Donderdag 22/08/2019

‘Er was helemaal geen asielbeleid tijdens de voorbije drie jaar. Er was alleen onbeleid’

Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen, en Bob Pleysier, voormalig directeur van Fedasil, fileren het asiel- en migratiebeleid

ijn analyse van het asielbeleid? Er was gewoon geen beleid”, vindt Els Keytsman, directrice van de ngo Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “Deze regering heeft moedwillig 2.000 volwassenen en 700 kinderen op straat gezet en laten ronddwalen in de grootsteden. Voor mij is dat stuitend, voor de regering blijkbaar niet.”

Haar gesprekspartner Bob Pleysier, oud-directeur van de overheidsdienst Fedasil, haakt in. “In deze regering waren er twee krachten, een Vlaams-blauwe versus een Franstalig-rode, die allebei hun visie wilden laten domineren. De ene stond voor een spierballenbeleid, de andere voor een genereus beleid. Die tegengestelde krachten hebben elkaar constant tegengewerkt en maakten een beleid quasi onmogelijk. Tot Herman Van Rompuy als premier de zaak in handen nam. Toen is er een akkoord gekomen over de regularisatie en is het hele dossier toevertrouwd aan Franstalige ministers en staatssecretarissen.”

De asielcrisis is het gevolg van een ideologische patstelling?

Els Keytsman: “Alle politici hebben gewoon te veel schrik van de publieke opinie, die heel negatief staat tegenover asielzoekers en migranten. Niemand durft nog een gezond, open discours te houden over dit onderwerp. We zitten gevangen in een lekker flink en repressief beleid, dat de crisis niet gaat oplossen. Integendeel.”

Bob Pleysier: “Een repressief beleid? Er heerst net een gedoogbeleid. Er wordt niets gedaan aan de meervoudige asielaanvragen, er wordt niets gedaan om de afgewezen asielzoekers te doen terugkeren. Alleen een verbod op die meervoudige asielaanvragen én een actief terugkeerbeleid zullen echt iets kunnen veranderen. Maar dat durft niemand in te voeren. Niemand.”

Deze regering was de eerste die echt aan de slag kon met de nieuwe asielwet, die de hele procedure korter en duidelijker moest maken. Die wet in duidelijk tekortgeschoten.

Keytsman: (schudt heftig neen) “De asielprocedure moet nog sterk worden verbeterd. Wat wij hier in België niet doen, is van het begin tot het einde duidelijk maken hoe het hier toe gaat. Vanaf de eerste dag moet je een tweesporenbeleid volgen, over een mogelijk verblijf én een terugkeer spreken. En als de asielzoeker dan toch wordt uitgewezen, moet je hem geen papier in de handen stoppen en zeggen dat hij binnen vijf dagen het grondgebied moet verlaten. Net dan moet de begeleiding nog intensiever worden. Anders verdwijnen die mensen in de natuur. In Australië voeren ze een tweesporenbeleid en keert 70 procent van de mensen terug.”

Pleysier: “Els toch, toen ik op het Klein Kasteeltje werkte, vertelden wij al het hele verhaal! En Australië? Dat ligt echt wel ver van hier. De begeleiders in de centra zeggen nu al tegen asielzoekers dat ze weinig kans maken en dat ze rekening moeten houden met een terugkeer. Geen enkele asielzoeker heeft oor naar die boodschap.

“Ik vermoed dat jullie bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen perfect dat tweesporenbeleid volgen waarin over een verblijf én een terugkeer wordt gepraat. Hoeveel vrijwillige repatriëringen levert dat op? (Keytsman zwijgt) Bijna geen. Jullie doen het slechter dan de federale centra. Elk jaar zijn er 3.000 mensen die vrijwillig terugkeren, onder wie 700 Brazilianen. Niemand weet waarom die hier belanden, maar ze komen ieder jaar naar hier en keren ieder jaar weer terug. Die Brazilianen smukken onze terugkeercijfers op, wat goed staat op internationale congressen. Als je wilt dat mensen terugkeren, heb je een stok achter de deur nodig. (uit cijfers van Fedasil blijkt het omgekeerde: er zijn meer aanvragen tot vrijwillige terugkeer bij ngo’s dan bij federale centra, TP).”

