Vrijdag 07/05/2021

Er was niets wat ik van thuis niet mocht

"Eigenlijk had ik op mijn achttiende al aan de universiteit moeten zitten. Maar ik heb mijn vierde jaar Latijn-wetenschappen moeten overdoen. En dus ging ik in 1980 nog naar het Mater Dei Lyceum in Woluwe. Dat was op meer dan tien kilometer van thuis. We woonden aan de andere kant van het bos, in Overijse. En ik deed die afstand altijd met de fiets. Toen ik in dat vierde jaar te horen kreeg dat ik niet geslaagd was, besliste ik eerst om naar een andere school te gaan en menswetenschappen te volgen. Maar na drie dagen zag ik in dat vluchten niet de oplossing was. Ik dacht: 'Demaré, dat is flauw.' Ik ben toen teruggegaan en aan het werk gegaan. Eigenlijk heeft dat bisjaar me een stevige schop onder de kont gegeven. Plots besefte ik dat het zonder studeren niet zou lukken. Want eigenlijk deed ik niets. Ik dacht alleen maar aan uitgaan en plezier maken. Maar de vernedering van het zittenblijven zorgde voor de klik.

"Ik deed dolgraag Latijn en ik was daar ook goed in. Mijn dochter Kato heeft ook Latijn gedaan en ik zat altijd te popelen om haar woordjes op te vragen. Toen werd het competitiebeest in mij wakker en moest zij mij ondervragen. Ze zei: 'Mama, je zou je gezicht moeten zien als je een woordje kent, Zo blij!' Latijn was mijn lievelingsvak. Het zullen ook de verhalen geweest zijn die me aanspraken. Ik hield ook van geschiedenis. En toch volgde ik de richting wetenschappen. Op aanraden van het PMS. Ze hadden me afgeraden om Grieks te volgen. Mijn vader was ingenieur en dat leek hem een goeie keuze, een beetje Latijn en dan wetenschappen erbovenop. Wellicht hoopte hij dat ik hem in zijn voetsporen zou volgen. Maar mijn wiskunde was een ramp. Af en toe als ik iets niet begreep, ging ik het aan mijn vader vragen. Ik weet nog dat ik op mijn kamer zat af te wegen wat ik zou doen: ofwel begreep ik het niet en had ik slechte punten, ofwel ging ik uitleg vragen, maar dan was ik twee uur kwijt (lacht).

"Ik had een goeie verhouding met mijn ouders. Ik heb een heel gelukkige jeugd gehad. Het was niet zo dat ze alles van me afwisten. Ik heb nooit de behoefte gehad om mijn ervaringen of problemen met anderen te delen. Ik ben nogal op mezelf. Niet dat ik niet bij mijn ouders terecht kon. Integendeel. Het waren zeer begrijpende mensen. Ze noemden me Leentje. Nog altijd. Ik ben de oudste, mijn broer is twee jaar jonger. Mijn vader is intussen 85 en ik ben nog altijd zijn Leentje. Het waren andere tijden. Er waren toen nog regels en tradities. Ik weet dat ik opgevoed werd onder het motto 'maak af wat je begint'. Simpele en heldere regels. Aan tafel was de regel dat je van alles minstens eens proefde. Ook spruitjes of witloof. In die tijd waren er nog zekerheden. Op elk vlak. Als je uitging, was er La Bamba en vrijdag aten we vis. Op zondag was er rosbief met groentjes en frietjes. En een goeie fles wijn. Ik mocht al heel snel een glas meedrinken. Mijn vader is nogal een wijnliefhebber en hij wou dat ik leerde appreciëren wat goed was.

"Ik kom uit een warme omgeving. Wij woonden in een groot huis in Overijse aan het Zoniënwoud en we hadden een grote tuin, waar ik in mijn jeugd heerlijke tijden heb beleefd. Mijn vader was ingenieur bij de BRT. Mijn moeder werkte niet. Ze leed aan migraine. Dat heeft wel een beetje mijn jeugd getekend. Ik weet dat ik vroeger droomde dat ik met mijn moeder moest rondlopen omdat ze anders zou sterven. Als er iets mijn jeugd heeft getekend, dan was het dat: dat ik mijn moeder veel heb zien afzien. Ik kreeg thuis veel vrijheid. Op mijn achttiende was er niets wat ik niet mocht. De enige bezorgdheid van mijn ouders was dat ik altijd door het bos moest als ik uitging.

