Maandag 21/10/2019

Discriminatie

‘Er staat ons nog iets te wachten vóór we in die harmonieuze samenleving wonen’: racisme in Vlaanderen

Ook Antwerps sp.a-schepen Jinnih Beels kreeg al meermaals te maken met racisme. Beeld BELGA

Enkele Aalsterse gezinnen met buitenlandse roots kregen onlangs een opmerkelijke brief in de brievenbus. Die was opgesteld in krukkig Nederlands en stond bol van de racistische gemeenplaatsen. De auteur wenste de geadresseerden een snelle exit uit Aalst toe en verwees expliciet naar de recente verkiezingsoverwinning van Vlaams Belang. Eerder hadden al tientallen mensen op Twitter – hashtag #allemaalvanbelang – getuigd over het racisme waarmee ze elke dag worden geconfronteerd. Humo sprak met een divers gezelschap Vlamingen van kleur over hun ervaringen: ‘Aan de bushalte reed de chauffeur ons gewoon voorbij.’

Jinnih Beels: ‘Schroom is weg’

Vorige week donderdag heeft het Antwerpse hof van beroep agent Bert V.L. vrijgesproken voor het aanzetten tot haat en discriminatie. Twee jaar geleden stuurde V.L. een foto van Jinnih Beels (42) rond, toenmalig hoofd van de cel diversiteit van de Mechelse politie. Hij had de foto van een bedenkelijk onderschrift voorzien: ‘Jou (sic) kleur staat mij niet aan.’ Het was niet de eerste keer dat Beels met racisme werd geconfronteerd.

“Ik ben in India geboren als dochter van een Vlaamse vader en een Indiase moeder, en ik ben pas op mijn zesde naar België gekomen. Ik kwam terecht op de Heilig Hartschool in Antwerpen: het publiek was al divers, en de leerlingen hebben me heel goed opgevangen. Ik heb daar nooit ondervonden dat ik een andere huidskleur heb. Buiten de schoolmuren was dat helemaal anders: in het park en op straat speelde mijn huidskleur wel een rol. Vooral mijn grootmoeder had er last van. Als we naar de bibliotheek gingen, vroeg de bibliothecaresse haar of ik wel kon lezen. Ze was daar altijd door aangedaan en reageerde er heel fel op. Ik was toen zelf nog veel te timide: ik was zes en nog niet vertrouwd met mijn nieuwe omgeving.

“Later raakte ik goed bevriend met een meisje met Indonesische roots. Als wij samen de bus wilden nemen, gebeurde het weleens dat de chauffeur ons negeerde en gewoon doorreed. Als hij wel stopte, had hij vaak een scheve opmerking klaar. Het is erg moeilijk voor een puber om dat niet persoonlijk te nemen, maar ik had er minder moeite mee dan mijn vriendin. Dat is een kwestie van temperament.

“Ik word in de winkel vaak in het Engels aangesproken. Nog een klassieker: ‘Amai, jij spreekt goed Nederlands.’ ‘Het zou er nog aan mankeren,’ zeg ik dan, ‘ik woon hier sinds mijn zesde.’ Ik kan dat makkelijk van me afschudden, en ik wil het ook wel nuanceren: niet iedereen heeft slechte bedoelingen. Maar ik wil het niet minimaliseren: wie een hoofddoek draagt, heeft het nog veel moeilijker. Ik denk wel dat het feit dat ik vrouw ben, me meer parten heeft gespeeld. Ik heb me driedubbel moeten bewijzen.”

Ook bij de politie?

“Zeker. Al heeft het wel geholpen dat ik officier ben geworden: mijn graad was mijn bescherming, dan krijg je minder over je heen. Maar bij de cel diversiteit heb ik altijd tegen discriminatie moeten vechten, al was het maar voor anderen.”

Is racisme bij de politie een groter probleem dan elders in de samenleving?

“Nee, maar de politie heeft wel een voorbeeldfunctie en daarom is racisme er problematischer.”

U werd er het mikpunt van een racistische meme.

“Ik was intussen wel wat gewend, maar het heeft een enorme impact gehad op mijn familie, het korps en de rest van de samenleving. In Mechelen proberen ze de allochtonen te betrekken bij het beleid, maar zij wilden na die hetze natuurlijk niets meer met de politie te maken hebben. En het wantrouwen was al groot.”

De agent die de foto heeft verspreid, is ook in beroep vrijgesproken.

“Hij is intussen wel tuchtrechtelijk ontslagen. Als politievrouw weet ik dat het juridisch-technisch moeilijk is om aan te tonen dat de man heeft aangezet tot racisme, maar je krijgt dat niet uitgelegd aan de buitenwereld. Zijn advocaat heeft overigens geprobeerd om alles in mijn schoenen te schuiven: hij zei dat ík zijn cliënt geen hand had willen geven. Bij racisme en discriminatie wordt het slachtoffer vaak met de vinger gewezen: ‘Je zult het wel gezocht hebben.’ Daar heb ik het moeilijk mee gehad, want die beschuldigingen hebben mijn reputatie en carrière van zeventien jaar in gevaar gebracht.”

Journalist Joris Luyendijk en VRT-correspondent Lia van Bekhoven vertelden me dat je in Vlaanderen wegkomt met opmerkingen die je in het VK je kop kunnen kosten.

