Donderdag 29/07/2021

InterviewJennie Vanlerberghe

‘Er is sinds 2001 veel veranderd in Afghanistan. Ik zie in Kaboel steeds meer vrouwen zonder boerka’

Een man rouwt bij de herdenkingsplechtigheid van een van de vele slachtoffers na de bomaanslag van 9 mei. Terroristen troffen een meisjesschool. Daarbij vielen 60 doden en meer dan 100 gewonden.  Beeld AP
Een man rouwt bij de herdenkingsplechtigheid van een van de vele slachtoffers na de bomaanslag van 9 mei. Terroristen troffen een meisjesschool. Daarbij vielen 60 doden en meer dan 100 gewonden.Beeld AP

Wat als straks de taliban opnieuw de macht grijpen? De terugtrekking van geallieerde troepen uit Afghanistan lijkt alvast slechts nieuws voor vrouwenrechten. Jennie Vanlerberghe, oprichter en bezieler van Moeders voor Vrede, is ongerust. ‘Bij vrouwen zit de schrik er heel diep in.’

In de Afghaanse hoofdstad Kaboel kijken ze al lang niet meer op van een bomexplosie. Toch was de afschuw algemeen na de aanslag van zondag 9 mei op de Sayed ul-Shuhoda High School. De modus operandi was uitgekiend om zo veel mogelijk bloed te vergieten: eerst werd een bomauto tot ontploffing gebracht. Toen de overlevende scholieren in paniek het verwoeste gebouw ontvluchtten, volgden nog twee zware explosies. Balans: 60 doden en meer dan 100 gewonden.

De school ligt in een verpauperde buitenwijk bevolkt door Hazara, een hoofdzakelijk sjiitische minderheid die al vaker het doelwit van aanslagen vormde. Geen enkele groep heeft de aanslag opgeëist. De taliban ontkenden vanuit hun politieke hoofdkwartier in de Qatarese hoofdstad Doha alle betrokkenheid, maar het is geweten dat niet alle commandanten te velde centrale orders opvolgen. Toch gaan de meeste verdenkingen uit naar Islamitische Staat, de jihadistische multinational die bekendstaat om zijn blinde terreur tegen sjiitische doelwitten.

Wie het ook heeft gedaan, het is wellicht geen toeval dat meisjesscholieren werden geviseerd. Qua misogynie zijn beide terreurbewegingen elkaar waard. In het intussen verdwenen IS-kalifaat in Syrië en Irak was alle onderwijs voor meisjes en vrouwen verboden. Idem in Afghanistan toen de taliban er tussen 1996 en 2001 de plak zwaaiden. Sinds ze met Amerikaanse steun van de macht werden verdreven en opnieuw tot guerrillabeweging vervelden, hebben de taliban een resem aanslagen gepleegd. Op meisjesscholen en meisjesscholieren, maar ook op vrouwelijke journalisten en feministische activisten.

null Beeld dm/AP
Beeld dm/AP

Jennie Vanlerberghe, stichter en voorzitter van de vzw Moeders voor Vrede, volgt het vanuit Ieper op de voet. Afghanistan is haar tweede thuisland. In 2002, kort na de val van de taliban, ging ze er op verkenning. Als journaliste en feministe had ze toen al wat watertjes doorzwommen. Tijdens de Joegoslavische burgeroorlog richtte ze Moeders voor Vrede op, om aandacht te trekken op het leed van vrouwen in het vuile conflict. Zo haalde ze een hele bus met verkrachte vrouwen naar vredesstad Ieper, om er te getuigen over een gruwelijk oorlogswapen waarover destijds nauwelijks werd gesproken.

Toch werd ze bij haar eerste bezoek aan Kaboel van haar sokken geblazen door de ellendige levensomstandigheden van de Afghaanse vrouwen. Moeders voor Vrede had een nieuwe missie gevonden. In Kaboel en ruime omgeving werden medische centra en vluchthuizen voor vrouwen opgericht, naast een reeks scholen waar de voorbije jaren duizenden meisjes en vrouwen leerden lezen, schrijven en professionele vaardigheden verwierven.

