Zaterdag 18/01/2020

ECB

Er komen vandaag miljarden euro's bij

ECB-voorzitter Mario Draghi. Beeld REUTERS

Mario Draghi maakte vanmiddag bekend dat de Europese Centrale Bank de geldpers aanzet. Zuid-Europa juicht de maatregel toe, Noord-Europa is minder enthousiast. De argumenten op een rij.

Het belangrijkste argument dat de voorstanders in het ECB-bestuur aandragen voor het opkopen van staatsobligaties, is de angst voor deflatie. Dat is een situatie waarin de prijzen structureel dalen. Consumenten en bedrijven zouden dan hun uitgaven en investeringen uitstellen. Immers: hoe langer ze wachten, hoe meer ze kunnen kopen voor hun geld. Die koopstaking kan faillissementen uitlokken en daarmee stijgende werkloosheid. De economie komt dan in een negatieve spiraal terecht. Deflatie wordt algemeen gezien als een van de belangrijkste oorzaken van de Grote Depressie in de jaren dertig.

Een ander belangrijk nadeel van deflatie is dat schulden er zwaarder door gaan wegen. Wie vandaag 100 euro leent bij een deflatie van 2 procent, moet over een jaar 102 euro terugbetalen, plus de verschuldigde rente. De risico's van deflatie zijn op dit moment extra groot, omdat sommige eurolanden met erg hoge staatsschulden kampen. Of deze landen deze schulden ooit kunnen aflossen, mag betwijfeld worden. In dat geval zijn er drie manieren om van de schulden af te komen: kwijtschelding afdwingen bij de schuldeisers, failliet gaan, of de schuld weg inflateren.

Kwijtschelding ligt politiek moeilijk, omdat eurolanden die hun zaakjes wel op orde hebben dan fors moeten meebetalen aan de schuldsanering van hun spilzieke bondgenoten. Failliet gaan is alleen mogelijk als het wanbetalende land dan ook de euro opgeeft. Dat durft geen enkel euroland aan, zelfs Griekenland niet. Dus blijft als enige optie over de inflatie haar werk te laten doen.

De ideale situatie voor een schuldenland is een zeer lage rente (om de rentelasten op de staatsschuld zo laag mogelijk te houden) in combinatie met een matige tot hoge inflatie (want wie vandaag 100 euro leent bij een inflatie van 2 procent, hoeft over een jaar nog maar 98 euro terug te betalen). Dit is het beleid dat centrale banken nastreven. Als de ECB staatsobligaties van eurolanden opkoopt, daalt de obligatierente (= de rente op de staatsschulden). De landen met de hoogste schulden, die de hoogste rente betalen, hebben daar uiteraard het meeste baat bij.

Kwantitatieve verruiming zet ook de wisselkoers van de euro onder druk. Als de ECB op de grote schaal euro's gaat drukken, daalt de eenheidsmunt in waarde ten opzichte van alle andere valuta, waaronder de dollar. Alle eurolanden krijgen daardoor een betere exportpositie ten opzichte van niet-eurolanden.

Maar voor landen met een groot handelsoverschot heeft devaluatie van de munt perverse effecten. Zonder bemoeienis van de ECB zou de valuta van landen als Nederland en Duitsland juist in waarde stijgen. Een handelsoverschot betekent namelijk dat de vraag naar de munt van het exportland hoger is dan het aanbod. Voor eurolanden met een groot handelstekort als Griekenland, Spanje en Frankrijk geldt het omgekeerde.

Het devaluerende 'one size fits all'-beleid van de ECB is dus toegesneden op de situatie in de zwakke exportlanden, niet de sterke. Met andere woorden: teneinde de Franse en Spaanse export wat smeerolie toe te dienen, dompelt de ECB Duitsland - dat die hulp helemaal niet nodig heeft - onder in een zee van kerosine. Dit vergroot de economische verschillen tussen eurolanden en werkt op termijn destabiliserend voor de eurozone als geheel. De zwakke eurolanden snakken desondanks naar devaluatie, omdat ze koste wat kost economische groei willen bereiken.

Beeld REUTERS
Beeld ANP

De voorstanders

De eurolanden met bovengemiddelde staatsschulden zijn (van hoog naar laag): Griekenland, Portugal, Italië, Ierland, België, Cyprus, Frankrijk en Spanje.

Economen en politici uit deze landen onderschrijven de argumenten voor de geldpers en benadrukken het belang van 'solidariteit' tussen eurolanden. Zij willen graag dat de risico's van wanbetaling op staatsschulden door alle negentien eurolanden gedeeld worden. Dat is logisch, want de kans dat deze landen hun schulden niet meer kunnen betalen, is veel groter dan dat Nederland, Duitsland of Estland dat overkomt. Kwantitatieve verruiming stelt de hogeschuldenlanden in staat de verantwoordelijkheid voor hun staatsschuld via de ECB gedeeltelijk op andere eurolanden af te wentelen. Als het misgaat, betaalt Duitsland als grootste euroland immers het grootste deel van de schade (ruim 25 procent, Nederland draagt 5,7 procent van het verlies).

Wat zeggen zij?