“Dat weet ik niet. Niet iedereen die bang is voor het onbekende of bezorgd is, is een racist. Maar onversneden racistische opmerkingen mogen we nooit laten passeren. Tegelijk denk ik dat er bij ons veel institutioneel racisme is. In sommige geledingen van de politie merk je dat mensen van een andere origine op veel drempels stuiten, waardoor ze bijvoorbeeld niet kunnen doorgroeien. En in het onderwijs hebben leerkrachten minder hoge verwachtingen van allochtone leerlingen dan van autochtone. In de hogere functies zie je daardoor nog altijd weinig diversiteit.”

Socioloog Mark Elchardus heeft uit kiezersonderzoek onthouden dat Vlamingen meer dan Franstalige Belgen de nadruk op de individuele verantwoordelijkheid leggen. In het geval van armoede, bijvoorbeeld. Misschien is dat bij discriminatie net zo: ‘Ze hebben het vast zelf gezocht.’

“Ik kan hem geen ongelijk geven. Vlamingen hebben sneller de neiging om slachtoffers met de vinger te wijzen, terwijl je zelf weinig vat hebt op je huidskleur, geslacht of beperking. Want het gaat verder dan huidskleur alleen. Ik merk dat de Vlaming qua gelijke kansen weinig geïnteresseerd is in nuance, terwijl het een erg complex probleem is. Dat heeft te maken met de gepolariseerde standpunten van bepaalde partijen.”

De polarisatie is toegenomen, het racisme ook?

“De schroom om openlijk je racisme te belijden, bij manier van spreken, is weggevallen. Ik hoor vaker dan vroeger uitspraken waarvan ik denk: ‘Wat zeg jij nu?’”

Zullen mensen na de uitslag van Vlaams Belang nog minder gêne voelen om racistische taal uit te slaan?

“Ik vrees daar wel voor. Als er een rechtser beleid komt, voelen mensen zich gesterkt. Ik heb bij de politie ook gemerkt dat sommige agenten zich meer gingen permitteren na bepaalde uitlatingen van rechtse politici. Deze uitslag zal ook een weerslag hebben. We hebben heel lang gestreden om rust te brengen, en die is weer aan het verdwijnen, omdat de extremen zich bevestigd voelen in hun denken. Als ik nog diversiteitsambtenaar bij de politie zou zijn, zou ik me daar zorgen over maken.”

U heeft een zoon van 12: loopt hij een moeilijker parcours dan zijn blanke klasgenoten?

“Hij zit nu op de lagere school en komt elk jaar een paar keer huilend thuis: ‘Ze hebben mij weer neger genoemd.’ Je moet weten dat mijn man blank is, dus mijn zoon is niet zo gekleurd als ik. Toch heeft hij meer dan eens mogen horen dat hij een ‘bruine aap’ is. En dat ze zijn moeder in elkaar zullen timmeren, omdat ik een andere kleur heb. Dat is onwaarschijnlijk pijnlijk. En hoe leg je dat uit aan een kind?

“Mijn man en ik zijn politiemensen, we kunnen het niet laten om hem uit te horen: ‘Wat is er gezegd? En hoe?’ Dan blijkt dat het zijn vriendjes zijn die dat gezegd hebben, geen wildvreemden. En dan denken wij: ‘Wat krijgen die kinderen thuis te horen?’ We hebben de school erop aangesproken, en elke keer zeggen ze dat ze er iets aan zullen doen, maar er gebeurt niets. ‘Het woord neger is toch zo erg niet?’, zei iemand op school onlangs. Ik antwoordde: ‘Pardon?’ (denkt na) Nee, we zijn er nog lang niet, en ik heb de indruk dat de onverdraagzaamheid weer erger wordt.”

Mayada Srouji: ‘Een leerkracht zei tegen een klasgenoot: 'Heeft Allah je geen hersenen gegeven?' Waarom moet hij er religie en achtergrond bij betrekken?’

Mayada Srouji: ‘Middelvinger’

Studente Mayada Srouji (23) was samen met activiste Sarah El Massaoudi enkele dagen na de verkiezingen één van de initiatiefnemers van #allemaalvanbelang. Niet met de bedoeling er een halve volksbeweging mee op gang te trekken, maar er moest haar iets van het hart.

“Het begon met iets wat Sarah, die al lang een vriendin is, op haar Instagram-account had gedeeld. Ze was getuige geweest van verbale en fysieke agressie op de tram, een racistische uitbarsting van een vrouw tegenover een jong meisje. Ik was daar enorm door gechoqueerd. Veel vrienden en kennissen met een migratieachtergrond begonnen toen hun ervaringen te delen. Het was opvallend hoe op hetzelfde moment veel mensen zonder migratieachtergrond relativeerden wat die verkiezingsuitslag inhoudt voor minderheden: ‘Het is niet het einde van de wereld.’ Of: ‘Altijd weer die veel te emotionele reacties van de moslims.’ Maar het is juist een heel rationele reactie, want de uitslag heeft een directe invloed op ons leven.

“Zo is #allemaalvanbelang ontstaan. We maken dat soort agressie allemaal mee, en vaak. We praten er zelden openlijk over, omdat we niet altijd het slachtoffer willen uithangen. Maar dat incident was voor mij de druppel.

“Ik heb op Twitter daarna onder meer gedeeld dat er onlangs plots een auto naast mij stopte toen ik aan de bushalte stond. De automobilist claxonneerde eerst en stak daarna zijn middelvinger naar me uit. Een vriend zei: ‘Waarom heb je me dat verhaal destijds niet verteld? Waarom lees ik dat nu pas?’ Eerlijk: ik praat er niet meer over, omdat het mij minstens een paar keer per maand overkomt. Het is de normaalste zaak van de wereld geworden. En áls ik er over praat, is er altijd wel iemand die zegt dat ik overdrijf.

