Woensdag 12/08/2020

'Er waait een wind van hoop door Colombia'

Hij lijkt wel een held, de Colombiaanse president Álvaro Uribe Vélez. Een jaar na zijn aantreden blijkt 70 procent van de Colombianen achter hem te staan, een populariteit die andere staatshoofden in Latijns-Amerika het nakijken geeft. Toegegeven, de eerste nood van het Colombiaanse volk, veiligheid, is gedeeltelijk gelenigd. Maar aan Uribe's medaille zit meer dan één keerzijde.

Brussel / Bogotá

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

Ook wie de liberale president Uribe niet genegen is, staat ervan te kijken. Zijn werkkracht. Zijn daadkracht. De 51-jarige jurist is deze maand een jaar aan de macht, en zijn verkiezingsbelofte om Colombia veiliger te maken lijkt vrucht af te werpen. In Colombia, dat al sinds de jaren veertig in een kluwen van elkaar opvolgende conflictsituaties verstrikt zit, hebben ze de hoop enigszins herwonnen. Het lijstje oogt niet min: zo viel in de eerste helft van dit jaar het aantal kidnappingen met 26 procent terug, daalden de moorden met 23 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar, moesten de linkse Farc- en ELN-guerrilla's territorium afstaan en zouden de cocaplantages met 15 procent gereduceerd zijn, voor sommigen het bewijs dat Washingtons fel omstreden drugsoorlog en het peperdure, daaraan gekoppelde Plan Colombia alsnog vrucht afwerpen. Ten slotte heeft Uribe ook ontwapeningsgesprekken aangeknoopt met de gevreesde paramilitaire doodseskaders van het AUC, een stap die een jaar geleden niemand voor mogelijk had gehouden.

"De resultaten van één jaar Uribe zijn adembenemend en indrukwekkend", zei Witte Huis-drugstsaar John Walters in The New York Times. "Ik denk niet dat er de voorbije 25 tot 50 jaar een ander moment geweest is in Colombia waarop je dit soort verbeteringen kon vaststellen."

Uribe, een dissidente liberaal op wie het Europese links-rechts-etiket volgens waarnemers niet van toepassing is, is een workaholic pur sang. De president die bij zijn eedaflegging meteen al op raketten van de marxistische Farc-guerrilla werd vergast en meermaals het doelwit van een aanslag was, arriveert voor dag en dauw op kantoor en blijft er niet zelden tot een gat in de nacht, desnoods, zo wordt weleens gezegd, met de voeten in een kuip ijskoud water. "Hij is bescheiden, leeft erg sober en heeft niets van de populistische caudillo die de Latijns-Amerikaanse politiek zo lang gekenmerkt heeft", zegt, daarover opgebeld door De Morgen, journalist Gabriel Briceño van de kwaliteitskrant El Tiempo.

Toch zit Uribe niet om goed in de markt liggende mediastunts verlegen. Een hoogtepunt was de verhuizing van zijn hele kabinet, een paar weken geleden, naar Arauca, een van de gevaarlijkste en zwaarst door het oorlogsgeweld getroffen departementen. Als om te bewijzen dat niet de guerrilla's maar hijzelf regeerde, bestuurde Uribe zijn 44 miljoen inwoners tellende republiek drie dagen lang vanuit een legerbasis.

Of er is het voorbeeld van de publieke standjes waar hij ministers en legeroversten mee bedenkt: dat ze beter hard kunnen werken of anders het veld maar moeten ruimen, uitspraken waarmee hij zich als een teamspeler laat kennen, iemand die het hele kabinet in de schijnwerpers zet en niet alleen zijn eigen persoon. Zo zou het zonder de inzet van Uribe's vice-minister van Defensie Andrés Peñate onmogelijk geweest zijn zo'n 1.800 vrijwillig gedemobiliseerde Farc- en ELN-guerrillero's op te vangen.

