Zondag 17/01/2021

'Er was iets gescheurd in mij'

De barst, la félure. Het woord duikt om de haverklap op als Marc Dutroux zijn jeugd beschrijft. Bij de padvinders in Roux vond hij eindelijk wat geluk, vrienden en kalverliefde. Hij keek in de zomer van 1967 vol verwachting uit naar het nieuwe schooljaar en zijn weerzien met haar, Pascale. Maar toen, niet eens zo onverwacht, was la félure daar weer.

DOUGLAS DE CONINCK

Marc Dutroux kent zijn rechten. Als hoofdbeklaagde werd hij geacht mee te werken aan het moraliteitsonderzoek, kon hij zelf getuigen aanwijzen en woordelijk specifieke vragen formuleren die hen moesten worden voorgelegd. Zo kwam het dat zijn moeder op zekere dag door twee politiemensen dit onder de neus kreeg geduwd:

- 'Welke waren de ongemakken die zij ondervond tijdens het dragen van haar ongewenste kind genaamd Marc?' - 'Waarom stuurde zij haar zonen naar een school in Nijvel, daar waar zij en haar man zelf les gaven in een school in Roux?' - 'Wie was mijnheer Noël die zij in 1956 ontmoette, juist voor Victor Dutroux?' - 'Wie is mijn biologische vader?'

"Dit is te idioot, daar antwoord ik niet op", reageerde Jeannine Lauwens. Toen ze dit lijstje begin 2001 te zien kreeg, was dat de eerste vorm van communicatie met haar zoon sinds 1988, toen zij een brief aan hem had ondertekend met 'ex-moeder'. Dat was na de eerste reeks kinderontvoeringen, Marc zat op dat ogenblik in de gevangenis. Dat Lauwens in die tijd redenen had om haar oudste zoon te verachten, is perfect begrijpelijk. Hijzelf is er echter van overtuigd dat het nooit anders is geweest.

Zijn Marc en Pol halfweg de jaren zestig als de dood voor vaders bamboestokje, dan heeft hun jongere broer Johan minder te vrezen. Hij is ter wereld gekomen met een hersenaandoening, de rechterkant van zijn lichaam is grotendeels verlamd. Als het al in zijn vaders hoofd zou opkomen ook hem een paar uren geknield met de armen horizontaal in de hoek te laten zitten, dan zou dat eenvoudigweg niet lukken, toch niet met die arm. Ook zijn tong is deels verlamd, en dat is een vervelende zaak voor Marc, Pol en de kleine Serge, met wie hij de slaapkamer deelt. Johan maakt 's nachts van die rochelende geluiden. Soms gaan die crescendo en dan wordt iedereen wakker. Niet leuk, schrijft Marc Dutroux, maar hij voelde zich verantwoordelijk voor zijn broertje:

'Ik was zes of zeven jaar en had een nachtmerrie. Ik werd wakker en hoorde Johan niet. Ik heb het er toen op gewaagd om het verbod om het licht aan te doen te schenden, om te zien wat er aan de hand was. Johan ademde niet meer. Ik heb het vervolgens aangedurfd om een héél groot verbod te overtreden: de kamer van mijn ouders binnengaan en hen wekken. Victor wist Johan nog net te redden met mond-op-mondbeademing.' (1)

Jeannine Lauwens: "Wat hij hier vertelt, is exact. En nu pas realiseer ik wat voor een angsthaas Marc was. Natuurlijk was er geen verbod om te roepen als er een probleem was, overdag of 's nachts. Ik wil hem hier alsnog feliciteren voor de bovenmenselijke moed, die avond, om enkele imaginaire verbodsbepalingen te doorbreken." (2)

Marc Dutroux was zes of zeven, Johan vier of vijf. Kon hij zichzelf in staat achten om de situatie juist in te schatten? Hoeveel tijd had hij om hierover na te denken? Had hij een vermoeden wat de gevolgen konden zijn als zou blijken dat Johan voor één keer gewoon heel stil sliep? Een pak slaag, zoveel - zie de vorige aflevering - is zeker. 'Niemand', schrijft hij, 'heeft me daar ooit iets positiefs over gezegd. Ik vermeld het nu, hier. Voor de allereerste keer.'

Jeannine Lauwens: "Wat hem blijkbaar dwarszit, is dat niemand hem ooit heeft gefeliciteerd. Ja, het is duidelijk dat we er in de verwarring toen niet aan gedacht hebben om hem te feliciteren. Dat spijt me."

