Dinsdag 16/08/2022

Er is leven na deze ellende

Janine Bischops, grande dame van het kleine leven

Decennialang was het 'Janine en Johny', nu is het 'Janine'. Maar Janine Bischops voelt zich stilaan een sterke vrouw worden en ze leert ervan genieten. Na de scheiding heeft haar werk erg geholpen, want spelen, dat doet ze graag. Zowel op tv, in Thuis, als op de planken, nu in De borstenclub, een stuk over borstkanker. 'Research om mij in te leven, moest ik niet eens doen. Ik ging gewoon samen met mijn vriendin door alle fases.'

Door Diane De Keyzer /

Foto's Stephan Vanfleteren

Er is niet naast te kijken in de Antwerpse binnenstad: vrouw met blote borst teder omarmd door Janine Bischops. De affiche bloklettert in rood: 'De Borstenclub'. Gaat Jenny uit Thuis uit de kleren? Ter Smisse, pin-upclub? Janine Bischops moet er meer over weten.

We zien elkaar vlak bij het Fakkeltheater, waar op 21 februari De Borstenclub in première gaat. Janine Bischops: "Het begon allemaal met Phara de Aguirre. Het is haar schuld dat het zover is gekomen. Terloops porde ze Peter Perceval (die de tekstbewerking en regie voor zijn rekening neemt, ddk) aan om 'een keer iets te doen over borstkanker'. En liefst iets om te lachen.

De originele titel van het stuk was 'De Tettenclub'. Dat is ook de naam van een club van vijf bekende vrouwen, onder wie Phara de Aguirre, Sylvia Broeckaert en Frieda Joris, die borstkanker overleefden. Zij willen af van de kommer en de kwel die er heel vaak rond kanker hangt en vorig jaar vierden zij het begin van de rest van hun leven met een heus 'Tettenfeest'.

"Wij hebben het dus nog wat deftig willen houden met onze borstenclub. Toch heeft de affiche her en der voor verwarring gezorgd. Op een dag kregen we telefoon van een man die wou weten of we een mooisteborstenverkiezing organiseerden en of hij zijn vriendin hiervoor kon inschrijven. In de Jodenbuurt zag ik affiches die afgescheurd of besmeurd waren. Maar de mooiste reactie kreeg ik van een Turks echtpaar uit mijn buurt, de Seefhoek. De man sprak mij aan en vroeg: 'Wat is foto?' Ik zag zijn gefronste blik. Hij begreep niet goed wat Jenny uit Thuis daar bij die blote borst deed. Toen ik hem vertelde dat het om een theaterstuk over borstkanker ging, knikte hij. 'Wij gedacht' zei hij. En toen wees hij op zijn vrouw. 'Wij ook... vorige week... ' Hij pakte mij vast en het enige wat hij nog zei was 'Goed... mensen moeten weten.' Kijk, dit deed mij zo'n deugd, deze reactie. Ook moslims kunnen het verhaal achter het bloot zien.

"De tekst is gebaseerd op het boek Borstkanker en boezemblues van Kristien Van den Bon, ook lid van de tettenclub. Zij beschrijft in dit boek met veel ironie en stap voor stap de weg die ze ging, van dag één met het verdict tot en met het herstel. Peter schreef de theatertekst. Hij heeft de chronologie uit het boek gevolgd, maar laat het verhaal vertellen door een dokter en nogal van elkaar verschillende vrouwen met borstkanker. Zij vechten zich een weg door de opeenvolgende fases van de ziekte. Wat hen bindt is hun kracht om te vechten. Een heel mooi personage is dat van Gerda Janssens. Zij vecht in het plat Antwaarps, want vechten is het. 'Vechten tegen kanker is als vechten in de tranchees van de Eerste Wereldoorlog.' Het is een stuk over kanker, maar meer nog is het een verhaal van overleven geworden."

Enig idee waarom aan u gedacht werd voor de rol(len)? Hebt u iets met borstkanker?

"Ik heb vooral iets met overleven. Peter Perceval beweert dat ik een extreme vechter ben. Wat de laatste tijd ook wel nodig was. En rondom mij heb ik meer borstkanker gezien dan mij lief is. De moeder van een vriendje van een van mijn dochters kreeg het. Haar zoon, een jongen met alle mogelijke talenten en toekomst zat, verongelukte. Zij werd ziek van verdriet en ze kreeg kanker. Zeg dan nog dat kanker niks te maken heeft met kankeren. De dokters zien het verband niet, maar ik wel. Waar je zwak punt is, zet het zich. Dat denk ik.

"En dan zit je, zoals ik in De Borstenclub zeg, met Pietje De Dood aan tafel. 'Nee, kanker krijgen is gene weekendfilm. Ge zit ineens aan tafel met de dood. Vervelend gezelschap. Zegt niks, eet niks, wil niks. Zit daar naar u te gapen, met van die ogen, allez gaten. Zit gewoon te wachten tot ge erbij neervalt.'

