Zondag 29/11/2020

Er waren eens twee meisjes loos

Met haar derde roman Eeuwige roem doet durfal Saskia de Coster eindelijk een geslaagde gooi naar begrijpelijkheid. Bovendien worden de onorthodoxe avonturen van het wonderkind Babs en de roemzuchtige Julie voortgestuwd door een ronduit inventieve metaforiek.

Door Dirk Leyman

Aan vermetelheid heeft het Saskia de Coster nooit ontbroken. Haar alle kanten opspattende proza wekte vanaf haar eerste publicatie, het verhaal 'Onder elkaar' in wijlen het Nieuw Wereldtijdschrift, veel animo bij literairetalentenjagers. Onder aanprijzing van Peter Verhelst verkreeg De Coster meteen een soort beschermde status. In de serrekas van het postmoderne tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, net als De Coster zelf een vergaarbak van de cross-overkunsten, kon ze vervolgens al vroeg haar ei kwijt.

In haar eerste roman Vrije val (2002) paarde ze een grimmige sprookjesachtigheid aan een voorkeur voor wanstaltig geweld en gedeformeerde mythologie. Logica noch herkenbaarheid kregen een poot aan de grond in deze bijna surrealistische parade van onbegrijpelijkheid, waarin de vetgemeste reuzin Charlotte en de broodmagere, rubberen adonis Atlantis rondzwalpten in een oceanisch en unheimisch universum. Nergens was er een verlossende draad van Ariadne te vinden om uit dit labyrint te raken. Aan het eind leek het alsof je een in woede op de vloer gekeild palet puzzelstukken diende samen te vegen. De Coster joeg de bloeddruk van haar lezers met plezier afwisselend omhoog en omlaag. Ondanks de tentoongespreide bravoure was ze in Vrije val nog op zoek naar een vuurvaste bedding voor haar ongebreidelde fantasie.

Ook in haar tweede roman volhardde De Coster in die ietwat solipsistische eigenzinnigheid. Jeuk (2004) was tot in de nok volgeplempt met ongewone creaturen en toonde (vaak geslaagd) trapezewerk met woord en zin, maar inhoudelijke bekommernissen maakte de schrijfster zich amper. Tja, waarom ook altijd alles willen begrijpen? "Mensen willen begrijpelijkheid, maar tegelijk hebben onze hersenbanen ook andere prikkels nodig, dingen die open blijven, die niet zo begrijpelijk en helder zijn. En dat kan kunst bieden", zei ze daarover onlangs in een Knack-interview.

Niettemin had de Coster zich voorgenomen dat haar volgende boek aan "helderheid" mocht winnen: "Het nadeel van onbegrijpelijkheid is dat het zo gemakkelijk een dekmantel wordt voor onkunde", voegde ze eraan toe. En zie, deze intentie is in daden omgezet. Tegenover zijn twee voorgangers is Eeuwige roem een toonbeeld van toegankelijkheid, al moet je dat in De Costers wondere wereld vol ongerijmdheden met menige korrel zout nemen.

Eeuwige roem volgt het buitenissige parcours van twee vaak aandoenlijke meisjes wier levens gedoemd zijn om elkaar te kruisen. Er is vooreerst Babs, een wezen dat al in de baarmoeder geen blijf wist met haar intelligentie en doorzicht ("Het kindje was alles, wist alles en zag alles, dacht het zelf"). Ze ontpopt zich zonder dralen tot een speels wonderkind dat haar hele leven ongeduldig aan een Boek vol Wijsheid zal pennen. Babs brengt haar jeugd door in het doorsneegezin Ongena-Smit uit het slaapstadje Vetersberg. Toch is 'doorsnee' erg relatief: af en toe haar duiken dode familieleden op en klopt de gekte gedurig aan de deurpost. De Coster laat zelfs de tijd dat de dieren spraken herleven en ontlokt als een volleerde klankentapper ook de plantenwereld intelligente volzinnen.

Babs leven ondergaat een kentering wanneer haar zusje Laura om het leven komt, als gevolg van een zelfgemaakte sneeuwbal die over haar heen rolt. De leegte en het verdriet overvallen Babs in een kernachtig beeld dat enkel De Coster kan bedenken: "De zon komt op maar ze is honderd vijftig miljoen kilometer weg en Babs krijgt het maar niet warm." Vanaf dat moment lijkt Babs zich nog ferventer in haar eigen droomwereld vol absurditeiten terug te trekken. Fantasie is haar steekwapen tegen de banaliteit en de eenvormigheid, overigens een geliefkoosd motief van De Coster. Op school verzet Babs zich als alwetende ("Wij zagen Babs van hier uit de toon vallen", zegt het commentariërende wij-koor) tegen de teneerdrukkende groepsgeest: "Uit alle richtingen kwam de groep op haar af. Het was te veel van hetzelfde voor haar, als zwemmen in de regen." Tijd voor Babs om los te breken in de nog bozere buitenwereld én om in de stadsjungle in de armen van Ruben te vallen. Deze onvermoeibare militant van de partij der Sterfelijken strijdt voltijds "tegen het grote onrecht van de Overouderdom" en de onwil van bejaarden om er het bijltje bij neer te leggen.