"Wat de mensen nu willen", zegt Briceño, "is veiligheid. Daaraan is alles ondergeschikt. Welnu, in vergelijking met wat onder vorig president Pastrana het geval was, kun je rustig stellen dat de Colombianen eindelijk hun land opnieuw ontdekken. Dat ze eindelijk, zij het dan in militair beschermde autokaravanen, hun steden weer uit kunnen, aan toerisme kunnen doen. Bovendien is Uribe begonnen met de stelselmatige herinname van gemeenten door de politie. Zelfs in dorpen waar nog nooit in de Colombiaanse geschiedenis ook maar een glimp van de politie viel op te vangen, komen er nu bemande posten. De indruk ontstaat dus dat de overheid stapsgewijs het eigen grondgebied weer in handen krijgt."

Toch zou de journalist niet zonder blikken of blozen gewagen van torenhoge populariteit. "De mensen hebben meer iets van: hij lijkt ons goed bezig, hij is autoritair, hij laat leiderschap zien, we zullen hem maar steunen. Tegelijkertijd zijn de Colombianen zich bewust van de minpunten van zijn beleid: economisch zijn er weinig tekenen van herstel en de fiscale offers die de oorlog vraagt, zijn niet gering. Zo wil Uribe ook op basisproducten btw gaan heffen en zullen ook lagere inkomens zwaar belast worden. Sociaal-economisch zal de modale Colombiaan van Uribe's beleid dus niet beter worden, toch niet in deze fase."

Veel zal afhangen van het referendum dat Uribe zichzelf heeft opgelegd op 26 oktober. Daarin wordt de bevolking gevraagd of ze het eens is met de belastingverhogingen. "Als het referendum goed georganiseerd is", zegt Briceño, "en als er een sterke mobilisering aan voorafgaat, dan kan Álvaro Uribe het winnen. Al toont hij zich erg bescheiden."

Hoewel, eigenlijk reiken de ambities van de president verder, als de Colombianen dat willen gaat hij in 2006 graag voor een tweede ambtstermijn. Alleen... moet daarvoor de grondwet van 1991 worden herzien, want die voorziet geen tweede ambtstermijn. Over dat laatste aspect is nog geen wetgevend initiatief genomen, andere hervormingen staan wel officieel op stapel: zo ziet het ernaar uit dat voor het einde van dit jaar een grondwetswijziging in antiterroristische zin aan het Congres wordt voorgelegd.

De regering-Uribe hoopt de grondwet zo te wijzigen dat telefoongesprekken zonder gerechtelijke toestemming kunnen worden afgeluisterd, dat er zonder gerechtelijk bevel huiszoekingen kunnen worden verricht, dat het leger judiciële bevoegdheden krijgt, dat de erg populaire snelrechtprocedure, de zogenaamde Acción de Tutela, wordt afgeschaft; ideeën waar noch het Grondwettelijk Hof noch het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties zomaar voor te vinden zijn.

Vooral bij mensenrechtenverdedigers zit de vrees erin dat het onder Uribe alleen maar verder de verkeerde kant opgaat. Nu al is Colombia op wereldvlak een koploper wat ontvoeringen en verdwijningen betreft. Zoals een medewerker van het Brusselse Internationaal Bureau voor de Mensenrechten in Colombia (OIDHACO) het stelt: "Sommige aspecten van het conflict worden in de media onderbelicht. Als je het hebt over grotere veiligheid, dan moet je je afvragen 'veiligheid voor wie?'. In mei telden we 762 slachtoffers van politiek geweld, in april 782, in maart 775, mensen die het slachtoffer zijn van schendingen van het internationaal humanitair recht, van de mensenrechten, van sociale schoonmaak enzovoort. In een jaar tijd zijn er in Colombia 292.000 ontheemden bijgekomen, de humanitaire crisis wordt alleen maar erger.

"En er is de vraag wat er met de gedemobiliseerde strijders gebeurt: worden hun mensenrechtenschendingen zomaar kwijtgescholden? Wat garandeert er dat ze de wapens niet opnieuw opnemen in Uribe's recentelijk opgerichte eenheden van 'boerensoldaten', door de staat bewapende en militair opgeleide boeren? Wat te denken over het leger aan burgerinformanten, mensen als u en ik die door de staat beloond worden omdat ze tips geven over dit of dat individu, en 's maandags in een tv-show, met een kap over hun gezicht, hun centen mogen gaan halen? Op die manier verwordt het land tot een spionnennest waarbij je staatszaken en persoonlijke afrekeningen niet meer uit elkaar kunt houden."