“Toen ik als kind op het voetpad liep met mijn gesluierde moeder, gooiden mensen propjes naar ons vanuit hun auto. Na een tijd sprak ik zo weinig mogelijk Arabisch in het openbaar en probeerde ik na te denken over hoe ik kon vermijden dat ik dergelijke reacties uitlokte. Maar al snel besefte ik dat ik niets kon of moest veranderen aan mezelf: het probleem lag niet bij mij.”

Is het racisme de voorbije jaren erger geworden?

“Niet per se, maar vroeger spraken we er niet over. Nu wel, omdat we mondiger zijn geworden en omdat steeds meer mensen openlijk voor hun racistische ideeën uitkomen. Men schaamt zich er niet meer voor.

“Voor alle duidelijkheid: ik denk niet dat dé Vlaming racistisch is. Bovendien kun je perfect rechts zijn en dat soort dingen niet doen of goedpraten. Het is wel belangrijk dat we het allemaal even sterk afkeuren, want dat gebeurt te weinig. Trouwens: de mensen die hun middelvinger naar mij opsteken of iets naar mij gooien, doen dat snel en in het geniep. Ze weten dat het niet oké is wat ze doen.”

Ben je geschrokken van de winst van Vlaams Belang?

“Ik ga misschien iets raars zeggen, maar tussen mij en de Vlaams Belang-kiezer is er niet zo’n grote afstand. Dan bedoel ik niet de militante partijsoldaat. De voorbije weken hebben journalisten veel Vlaams Belang-kiezers gevraagd waarom ze voor die partij hebben gestemd, en vaak bleek dat om sociaal-economische redenen te zijn. De verhoogde pensioenleeftijd, de wachtlijsten voor sociale voorzieningen, enzovoort: bezorgdheden die we allemáál delen.

“Het grootste deel van het probleem ligt bij het neoliberale discours van de traditionele partijen, waarbij de focus verschuift van werken om te leven naar leven om te werken. Politici hebben geen besef meer van de gevolgen van hun beleid voor de gewone man.

“Ik begrijp een deel van de kiezers die voor Vlaams Belang hebben gestemd, maar uiteraard vind ik het teleurstellend dat ze niet voor een alternatief hebben gekozen dat niet pleit voor de discriminatie van minderheden. Vooral bij jonge kiezers is die teleurstelling groter.”

Opvallend veel #allemaalvanbelang-verhalen gaan over jonge kinderen, en over hoe ze zich door hun leerkracht gediscrimineerd voelden.

“Dat vond ik ook erg, vooral omdat een leerkracht een rolmodel is. Als zo iemand voor de hele klas neerbuigend tegen je doet, krijgt je zelfvertrouwen een knauw. Mijn jongere zus vertelde onlangs dat haar leerkracht Vlamingen met een migratieachtergrond had vergeleken met criminelen. En een andere leerkracht zei tegen een klasgenoot die een antwoord niet wist: ‘Heeft Allah je geen hersenen gegeven?’ Waarom vindt die het nodig om er religie en achtergrond bij te betrekken? De leerling vindt het al erg genoeg dat hij het antwoord niet kent. Waarom moet hij vernederd worden?”

Op Twitter en Instagram circuleren veel #allemaalvanbelang-verhalen, maar toen we rondbelden voor dit artikel, bleken veel mensen een stuk terughoudender.

“Ik denk dat sommigen zich verslagen voelen. We proberen discriminatie al zo lang tegen te gaan, en vaak lijkt het alsof alles altijd bij het oude blijft en dat de mensen toch niet willen luisteren. Dat is demotiverend.”

Youssef Kobo: ‘Niemand durft ertegenin te gaan, omdat extreemrechts iedereen voortdurend intimideert. Altijd scheldberichten, altijd haatmail. Waar zijn onze sterke politici, onze leiders met ruggengraat?’

Youssef Kobo: ‘Gebrek aan moed’

Youssef Kobo (31) publiceerde vorige maand het boek Sire, er zijn geen allochtonen meer, het verslag van een samenleving die in de knoop ligt met zichzelf.

“Een jaar of vier geleden heb ik meegedaan met #dailyracism, dat toen ook zo’n stroom verhalen op gang heeft gebracht. Meteen daarna heb ik beslist om nooit meer persoonlijke ervaringen te delen op sociale media. Het is toch hopeloos, want je krijgt meer kritiek dan begrip voor je getuigenis. Erger nog: mensen gebruiken die anekdotes om je ermee uit te lachen. Ik heb genoeg ervaring met alledaagse discriminatie, maar die hou ik voor mezelf.

“We leven in een erg gepolariseerd klimaat. Het is voor sommige politici normaal geworden om dagelijks af te geven op minderheden, vluchtelingen en andere mensen die onderaan op de maatschappelijke ladder staan. Je hoort uitspraken waarvoor mensen enkele jaren geleden ontslagen werden, en waar nu amper of geen weerwerk tegen komt. Dat zegt veel over de tijdgeest.