Nadat ze hem tweeënhalf jaar lang elke ochtend per trein op en neer hadden laten reizen naar Nijvel, laten Jeannine en Victor hun oudste zoon in januari 1965 inschrijven in de gemeentelijke school in Roux, waar ze allebei zelf voor de klas staan. Veel logica is in de schoolkeuze ook nu weer niet te ontwarren. Pol mag de tweede klas voortzetten in de school in Obaix, juist om de hoek, Marc moet nu met de trein de omgekeerde richting uit.

'Ik ben het derde leerjaar gaan afmaken in Roux, waar mijn ouders lesgaven. Ik heb er met succes het derde, het vierde en het vijfde jaar afgemaakt. Toch is het me nooit gelukt om me goed te voelen in die school. Er was iets gescheurd in mij, vooral doordat het leven thuis steeds helser werd. Ik had mijn vriend Jacques (een klasgenoot in Nijvel, DDC) verloren en ook elke kans om af en toe eens vrijuit te kunnen ademen.'

Roux is al zijn vierde school, en kleine Marc doet het er verre van slecht. Hij behaalt nooit minder dan 70 procent. Geen van de nog levende leerkrachten uit die tijd heeft een specifieke herinnering aan hem. Als iemand zich al wat herinnert, dan beslist niet de etter die hij volgens zijn ouders op die leeftijd is. "Hij was een normale leerling die vrij hard werkte, een meeloper eerder", zegt André Dendooven, die hem in het vijfde leerjaar in de klas had. (3) De gepensioneerde meester kon de speurders verblijden met een op zolder teruggevonden logboek uit 1966-'67. Op 24 leerlingen eindigt Marc Dutroux twaalfde met 72,9 procent.

"Moeilijke leerlingen, die vergeet je nooit", zegt oud-schooldirecteur René Jeanmenne. Aan de kleine Marc heeft hij noch iemand anders een herinnering. Voor vader Victor ligt dat anders.

Ex-lerares Marie Lemaire: "Victor Dutroux kwam soms met de trein naar school en reisde samen met een lerares, met wie hij volgens een collega de middagpauze doorbracht. De vrouw voelde zich gestalkt. Hij gaf mij ook een paar keer een lift. De derde keer dat hij dat deed, zei hij me: 'En als ik jou nu eens verkrachtte?' Ik ben nooit meer in zijn auto gestapt." (4)

Ex-lerares Colette Dechèvres: "Er was een pedagogische conferentie. We moesten een lezing voorbereiden. Drie uur lang heeft Victor ons ervan trachten te overtuigen om samen met hem te schaken. De inspecteur moest tussenbeide komen. Uiteindelijk hebben we niks geleerd. Hij was niet geliefd. Hij was gewelddadig, onder meer tegenover onze latere directeur Lefèvre. Over Victor werd verteld dat hij erover opschepte jonge interim-leraressen te hebben ontmaagd. Hij hield ervan mensen te beoordelen op hun fysionomie en hun seksuele kwaliteiten." (5)

Marc Xhrouet, de topambtenaar bij het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers die op zijn vijfde door Marc Dutroux van de verdrinkingsdood werd gered, ging wel eens op bezoek in de rue des Deux Chapelles 9 in Obaix: "Vrienden in het dorp hadden me gezegd dat dat de moeite was. De zolder lag vol exemplaren van Playboy en Lui, werkelijk impressionante stapels. Aan de muren hingen enorme posters (...). In het dorp werd verteld dat de vader in Afrika gek was geworden. Mijn oma zei me op een dag dat ze bij de Dutroux' had aangebeld omdat ze eiste dat het afgelopen zou zijn met dat kind te horen gillen. In die tijd was zo'n tussenkomst niet zo gewoon. Zij wou Marc beschermen." (6)

Victor Dutroux is om meer dan één reden een niet te negeren figuur in zijn dorp. Vol geestdrift is hij in Obaix begonnen met de oprichting van een nieuwe politieke partij, de Parti Wallon des Travailleurs (PWT). Aan de zijde van PS-voorman Ernest Glinne wil hij misnoegde socialisten en communisten verenigen met mensen uit de christelijke arbeidersbeweging. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1964 legt Victor Dutroux namens de PWT een lijst neer in Obaix en stuurt hij zoon Marc de straat op met pamfletjes. Een zetel behaalt de PWT niet, maar volgens Victor heeft hij "de katholieken" wel genoeg stemmen kunnen afsnoepen opdat de PS-burgemeester aan de macht blijft.

