Vrijdag 25/06/2021

'Er was altijd een moment dat mannen zich genoodzaakt zagen mij te slaan'

'Zoals ik als politicus niet het type ben dat baby's loopt te zoenen, had ik als actrice geen behoefde aan titty bimbo-gedoe'Passie, visie en durf - met die theaterwaarden wil Glenda Jackson het debat in de Londense gemeenteraad injecteren'De grootste vloek van de huidige westerse samenleving is de upgrading van het begrip geluk'

Frans OosterwijkGlenda Jackson wil burgemeester van Londen worden

Glenda Jackson was een gevierd actrice. Ze vertegenwoordigde Labour in het Lagerhuis en werd zelfs staatssecretaris. De partij hoopte met haar komst op een beetje glamour en allure. Maar dat pakte anders uit. Ze kreeg de reputatie van een bazige feministische feeks. Nu zoekt ze nog een keer een hoofdrol.

Een hoofd steekt om de deuropening. "U hebt een afspraak met mij?" Zonder op bevestiging te wachten, gebaart Glenda Jackson - klein, tenger, zwart broekpak met krijtstreepje, sigaret in de hand - om haar te volgen. We beklimmen de trappen van het Lagerhuis en komen uit in een kantine met veiligheidsbeambten, postbezorgers, secretarissen en secretaressen. Als de ongenaakbare Elizabeth I die ze speelde in die beroemde jaren zeventig-serie van de BBC, schrijdt ze naar de koffiecounter. Niemand die haar groet, niemand die zij groet. "Hoe wilt u uw koffie?"

Zwijgend, in het volste vertrouwen dat het bezoek haar volgt, neemt ze beide kopjes en gaat me voor naar een van die duistere achterafkamers in het Lagerhuis. We nemen plaats aan een tafel met zes paarse pluchen stoelen. Glenda Jackson recht tegenover een levensgroot portret van een in een hemelsblauwe jurk gestoken Margaret Thatcher. Niet één keer, ook niet als ze later in Shakespeariaans proza de vloer aanveegt met de voormalige minister-president, dwaalt haar blik af naar dat portret.

Eindelijk een handdruk, gevolgd door een nieuwe vraag: "Wat is ook alweer uw naam?"

"Haar uitstraling is wild, gevaarlijk, maar ook verrukkelijk opwindend", schreef Observer-journalist John Sweeney tien jaar geleden. "Je krijgt het gevoel dat ze je zal bespringen en doodknagen - wat geen onaangenaam einde kan zijn."

Een observatie die nog altijd steek houdt. Haar gezicht - bleek, make-uploos - doet denken aan de kop van een jaguar op leeftijd: sterke tanden, hoge jukbeenderen en groenbruine ogen die de wereld vanachter imaginaire tralies met superieure minachting bekijken. Het gezicht van Elizabeth I, Lady Macbeth of Mary Stuart, die ze speelde alsof ze echt van koninklijken bloede was. Alleen als ze ontspant, toont ze haar tweede gezicht: verleidelijk, spotziek, met de lach in haar ogen. Haar gezicht in de komedies die ze óók speelde.

Acht jaar geleden vonden de spin doctors van Labour het fantastisch dat zij, the British queen of stage and screen, de politiek inging. Met haar zou de partij ongetwijfeld winnen aan allure en glamour. Maar ze kregen een andere Glenda Jackson dan ze hadden gehoopt. Geen Elizabeth I, geen intelligente comédienne maar een strenge 'Moeder Courage' die haar taak serieus nam, elke dag om negen uur haar kantoor betrad, harder werkte dan wie ook en socializing vermeed.