“Ik vind het heel problematisch dat ook de ándere politici er nog amper tegenin durven te gaan. Men accepteert het als het nieuwe normaal. Ik word echt kwaad van dat gebrek aan moed. Ik kan me herinneren dat de vorige twee grote electorale opstoten van Vlaams Belang, in 1991 en 2004, onthaald werden op maatschappelijke verontwaardiging en dat er toen allerlei initiatieven ontstonden, zoals de 0110-concerten. De vorige keren viel iedereen van zijn stoel, om meteen daarna in de bres te springen. In vergelijking daarmee zijn we echt soft geworden. Plots hoor je overal: ‘Het cordon is toch niet meer van deze tijd.’ En ‘Vlaams Belang is niet dezelfde partij als het Vlaams Blok.’”

Of: ‘Tom Van Grieken is toch een charmante man?’

“Excuseer? Extreemrechts blijft extreemrechts, gevaarlijk gedachtegoed dat indruist tegen alles waar onze samenleving voor staat. Niemand durft ertegenin te gaan, omdat extreemrechts iedereen voortdurend intimideert. Altijd scheldberichten, altijd haatmail. Waar zijn onze sterke politici, onze leiders met ruggengraat? Allemaal gaan ze plat op de buik.

“Er wordt steeds harder, vijandiger en minder genuanceerd gecommuniceerd. ‘Moslims zus, Marokkanen zo.’ Ik begrijp dat de meeste landgenoten dat niet meteen merken, omdat ze er geen last van hebben. Maar je voelt het wél als je het lijdend voorwerp bent en het elke dag moet ondergaan. Al zo lang ik me kan herinneren, krijg ik via sociale media elke dag tientallen haatberichten. In sommige periodes zelfs honderden.

“We leven in zeer triestige tijden. Het feit dat sommige politici in woorden en tweets uithalen naar minderheden en ze beladen met alle zonden van Israël, heeft in het dagelijkse leven een zeer zware impact. Hun woorden zijn niet onschuldig, het aantal haatmisdrijven is in heel Europa de laatste tijd enorm gestegen. De burger denkt: ‘Het is weer oké om zo te praten.’ Dat zag je ook aan de brief van die Aalstenaar: ‘Onze partij heeft gewonnen, trap het nu maar af!’ De lat wordt steeds lager gelegd en de bodem is er al een paar jaar geleden uitgeslagen.”

Sihame El Kaouakibi: ‘Mensen zeiden plots tegen me: ‘Jij bent geen slechte, máár...’’

Sihame El Kaouakibi: ‘Gooi alles online’

Ze kreeg bij de voorbije verkiezingen meer dan tienduizend voorkeurstemmen en mag naar het Vlaams Parlement: Sihame El Kaouakibi (33), voormalig lid van de raad van bestuur van de VRT voor Open Vld en in 2011 Antwerpenaar van het Jaar.

Heb jij een concrete bijdrage geleverd aan het #allemaalvanbelang-verhaal?

“Nee, uit tijdsgebrek, want ik benoem de problemen altijd. Het moet gedaan zijn met die tolerantie voor seksisme, discriminatie, islamofobie, homofobie en dierenmishandeling. Is er iets onaanvaardbaar gebeurd? Zeg het, gooi het online! De kracht van die openheid is niet te onderschatten.

“Uiteraard heb ik zelf ook persoonlijke verhalen van alledaags racisme. Na de Zwarte Zondag van 1991 heb ik als kind in de klappen gedeeld.”

Letterlijk?

“Gelukkig niet. Ik heb toen meegemaakt dat ik bij mijn vriendinnetjes Vicky en Kitty van de ene dag op de andere niet meer welkom was. Mensen zeiden plots tegen me: ‘Jij bent geen slechte, máár...’ Op school werd de lat voor mensen met een migratieachtergrond merkbaar lager gelegd.

“Ik word trouwens nog altijd onderschat. Is dat door mijn leeftijd? Mijn geslacht? Mijn migratieroots? Mijn diploma? Als mij in pakweg Koksijde of de Kempen gevraagd wordt een speech te geven, gebeurt het nog altijd dat mensen hun jas aan mij afgeven of een cola bij mij willen bestellen als ik in de zaal sta te wachten.”

Niemand van de VRT-journalisten die we voor dit artikel hebben aangesproken, wilde meewerken. Ze wilden onpartijdig blijven, maar vertellen over de discriminatie die je ervaart is toch geen politiek statement?

“Natuurlijk niet. Behalve journalisten zijn het ook gewoon mensen. Ik vind dus dat ze ook uitspraken uit eigen ervaring mogen doen. Maar goed, het kan ook gewoon zijn dat ze van hun werkgever niet mógen praten.”

Vlaams Parlementslid Chris Janssens van Vlaams Belang vindt dat de VRT te veel aan de promotie van diversiteit doet.

“Ze willen meer Vlaams Belangers op de radio en televisie, maar zijn tegen quota voor alle andere bevolkingsgroepen. Dat is te gek voor woorden. Bij de openbare omroep moet je altijd rekening houden met de diversiteit in religies, etnieën, opinies, kwalificaties... Maar vraag een Vlaams Belanger eens hoe ze dat willen aanpakken zonder quota? Ze hebben geen antwoord. Ze denken niet na. Ze hebben ‘het gevoel’ dat mensen met migratieroots oververtegenwoordigd zijn bij de VRT, maar dat klopt helemaal niet. We halen de streefcijfers niet eens! En die liggen al zo laag: amper 4 procent. Ook qua streefcijfers van het aantal vrouwen op het scherm is België trouwens een heel slechte leerling.”