"Toen zij door die hel ging, was ik Jenny en daar ging het toen altijd maar over verliefdheden en aanhouwerij. Altijd moest ik maar denken dat het in het leven nog wel om meer draaide. Ik sprak met de mensen van Thuis, want ik wou dat Jenny ook borstkanker zou krijgen. Het duurde nog geen week of de scenarioschrijvers schreven borstkanker in de reeks.

"Echte research om mij in te leven, moest ik niet eens doen. Ik ging gewoon samen met mijn vriendin door alle fases. Ik was bij haar tijdens de chemo. Ik heb met haar gevochten, maar zij wilde niet meer. Ze wilde naar haar zoon en daarom kon ze niet doorvechten. Het was zo duidelijk, ze heeft het ook niet gehaald.

"De Jenny met borstkanker maakte in ieder geval heel wat los. Veel mensen vonden dat het juist zat. Ik kreeg heel veel positieve reacties. Mijn Delhaizebezoeken duurden in die tijd altijd dubbel zo lang. Als acteur ben je immers openbaar bezit. Vrouwen wilden hun verhaal aan me kwijt. En daar ben ik fier op.

"Ik heb vrouwen gezien die door hun man verlaten zijn, vanwege een borst minder. Ik heb vrouwen gezien die hun man niet meer willen, omdat ze zichzelf niet meer aantrekkelijk vinden. Ik heb vrouwen gezien die altijd zwegen, die nooit spraken over de twee borsten die er niet meer waren. Ze zwegen tot ik speelde dat ik kanker had. Zij hadden de 'hoogstpersoonlijke klootzak' in het lijf gehad. Een keer kreeg ik een brief van een vrouw, die het verschrikkelijk vond dat Jenny nu ook al borstkanker moest krijgen. Ik wou die vrouw zien en met mijn armen vol bloemen ben ik haar gaan opzoeken. Wat bleek: haar kleinzoon van vijf was aan kanker gestorven. Zij had genoeg gezien en wou niet meer weten en toen ging ik op tv haar er nog eens met de neus op drukken en het verdriet weer helemaal blootleggen. Intussen zijn we goede vriendinnen."

Is er niet af en toe toch een opvallende parallel tussen de stukken die u speelt en uw eigen leven? Toen u twee jaar geleden Bruidsvlucht speelde, overkwam het u ook echt. Er volgde een scheiding. Hoe moet dat nu met De Borstenclub?

"Ik moet zeggen dat ik bang ben, echt. Volgende week heb ik een afspraak voor een mammografie en ik ben bang, meer dan anders. Je ziet niks anders rond je. En dan beslist zo één tetteke over je leven. Ik zou in ieder geval vechten, wees maar zeker. Het zou zijn zoals in het stuk: 'Ik mag dan wel kanker hebben, maar de kanker heeft mij daarom nog niet.' En dan hoop ik dat er mensen zullen zijn die me doen lachen.

"Maar de grote parallel tussen De Borstenclub en mijn eigen verhaal is de overlevingsdrang. Na kanker is er leven; na een scheiding ook. Het positieve zien, dat moet je kunnen. Dat geneest. Ik heb maar één keer beslist dat er ook grenzen zijn aan vechtlust. Toen duidelijk werd dat Johny (Voners, haar ex-man) al een tijd een andere vrouw had, zaten we samen in Bruidsvlucht. Ik wou sterk zijn en ik zou gewoon doorgaan met de voorstellingen. Maar dit was waanzin. Dit kon niet. Hier heb ik stop moeten roepen. Dit was toen mijn overleven.

"Ik heb dertig jaar eerder al eens een breuk doorgemaakt, wanneer ik scheidde van de vader van mijn twee dochters. Maar toen was ik een jonge vrouw. Nu ben ik 65! Toen had ik twee jonge kinderen en de toekomst werd plots heel onzeker.

"En dan zijn er de vele jaren geweest van Janine en Johny. Waar de ene was, was de andere. En als die ene er wel was, vroeg iedereen waarom de andere niet. We waren altijd met twee en tot het laatste moment was het grote liefde. Zo dacht men en zo dacht ik. Ik was zo stom dat ik er met ogen open inliep, zeker. Anderen wisten het, zoals dat altijd gaat, al veel eerder dan ik. Nu ben ik Janine en niet meer Janine en Johny. Gedaan met elkaars aanhangsel te zijn. En ik moet toegeven dat het me afgaat.

"En ik wil er zelfs liever niet te veel over spreken. Een jaar lang heb ik gezwegen, eerst ook tegen directe collega's. Heel die tijd heb ik interviews afgehouden. De boekskes wisten van niets, tot een interview met Dag Allemaal. Ik had aan hen het verhaal beloofd, dat toch zou uitkomen. Ik had het liever niet gedaan. Prettig is dat niet, want je maakt altijd ook het proces van je ex-partner en ik wil mijn ex niet afmaken. Op dit moment kan het mij niet meer schelen. Ik ben zelfs niet echt kwaad geweest. Ik was vooral heel diep ontgoocheld."