Wat was voor jullie het dieptepunt van de afgelopen drie jaar?

Keytsman: “De 700 kinderen die op straat beland zijn toen Fedasil geen plaats meer voor hen vond in de opvangcentra of de hotels. Dat de minister op hetzelfde moment hoeraverhalen de wereld in stuurde en beweerde dat de crisis opgelost was, heeft mij echt gechoqueerd.”

Pleysier: “De dwangsommen markeerden de climax van de crisis. Ik heb toen zelfs een felicitatiemail gestuurd naar Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘Eindelijk doen jullie eens iets wat goed is’, heb ik geschreven. ‘Jullie vragen dwangsommen als Fedasil zich niet aan zijn eigen regels houdt.’ Ik ridiculiseer het nu, maar vond het echt intriest dat het zo ver is moeten komen.”

De regering zegt dat die dwangsommen de crisis verlengen. Door elke dwangsom zouden twaalf opvangplaatsen niet bijgebouwd kunnen worden.

Keytsman: “Wat Philippe Courard zegt (staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie, TP), is de wereld op zijn kop. Als de regering voor voldoende opvangplaatsen had gezorgd, hadden de asielzoekers niet naar de rechter moeten stappen en had die rechter geen dwangsommen moeten uitspreken.”

De regering maakte van Brusselse hotels instantasielcentra.

Pleysier: “En dat zijn echt slechte hotels. Straathoekwerkers vertellen me dat ze er amper Brusselse daklozen naartoe durven te sturen.”

Keytsman: “Families die elkaar niet kennen, worden bij elkaar gepropt in kleine kamers. Ze worden totaal niet begeleid, ze krijgen een maaltijdcheque in de handen gestopt en moeten zich maar redden. Dat is onmenselijk.”

Wanneer krijgt ons land de opvangcrisis écht opgelost?

Keytsman: “Ik vrees dat de regering volgende winter weer zal vragen aan haar burgers om asielzoekers op te vangen. Het maatschappelijke draagvlak voor opvang van vluchtelingen bestaat niet meer. Dat is de ongelofelijk hoge prijs die we moeten betalen voor deze asielcrisis.”

Pleysier: “Courard zegt dat hij tegen het einde van dit jaar drie nieuwe centra wil openen, ik vraag me echt af hoe hij dat klaar gaat spelen. Het duurt minstens zes maanden voor je een centrum uit de grond kunt stampen.’”

Hoeveel extra opvangplaatsen zijn er nodig om de crisis op te lossen?

Keytsman: “Er staan 2.700 mensen op straat, 1.200 zitten op hotel. Met wat marge moet je dan 5.000 plaatsen bijbouwen. Dat is wiskunde.”

Pleysier: “Er zitten 2.400 mensen in de opvang die er niet horen. Ik heb het dan over mensen die zijn uitgewezen maar die door het KB van 2004 of andere gedoogmaatregelen toch in de opvang mogen blijven. Als die mensen in de centra mogen blijven wonen, kun je tot in de eeuwigheid blijven bijbouwen. Dan kom je er nooit. Zoals ik al zei, alleen een actief terugkeerbeleid kan écht iets veranderen.”

Een andere rekensom. Op het hoofdbestuur van Fedasil werken 150 mensen met een budget van 350 miljoen euro. Dat is niet niks.

Keytsman: “Fedasil roeit met de riemen die het heeft. Ik denk niet dat het genoeg personeel en middelen heeft. De werkdruk is er gigantisch, de motivatie bij het personeel zit onder nul, het management ligt op apegapen. De vorige directeur is letterlijk ziek geworden van de crisis.”

