deed Gavin de blinddoek af. "Kijk", zei Gavin, "ze staan er nog". Yousef keek uit het raampje en zei: "Niet als ik genoeg geld en explosieven had gehad."

De aanslag van 193 heeft Peter Cairn, zelf van Libanese afkomst, nooit losgelaten. Hij heeft er een boek over geschreven dat vorige week in Groot-Brittannie is gepubliceerd. Volgens Cairn is de grootste fout van de VS "dat men de manier van denken van de terroristen zwaar heeft onderschat. De dreiging tegen het World Trade Center was geen eenmalig iets, ze was er voor eeuwig en altijd. Jihad is voor het leven. We hadden dat moeten weten, zeker na de bomaanslagen tegen de VS-ambassades in Nairobi en Dar es-Salaam en tegen de USS Cole. We hadden moeten weten dat ze zouden terugkomen om het werk af te maken."

Toen het FBI-onderzoek naar de aanslag van 193 zich toespitste op Ramzi Yousef was Osama bin Laden maar een van de vele namen die opdoken. Bin Laden zelf heeft gezegd dat hij Yousef "jammer genoeg niet kende voor de aanslag". Maar daarna waren de contacten er des te meer. Aangenomen wordt dat Yousef in opdracht van bin Laden naar de Filippijnen is gegaan om er leden van de moslimrebellengroep Abu-Sayyaf te trainen in het gebruik van explosieven. Het was een scheikundig ongelukje in een appartement in Manila dat tot de aanhouding van Yousef in Islamabad zou leiden. De man die Bin Laden voorafging als America's Most Wanted was op dat ogenblik een plan aan het uitwerken om in verschillende Aziatische landen gelijktijdig elf Amerikaanse passagiersvliegtuigen te kapen en te doen ontploffen op weg naar de VS.

Yousef zit nu veilig opgesloten in de Supermax-gevangenis in Colorado, waar hij met plezier moet hebben vernomen hoe zijn twee meest gedurfde plannen werden samengevoegd. Hoe dat kon gebeuren, is volgens Cairn illustratief voor het falende antiterrorismebeleid van de VS: "In 1993 hebben de terroristen de zwakste schakel gezocht en gevonden: de garage. Toen ze terugkwamen, was die geen optie meer, en zijn ze op zoek gegaan naar de volgende zwakke schakel: onze luchthavens."

Net zoals de parkeergarage onder het WTC tegen beter weten in openbleef om commerciële redenen, zo ook was de veiligheid op de luchthavens laks, omdat ze werd overgelaten aan de privé-luchtvaartmaatschappijen. "Het probleem", zegt Cairn, "is dat we alleen reageren en nooit vooruitkijken. De parkeergarage is pas gesloten na de aanslag van 1993, pas sinds de aanslagen van 11 september wordt er geroepen dat de overheid de veiligheid op de luchthavens moet overnemen van de privé."

Linda Nash kijkt nu met gemengde gevoelens naar de solidariteit voor de slachtoffers van 11 september. "Begrijp mij niet verkeerd: ik heb zelf geld gestort voor het slachtofferfonds. Een deel van mij vraagt zich wel af waarom men voor ons niet hetzelfde heeft gedaan. Het zou fijn geweest zijn als iemand ons toen hulp had aangeboden, al was het maar uit erkenning dat wij ook slachtoffers waren."

Mike Rapp zegt dat hij persoonlijk "niets tegen de Port Authority heeft". "Goed, ze zijn laks geweest, maar anderen waren dat ook." Voor hem is de rechtszaak tegen de enige manier is om compensatie te krijgen voor zijn verhakkelde lichaam. "Mijn laatste operatie dateert van 1999, ik heb nog steeds pijn. En alles wat ik in die tijd van de verzekeringsmaatschappijen heb gekregen, is 800 dollar per maand voor de tien maanden dat ik werkonbekwaam was."

De juridische afdeling van de Port Authority, die na 11 september naar kantoren in New Jersey is moeten verhuizen, liet vragen om een interview onbeantwoord. En de interne veiligheidsrapporten, waarin werd gewaarschuwd voor een terreuraanslag? Die liggen nu vermoedelijk zelf onder het puin.

Toen de FBI de dader van de aanslag op de Twin Towers in 1993 per heikopter naar New York overbracht, deed een agent zijn blinddoek af: 'Kijk, ze staan er nog.' Yousef keek uit het raampje en zei: 'Niet als ik genoeg geld en explosieven had gehad'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234