Paul Beloy: ‘Eén Afrikaan is klein, lief en schattig, een boot vol vluchtelingen is een bedreiging.’

Paul Beloy: ‘Banaan naar hoofd’

In zijn boek Vuile zwarte beschrijft Paul Beloy (62), vader van Tatyana Beloy, hoe de eerste Afrikaanse voetballers werden onthaald op de Belgische voetbalvelden. Beloy spreekt uit ondervinding: hij is vandaag vervolgcoach in het atheneum van Hoboken, maar hij speelde jaren de pannen van het dak bij onder meer KV Mechelen, Beerschot VAC en SK Lierse.

“Ik ben in 1957 geboren in Kinshasa, maar toen ik vier jaar was en Congo pas onafhankelijk was geworden, kreeg mijn vader een studiebeurs om geneeskunde te studeren. In België. Hij nam mij en mijn zus mee: zolang hij studeerde, werden wij opgevangen door pleegmama’s. We spreken over de jaren 60: ik was een van de eerste zwarte jongens in Mechelen. Als mensen voorbij onze tuin kwamen, was dat alsof ze door de zoo wandelden: wij waren een attractie, ‘de zwartekes uit Congo’. Hun opmerkingen waren niet eens spottend bedoeld, de toon was er eerder een van deernis en compassie: ‘Ocharme, toch.’ Eén Afrikaan is klein, lief en schattig, een boot vol vluchtelingen is een bedreiging. Mijn situatie was ook enigszins anders omdat mijn vader hartchirurg is geworden.”

Wilt u zeggen dat u nooit last hebt gehad van racisme of discriminatie?

“Toch wel! Maar pas toen ik vijftien werd en vakantiewerk zocht. Mijn pleegouders waren gaan aankloppen bij een fabriek in Mechelen en kregen te horen: ‘Ah nee, zo gaan we niet beginnen.’ Toen ik werk zocht, was ik niet langer dat kleine, schattige jongetje, maar een concurrent. En dus ook een probleem.”

Zo’n botte afwijzing moet indruk gemaakt hebben op een vijftienjarige.

“De eerste keer dat je zoiets meemaakt, denk je: ‘Dat kan toch niet?’ Ik ging ervan uit dat het eenmalig was en ben iets anders gaan doen.”

Later bent u profvoetballer geworden.

“Ja, maar dat is een ander verhaal: bekende voetballers zijn populaire figuren, de supporters maken je nooit uit voor het vuil van de straat.”

De supporters van de tegenstanders zullen u toch wel lelijks naar het hoofd geslingerd hebben?

“Letterlijk: eind jaren 70 hebben ze eens een banaan naar mijn hoofd gegooid toen ik wilde ingooien. Maar ik wil toch benadrukken dat ik het voordeel had dat ik een bekende sporter was. Tijdens mijn opleiding lichamelijke opvoeding kreeg ik les van sportpsycholoog Jef Brouwers. Hij vertelde me indertijd al dat ik als Afrikaan onderaan op de ladder stond, misschien nog onder de laagste trede. Hij raadde me aan om tijdens mijn carrière zo hoog mogelijk op die ladder op te klimmen, om te voorkomen dat ik na het voetbal helemaal opnieuw zou moeten beginnen – mensen zouden mij opnieuw als een zwarte bekijken. Dat heb ik altijd voor ogen gehouden. Ik heb aan mijn voetbalcarrière een netwerk overgehouden, en dan gaan deuren open die voor andere Afrikanen gesloten blijven. Toen mijn zus in Gent ging studeren, kon ze geen kot huren. Tot ik meeging: ‘Ah, den Beloy van de voetbal! Natuurlijk. Geen probleem: hier is het huurcontract.’

“Maar ik heb ook vaak ondervonden dat ik zwart was. Wanneer een koerier iets kwam leveren in mijn fitnesscentrum, vroegen ze altijd naar den baas. En als ik zei dat ik de baas was, vroegen ze naar den échten baas. Ze konden maar niet vatten dat ik de eigenaar van het fitnesscentrum was. Dat soort dingen viel dagelijks voor.”

U hebt drie kinderen: hebben zij last ondervonden van hun donkere huid?

“Nu is Tatyana bekend en ondervindt ze weinig racisme, maar ik heb mijn kinderen altijd moeten beschermen. Toen ze klein was, wilde Tatyana auditie doen voor een rol als een van de Von Trapp-kinderen in de musical The Sound of Music. Ik kreeg toen al snel te horen dat die rol onmogelijk naar een Afrikaans meisje kon gaan. Hoe krijg je zoiets verkocht aan een kind? Niet, dus. Gaandeweg hebben wij mechanismen ontwikkeld om zulke klappen te verzachten. Een dag naar zee, bijvoorbeeld, als een vlucht, zodat het kind er niet aan hoeft te denken. Een groot deel van je leven draait rond het bedenken van zulke strategieën, waarmee je problemen probeert te omzeilen.

“Mijn kinderen hadden natuurlijk wel het geluk dat hun vader bekend was, dat was ook voor hen een soort buffer. Ik prijs me gelukkig dat ze alle drie een mooie carrière hebben uitgebouwd. Tatyana in de media, Yannick als dj, en Sarah heeft een directiefunctie bij Lancôme. Maar dat zijn niet toevallig sectoren waar huidskleur bijna geen rol speelt.”

Is Vlaanderen door de jaren heen meer of minder racistisch geworden?