De balans maakt deel uit van de ontegensprekelijke vooruitgang die Afghanistan heeft geboekt, al bengelt het land samen met Jemen nog altijd helemaal achteraan in de statistieken van gendergelijkheid. De vraag is hoe duurzaam die winst is. De aanslag op Sayed ul-Shuhoda is immers niet de voornaamste reden tot bezorgdheid. Crucialer nog is de aankondiging door de Amerikaanse president Joe Biden dat hij het plan van zijn voorganger Trump zal uitvoeren en tegen 11 september zijn troepen uit Afghanistan wil terugtrekken. Ook de NAVO trekt deze zomer zijn 9.600 militairen onder wie 70 Belgen terug. De voorbije twee decennia werden gigantische bedragen geïnvesteerd om het Afghaanse leger uit te rusten en te trainen. Toch vrezen vele militaire waarnemers dat de taliban, die nu al de helft van het grondgebied controleren, straks opnieuw de macht grijpen.

Bloemboeketten op lege bureaus ter ere van de slachtoffers van de Sayed ul-Shuhoda High School. Vlak bij die school ligt het gezondheidscentrum van Moeders voor Vrede.  Beeld EPA
Bloemboeketten op lege bureaus ter ere van de slachtoffers van de Sayed ul-Shuhoda High School. Vlak bij die school ligt het gezondheidscentrum van Moeders voor Vrede.Beeld EPA

Veeg teken: de in september in Doha gelanceerde vredesonderhandelingen tussen de regering van president Ashraf Ghani en de taliban liggen stil. De islamistische guerrillabeweging stelt zich onbuigzaam op. Waarom een deal sluiten als ze straks Kaboel kan veroveren? Het scenario bezorgt vele Afghanen nachtmerries, weet Vanlerberghe die meermaals per week contact heeft met haar team in Kaboel. “Er is grote ongerustheid over de terugtrekking van de buitenlandse troepen”, zegt ze. “Iedereen beseft dat Afghanistan op een keerpunt staat. Zeker bij vrouwen zit de schrik voor een terugkeer van de taliban er heel diep in.”

Omdat ze vrezen dat de klok dan wordt teruggedraaid? Dreigt een terugkeer naar de duistere jaren 90 toen onderwijs voor meisjes verboden en vrouwen niet buitenshuis mochten werken?

“Die vrees leeft, maar ik denk zelf niet dat het zo’n vaart zal lopen. Er is de sinds 2001 te veel veranderd. De jongste jaren zag ik in Kaboel steeds meer vrouwen zonder boerka, iets wat bij mijn eerste bezoeken totaal ondenkbaar was. Ze gaan zelfs winkelen, nog iets dat onder de taliban verboden was. Honderdduizenden meisjes zijn intussen naar school gegaan, aan de universiteiten vormen ze de meerderheid. Er is een sterke vrouwenbeweging, die overigens ook door mannen wordt gesteund. Dat is gebleken toen het ministerie van Onderwijs onlangs een bizarre, talibanachtige richtlijn aankondigde: meisjes mochten vanaf hun twaalfde niet meer in het openbaar zingen. Daar is zoveel protest tegen gekomen, dat de regering die richtlijn prompt heeft ingetrokken.”

Geldt dat beeld voor heel Afghanistan?

“Nee, er is nog een lange weg te gaan. Ik schat dat in grote steden zoals Kaboel, Herat of Mazar-i-Sharif zo’n kwart van de bevolking als modern kan worden bestempeld. Dat zijn dus mannen en vrouwen die geschoold zijn, en die toegang hebben tot het internet dat in Afghanistan letterlijk als een venster op de wereld fungeert. We geven zelf Engelse les in onze scholen, en het effect is wonderlijk. De meisjes branden van ambitie, ze willen allemaal dokter, of advocaat worden. De situatie is compleet anders in de dorpen waar vaak geen internet en zelfs geen telefonie beschikbaar is. Daar houden de tradities stand, inbegrepen de middeleeuwse opvattingen over de rol van de vrouw.”