Met satanisch genoegen uitte ze in interviews felle kritiek op de conservatieve regeringen van Margaret Thatcher en John Major. Die hadden de solidariteit vernietigd en van Engeland een derdewereldland gemaakt. Maar even hard kregen de partijgenoten ervan langs die zich afvroegen wat een vrouw, ex-actrice bovendien, in de politiek te zoeken had. Onophoudelijk benadrukte ze dat Labour meer vrouwen op verkiesbare plaatsen moest zetten. Ze kreeg de reputatie van een bazige, feministische feeks met wie je beter niet in conflict kon komen, wilde je niet worden verslonden en gereduceerd tot een hoopje botten.

Maar in het Labour-kabinet dat na de verkiezingen van 1997 werd geformeerd, zaten wél meer vrouwen dan ooit. Jackson promoveerde zelf mee en werd staatssecretaris van Milieu en Transport, speciaal belast met het openbaar vervoer in Londen.

Het werd een van de weinige rollen waarin ze niet schitterde. Zelden kreeg Jackson de afgelopen twee jaar een gunstige pers. Ze zou geen eigen ideeën hebben en volledig worden overheerst door minister John Prescott. Alleen Matthew Parris, politiek commentator van The Times, zag een lichtpuntje. In de regering kwam, met dank aan staf en scriptwriters, haar filmcharisma tenminste weer eens tot leven. From actor to backbench MP, to government minister, Glenda Jackson has come full circle. She is back where she started, doing well what she does best. Delivering other people's lines.

Eind juli, twee dagen voordat premier Tony Blair een aantal staatssecretarissen naar huis stuurde en een aantal anderen van plaats liet verwisselen, maakte Jackson bekend dat ze zich kandidaat stelde voor het burgemeesterschap van Londen. Jumped before being pushed, luidde het commentaar in The Evening Standard, gesuggereerd werd dat de bijl van Blairs reshuffle ook haar zou hebben getroffen, als ze zelf geen ontslag had genomen. Maar volgens The Guardian en The Independent was Jackson juist door Blair gevraagd om zich kandidaat te stellen omdat hij kost wat kost wil voorkomen dat 'Rode Ken' Livingstone, die zich ook nomineerde en binnen Labour geldt als zijn voornaamste criticus, tot officiële Labour-kandidaat wordt gekozen.

Allemaal wildwestverhalen, zegt Glenda Jackson. Typisch voor the silly season (zoals in Engeland het parlementaire zomerreces wordt aangeduid - FO). Haar kandidatuur is helemaal haar eigen beslissing. "Ik denk er al over sinds vorig jaar de Greater London Authority Bill is doorgevoerd, die de weg vrijmaakt voor een gekozen burgemeester. Ik heb er met veel collega's over gepraat, maar niet met Blair. Net als de meeste mensen zie ik hem alleen op televisie en bij debatten in het Lagerhuis. Het idee dat wij een soort speciale relatie hebben, is bespottelijk. Ik geloof dat ik in mijn leven niet meer dan twaalf woorden met hem heb gewisseld."

Is zij de kandidate die Livingstone de pas moet afsnijden? "Blair heeft gezegd dat hij geen enkele kandidaat boven de andere zal stellen. Hij hoopt alleen maar op kwaliteit. Meer kan hij ook niet zeggen, het is de Labour-afdeling van Groot-Londen die over de kandidatuur beslist. En Livingstone heeft gezegd dat hij wel gek zou zijn om het burgemeesterschap als machtsbasis tegen Blair te gebruiken. Het zou zijn positie, in de partij en in Londen, alleen maar schaden. Dat lijkt me een volstrekt juiste analyse. Londen noch Labour is gebaat bij polarisatie. Premier en burgemeester doen er juist goed aan met elkaar samen te werken."