In die stad dwaalt ook de beeldschone Julie rond, adoptiekind van Olivia en Jupiter, en allicht ontsproten aan de ruigheid van een dolgedraaide seksclub. Zij is als met stuifmeel bestoven door de drang naar een sprankel roem. Er valt evenwel geen peil te trekken op haar rollebollend bestaan vol beproevingen, dat zich wereldwijd vertakt via jeugdinstellingen, Aziatische pornoclubs en luizige bedsponden. In Tokio wordt ze zelfs in een kooi tentoongesteld: "De klanten vonden de hongerkunstenares prachtig, en porden met eetstokjes tussen haar ribben. Ze besproeiden het lichaampje met sake en deden het vervolgens gloeien met de spaandertjes cederhout van hun sigaren." Uiteindelijk valt ze ten prooi aan de drieste Michael, die zich te allen prijze voorneemt de Beste Plaat aller Tijden te maken maar de woede over zijn mislukkingen regelmatig op Julie moet koelen.

Wanneer het leven van Julie en Babs met elkaar gaat sporen, proberen hun mannen op slag een wig tussen hen te drijven. In verwikkelingen die de lezer als paukenslagen om de oren tuiten, komt Julie om bij een auto-ongeval in Vetersberg, met plaatselijke paparazzi op de hielen (én een dikke knipoog naar de dood van prinses Diana).

In Eeuwige roem houdt De Coster er een dekselse rotvaart op na. Het beeldenspervuur jaagt het verhaal voort met hoge beaufortsnelheden, soms even gevaarlijk als een verkeerskamikaze die een verblindende stofwolk achterlaat. Tegelijk heeft De Costers stijl ook iets kinderlijk teders en troostends, als zuurstokjes en toverballen die van kleur veranderen. Ze heeft ook een onnoemelijk zwak voor het personaliseren van flora en fauna: "De kale bomen kietelden met hun takken de laaghangende wolken tot het motregent" of "De golven wilden wegkruipen uit de put maar bleven vruchteloos proberen om hogerop te geraken... (...) De zee was kapot, de zee wilde weg, de zee miste iets maar wist het zelf nog niet."

Naar verklaringen en vaste grond onder de voeten blijft het opnieuw voorzichtig hengelen. Is het De Coster erom te doen om onze viriele, versnipperde wereld in geïsoleerde stukjes film te vatten? Zeker is dat je aan Eeuwige roem ook een city never sleeps-gevoel overhoudt - niet voor niets is het boek in New York geschreven. Stilstand is sterven, bewegen is leven, daar gaat het hem om bij De Coster, die met gulzige zuignappen en een overall view de hyperrealiteit opslorpt en naar haar hand zet. Net als Babs lijkt ze voortgedreven door onrust: "Slapen wil ze niet. Slapen is bijna dood zijn, slapen is je klaarmaken om de dood te ontvangen: je ligt immers al in de houding."

Is dat de reden dat de schrijfster eindeloos kan doorgaan met haar zinnensalvo's? Het is jammer dat ze aan het eind de poorten van haar opulente phantasialand al te wijd openzet. Uiteindelijk vervalt De Coster weer in diezelfde ontsporingen en aberraties die haar vorige boeken zo ontsierden, waardoor Eeuwige roem een beetje stuntelig op de klippen loopt. Al even clichématig zijn de typografische spelletjes en de loos gedropte foto's van springpaarden of rennende windhonden. Het zijn eerder vertoonde trucs die niets wezenlijks toevoegen.

Dat Saskia de Coster meer dan ooit de hersenbanen beroest en overprikkelt, staat niettemin buiten kijf. Eeuwige roem heeft veel weg van een fikse shot dopamine. Haar vurig beleden individualiteit en alerte gekte is mij dierbaar geworden, even dierbaar als dat stuiterballetje dat ergens beschreven wordt en waarin je des schrijfsters koppigheid herkent: "Gooi hem weg als straf, probeer hem plat te trappen, maar hij zal zich enkel vermaken, je kan hem niet wezenlijk raken."

Saskia de Coster

Eeuwige roem

uitgeverij Prometheus, 230 p., 15,95 euro.

> Studeerde Germaanse Talen aan de universiteit van Leuven en werkte een tijdje bij het Hugo Claus-centrum; studeerde ook literatuurwetenschappen in Vancouver.

> Is lid van de kernredactie van DWB en is ook actief als multimediakunstenares.

> Publiceerde haar debuutroman Vrije val in 2002. Verkreeg meteen het stempel van 'een van de tien beste schrijvers jonger dan 35'

> Het averechtse sprookje Jeuk verscheen in 2004

Stilstand is sterven, bewegen is leven, daar gaat het hem om bij De Coster, die met gulzige zuignappen en een 'overall view' de hyperrealiteit opslorpt en naar haar hand zet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234