Velen vrezen dat Uribe de autoritaire weg opgaat, sommigen dichten hem nauwe banden met de extreem-rechtse doodseskaders toe. Maar UIA-professor An Vranckx, researcher aan het conflictstudiecentrum Ipis, laat zich voorzichtiger uit: "Alvaro Uribe heeft onder meer in Oxford doorgestudeerd en interesseert zich net als een Frank Vandenbroucke bij ons voor sociale dossiers als de ziekteverzekering. De verwijten die bepaalde mensenrechtenactivisten hem maken over zijn mogelijke samenwerking met de paramilitairen moeten we nuanceren, in die zin dat de Convivir (de in de jaren negentig door de regering opgerichte zelfverdedigings-milities, die nadien ontbonden werden vanwege mensenrechtenschendingen, ld) niet alleen in Antioquia, het departement waar Alvaro Uribe gouverneur was, uit de bocht gegaan zijn. Dat is gewoon in heel Colombia gebeurd. Alleen wordt vooral Uribe, de zoon van een grondbezitter die door de guerrilla is vermoord, steeds weer met die ontsporingen in verband gebracht. Hij is de zondebok die bij media en ngo's om de haverklap als de vader van het paramilitarisme voorgesteld wordt. Dat lijkt me een verkeerde voorstelling van de feiten.

"Gemakkelijkheidshalve wordt wat Colombia betreft overigens vaak slechts één kant belicht, en de andere zijde verduisterd. Dat stoort me, het lijkt me intellectueel oneerlijk. Er zijn vele elementen in de politieke actualiteit die aantonen dat Colombia niet de bananenrepubliek is waar het land vaak voor wordt gehouden. Er heerst daarentegen een erg open en actieve debatcultuur, die onder meer gestalte kreeg in de begrotingsdiscussie, in de verstrengde antifraudewetgeving waaruit hogere inkomsten voor de staat worden verwacht."

Uribe was de enige president van Latijns-Amerika die openlijk Washington steunde in zijn voornemen om Irak binnen te vallen (een standpunt dat hem ook binnen zijn eigen regering op kritiek kwam te staan). In de VS is hij dan ook graag gezien, en dat blijkt uit de vele lovende krantencommentaren die daar de jongste dagen aan hem waren gewijd. In Europa wordt een stuk afwachtender gereageerd.

"Het Uribe-effect gaat over imago", schreef de commentaarschrijver van El País vorige week. "Economisch doet Uribe weinig anders dan zijn verarmde burgers nog meer de broeksriem te doen aanhalen. En hij draagt de verdenking op zich dat de vrede met de paramilitairen gekocht wordt met gegarandeerde straffeloosheid voor hun wandaden."

Ook volgens de Franse politoloog Daniel Pécaut van het Parijse Institut des Hautes Etudes de l'Amérique Latine, tot nader order de beste Colombia-kenner van Europa, is de strijd verre van gestreden. Meer zelfs, volgens een artikel van zijn hand dat op 1 augustus in El Tiempo verscheen, "valt het te betwijfelen of de strijdkrachten op korte termijn succes oogsten in hun poging algehele territoriale controle te verwerven". Bovendien "hebben bepaalde sectoren belang bij de voortzetting van de oorlog. Flink wat drugstrafikanten vinden er immers de basisvoorwaarden in om door te gaan met hun activiteiten en hun economische en politieke verworvenheden te behouden."

De treffendste balans van een jaar Uribe en de vele uitdagingen die hem en het land ongetwijfeld nog wachten, maakt El País op: "Misschien verdient de president een vertrouwensstem, maar zeker geen blanco cheque. Er waait een wind van hoop door het land, maar de weg ligt bezaaid met talloze hinderlagen."

'Colombia is niet de bananenrepubliek waarvoor het vaak wordt gehouden. Er heerst een erg open en actieve debatcultuur'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234