Volgens Jackson wordt de tegenstelling tussen Blair (New Labour) en Livingstone (Old Labour) schromelijk overdreven. Van rivaliserende kampen is geen sprake. "The accident of birth should not be the definer for a individual - dat is de enige kernwaarde van het socialisme en die waarde heeft binnen Labour nooit aan betekenis ingeboet. Wat is veranderd, is dat we onze tijd niet meer verdoen met interne twisten, de voornaamste reden dat Labour tussen 1979 en 1997 unelectable was. Onder Neil Kinnock is het vernieuwingsproces begonnen. Het heeft geen zin om te zeggen dat je een radicale hervormingspartij bent als je jezelf niet radicaal kunt veranderen, hield hij de partij voor. Blair heeft daar nog een inzicht aan toegevoegd: dat de kern van de politiek wordt uitgemaakt door het electoraat, niet door zijn vertegenwoordigers. Dat je alleen maar de richting van je land kunt bepalen door verkiezingen te winnen en de regering te vormen. Tony Blair, een man zonder principes? Omdat hij gebruik maakt van spin doctors die hem influisteren hoe de stemming ligt? Omdat hij zijn sterke punten uitbuit en zijn zwakke maskeert? Wie dat verdacht vindt en voor manipulatie verslijt, vindt eigenlijk dat de hele politiek niks voorstelt. Dat zijn de types die zeggen: ik stem niet, want niemand is te vertrouwen. Ik vind dat cynisch en goedkoop. De politiek is te serieus om de rug toe te keren. Met zo'n gebaar zeg je alleen maar dat je niet het risico wil lopen om een verkeerde keus te maken."

Londen heeft geen burgermeester meer gekend sinds premier Thatcher in 1986 de Groot-Londense Raad, bolwerk van Labour, naar huis stuurde en verving door tweeëndertig deelraden. Vorig jaar beslisten de Londenaren dat de gekozen burgemeester weer moest worden ingevoerd. Livingstone, het laatste hoofd van de Groot-Londense Raad, was de eerste die zich namens Labour kandideerde. Voormalig studentenleider en BBC-presentator Trevor Phillips de tweede, Jackson de derde. Daar zullen de komende tijd - Labour kiest zijn kandidaat in november, de verkiezingen zijn volgend jaar mei - ongetwijfeld nog een paar klinkende namen bij komen, verwacht Jackson. "In de pers zijn al de namen van Frank Dobson, minister van Volksgezondheid, en Mo Mowlam, minister van Noord-Ierland, gevallen maar die hebben categorisch bedankt. Ze willen minister blijven. Nu wordt gefluisterd dat Tony Banks, die gelijk met mij is afgetreden als staatssecretaris van Sport, zich kandidaat zal stellen. Hij heeft zich aan het hoofd gesteld van de lobby die het wereldkampioenschap voetbal van 2006 naar Engeland wil halen. Hij doet maar. Ik zie er niet tegenop dat mij het vuur na aan de schenen wordt gelegd."

Livingstone was een populair hoofd van de Groot-Londense Raad, Tony Banks een populaire voetballer bij het Londense Chelsea die zijn krediet bij de Londense bevolking ongetwijfeld nog vergroot als hij het WK naar Engeland weet te halen. Daar steken Jacksons wapenfeiten nogal flets tegen af.

Als onderminister van Transport kreeg ze juist vanuit Londen de wind van voren. De autobezitter klaagde dat ze anti-auto was, de openbaar vervoerlobby dat ze geen echte keuze durfde te maken. "Ik had me een geschikter platform voor mijn kandidatuur kunnen wensen", beaamt ze. Toch is ze niet ontevreden over wat ze heeft bereikt. "Onder de Conservatieven is het openbaar vervoer stelselmatig verwaarloosd. Minster Prescott en ik hebben binnen het kabinet twee miljard pond (ruim 120 miljard frank, 3 miljard euro) vrij weten te krijgen om de ondergrondse op te knappen. En wat de auto betreft: de federatie van de Britse industrie heeft berekend dat de dagelijkse files ons jaarlijks veertig miljard kosten. Daarin zijn de kosten van milieu niet eens meegerekend. Het leeuwendeel van die kosten wordt gedragen door Londen, daar zijn de files het grootst. Als we de auto niet managen, eet hij ons levend op. Ik ben er trots op dat ik binnen Labour die visie heb uitgedragen. Milieu en de leefbaarheid van de steden behoren tot de grootste problemen van onze tijd."