“Ik zal me beperken tot Antwerpen. Dat was vroeger een rood nest, nu is het bastion ingenomen door de N-VA en Vlaams Belang. U gaat me niet vertellen dat al die kiezers plots racisten zijn, maar er zitten er zeker bij.

“Veel kiezers van Vlaams Belang zijn mensen die slechts met moeite rondkomen. Eigenlijk zeggen ze met hun stem alleen maar: ‘Hou rekening met ons! Wij tellen ook mee!’ Het zijn daarom niet allemaal racisten. Ik ken een pak Beerschot-supporters die mij omarmen als ze me zien en van wie ik denk dat ze voor Vlaams Belang kiezen als ze gaan stemmen.”

U bent er niet bitter door geworden?

“Nee, dat heeft toch geen zin?”

Zelfs niet als drie dronken marginalen een Afrikaanse jongen op de treinsporen duwen, zoals vorig jaar in het station van Aarschot is gebeurd?

“Nu zijn we stilaan bij de essentie. Als zoiets gebeurt met een Joodse jongen, wordt een uur later een persbericht verstuurd, en de dag erna zit Michael Freilich in De afspraak op Canvas. Als iemand uit de Afrikaanse gemeenschap wordt aangevallen, hebben wij weinig verweer, omdat we geen deftige vertegenwoordiging hebben. Er zit nog altijd geen enkele zwarte vertegenwoordiger in het Vlaams Parlement en je ziet geen zwarte Afrikanen in prominente functies. Pas als we dat glazen plafond doorbreken, zullen we meetellen.”

Yemi Oduwale: ‘Als je ziet hoeveel jongeren voor extreemrechts hebben gestemd, denk ik: er staat ons nog iets te wachten voor we in die harmonieuze samenleving wonen.’

Yemi Oduwale: ‘Vol in de remmen’

Yemi Oduwale (32) was Dries in Thuis, Elias in Dertigers en Patje in Gevoel voor tumor: traditionele Vlaamse namen, in contrast met die op zijn eigen identiteitskaart.

“Als ik een woning zoek, krijg ik aan de telefoon geen afspraak als ik mijn echte naam opgeef. Maar als ik zeg dat ik Jimmy Dewaele heet, mag ik wel langskomen. Dan zie je de contactpersonen op de dag van de afspraak schrikken: ‘Euh, wát was uw naam ook weer?’ Het is toch jammer dat ik dergelijke trucs nodig heb om evenveel kansen te krijgen als iemand met een Vlaamse naam.

“Omdat ik dat soort latente discriminatie al sinds mijn kinderjaren meemaak, ben ik er resistent tegen geworden. In 60 à 70 procent van de gevallen merk, voel of zie ik het niet eens meer. Ik vind moppen over zwarten ook niet erg – toch niet als ze goed bedoeld en echt grappig bedoeld zijn.

“Ik heb ook al van jongs af geleerd om extra mijn best te doen. Onbewust wil ik de mensen non-stop tonen dat ik ‘toch eigenlijk gene slechte’ ben. Na de verkiezingen dacht ik vooral: ‘Oké, nu moet ik nóg meer mijn best doen.’ (lachje) Als ik met de auto rijd en ik zie een voetganger nog maar in de buurt van een zebrapad komen, ga ik al vol in de remmen. Als ik ergens iemand zie sukkelen, ga ik altijd helpen. Met tal van kleine acties probeer ik het beeld bij te stellen dat men heeft van mensen van een andere origine.

“Vooral als je ziet hoeveel jongeren voor extreemrechts hebben gestemd, denk ik: ‘Er staat ons nog iets te wachten vóór we in die harmonieuze samenleving wonen.’ Maar ik geef het niet op, ik heb nog altijd veel hoop.”

Nogal wat mensen die we hebben gebeld, houden hun ervaringen met racisme liever voor zich. Of ze vinden het geen goed idee om erover te vertellen, of ze durven niet. Heb jij getwijfeld?

“Nee. Ik vind sowieso dat dingen bespreekbaar maken altijd een goede zaak is. Alleen zo kunnen we samen vooruit. De meeste Vlamingen denken onbewust: zo erg zal die discriminatie niet zijn. Wellicht vooral omdat ze er zelden mee in aanraking komen, omdat het een ver-van-hun-bedshow is. Logisch: als wij onze verhalen niet delen, kúnnen ze het ook niet weten.

“Het heeft trouwens niet alleen met racisme te maken. Er is ook veel alledaags seksisme. We denken: ‘Tegenwoordig is elke vrouw overal evenveel waard als een man’, maar uit veel verhalen blijkt dat dat nog niet het geval is.”

#allemaalvanbelang gaat over alle minderheden. Ook holebi’s deelden hun verhalen via die hashtag.

“Als je alle minderheden optelt, kom je bij een meerderheid uit. Daar ben ik van overtuigd.”

Claude Marinower: ‘Ik heb heel vaak ‘Vuile Jood!’ naar het hoofd geslingerd gekregen.’

Claude Marinower: ‘Haakneus met geld’

Unia trok eind vorig jaar aan de alarmbel: uit een Europees onderzoek bleek dat België het heel slecht doet op het vlak van antisemitisme. Alleen in Frankrijk moeten Joden nog meer vijandigheden ondergaan. Advocaat en Open Vld-politicus Claude Marinower (64) werd geboren in een gezin van Antwerpse Joden.