Pleysier: “Ik heb altijd, ook in tempore non suspecto, gezegd dat er veel te veel volk rondloopt bij Fedasil. Al die mensen bij Fedasil moeten zich nuttig maken en dus wordt de bureaucratie ten top gedreven. Het apparaat is veel te log, de top is helemaal gepolitiseerd en ingenomen door de PS. Waarmee ik niet wil zeggen dat Fedasil de hoofdverantwoordelijke is voor de opvangcrisis. Dat is ontegensprekelijk de regering.

“Ik heb het idee van één minister met één superministerie lang bestreden, maar nu sta ik erachter. Bij de PS was die scheiding tussen de bevoegdheden een obsessie. Ze wilden niet met Dewael en daarna niet met Turtelboom babbelen, Fedasil mocht geen akkoorden sluiten met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Als ik dat toch deed, beging ik een doodzonde. (lacht) Ik heb zelfs al een kandidaat: Pascal Smet. Want die superminister zal een Brusselaar moeten zijn en de socialisten zijn de enigen die in deze branche al wat verwezenlijkt hebben. Maar dat is een boutade.”

Keytsman: “Dit ruikt naar een sollicitatie. Voor mij is dat superministerie niet de toveroplossing. Fedasil heeft wel degelijk een andere opdracht dan de DVZ.”

De OCMW’s moesten de afgelopen maanden de steken oprapen die de federale regering had laten vallen.

Pleysier: “De enige minister die een beetje constructief is geweest tegenover de lokale besturen, is Johan Vande Lanotte (sp.a). Hij heeft beseft dat de lokale besturen toch heel vaak moeten inspringen en heeft de lokale opvanginitiatieven gecreëerd (LOI’s). Hij heeft ze daar te veel geld voor gegeven, maar dat is nog altijd veel beter dan overheidsgeld pompen in sjofele hotels.”

Doet de regering niet net het omgekeerde? Zij zet in op grote centra.

Pleysier: “Dat is absoluut dwaas. Ik heb vele grote centra mee opgericht en ik ben daarvan teruggekomen. Een mens is een dom mens als hij niet af en toe erkent dat hij dom is. De regering zou beter aan elke gemeente vragen om vijf, zes opvangplaatsen in te richten voor asielzoekers. Geloof me, de OCMW-voorzitters staan te trappelen.”

Courard zegt net dat de lokale besturen niet willen meewerken.

Pleysier: “Poelkapelle hing voor de opening van het nieuwe asielcentrum enkele weken vol met zwarte vlaggen, maar uit ervaring weet ik dat die negatieve stemming altijd omslaat. (lacht) Vaak heb je dan meer last met de voor- dan met de tegenstanders van het asielcentrum. Ik zal altijd het stappenplan blijven verdedigen dat we hebben uitgedacht bij de oprichting van Fedasil: eerst naar een groot centrum, dan naar een lokaal initiatief en uiteindelijk naar een OCMW met financiële steun.”

Dat stappenplan staat toch haaks op de nieuwe opvangwet van 2007? Die schrijft voor dat mensen gedurende de hele procedure alleen maar materiële steun mogen ontvangen.

Pleysier: “Dat stappenplan is nooit aanvaard door de PS-ministers. De kabinetschef van Arena heeft me letterlijk gezegd dat als ik dat woord nog één keer gebruikte, ik nooit nog een voet moest zetten in het kabinet. Voor 2007 was dat stappenplan een evidentie. Daarna heeft de regering het weggegooid en zijn de problemen begonnen.”

Keytsman: “We hebben inderdaad een flexibel opvangnetwerk nodig dat pieken en dalen kan opvangen. Ik geloof ook niet in grote centra met tientallen nationaliteiten en evenveel rugzakken vol verhalen en trauma’s. Dat is om problemen vragen.”

Is de opvangwet uit 2007 een van de oorzaken van de opvangcrisis?

Pleysier: “Het is een heel pretentieuze wet. Vergelijk het met een begroting die elke Belg gelukkig zal maken. Op papier ziet die begroting er natuurlijk fantastisch uit. Tot er geld voor gezocht moet worden. De facto is de hele opvang vastgelopen door die nieuwe opvangwet. Bij Fedasil zijn we zo hard bezig geweest met het maken van die wet dat we de opvang zelf totaal hebben verwaarloosd. Daar ben ik zelf mee verantwoordelijk voor.”

