Woensdag 28/10/2020

Er moet een deontologische code komen voor ministeriële medewerkers

Beeld PHOTO_NEWS

Brieuc Van Damme is adviseur op de beleidscel van vicepremier De Croo en voorzitter van De Vrijdaggroep. Daarvoor was hij onderzoeker bij Itinera en verbonden aan de Universiteit Gent. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Wat hebben Kristof Calvo, Louis Michel, ex-Europees commissaris John Dalli en nu ook marketeer Jan Callebaut gemeen? Ze zijn allemaal politiek actief en kwamen in een mediastorm terecht omwille van te nauwe banden met de industrie of andere belanghebbenden. Daardoor werd op zijn minst de perceptie van belangenvermenging gecreëerd. Sommigen moesten ontslag nemen, voor anderen volstond een welgemeende 'sorry'.

Doorgaans gaat er, terecht, veel aandacht naar gemandateerde politici die hun deontologische boekje te buiten gaan door al te graag op aantrekkelijke voorstellen van lobbyorganisaties of bedrijven in te gaan. Een groep die vooralsnog uit de wind bleef zijn de cabinetards, of de beleidsadviseurs van onze ministers. Tot afgelopen week dus.
Wanneer in werkgroepen dossiers worden voorbereid moet een minister veel vertrouwen kunnen hebben in zijn medewerkers om hen een zekere onderhandelingmarge te geven. De minister blijft namelijk op elk moment politiek verantwoordelijk.

Integriteit
Integriteit is het begin van elke vertrouwensrelatie. Ten opzichte van de minister, maar misschien nog meer ten opzichte van diens kiezers. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de ministeriële adviseurs zo veel mogelijk het algemeen belang en het mandaat van hun kiezers voor ogen houden. Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat er op een kabinet geen 'mollen' zitten die naast een politieke agenda ook een particuliere en corporatistische agenda dienen.

Hoe versterken we deze good governance op het niveau van de beleidscellen, zoals de kabinetten sinds de Copernicushervorming officieel worden genoemd? Vandaag zijn kabinetsleden namelijk niet onderworpen aan het KB van 1937 dat de rechten, plichten, belangenconflicten en cumulatie van de 'rijksambtenaren' regelt. We vallen ook niet onder het Bureau voor Ambtelijke Ethiek en Deontologie. Voor ons bestaan geen richtlijnen over wat mag en kan wat betreft het aanvaarden van cadeaus en sympathieke uitnodigingen, lunches en omspringen met informatie. Zelf heb ik me ook één keer laten verleiden tot vip-kaarten voor een groot sportevenement, op uitnodiging van een industrie die er duidelijk belang bij had mij goed te verzorgen. (Niet dat het mijn oordeel heeft beïnvloed. Op de tweede uitnodiging ben ik zelfs niet ingegaan.) Wanneer er duidelijke regels zijn is het overigens ook gewoon gemakkelijker om een uitnodiging af te wijzen.

Als gewone adviseur moet ik, in tegenstelling tot (adjunct-)directeurs, mijn mandaten zelfs niet aangeven, laat staan mijn extrapolitieke tewerkstellingsactiviteiten. Op mijn minister en kabinetschef na weet officieel bijvoorbeeld niemand dat ik naast mijn kabinetswedde drie jaar lang ook een vergoeding van de UGent kreeg voor het doceren van een vak economie en recentelijk ook van de Koning Boudewijnstichting voor het voorzitten van de Vrijdaggroep. Er zijn collega's op het federale en Vlaamse niveau die niet alleen op de payroll van een minister staan, maar ook op die van een belangrijke belangenorganisatie. Hoewel ik geen redenen heb te vermoeden dat zij hun job niet correct zouden uitvoeren, moet de wetgeving op zijn minst voorzien dat al deze bijkomende activiteiten publiek worden gemaakt op een toegankelijke website zoals het portaal .be. In het parlement zijn voorstellen in de maak om naast (adjunct-)kabinetschefs ook adviseurs te verplichten hun mandaten aan te geven. Ik hoop dat deze voorstellen een kans krijgen.

In de academische wereld van rapporten en journals moeten eventuele belangenconflicten systematisch worden gemeld. Waarom dit ook niet aan kabinetsleden vragen? Een deontologische code kan de ambtelijke krijtlijnen voor cabinetards verduidelijken.

Later moeten we bekijken of, en in welke mate, het wenselijk is dat zij naast hun minister ook andere broodheren dienen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234