Politiek drukwerk verspreiden, schrijft Marc Dutroux, was een van de zeldzame gelegenheden die hem buiten schooltijd toelieten om andere kinderen te ontmoeten. Obaix is vandaag nog steeds een zalig groen oord van rust. Aan de overzijde van het ouderlijke huis wenken weiden en wandelpaden. Appelen laten zich in deze tijd van het jaar overal plukken. De enige rijdende auto die we tijdens ons bezoek aan het ouderlijke huis opmerken, is de onze. Je kunt je moeilijk voorstellen dat deze straat in de jaren zestig minder kindvriendelijk kan zijn geweest. Toch, schrijft Marc Dutroux, bakende vader een perimeter af waarbinnen hij mocht spelen. Dat is de reden waarom buurjongens Marc Xhrouet en Marc Lacroix - allebei vijf jaar jonger dan hij - tot halfweg 1966 zijn enige geautoriseerde speelkameraden zijn. 'September 1966. Dat jaar werd een lokale sectie opgericht van de padvinders (de Rode Jeugd, DDC) opgericht in een bijgebouw van het gemeentehuis van Roux, naast de school waar mijn ouders les gaven. Aangezien mijn vader politiek actief was, heb ik me ingeschreven. En ook wel om uit zijn buurt te blijven. Voor de allereerste keer bevond ik me in een situatie die me toeliet om mijn verlangen om te leven te uiten. Voor de allereerste keer kwam ik terecht in gemengde activiteiten en ontdekte ik het plezier van het gezelschap van meisjes. Ik voelde me beter bij hen. Ik werd gekozen tot chef van een groepje van zes.' 'Al heel snel hadden Pascale en ik een zekere verstandhouding. We deden veel samen en voelden ons tot elkaar aangetrokken. Na enige tijd wisselden we een kus op elkaars wangen uit wanneer we elkaar ontmoetten of afscheid namen. Natuurlijk was het een puur platonische liefde, zonder enige seksuele connotatie. In haar gezelschap was ik gelukkig. Ik keek de hele week uit naar het moment waarop ik weer bij haar zou zijn. En toen het grote vakantie werd, voelden Pascale en ik ons triest. Voor de allereerste keer was ik helemaal niet blij toen de vakantie naderde.'

Twee verschrikte ogen staren ons aan, wanneer we aanbellen in het leuke, rommelige huis aan de andere kant van het land. Pascale D. (46) werd kinesitherapeute en heeft een allerschattigst gezin. Miljoenen magen draaiden zich in augustus 1996 om, de hare net nog iets meer. Ze sprak nooit over haar geheim en hoopte dat dat ook nooit zou hoeven, tot er eind 2000 twee speurders uit Neufchâteau voor de deur stonden. Het proces-verbaal van verhoor, met haar adres erbij, kwam in het dossier terecht. Dutroux trof het daar aan. "Vanuit de gevangenis heeft hij me een brief geschreven. Nee, ik voel me daar niet zo goed bij, vous vous imaginez."

Pascale D.: "We zagen elkaar elke zaterdag bij de padvinders in Roux op het schoolpleintje. We waren echt goede vrienden. Ik slaag er niet in om op hem terug te blikken als een agressieveling, een leugenaar, of iemand die misplaatste handelingen stelt. Niets negatiefs. Eén anekdote is me bijgebleven. Ik had mijn rok gescheurd aan het hek op dat plein. Mijn ouders waren nogal streng. Ik vroeg Marc of hij met me mee wou gaan naar huis om een heel verhaal op te hangen over wat er was gebeurd. Het was een belachelijk verhaal, maar het heeft gewerkt (...). Ik deelde altijd mijn snoep en mijn eten met hem, want hij had nooit wat bij zich. Op school werd gezegd dat ze bij Dutroux 'stierven van de honger'. Men plaagde mij soms. Men zei dat Marc en ik verliefd waren op elkaar. Ik moet toegeven dat hij voor mij, op die leeftijd, de aardigste jongen was die ik ooit had gekend. Ik begreep er niks van, in 1996. Met mijn ogen van een kind van negen, herinner ik me dat ik een totaal vertrouwen in hem had. Ik had het echt moeilijk om de hem aangewreven feiten te associëren met mijn vriendje van toen.