Verklaart de asielcrisis de stijging van de asielaanvragen?

Pleysier: “Er is één eenvoudige verklaring voor die piek: de regularisatieprocedure. Door de regularisatie zijn er ontzettend veel tweede, derde, vierde asielaanvragen ingediend. De regularisatie heeft een aanzuigeffect gecreëerd, laat daar geen twijfel over bestaan. Wat ik de bevoegde staatssecretarissen kwalijk neem, is dat ze met geen woord over de terugkeer reppen. Wie nu afgekeurd wordt, zal dus gewoon de volgende campagne afwachten en hier blijven. In deze regularisatiecampagne zit impliciet al de volgende vervat. Tot op vandaag wordt mist gespuid over de regularisatiecampagne. Niemand kan mij wijsmaken dat Wathelet de cijfers niet heeft, maar hij blijft ze verzwijgen.”

Keytsman: “De regularisatie op zich heeft geen ongelofelijk aanzuigeffect gecreëerd. Het waren de twee jaar van politiek gekrakeel die misschien enig aanzuigeffect hebben veroorzaakt. De regering heeft het trouwens moeilijker gemaakt om meervoudige aanvragen in te dienen. Na de derde aanvraag verlies je tegenwoordig je recht op opvang in een asielcentrum.”

Pleysier: “Komaan, die nieuwe regeling is toch net het bewijs van het onbeleid van deze regering? Vergelijk het met een dokter die medicatie voorschrijft aan zijn patiënt en dan vraagt aan diens apotheker om die geneesmiddelen niet te geven. Dát doet de DVZ nu: hij neemt akte van de zoveelste aanvraag en belt dan naar Fedasil dat die persoon niet mag worden opgevangen. Door die meervoudige asielaanvragen toe te staan, heeft de regering een juridische carrousel in gang gezet die handig is voor de asielzoeker, maar die geen enkele grond heeft.”

Moeten de criteria voor regularisatie vervat liggen in een wet? Nu staan ze in een omzendbrief, die al vernietigd werd door de Raad van State.

Pleysier: “Die omzendbrief is maar povertjes ineen geknutseld, de Raad van State heeft hem niet voor niets afgekeurd. Bij de ngo’s hoor ik altijd opnieuw dat de criteria tot regularisatie in de wet moeten worden ingeschreven, maar zelf zie ik daar het nut niet van.”

Keytsman: “Je kunt de regularisatie toch niet laten afhangen van de minister die toevallig een paar jaar op die post zit? Het gaat hier om mensenrechten. En die kun je pas echt afdwingen als ze in een regelgevend kader vervat liggen. De aanpak van de regering was nefast: de ministers hebben eerst twee jaar vechtend over de straat gerold.”

Bij de regularisatie hoorde het zogenaamde tegenpakket, met de verstrenging van de snel-Belgwet en strengere regels tegen schijnhuwelijken.

Pleysier: “Die tegenmaatregelen zijn zeer belangrijk. Langs die wegen, langs die voor de samenleving verdoken migratie komen veel meer mensen ons land binnen dan via de asielprocedure. Bij asiel gaat het ‘maar’ om 3.000 mensen per jaar. Dat wordt veel te vaak vergeten.”

Els keytsman

nWas politiek actief bij Groen! en werkte op de kabinetten van onder meer Magda Aelvoet en Jef Tavernier

nStapte over naar de ngo-wereld en werd hoofd van de politieke dienst van Oxfam-Wereldwinkels

nSinds dit jaar directrice van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

Bob Pleysier

nStond mee aan de wieg van het Klein Kasteeltje als opvangcentrum voor vluchtelingen in Brussel

nWas de eerste directeur van Fedasil, het overkoepelend agentschap voor asielopvang in België

nGedetacheerde bij de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU voor de cel Asiel en Migratie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden