Vrijdag 17/09/2021

InterviewPascal Mormal (KMI)

‘Er was een reëel risico dat de stuwdam zou breken: dan waren álle huizen verdwenen’

Pepinster op 29 juli.  Beeld Photo News
Pepinster op 29 juli.Beeld Photo News

De koning en koningin zijn geweest. De nationale rouw is voorbij. De rivieren zijn weer in hun bedding. Wat rest, zijn de minstens 37 slachtoffers en de 12.000 inwoners die of geen huis meer hebben, of nog niet naar hun woning kunnen terugkeren na de historische overstroming in het zuidoosten van ons land. Over dat vele water in de zomer en de nooit geziene neerslag spreken we met Pascal Mormal, stafmedewerker van de klimatologische dienst van het KMI.

In Jalhay viel in 48 uur tijd 271 mm water, ofwel 271 liter op één vierkante meter. Dat is extreem, want in de hele maand juli valt er in de ­Ardennen gemiddeld maar 100 liter per vierkante meter!

Pascal Mormal: “Oui, c’est du jamais vu. Er is een breed gebied in de provincies Luik, Namen, Luxemburg en Limburg waar uitzonderlijk veel regen is gevallen, 100 mm op anderhalve dag. Maar tegelijk is er een smalle band geweest waar de regenval historisch was, absoluut zeer uitzonderlijk. Dat zijn de plaatsen waar in 24 uur bijna 200 mm gevallen is. Die smalle zone is amper 20 kilometer breed en ze liep parallel met de noordelijke kant van de Ardennen, zeg maar: de Ardennen tussen Luik en de Hoge Venen.”

Pal onder die felle ‘regentrog’ lag de Vesder, een rivier ingesnoerd tussen steile heuvels. Die kon zo’n uren­­lange zondvloed onmogelijk verwerken. Zo zijn de gemeentes en dorpen langs de Vesder door het water overvallen.

Mormal: “Ja, en bovendien stortregende het ook nog eens in het dal zelf, daar waar gemeentes liggen zoals Verviers, Theux, Ensival en Pepinster. Hun centrum ligt langs die rivier. Je hebt dus een watermassa die van boven komt in een bebouwde kom die al verzuipt van de regenval. Die cumul heeft de ramp veroorzaakt. Een nooit eerder geziene catastrofe in België. Bij het KMI spreken we dan over een neerslag die zich maar eens in de 200 jaar voordoet.”

Pascal Mormal van het KMI:  ‘Dit was de grootste natuurramp in 200 jaar in ons land.’ Beeld KMI
Pascal Mormal van het KMI: ‘Dit was de grootste natuurramp in 200 jaar in ons land.’Beeld KMI

Lange rijen van huizen in Verviers en Pepinster staan dicht bij de Vesder, dat kan niet de eerste overstroming zijn geweest.

Mormal: “Inderdaad, je zou zelfs kunnen zeggen dat ze daar met overstromingen vertrouwd zijn. Sommige staan er al honderd jaar. Maar een klassieke overstroming houdt in dat er een halve meter water in de kelder staat, niet tot hoog in de woonkamer. Toen ik de dag nadien ter plaatse was, zeiden mensen mij dat het in 1926 ook zo hoog had gestaan. Maar dat was een winteroverstroming met smeltende sneeuw. Toen was het water ook gestegen tot de eerste verdieping. Maar lángzaam. Niet met de snelheid en dat beukende geweld van nu, waarbij hele huizen zijn meegesleurd en mensen zich moesten zien te redden op de nok van hun dak. Dat is ­compleet ­ongezien voor ons land.”

Omwonenden spreken allemaal over dat langzame stijgen in de nacht, en dan is er ineens die plotse ‘tsunami’ in de vroege morgen van 15 juli, waarbij het water in minder dan een uur tijd in de straten en de huizen komt, soms tot drie meter hoog. Wat is de reden van die plotse uitbraak? Het leek alsof er een tipping point bereikt was?

Mormal: “Het is nog niet duidelijk wat die plotse ‘uitbarsting’ veroorzaakt heeft. Maar in dat rampgebied liggen de stuwdammen van Eupen en deels ook de stuwdam van de rivier Gileppe. Die moesten urenlang al dat water slikken dat van de Ardeense hoogtes kwam, en dat werd te veel. Men heeft dus water moeten lozen, zo niet dreigden die stuwdammen het te begeven. Nu moet men onderzoeken of die water­lozingen de feiten niet ver­ergerd hebben.

“Er is veel ophef omtrent de stuwdam in Eupen, omdat grote hoeveelheden water zouden gelost zijn tijdens de piek van het hoogwater. De burge­meester van Verviers wees snel na de ramp al op die ‘onbegrijpelijke beslissing’. Damien Ernst, een professor elektro-engineering aan de universiteit van Luik, trad hem bij en noemde het een ‘kolossale vergissing’ om dán te lozen. De beheerders van de dam dragen volgens hem een ‘verpletterende verantwoordelijkheid’. Hij vraagt zich af waarom ze geen drie dagen van tevoren hebben geloosd, om zo een bufferzone aan te leggen voor het voorspelde hoogwater. De stuwdammen van Bütgenbach en Robert­ville zijn vanaf maandag water beginnen lozen, en daar is veel minder schade in de gemeentes die ‘onder’ de dam liggen. Eupen zou gewacht hebben met lozen omdat de stuwdam voor drinkwater zorgt. En ook: op maandag stond de stuwdam van Eupen ‘nog maar halfvol’, dat leek als ­buffer te volstaan.”