“Ik ben niet praktiserend: ik eet lang niet altijd koosjer en ik ga alleen naar de synagoge met het Joods Nieuwjaar en met Jom Kipoer, de Grote Verzoendag. Maar ik liep wel school in de Tachkemoni, vrij gesubsidieerd onderwijs waar je ook tien uur Hebreeuws en joodse leer kreeg. Daardoor had ik minder contact met de buitenwereld. Maar als we op straat kwamen, kregen we het soms wel aan de stok met andere jongens. Soms ontaardde dat – hoe gaat dat met gastjes van dertien, veertien jaar oud? Zulke ruzies namen bij ons snel een grimmige wending: ik heb heel vaak ‘Vuile Jood!’ naar het hoofd geslingerd gekregen.

“Ik speelde voetbal bij KSC Maccabi, de sportclub van de Joodse gemeenschap in Antwerpen, en de supporters van de tegenstanders riepen weleens iets als: ‘We hadden ze allemaal moeten vergassen.’ Ik spreek over het einde van de jaren 60, begin jaren 70: er was nog niet zo veel tijd verstreken sinds de oorlog, en toch was er geen schroom om dat hardop te zeggen. Ik was toen dertien jaar oud: natuurlijk blijft zoiets hangen.

“Men zal me wel weer overgevoeligheid verwijten, maar ik heb er geen enkel probleem mee om overgevoelig te zijn als het over de Holocaust gaat. Langs de zijlijn tref je niet altijd het kruim van de menselijke beschaving aan. Denk maar aan de supporters van Club Brugge, die enige tijd geleden tijdens een wedstrijd tegen Anderlecht dingen zongen als ‘Al wie niet springt, is Sporting-Jood’ en ‘Alle Joden zijn homo’s!’ Het heeft in Vlaanderen amper ruchtbaarheid gekregen, maar de voetbalbond heeft een maand geleden beslist dat die supporters niet specifiek Joden viseerden. Dat moeten ze mij toch eens uitleggen: hoe kun je kwetsende dingen over Joden zingen zonder Joden te viseren?”

Toen een carnavalsvereniging tijdens Aalst Carnaval met een praalwagen vol Joodse karikaturen rondreed, hebt u ook fel gereageerd.

“Ja, en ik ben toen bij Kathleen Cools in Terzake op Canvas in discussie gegaan met Christoph D’Haese, de burgemeester van Aalst. Die man blies warm en koud tegelijk, hij vond dat ik de dingen moest ‘contextualiseren’. Wat dan precies? De haakneuzen van de poppen, de ratten op hun schouder? Of de berg geld waarop ze zaten? Na die uitzending heb ik bemoedigende reacties gekregen, maar ook kritiek: ‘Gaat ge u daar nog lang mee bezighouden? Dat is al 75 jaar geleden.’ Ik begrijp dat het een moeilijke evenwichtsoefening is: moet je alles over ons kunnen zeggen of hebben wij recht op lange tenen? Ik ben absoluut geen tegenstander van moppen over Joden, maar er is één duidelijke grens: de Holocaust.”

Vreest u dat de goede verkiezingsscore van Vlaams Belang racisten de wind in de zeilen zal geven?

“Ik zit al heel lang in de Antwerpse gemeenteraad, en ik heb het Vlaams Blok en Vlaams Belang altijd met passie bestreden. Het racisme en antisemitisme zijn altijd blijven bestaan, ook toen ze nog niet zo lang geleden verkiezingsnederlagen leden. Vandaag zit het gore racisme van Vlaams Belang wellicht weggestopt in chatrooms en op Facebook-pagina’s. Of kijk naar hun vriendschappen en allianties in het heden en verleden.”

Sinds Pano weten we dat Schild & Vrienden, de club van Vlaams Belang-Kamerlid Dries Van Langenhove, niet vies is van antisemitisme.

“Dat klopt, en we moeten dat clubje niet te veel publiciteit geven. Iedereen heeft kunnen zien wat het is en kan zijn of haar conclusies trekken. En ik wil ook benadrukken dat antisemitisme niet alleen in de extreemrechtse hoek te vinden is. Er is ook antisemitisme, verhuld als kritiek op de staat Israël. Onderzoek van de socioloog Mark Elchardus heeft aan het licht gebracht dat er onder moslimjongeren redelijk wat antisemitisme leeft. Ik ben er niet van overtuigd dat er op dat vlak vooruitgang is geboekt.”

Fikry El Azzouzi: ‘Ik zie echt niet meer zo veel verschillen tussen de N-VA en Vlaams Belang.’

Fikry El Azzouzi: ‘Hakken op moslims’

Fikry El Azzouzi (40), schrijver van Drarrie in de nacht en nu De beloning, weet zich het hardst geraakt door alledaags racisme jegens moslimvrouwen. Twee maand geleden zei hij nog in Humo: ‘Ik verdedig vrouwen met een hoofddoek omdat ze het kwetsbaarst zijn. Ze dragen zo ongeveer de vlag van de islam op hun hoofd, en die islam is voor velen niet welkom.’

Hoe belangrijk is een actie als #allemaalvanbelang?

“Het kan in elk geval geen kwaad dat af en toe eens duidelijk wordt gesteld wat racisme in de praktijk betekent. In bepaalde kringen – niet alleen bij Vlaams Belang, maar evengoed bij de N-VA – hoor je al een hele tijd uitspraken als: ‘Ach, racisme is relatief.’ En: ‘Het zal allemaal wel niet zo erg zijn als ze beweren.’ Eigenlijk wordt er al jaren continu ingehakt op moslims.”