"Ik vind het erg om nu te merken dat onze vriendschap bij hem zoveel sporen naliet. Ik kon me niet voorstellen dat hij me zovele jaren lang is blijven idealiseren en dat hij het zo lastig had met ons afscheid. Ik had het daar toen ook lastig mee, dat is waar, maar ik moest niet alles tegelijk verwerken, zoals hij: veranderen van school en je thuis verlaten. Maar ik begrijp hem, als hij nu spreekt over een scheur." (7)

De scheur, de barst. La félure. Het woord duikt om de haverklap op in de geschriften van Dutroux. Het is zijn persoonlijke synthese voor alles wat met hem misliep. Ook aan het eind van het vijfde leerjaar heeft buiten zijn ouders niemand klachten over hem. Met 72,9 procent mag hij overgaan.

'De vreugde over mijn nakende terugkeer naar school was van korte duur. Mijn ouders hadden besloten om me naar een groot katholiek internaat te sturen in de buurt van Morlanwelz.''

Jeannine Lauwens: "Op school in Roux spraken we erover. We oordeelden dat het goed zou zijn als hij zich zou integreren in de schoolse omgeving waar hij het jaar daarna terecht zou komen. Morlanwelz had een goede reputatie (...). Victor en ik waren ervan overtuigd dat hij het daar goed zou doen." Een objectieve lezing van het dossier maakt in een oogopslag duidelijk waarom Marc Dutroux in 1967 voor de vijfde keer naar een andere school moet. "Het probleem", aldus oud-leraar Georges Charlier, "was niet die jongen, maar zijn vader."

Er valt niet naast te kijken. Niét zoon Marc, maar vader Victor wordt midden 1967 van school gestuurd. Zelf spreekt hij in zijn boek van "een politieke afrekening", het door de speurders in Neufchâteau teruggevonden dossier laat wat anders zien.

Op 26 september 1966 is er een immense rel waarbij Victor Dutroux de schepen van Onderwijs bedreigt met het toepassen van een judogreep. Op 6 oktober 1964 wordt ontdekt dat meester Victor de centjes die zijn leerlingen hem toevertrouwden voor chocolademelk in eigen zak heeft gestoken en er - zijn woorden - "magazines" mee heeft gekocht. In datzelfde schooljaar stapt meester Victor meermaals boos weg uit de klas "het is hier te koud" - en laat hij zijn leerlingen achter. Op 26 januari 1967 moet de politie tussenbeide komen wanneer hij tijdens een zoveelste ruzie directeur Lefèvre naar de keel vliegt en tegen een muur piloteert. (8)

Afrekening of niet, Victor voelt zich "gepakt". Hij wordt voorgoed met ziekteverlof gestuurd en laat aan al wie het horen wil weten dat zijn zoon geen stap meer in deze "rotschool" zal zetten. Dat is de ware reden waarom la félure zich opnieuw manifesteert, waarom Marc Dutroux Pascale en de padvinders niet meer zal terugzien. Volgens mensen die hem kenden, was hij op zijn tiende een mooie, wat introverte jongen. Klein van gestalte, want nog altijd een jaar vooruit ten opzichte van zijn klasgenootjes.

Iedereen weet wat met dat soort jongetjes in in internaten in de jaren zestig kan gebeuren.

(1) Brief Marc Dutroux aan onderzoeksrechter Langlois en procureur Bourlet, 1 september 2000, vervat in pv 100.783. (2) Verhoor Jeannine Lauwens, 23 februari 2001, federale politie Neufchâteau, pv 100.149. (3) Verhoor André Dendooven, rijkswacht Neufchâteau, 10 januari 2001, pv 100.003. (4) Verhoor Marie Lemaire, rijkswacht Neufchâteau, 18 januari 2001, pv 100.025. (5) Verhoor Colette Dechèvres, federale politie Neufchâteau, 25 januari 2001, pv 100.033. (6) Verhoor Marc Xhrouet, rijkswacht Neufchâteau, 30 november 2000, pv 100.799. (7) Verhoor Pascale D., rijkswacht Neufchâteau, 24 november 2000, pv 100.790. (8) Het disciplinaire dossier van weleer werd teruggevonden door de rijkswacht van Neufchâteau, 5 oktober 2000, pv 100.756.

Morgen in deel 3:

- Het mysterie van Morlanwelz

- Marc Dutroux wordt boer

- Gelukkig is oma er nog

Vele magen draaiden zich in augustus 1996 om, maar die van Pascale D. nét nog iets meer: 'Marc was de aardigste jongen die ik als kind ooit had gekend. Ik begreep er niks van. Met mijn ogen van een kind van negen had ik een totaal vertrouwen in hem'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234