Op de Duitse journaals zag ik een overvolle stuwdam in de Eifel die op breken stond. Dat gevaar is er dus ook geweest bij ons?

Mormal: “Ja, er móést geloosd worden, er was een reëel risico dat de dam zou breken. In dat geval heb je geen hoog­water tot tegen het plafond, maar een totale verwoesting. Dan zou die hele vallei van de Vesder met álle huizen verdwenen zijn, níks zou nog rechtstaan in die gemeentes.”

Dezelfde plotse uit­­braken van hoog rivierwater zijn er ook geweest op meerdere plaatsen in Duitsland, en daar was geen stuwdam die ter discussie stond. Wat kan dan nog een reden zijn voor zo’n plotse vloedgolf?

Mormal: “Mij doet het denken aan een zware overstroming in de Vaucluse in 1992. In het dorp Vaison-la-Romaine had je een onweer met een enorme wolkbreuk waarbij ook meer dan 200 millimeter water viel in korte tijd. Een bijna ­droge bergrivier stroomde plots vol water, nam slijk, bomen en rotsen mee, en die puinhoop vormde onderweg een dam die het water blokkeerde. Door de druk van die rivier is die ‘dam’ ontploft, en toen had je ook zo’n plotse vloed van vele meters hoog (de ramp eiste 47 doden, vier mensen bleven vermist, red.).

Hoe opmerkelijk is het dat zo’n extreme neerslagzone zich vier dagen lang over drie landen uitstrekt, en zich nadien zelfs nog naar Oostenrijk en Beieren verplaatst, bijna 1.000 kilometer van hier?

Mormal: “Ook dat is hoogst opmerkelijk. De laatste jaren zien we wel vaker het effect van de ­klimaatcrisis, ­namelijk dat een ­weerzone ­wekenlang geblokkeerd wordt en ter ­plaatse blijft hangen. ­Waardoor in de zomer en het voorjaar evengoed ­grote ­hittegolven en droogte ­kunnen voor­komen, alsook ­langere periodes van nat weer, onweer en ­overstromingen.”

Zo’n extreme dagen­lange stortregen is eigenlijk een lopende band van wolkbreuken?

Mormal: “Zo zou je het kunnen omschrijven. Een wolkbreuk hoort eigenlijk bij een onweer en duurt maximaal één à twee uur. Deze ‘ketting­wolkbreuk’ heeft ­tientallen uren geduurd! De grootste wolkbreuk die wij in ons land gekend hebben, was een zomer­onweer in Herbesthal (boven Eupen, red.) in juni 1953. Toen viel er in minder dan twaalf uur 242 liter per vierkante meter. Maar dat was zeer plaatselijk. Nu waren de omvang en het gebied van de neerslagzone vele malen groter.

De stuwdam in Eupen. Beeld BELGA
De stuwdam in Eupen.Beeld BELGA

“Deze ‘ketting-wolkbreuk’ volgde ook nog eens op een lange periode van nat weer. In de Ardennen waren de regen­dagen al begonnen op 18 juni. Dus de bodem was compleet verzadigd toen de echte zondvloed nog moest beginnen.

“En nu we het toch over extremen hebben, dat geldt ook voor de stuwdammen van de Gileppe en van Eupen. In de droge warme zomers van 2018, 2019 en 2020 stond hun waterpeil buitengewoon laag. Dit jaar lopen ze bijna over. Dus de droge en de natte extremen liggen dicht bij elkaar.”

Kun je deze overstroming vergelijken met de historische overstroming van 1953?

Mormal: “Qua omvang, schade en aantal slachtoffers heeft deze ramp de watersnood van 1953 overtroffen. Althans op ons grondgebied. Niet voor Nederland, waar toen 1.836 doden vielen.

“Voor een vergelijkbare ramp moeten we al ver terug in de 19de eeuw. Anno 1839 werd het gehucht Borcht (tussen Grimbergen en Vilvoorde, red.) van de kaart geveegd na een hevig onweer en een heftige wolkbreuk die uren duurde. Daar was het de kleine Tange­beek die aanzwol en die geblokkeerd raakte door puin. Toen die dam het begaf, spoelde er een vloedgolf over dat gehucht en kwamen 74 mensen om. (Sommige slachtoffers werden 15 kilometer verder teruggevonden. Op de rampplek zijn nooit meer huizen gebouwd, niemand durfde er nog te wonen, red.)

“Kortom, deze overstromingen zijn voor mij de grootste natuurramp in 200 jaar.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234