“Ik stel het nu schematisch voor. Afghanistan is een reusachtig land, tradities en mentaliteit verschillen sterk naargelang de regio en de etnische groep. Het meest conservatief zijn de Pashtoen in het zuiden, daar ga je niet één vrouw zonder boerka betrappen. Niet toevallig zijn haast alle talibanstrijders Pashtoen, veruit de grootste bevolkingsgroep overigens. De Hazara in Bamiyan in centraal Afghanistan hebben een heel andere mentaliteit. Ik ben er vaak geweest, want Moeders voor Vrede had er jarenlang een schooltje. In Bamiyan zie je haast geen boerka’s, vrouwen gaan er veel losser om met mannen. Dat komt door de geschiedenis, de Hazara hebben een boeddhistisch verleden. In Afghanistan mag je dat niet hardop zeggen, al hebben de taliban dat verleden ongewild in de verf gezet door de beroemde Boeddha-beelden op te blazen.”

Ziet u de boerka als het symbool van de belabberde positie van de Afghaanse vrouw?

“Zo voelen Afghaanse vrouwen het zelf aan. Ik heb in onze scholen vaak feestjes meegemaakt. De gretigheid waarmee ze dan hun boerka afleggen en hun haren losschudden. Leerkrachten of scholieren, ze zijn niet anders dan vrouwen en meisjes van bij ons, ze willen vrij zijn en plezier maken. Er werd gedanst en gezongen, tot er een man in beeld verscheen en iedereen fluks onder zijn boerka of sluier dook. Het was grappig om te zien.”

Draagt u zelf een boerka als u rondreist?

“Nee, daar trek ik een dikke rode streep. Ik heb er een keer eentje gepast, puur om te weten hoe het voelt. Het is echt een gevangenis van textiel, zeker als het in de zomer snikheet is. Toch heb ik in sommige dorpen vrouwen ontmoet die er het voordeel van inzagen. Door de perfecte anonimiteit kunnen ze zich verder van huis wagen en durven ze onder weg al eens een praatje te maken. Ik doe wel altijd een sjaal op, met onbedekte haren zou ik me heel ongemakkelijk voelen. In de loop der jaren ben ik trouwens steeds voorzichtiger en ook diplomatischer geworden, vooral in de omgang met mannen.”

Hoezo?

“In het begin ging ik nogal driest tekeer. Ik sprak mannelijke gezagsdragers openlijk tegen, liet mijn ongenoegen blijken als ze mijn uitgestoken hand weigerden. De vrouwen peperde ik in dat ze zich niet op de kop mochten laten zitten. Na een poosje ging ik inzien dat zo’n westerse aanpak averechts werkt. Ik ben me gaan verdiepen in de islam. Niet dat ik ooit een bekering heb overwogen, maar ik weet wat er in de Koran staat. Of liever, ik weet dat de Koran in feite een onleesbaar boek is dat voor vele interpretaties vatbaar is. De talibanlezing staat stijf van de gedragsregels en verbodsbepalingen, vooral voor vrouwen is er niks toegelaten. Je kunt dat verwerpen, maar het is een feit dat die interpretatie op het platteland breed verspreid is.”

“Ik ben pragmatisch geworden, spreek gezagsdragers zonder uitgestoken hand maar met respect aan. Ik ga niet meer in de auto naast de chauffeur zitten, maar neem netjes op de achterbank plaats, met mijn sjaal zedig over mijn blonde haren geknoopt. Waarom bruuskeren? Als ze hun vrouwen en dochters maar toelating geven om naar onze gezondheidscentra of scholen te gaan, daar is het me om te doen.”

En lukt dat?