Waarom gooit u dan het bijltje erbij neer en wilt u nu opeens burgemeester worden?

"Omdat ik gek ben op Londen. Omdat ik de stad op mijn duimpje ken. Omdat alle hoogtepunten van mijn leven, uitgezonderd mijn geboorte, zich hier hebben afgespeeld en ik iets wil teruggeven. Omdat de opzet van het ambt me aanspreekt. Bestuurlijk en uitvoerend blijft de nadruk bij de deelraden liggen, de burgemeester en de gekozen gemeenteraad zijn er voor de all-over strategie. Gezaghebbend richting geven, dat is de opdracht, en ik denk dat ik in dat opzicht iets te bieden heb. Ik wil Londen internationaal een grotere rol laten spelen. Er is veel waar de stad trots op kan zijn en waarin ze een voorbeeld kan zijn voor andere wereldsteden: de manier waarop de multiraciale samenleving in praktijk wordt gebracht, leefbare planologie wordt nagestreefd en een bestuur is gecreëerd dat dicht bij de mensen staat. Om dat uit te dragen, heb je een representatief gezicht nodig. Welnu: ik ben over de gehele wereld bekend." Bij wijze van uitsmijter: "En ik vind dat op de lijst van kandidaten minstens één vrouw moet staan."

Ze zou niet weten welke kandidaat van conservatieve zijde haar angst moet inboezemen. Zeker niet Lord Jeffrey Archer, die in 1985 na een seksschandaal moest aftreden als voorzitter van de Conservatieve Partij en als miljonair-bestsellerschrijver zijn comeback maakte. "Well, you have to have a joker in the pack, don't you", gromt Jackson. "En dat is onze Jeff, zoals hij nu met het oog op de verkiezingen genoemd wil worden. Als je maar door de knieën gaat en mensen als kleuters behandelt, krijgt je alles gedaan, denkt Archer. Alleen al om die arrogante en neerbuigende mentaliteit verdient hij gestraft te worden met een minimum aan stemmen."

Dat de Londense kiezers, in navolging van veel collega-parlementariërs, misschien ook niet veel van een vrouw moeten hebben, gaat er bij haar niet in. "Londenaren zijn niet zo bekrompen. Bovendien is het aantal vrouwen in hoge posities de laatste jaren aanmerkelijk toegenomen. Engeland maakt een revolutie door op dat gebied." En wat betreft haar verleden als actrice: "Het is een zwaard dat aan twee kanten snijdt. Je hebt mensen die wel van mijn acteren houden en niet van mijn politiek. En mensen die mijn acteren niet zien zitten maar mijn politiek wel. Voor- en nadelen heffen elkaar op."

Vrouw in een mannenwereld - het is dé ervaring van haar leven. "Toch heeft het me nooit moeite gekost om mijn eigen spoor te trekken. Ik ben er in mijn werk nooit op uit geweest om vrienden te maken of anderen te behagen. Zoals ik als politicus niet het type ben dat baby's loopt te zoenen, had ik als actrice geen behoefde aan titty bimbo-gedoe. Ik wilde presteren, de uitdaging aangaan. Buiten mijn werk zat ik het liefst thuis. Ik vond het belangrijker dat mijn zoon me een goede moeder vond dan dat ik op feestjes de vamp uithing." Des te trotser is ze op wat ze heeft bereikt. "Ik heb de mooiste en interessantste rollen kunnen spelen tegen de beste mannelijke acteurs: Laurence Olivier, Oliver Reed, Dirk Bogarde."