Roberto Napoletano, financieel commentator van de Italiaanse zakenkrant Il Sole 24 Ore: 'Het Duitse nationalisme verhindert ons op efficiënte wijze de Verenigde Staten van Europa te creëren. Als de ambitieuze plannen van de oprichters van de Europese Unie niet gerealiseerd worden, is Europa gedoemd te marginaliseren. Zolang de staatsschuld van Italië gelinkt is aan de eurozone, jaagt hij angst aan en dwingt hij respect af. Als we de eurozone zouden verlaten, zou onze staatsschuld alleen van ons zijn. Niemand zou zich dan om ons bekommeren en ons redden van de diepe armoede waarin Argentinië verzonk toen dat land bankroet ging.'

De Cypriotische econoom Athanasios Orphanides gisteren in de Financial Times over het beperken van de risicodeling tussen landen, een wens van Duitsland: 'De geaccepteerde modus operandi in de eurozone is blijkbaar dat de ECB voor alles toestemming vraagt aan Duitsland en alleen doet wat het beste is voor Duitsland. Dat is niet te rijmen met de Europese verdragen. De regels veranderen om risicodeling te vermijden schaadt de effectiviteit van kwantitatieve verruiming. Dat is niet het beste beleid voor de eurozone als geheel.'

De Griekse minister van Financiën Gikas Hardouvelis: 'Kwantitatieve verruiming alleen is niet voldoende om de problemen van de Griekse economie op te lossen, maar het verbetert wel onze kasstroom en de vraag naar goederen en diensten'. Hardouvelis zei daarnaast dat Griekenland niet van het opkoopprogramma moet worden uitgesloten vanwege de slechte kredietwaardigheid van het land. 'Als de ECB voor 550 miljard euro staatsobligaties opkoopt, zou Griekenland voor bijna 16 miljard euro van het programma kunnen profiteren.'

De voormalige premier van Spanje, José Maria Aznar: 'Ik denk dat het onvermijdelijk is dat de ECB tot enige vorm van kwantitatieve verruiming besluit. We hebben het nodig om de economische groei in Europa te bevorderen, want een van de ernstigste problemen in Europa is gebrek aan groei.'

De ex-premier van Spanje, José Maria Aznar. Beeld AFP

De twijfelaars en tegenstanders

De eurolanden met benedengemiddelde staatsschulden zijn (van laag naar hoog): Estland, Luxemburg, Letland, Litouwen, Slowakije, Finland, Nederland, Malta, Slovenië, Duitsland, Oostenrijk.

Omdat kwantitatieve verruiming vooral zwakke eurolanden ten goede komt en mogelijk ten koste gaat van sterkere landen, hebben eurolanden met relatief lage staatsschulden hun twijfels over het ECB-plan. Economen en politici uit die landen bagatelliseren het gevaar van deflatie en beweren dat kwantitatieve verruiming in Europa niet werkt. Deze landen hebben moeite met de risicodeling tussen eurolanden die kwantitatieve verruiming impliceert. Volgens de laatste berichten uit Frankfurt zou ECB-president Draghi vergaande concessies aan Duitsland en Nederland willen doen, door risicodeling tussen landen uit te sluiten dan wel zeer fors te beperken.

Wat zeggen zij?

Ardo Hansson, de president van de Estse centrale bank: 'De ECB moet niet elke paar maanden overactief worden, in elk geval niet voordat we de effecten van onze vorige maatregelen goed kennen. Ik zou het problematisch vinden als we in januari een opkoopprogramma aankondigen waarin ook Griekse staatsobligaties zijn inbegrepen. De ECB kan zich beter tot het opkopen van bedrijfskredieten beperken, want het opkopen van staatsschulden moedigt regeringen aan hun begrotingstekorten te vergroten.'

Jürgen Stark, voormalig hoofdeconoom van de ECB (een Duitser) in het Handelsblatt: 'De angst voor deflatie is volkomen overtrokken. De ECB wil de herfinancieringskosten van sommige landen verlagen. Dat valt niet onder traditionele geldpolitiek.' Het aanzetten van de geldpers zal volgens Stark bovendien zijn doel missen: 'Het zal noch de economie vooruit helpen, noch de inflatie snel opdrijven.'

Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, in Der Spiegel: 'Ik betwijfel of de recente economische ontwikkelingen zulke verreikende maatregelen vereisen en of die maatregelen effectief zullen zijn. Ook ben ik bang dat dit plan ongewenste bijwerkingen heeft. Veel eurolanden betalen nu minder rente op hun staatsschuld dan Noorwegen, een van de rijkste landen ter wereld. Daarmee zenden we verkeerde signalen uit. Dankzij die lage rente lijkt de schuldenlast minder zwaar dan hij is. Dat zou sommige regeringen op het idee kunnen brengen dat hervormingen niet dringend zijn.'

De Duitse econoom Hans-Werner Sinn: 'Het risico op deflatie is slechts een voorwendsel voor kwantitatieve verruiming, een bail-outprogramma voor Zuid-Europa. Er is geen enkele noodzaak voor de ECB om in actie te komen.'

Gerald Braunberger, financieel commentator van de Frankfurter Allgemeine: 'Recente Amerikaanse onderzoeken wijzen uit dat de positieve effecten van staatsobligatieaankopen in de Verenigde Staten zeer waarschijnlijk overschat zijn. Bovendien hebben dergelijke aankopen problematische bijwerkingen.'

Jürgen Stark, voormalig hoofdeconoom van de ECB. Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234