“Zeker, met dank aan ons lokale team. Twintig Afghanen hebben we ginder op de payroll. Onderwijzeressen, artsen, een coördinator, allemaal vrouwen, behalve dan de bewakers met hun kalasjnikovs. Die zijn onmisbaar, het blijft tenslotte Afghanistan. Vooral Fatima, een geweldige vrouw die al sinds 2004 voor Moeders voor Vrede werkt, is een kei in het ompraten van mannen. Het mooiste voorbeeld is onze werking in Shakar Dara, een straatarm district op 25 kilometer van Kaboel. Bij ons eerste bezoek in 2010 werden we botweg afgewezen door de lokale autoriteiten. Stel je daarbij geen burgemeester of gouverneur voor, het gaat om veelal oudere mannen die in het dorp aanzien genieten. De belangrijkste is altijd de mollah, als je die tegen hebt, kun je het wel schudden. We lieten ons niet zomaar afschepen, en uiteindelijk mochten we toch een gezondheidscentrum openen in een vervallen gebouw. Het succes was zo groot dat we de vrouwen buiten moesten laten wachten met een volgnummer. Toen na een poosje het dak instortte, is er iets wonderlijks gebeurd: dezelfde mannen die ons eerst hadden weggejaagd, hebben een nieuw complex voor Moeders voor Vrede gebouwd. Intussen hebben we er ook een schooltje waar al honderden meisjes zijn gepasseerd.”

Hoopgevend, maar op uw Facebook-pagina staan ook minder positieve verhalen. Kindhuwelijken, huiselijk geweld, het is voor vele Afghaanse vrouwen een bittere realiteit…

“Helaas wel, en ik voel me daar soms machteloos bij. Zoals die keer toen ik met Razia, onze coördinator, een bruiloft bijwoonde. Zoals gebruikelijk was het feest over twee zalen verdeeld. Op een bepaald moment kwam een man thee drinken bij de vrouwen, even later gevolgd door een tweede man. Ik vroeg Razia waar ze zo druk over zaten te praten. Bleek dat er onder mijn neus een huwelijk werd gearrangeerd, de discussie ging over de prijs voor de 14-jarige dochter van de eerste man. Dat is dus nog altijd de realiteit: heel wat tienermeisjes worden uitgehuwelijkt aan veel oudere mannen, soms als tweede of derde vrouw. Beeld je dat in, de eerste huwelijksnacht van zo’n kind dat nooit één woord seksuele voorlichting heeft gehoord.”

“Ook huiselijk geweld tegen vrouwen is een plaag. Slachtoffers kunnen nergens terecht. Als ze door hun man worden verstoten, kunnen ze zelfs niet naar het ouderlijke huis terug want dan maken ze hun familie ten schande. Vaak rest er geen andere optie dan bedelen. Zo is onze Fatima haar moeder kwijtgeraakt: op een dag werd ze weggestuurd door haar man om plaats te maken voor een jongere vrouw. Fatima heeft jarenlang tevergeefs naar haar moeder gezocht, zich doorlopend afvragend of ze misschien een van die vrouwen was die onherkenbaar onder een boerka zaten te bedelen. Toch zijn er vrouwen die zich verzetten, zo heb ik vastgesteld in de vrouwengevangenis van Kaboel.”

'President Ashraf Ghani (r.) en zijn vrouw Rula (l.) zijn zelf erg modern, ze hebben elkaar als student in de Verenigde Staten leren kennen en hebben er dertig jaar gewoond.' Beeld epa
'President Ashraf Ghani (r.) en zijn vrouw Rula (l.) zijn zelf erg modern, ze hebben elkaar als student in de Verenigde Staten leren kennen en hebben er dertig jaar gewoond.'Beeld epa

Wat had u daar te zoeken?