Ook als het niet ter zake doet. In een reactie op de ongezonde maaltijden bij Kentucky Fried Chicken begint minister Ben Weyts op Twitter over kebab.

“Ik zie echt niet meer zo veel verschillen tussen de N-VA en Vlaams Belang. De eerste partij heeft jarenlang voorzetten gegeven, de tweede heeft ze er tijdens de verkiezingen in gekopt. Trouwens, hoelang heeft de verontwaardiging rond de Pano-reportage over Dries Van Langenhove geduurd? Leden van Schild & Vrienden zitten bij de N-VA: die zijn daar mogen blijven.”

Voel je je sinds de verkiezingen minder thuis of welkom in Vlaanderen?

“Absoluut niet. Er is een veel grotere groep Vlamingen bij wie ik wél welkom ben – dat weet ik en voel ik. Ik heb sowieso geen alternatief. Ik ben hier geboren en getogen: ik zou niet weten waar ik naartoe zou moeten gaan.

“De communicatie is wel botter geworden. Vroeger praatte men er niet over als men op Vlaams Belang had gestemd, nu klinkt het vrijuit: ‘Já, ik vind dat er te veel migranten zijn.’ Het is normaal geworden. Sommige journalisten zeggen: ‘Die 800.000 kiezers van Vlaams Belang zijn niet allemaal racisten.’ Tja, allicht niet, maar ze weten goed genoeg dat ze op een racistische partij hebben gestemd.”

Rachida Lamrabet: ‘Politici legitimeren de haat. Het begint met een brief, maar het kan escaleren in geweld en moord.’

Rachida Lamrabet: ‘Bedje gespreid’

Het laatste woord is aan schrijfster en juriste Rachida Lamrabet (49), die lange tijd aan de slag was bij Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Ze wikt en weegt de ernst van de brief die de drie Aalsterse gezinnen in de bus hebben gekregen.

“We mogen ons niet blindstaren op die brief. Begrijp me niet verkeerd: die is wansmakelijk en wie er een heeft gekregen, moet een klacht indienen. Als je mensen in niet mis te verstane termen vergelijkt met beesten en zegt dat ze moeten oprotten, zijn er genoeg aanwijzingen voor een inbreuk op de antiracismewetgeving. Maar tegelijk erger ik me aan het cynisme en de hypocrisie van de goegemeente. Het is de retoriek van veel politici die zulke brieven mogelijk maakt. De voorbije vijf jaar zijn mensen op de vlucht systematisch gecriminaliseerd. Niet alleen in het politieke discours: ook in de wetgeving die men erdoor heeft gejaagd. Neem de deportatiewet van Theo Francken, die het mogelijk maakt om mensen die hier geboren zijn, terug te sturen naar hun zogenaamde land van herkomst. In veel gevallen zijn die daar nog nooit geweest.

“We treden onze belangrijkste democratische principes met de voeten, we hollen fundamentele rechten uit en lijken dat niet erg te vinden. Dat is veel gevaarlijker dan zo’n brief, maar het valt niet op. Het passeert geruisloos. En vooral: het is mogelijk gemaakt door dezelfde politici die nu kabaal maken. Hoe hypocriet is die burgemeester van Aalst, bijvoorbeeld? Twee maanden geleden boorde hij nog een vrouw uit zijn stad de grond in. Ze was uit werken gegaan en had haar kinderen thuisgelaten, waarop die een brandje hadden veroorzaakt. De burgemeester was er als de kippen bij om ‘die allochtone moeder’ de mantel uit te vegen. Terwijl ze haar kinderen tegen wil en dank had moeten thuislaten om te kúnnen werken. Die man zou moeten weten hoe moeilijk het voor mensen in armoede is om betaalbare kinderopvang te vinden. En passant heeft hij de hele allochtone gemeenschap een veeg uit de pan gegeven: ‘Die mensen hebben niet dezelfde waarden als wij.’”

De agent die racistische foto’s van Jinnih Beels heeft verspreid, is vrijgesproken. Zijn zulke zaken moeilijk hard te maken, of moet de wet duidelijker worden?

“Wat we nodig hebben, zijn rechters die weten wat racisme is en met kennis van zaken kunnen oordelen over zulke dossiers. Maar we hebben alleen maar witte rechters, die nog nooit aan den lijve ondervonden hebben wat racisme is en wat de impact daarvan is. Het is alsof je alleen mannelijke rechters laat beslissen over verkrachtingszaken.”

De briefschrijver van Aalst legt zelf het verband met de overwinning van Vlaams Belang: staat de deur open voor meer incidenten?

“Ik denk alleszins dat het een vrijgeleide is. We wisten al dat de samenleving verrechtst is, maar die uitslag heeft er een schepje bovenop gedaan. Het is een signaal: ‘We zijn aan de winnende hand, onze overtuigingen winnen terrein.’ Natuurlijk gaan mensen dan zulke brieven schrijven, en ik vrees dat we binnenkort ook geweld zullen zien. We hebben het moment bereikt waarop waakzaamheid geboden is: overal spreiden politici het bedje voor extreem gedachtegoed. Zo legitimeren ze de haat. Het begint met een brief, maar het kan escaleren in geweld, moord en deportatie. Wie de geschiedenis kent, herkent de mechanismen.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234