Ze groeide op als een van de vier dochters van een metselaar en een hulp in de huishouding. Op haar vijftiende verliet ze school en kreeg een baantje in een drogisterij waar ze 'geen lipstick, maar laxeermiddelen en oogdruppels' verkocht. Via een vriend belandde ze bij het amateurtoneel, daaropvolgend studeerde ze aan de Royal Academy of Dramatic Art. Haar filmcarrière kwam langzaam op gang; ze was moeilijk te casten, er waren lange perioden van werkloosheid. In 1971 won ze haar eerste oscar (voor haar rol in Women in Love), in 1974 haar tweede (A Touch of Class). En ze was, in Music Lovers, de eerste Britse actrice van naam die uit de kleren ging.

Hoewel ze in bijna alles in tegenspraak was met het populaire idee van wat een moderne actrice moest zijn, verdrongen toneelschrijvers, cineasten en acterende collega's elkaar om met Jackson te mogen werken. Iedereen trok zich op aan haar werklust, haar intensiteit en haar guts. Maar buiten het theater sprong de vonk maar zelden over. Ze werd bazig en koppig genoemd. Hard, humorloos, puriteins, antisociaal, onvrouwelijk, fire and ice. Een weinig vleiende mix van kwalificaties die culmineerde in de uitspraak van haar ex-echtgenoot, de toneelregisseur en kunsthandelaar Roy Hodges: "Als ze de politiek ingaat, schopt ze het tot premier. Kiest ze voor de criminaliteit, dan wordt ze een Jack the Ripper."

Met dit soort verbale intimidatie hebben vrouwen die hun nek uitsteken, 'maakt niet uit in welk beroep', altijd te maken, zegt Jackson. Ze haalt haar schouders op. "Meestal moet dergelijke persoonsgerichte kritiek het gebrek aan feitelijke kritiek maskeren. En ach, misschien ben ik ook wel een harde. Oudste kind, nietwaar? Alleen: bij mannen wordt het als een prachtkwaliteit gezien, voor vrouwen is het een no-no. Men ziet ons liever met pleisters en verband in de weer. Troostend, ondersteunend."

De uitspraak van haar ex-man vind ze wel 'grappig en gevat'. Omdat hij de kern van haar persoonlijkheid raakt. "Hoewel ik een luie inborst heb, ben ik gezegend met een sterke werkethiek. Je hoort alles te geven - ik heb thuis niet anders meegemaakt."

In 1990 speelde ze haar laatste rol: Moeder Courage in het gelijknamige toneelstuk van Bertolt Brecht. Enkele maanden eerder was ze door de Labour-fractie van het district Hampstead & Highgate, de Londense thuishaven voor artiesten, schrijvers en acteurs, gevraagd om zich beschikbaar te stellen voor de Lagerhuiszetel van het district. "Ik heb ja gezegd omdat ik iets wilde terugdoen voor de partij waarvan ik in zoveel opzichten het product ben. Zonder de door Labour gecreëerde welfare-maatschappij van de jaren vijftig zou ik niet de kansen hebben gehad die ik heb gehad. Ik was de eerste in mijn familie die na de lagere school kon doorleren. Bovendien heeft de politiek mij altijd gefascineerd. Ik wilde weten hoe het werkte, wat besturen inhoudt. En ik stoorde me natuurlijk geweldig aan de afwezigheid van vrouwen. Ja, ik vind echt dat wij de ondergewaardeerde sekse zijn. By virtue or by gender - het zijn vrouwen die de wereld draaiende houden. Vrouwen zijn veel beter in staat persoonlijke meningsverschillen op te schorten en eerst de problemen op te lossen. Op grond van die superioriteit is ons lange tijd het recht op allerlei zaken - studie, deelname in het openbare leven - ontzegd. Dat heeft een vrouw toch niet nodig, werd er dan gezegd. Dat soort paternalistisch geneuzel heeft me altijd vreselijk geïrriteerd."