“Ik heb een goede band met de vrouwelijke directrice. Bij ieder bezoek aan Kaboel ga ik er langs. Stel je voor: twee derde van de 170 gedetineerden zit vast vanwege seksuele delicten. In Afghanistan heeft dat een andere betekenis dan bij ons. Hand in hand lopen met een vriendje, kussen in het openbaar, dat zijn misdrijven waar vijf jaar op staat. Maar ik heb er ook vrouwen ontmoet die vlakaf toegaven dat ze hun man hadden vermoord, meestal na een voorgeschiedenis van zwaar huiselijk geweld. Andere vrouwen waren precies vanwege dat geweld van huis weggelopen. Die zien de gevangenis niet als een straf maar als een beter alternatief voor bedelen op straat. Lange tijd was er geen vrouwelijke dokter, waardoor de gedetineerden geen toegang hadden tot medische zorg. Dat heb ik zelf aangekaart bij Rula Ghani, de first lady die in 2017 naar Ieper is gekomen om Moeders voor Vrede te bedanken. Ze heeft er persoonlijk voor gezorgd dat er een vrouwelijke arts kwam. President Ashraf Ghani en zijn vrouw zijn zelf erg modern, ze hebben elkaar als student in de Verenigde Staten leren kennen en hebben er dertig jaar gewoond.”

BIO

• 1945, Oostnieuwkerke

• studeert journalistiek in Parijs

• journalist voor De Weekbode, schrijft feministische column. Medewerker Radio 1

• maakt in conflictzones reportages met feministische focus

• 1991: ervaring Joegoslavische burgeroorlog leidt tot oprichting Belgische afdeling Mothers for Peace

• 2002: breidt werking Moeders voor Vrede uit naar Afghanistan

• 2014: krijgt de titel van barones

Afghanistan is geen Club Med-bestemming. Heeft u zich nooit onveilig gevoeld?

“Ik ben vooral bezorgd over onze lokale medewerkers. Ons gezondheidscentrum in Kaboel ligt vlak bij de school waar die vreselijke aanslag werd gepleegd. Dasht-e-Barchi, dezelfde wijk waar twee jaar geleden een even gruwelijke aanslag op de materniteit van het lokale hospitaal werd gepleegd. Afghanistan is een gevaarlijk land, helaas. Ik heb Hélène De Beire gekend die voor Artsen Zonder Grenzen een ziekenhuis in Herat leidde. Drie dagen na haar bezoek aan ons vrouwencentrum werd haar auto even buiten Kaboel door gewapende drugscriminelen onderschept. Hélène werd samen met drie andere inzittenden doodgeschoten. Dat was in 2004, maar het kan evengoed opnieuw gebeuren.”

“In sommige opzichten is de situatie zelfs verslechterd. Vroeger durfde ik in mijn eentje te gaan rondlopen in de soek van Kaboel. Dat waag ik niet meer. Ook al heb je een sjaal op, ze pikken je er als westerling meteen uit, want anders dan vroeger loopt iedereen tegenwoordig met een smartphone rond. Voor je het weet, wordt je aanwezigheid getipt aan lieden met kwade bedoelingen. Mijn grootste nachtmerrie is een ontvoering. Dat is altijd zo geweest, ook toen in Somalië op reportage ging.”

U bent 75. Tijd om het stokje door te geven?

“Stoppen? Ik sta te popelen om naar Kaboel te vertrekken. Door corona ben ik er anderhalf jaar niet geweest, terwijl ik er normaal twee tot drie keer per jaar naartoe ga. We werken vooral met geld van donateurs. Dan moet je ter plaatse controleren of het geld goed wordt besteed. Deze zomer wil ik er alleszins naartoe.”

Waarom die haast? Vreest u dat de taliban na het vertrek van de westerse geallieerden snel de macht zullen grijpen en buitenlandse ngo’s zullen verbieden?

“Dat is koffiedik kijken. Ik vind die hele terugtrekking een grote stommiteit. Typisch een initiatief van Donald Trump, zijn presidentschap was een echte ramp voor de mensheid. Maar stoppen als de taliban aan de macht komen? Nee, zelfs dan zullen we op een of andere manier blijven doorgaan, dat zijn we verplicht aan de Afghaanse meisjes en vrouwen. Dit is tenslotte mijn levenswerk, dat geef ik niet zomaar op.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234