"Na de humaniora ben ik rechten gaan studeren. Nee, het was geen roeping. Eigenlijk weet ik niet meer waarom ik toen die keuze heb gemaakt. Mijn dochter studeert nu ook rechten. Ik zie een beetje dezelfde motivatie bij haar als bij mij toen: je kunt daar eigenlijk geen kwaad mee doen. Dat moet de reden geweest zijn, denk ik. Je legt er een stevige fundering mee. In ieder geval, grote plannen had ik er niet mee. Ik had geen idee wat ik wou worden. Ik ben nooit een echte planner geweest. Ik ben iemand die alles gewoon op mij af laat komen. Nog altijd. Ik zit me niet af te vragen wat ik volgend jaar wil doen of waar ik naartoe wil. Ik tracht gewoon de kansen te grijpen die zich aanbieden.

"In het weekend werkte ik bij een bakker. En toch ging ik uit. Ik zou het nu niet meer kunnen. Als ik nu mijn acht uur slaap niet heb, dan functioneer ik niet. Toen maakte het niet uit hoe laat ik in bed lag, om zes uur was ik op post. Ik had het geld ook nodig. Ik kreeg wel zakgeld, maar niet heel veel. En ik droeg toen duurdere kleren dan nu. Plus de vakanties kostten ook geld. Ik ging ieder jaar skiën met het gezin van een vriendin.

"Ik vraag me af hoe ik het allemaal deed. Ik had ook enorm veel hobby's. Vanaf mijn zesde heb ik piano gestudeerd. Ik heb ook lang klassiek ballet gevolgd. Op een gegeven moment kreeg ik een uitnodiging om les te volgen aan de dansschool van het Ballet van Vlaanderen. Maar ik heb dat niet gedaan. Je kent dat hé, mijn ouders zeiden: 'Je moet dat niet doen'. Nadien was ik lid van zo'n hedendaagse dansgroep. Zelfs toen ik nog in Leuven zat, danste ik nog.

"Ik was altijd veel met muziek bezig. Vandaar dat ik het zo'n drama vind dat ik mijn platen van toen niet meer terugvind. Ik weet niet waar ze naartoe zijn. Ik heb me al suf gepiekerd. Je laat zo'n platencollectie toch niet zomaar ergens staan? Van Jimi Hendrix had ik twee of drie platen, van Zappa,... Ik ging veel naar concerten. Ik was nog geen zestien toen ik al naar concerten in Vorst-Nationaal ging. Ik heb heel veel gezien: Zappa, Muddy Waters, Eric Clapton, Fleetwood Mac ook. En met mijn broer, een hevige bluesfanaat, heb ik onder meer John Lee Hooker nog gezien.

"Nu is lezen mijn favoriete hobby en ook toen al verslond ik boeken. En ik ging heel graag uit. The Ex, de voorganger van Le Beau Bruxell, was mijn favoriete stek. Dat was de club van mijn ex-danslerares. Die was tien jaar ouder dan ik en ik vond het natuurlijk tof om onder de grote mensen te zijn. Mijn stamcafé was bij Solange. Ik ging vooral uit in Brussel. De eerste twee jaar aan de universiteit heb ik ook in Brussel gedaan. Maar dat was te leuk. Ik had altijd herexamens. Daarna ging ik op kot in Leuven en ging ik nooit naar de les. Maar ik was wel altijd meteen geslaagd. Het verstand komt dan toch met de jaren."

Leen Demaré

• Geboren op 19 januari 1962 in Brussel

• Studeerde rechten in Brussel en later in Leuven

• In '85 begon ze bij Radio 1 met het programma Voor de dag

• In '92 richtte ze mee vrt-hitzender Radio Donna op waarvan ze het boegbeeld werd

• In 2006 stapte ze over naar 4FM

• Sinds 2009 presenteert ze bij radiozender JOEfm

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234