Talloos waren de commentatoren die schreven dat ze alleen de politiek inging omdat ze als drieënvijftigjarige actrice was afgeschreven. Ze zou een nieuw podium zoeken om haar bekendheid te continueren. De herinnering alleen al zet alle feministische reflexen weer op scherp. Haar opportunisme aanwrijven, hoe durven ze. "Alsof ik als pro-abortus- en anti-apartheidsactiviste verantwoordelijkheid en engagement ooit uit de weg was gegaan. Alsof ik niet al vier keer eerder door kiesdistricten was gevraagd om me kandidaat te stellen. Ik vind het niet erg om over mijn motieven aan de tand gevoeld te worden, maar verwerp de dubbele standaard die daarbij wordt aangelegd. Een man die advocaat is geweest of vertegenwoordiger van een vakbond en in dat vak aanzien en bekendheid heeft verworven, wordt nooit gevraagd waarom hij de politiek ingaat."

Eenmaal gekozen tot kandidate van Hampstead & Highgate, werd ze door de parlementaire pers opnieuw aan het mes geregen. Ze had gewonnen omdat er alleen maar vrouwen op de lijst voorkwamen. "Een insinuatie die mijn kijk op de parlementaire journalisten voorgoed heeft bepaald: mannen die Westminster niet uitkomen, elkaar nawauwelen en allemaal gezegend met de aloude overtuiging dat vrouwen idioten zijn die in de politiek niets te zoeken hebben. En zeker actrices niet. Dat zijn, zoals iedereen weet, disfunctionele types die zich verbergen voor de realiteit van het leven door vermommingen aan te nemen, ze doen alsof ze iemand anders zijn. Terwijl, terwijl..." Ze hapt naar adem van verontwaardiging. "Goed acteren is juist vermommingen afleggen, afpellen, de waarheid blootleggen. De waarheid over de mens, de maatschappelijke omstandigheden, de interactie waarin we elkaar gevangen houden."

Daar zou het in de politiek ook om moeten gaan, vindt Jackson. Helaas moet de politiek, hoewel minstens zo strak geregisseerd, het in durf, visie en integriteit afleggen bij het theater. "In het Lagerhuis gaat het niet om het oplossen van problemen, maar om het behalen van meerderheden, het scoren van punten. Daaraan wordt alles ondergeschikt gemaakt: de taal waarin je je moet uiten, de argumentatie die moet worden gebruikt. Waar zijn de gedreven figuren die écht wat te vertellen hebben, die nog een rol spelen in de dromen van mensen?"

Ook zouden politici nog wat kunnen leren van de zelfkritiek van acteurs. "Ik heb eens een voorstelling meegemaakt van Laurence Olivier. Een rol die hij al honderden keren had gespeeld, maar die avond speelde hij zo prachtig, dat iedereen werd meegesleept. Zijn medespelers waren niet uit de coulissen weg te slaan. Een minuten durende ovatie van het publiek. Maar Olivier beende zonder iets te zeggen van het podium af. Hij was razend. Sloeg de deuren van de kleedkamer bijna uit hun sponningen. De assistent-floormanager werd eropuit gestuurd om te zien wat er aan de hand was. Sir Laurence, wat scheelt er? Het was toch een fantastische voorstelling. Dat weet ik, zei Olivier, ik weet alleen niet waarom." Passie, visie en durf - met die theaterwaarden wil ze het debat in de Londense gemeenteraad injecteren. "Ik wil de verbeelding weer terugbrengen in de politiek."

