Donderdag 28/01/2021

Er vloeit bloed in de Tour

Er kleeft bloed aan de Franse wegen. En wat erger is, ook aan Franse bumpers. Zeker, valpartijen zijn inherent aan de wielersport en zeker aan de Tour, de belangrijkste, meest nerveuze wedstrijd van het jaar. Gisteren lag ineens ook de Belgische hoop Jurgen Van den Broeck tegen de grond. Schouderblad gebroken, klaplong: Tour voorbij. Een halve seconde pech, een jaar hard werken en trainen voorbij. En Van den Broeck was lang niet de enige. Het was een dag van treurnis, en van woede.

Zeker, Belgiës enige hoop in bange dagen, Jürgen Van den Broeck, viel en moest opgeven. Wat Van den Broeck overkwam is een arbeidsongeval. Dat is altijd spijtig, aan de Antwerpse haven net zo goed als in de Ronde van Frankrijk, maar het is deel van het rennersbestaan. Wat Johnny Hoogerland en Juan-Antonio Flecha overkwam, is dat niét. Zij werden aangereden door een auto van France Télévisions (Antenne 2). Ze werden weggekatapulteerd als kegels in een bowlingspel. Flecha dokkerde over de weg, Hoogerland vloog zelfs de prikkeldraad in. De auto van de Franse televisiezender reed snel door.

Ter compensatie kregen de twee slachtoffers sámen de Prijs voor de Strijdlust: van een goedbedoelde, maar wat misplaatste geste gesproken. De nieuwe gele trui Thomas Voeckler noemde het rijgedrag van de wagen "honteux". Dat is zo. De auto's van 'France Télévisions' kent iedereen. Verre van ze allemaal over dezelfde kant te scheren, maar de chauffeurs van die opvallende, diepblauwe wagens hebben hun reputatie niet mee: ze heten 'cowboys van de weg': snel en bijna achteloos rijdend, graag op zijn Frans - het handje van de bestuurder nonchalant uit het open raam - en met de arrogantie van het besef dat 'men' hen eigenlijk weinig kan maken: zonder France Télévisions geen rechtstreekse tv-uitzendingen van de Tour. Ook dat was gisteren duidelijk. De organiserende krant L'Equipe (die eigendom is van Tourorganisator ASO) berichtte op haar site met schroom over het incident, maar auto en chauffeur werden uiteindelijk uitgesloten.

Volgauto's die inrijden op renners roepen altijd akelige en zwarte herinneringen op. Aan Cees Priem die in de Amstel Gold Race 1998 Scott Sunderland aanreed en daarvoor veroordeeld werd. Aan het dodelijke ongeluk van Richard Depoorter, die in een donkere tunnel in de Ronde van Zwitserland weggemaaid werd door een volgwagen. Ongevallen met auto's die tegen renners knallen, zijn snel erger, zelfs fataler dan renners die bij elkaar inhaken, of renners die een bocht fout inschatten.

Johnny Hoogerland, al dagen strijdend op de eerste rij, verbeet zijn pijn en kwam toch aan, om op het podium zijn herwonnen bollentrui te omgorden. Daar stortte hij in, de menselijke crash na de fysieke aanrijding. Edith Piaf zong ooit: "Johnny, tu n'est pas un ange" (Johnny, jij bent geen engel"), en een doetje is Hoogerland zeker niet. Wel een jonge Nederlandse debutant met lef en flegma. Uitgerekend op de dag van zijn 'triomf' - want dat is zo'n klimmerstrui voor zo'n polderjongen - kraakt hij. Gebroken door een chauffeur die reed waar dat niet strikt nodig was (vlak bij de kopgroep) en meende te moeten inhalen alsof hem niets kon gebeuren. Hem niet, neen.

Vino duikelt in ravijn

Dat Hoogerland en Flecha, samen met Sandy Casar, de latere ritwinnaar Luis-Leon Sanchez en de latere gele trui Thomas Voeckler op het ogenblik van die aanrijding met een comfortabele voorsprong doorstoomden richting finish in Saint-Flour, had ook zijn reden: een valpartij. De zoveelste van zoveel. Hoeveel weet eigenlijk niemand. Waarom evenmin. Er ging ineens rond dat Alberto Contador gevallen was omdat Vladimir Karpets hem van de fiets had gemept. In werkelijkheid was Contador met zijn stuur blijven haken achter Karpets zadel (zo claustrofobisch dicht op elkaar rijdt het peloton). Waarop Katushasportdirecteur Dimitri Konysjev laconiek opmerkte: "Als iemand tegen Karpets rijdt, is het niet Karpets die valt."

Contadors schuiver verbleekte bij 'De Val'. In de afdaling van de Pas de Peyrol, lagen ineens een hoop renners tegen de grond. Instinctmatig voelde iedereen: Hola. Dit lijkt ernstig. Het werd zelfs stil, toen eerst één, dan twee en ten slotte drie Astanarenners een vierde uit het ravijn naar boven hielpen. Droegen. Alexandre Vinokoerov bewoog niet meer. Hola. Herinneringen aan Roger Rivière, die bij een val van de onbekende col du Perjuret in 1960 zijn ruggenwervel brak, en eigenlijk ook zijn leven. Rivière, ooit fiere houder van het werelduurrecord, raakte verslaafd aan pijnstillende amfetamines, hij werd amper veertig. Vinokoerov is al bijna 38, en had in zijn laatste Tour zo graag een rit gewonnen of geel gedragen. Het mag niet meer zijn. Gelukkig kon Vinokoerov zijn benen bewegen. Of toch één been. Van het andere brak de heup.

Er kropen niet alleen Astana's uit het ravijn, er lag niet alleen een renner van RadioShack (Andreas Klöden) tegen de grond. Er zat ook een renner van Omega Pharma-Lotto op de grond: Frederik Willems. Bleek, hand tegen de schouder. Ploegmaat Jürgen Roelandts stopte, maar zonder een woord te wisselen wisten beide renners het: sleutelbeen gebroken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234