Als actrice bewonderde ze vooral actrices wier temperament en drift ook van de muren en plafonds konden afspatten: Joan Crawford, Bette Davis, Katherine Hepburn. Ook in de politiek blijven sterke vrouwen haar referentie. Haar idolen zijn Mary Robinson, de voormalige Ierse president die nu Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties is, en Betty Boothroyd, de (Conservatieve) speaker van het Lagerhuis. "Nee, de naam van een man schiet me zo gauw niet te binnen", zegt ze vilein. "Maar dat heb ik altijd als mij zoiets specifieks wordt gevraagd." Van de collega-actrices die ook in de politiek zijn gegaan, waardeert ze Melina Mercouri, de voormalige Griekse minister van Cultuur, en Vanessa Redgrave, jarenlang parlementariër voor de ultralinkse The Socialist Workers Party, het meest. Maar zeker 'halfpolitici' zoals Sophia Loren, Brigitte Bardot en Jane Fonda die zich inlaten met sympathiek maar risicoloos actiewerk of zich, met naamsbekendheid als enige kwalificatie, laten kronen tot VN-ambassadeur, kunnen rekenen op haar eeuwige solidariteit. "We hoeven niet allemaal dezelfde route te lopen. Ieder speelt zijn rol, ieder levert de bijdrage die hem past."

Haar meest intense afkeer gaat ook uit naar een vrouw: Margaret Thatcher. "Dat uitgerekend zij de eerste vrouwelijke premier van Engeland moest zijn, is van een ongehoorde ironie. Ze staat voor alles wat ik in de Conservatieven haat en veracht. Haar bewieroking van het eigenbelang had desastreuze gevolgen voor de zwakkeren. Hoeveel menselijk kapitaal is er tijdens de ghastly years van Thatcher niet vernietigd of als overtollig afval afgevoerd via de pijplijn van de sociale dienst? En dan haar presentatie, die nare, dictatoriale stijl van haar. Politiek is voor mij: kansen scheppen, zoveel mogelijk mensen bij de maatschappij betrekken. Thatcher heeft alleen maar geprobeerd zoveel mogelijk mensen uit te sluiten. Het was een politiek tegen mensen, tegen de beschaving."

Als Jackson niet tot burgemeester wordt gekozen, dan gaat ze gewoon door als parlementariër. En bij de verkiezingen van 2001 stelt ze zich weer kandidaat voor de Labour-zetel van Hampstead & Highgate. Aan pensioen denkt ze niet.

Ze woont alleen. Haar zoon Daniel, jarenlang haar researcher en secretaris, trad na de verkiezingen van 1997 als voorlichter in dienst van een van de vakbonden van Labour. Aan liefdesrelaties heeft het haar niet ontbroken, maar haar werk stond altijd op de eerste plaats. Natuurlijk is ze daardoor levensgeluk misgelopen. So what? "De grootste vloek van de huidige westerse samenleving is de upgrading van het begrip geluk. In bepaalde Zuid-Europese landen wordt bij de doop van kinderen de hoop uitgesproken dat het kind alle liefde, al het geluk, maar ook alle tranen mag ervaren die bij het leven horen. Dat lijkt me heel wat gezonder. Het idee dat je altijd gelukkig moet zijn en dat je ongelukkig voelen een teken van falen is, waar je je schuldig over moet voelen, is belachelijk. Het leven is zo onmetelijk gevarieerd. Wie alleen maar de zonzijde wil meemaken, is infantiel."

Bovendien, zijn geluk en ongeluk niet onverbrekelijk met elkaar verbonden? Waar liefde is, is haat. Onaangedaan vertelt Jackson dat ze geen verhouding heeft gehad die er niet mee eindigde dat hij haar sloeg. "Niet dat ik bont en blauw werd geslagen, maar er kwam altijd een moment dat de mannen zich genoodzaakt voelden mij te... yeah. Veel vrouwen die ik ken hebben dezelfde ervaring. Het zou me moeite kosten om op een naam te komen van iemand die het niet is overkomen. Nou ja, zo gaat het in relaties. Je leert ervan of niet, je komt er overheen of niet."

Nogal in contrast met uw image als sterke vrouw.

"Ik heb toch niet gezegd dat ik niet terugsloeg." De triomf duurt maar even. "Het is walgelijk om verleid, gereduceerd te worden tot dezelfde reactie."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234