U hebt op heel veel sympathie kunnen rekenen van het grote publiek. Johny was de slechterik, die u heeft laten zitten voor een andere vrouw. Heeft het publiek niet altijd 'goeden en slechten' nodig? Had u ook twijfels over uw eigen aandeel in de breuk?

"Ik ga niet uit van schuld. Ik zal ook wel mijn aandeel hebben in de breuk. Maar waarom dan tot het laatste moment doen of het grote liefde was?

"Het is ongelooflijk hoeveel kaarten en brieven ik heb gekregen. En dat heeft mij heel veel deugd gedaan. Op een bepaald moment stond mijn gsm niet stil. Een paar van de mooiste sms'jes heb ik bijgehouden.

"De reacties komen van gewone mensen in de supermarkt bijvoorbeeld. Je loopt daar dan achter je karretje en een koppel achter een ander karretje knikt veelbetekenend, maar vooral heel bemoedigend in mijn richting, zo van: 'Kop op, je doet het goed.' We waren in die periode op tournee met Het Goede Lijf en mensen kwamen spontaan op me af. De reacties waren soms niet mis te verstaan en een paar keer klonk het van: 'Goe da ge daar vanaf zijt.'

"Het helpt allemaal, dat is zeker. Ook de verhalen van de vrouwen die je helemaal niet kent. Ook hier weer. Zo zei een vrouw me dat ze zo'n bewondering had voor mij, omdat ik zo sterk was. Zij kon het niet. Ze vertelde hoe ook haar man haar verlaten had. Haar man vroeg haar terug en ze ging terug, om weer in dezelfde miserie te belanden.

"Een enkele keer vraag ik mij wel af: 'Wil ik wel zo sterk zijn?' Er zijn ook dingen die ik mis. Vooral iemand die je een keer heel goed vastpakt, je weet wel... Nu heb ik geen gebrek aan knuffelvriendinnen. Wij zijn een bende van 'tette-tette', een variant op 'neuze-neuze' als je wilt. Maar de ene knuffel is de andere niet. En de knuffel van iemand die je liefhebt, is bijzonder. Dat mis ik wel en de rest, wat dan soms gewoon volgt, ook."

U bent nu weer single. Biedt dat nieuwe perspectieven? Hoe wordt het post-Vonerstijdperk?

"Ik ben sterker. Af en toe schrik ik van mezelf. Ik kan beslissingen nemen, stel je voor. Ik ga niet over mij laten lopen en af en toe heb ik iets van: 'Ge kunt mijn kloten kussen!' en 'Niet met mij'.

"Ik voel dat ik echt een sterke vrouw word en daar wil ik volop van genieten. Maar ik ben ook ouder. En dat vind ik zo jammer. Het had mij eerder moeten overkomen. Het is spijtig dat ik niet meer tijd heb om bijvoorbeeld de hele wereld te zien. Dit jaar trek ik met met vriending Lisette naar Cambodja en Vietnam. Zo lang we fysiek in orde zijn, zoeken we het ver. Daarna volgt Europa.

"Andere mannen, dat is wat anders. Wat wil je, ik beweeg mij altijd in dezelfde kringen. De set van Thuis is zo een warm nest. Je hebt daar echte schatten, zoals Annick Segal (Rosa) en Bart Van Avermaet (Waldek). Er zijn Peter en Anneke, mijn buurvrouw Marleen en mijn boezemvriend Michel Follet. Wij doen veel samen, Michel en ik. We babbelen veel, lachen veel, weten elkaar op te monteren als het moet. En met Valentijn zaten we samen aan dezelfde tafel!"

U bent blijven werken als gek. Heeft het u geholpen? Kunnen de planken helpen? Of de collega's ? Vrienden?

"Het werk heeft geholpen, zeer zeker. Ik zat samen met Ann Nelissen, Mitta Van der Maat en Peter Perceval in de zeer drukke tournee van Het Goede Lijf. De ene dag speelden we in Roeselare, de andere in Maasmechelen. Ik had gewoon geen tijd om te janken. En ik doe het zo graag, spelen.

"Vrouwen zijn ook erg belangrijk geweest en zijn het nog. Je wordt achtergelaten door een man en dat zorgt op een of andere manier voor een extra band met vrouwen. Dat is zo met de collega-actrices, voor vrouwen die zich in mijn verhaal herkennen, maar ook voor één allerbeste vriendin.

"Net spraken we over opvallende parallellen. Wel, met Lisette bestaat er een die kan tellen. Ik leerde haar kennen toen we meisjes van tien waren. Zij trouwde met Eddy, een militair. Zo kwam ze in Duitsland terecht en we verloren elkaar uit het oog. Toen we de banden weer aanhaalden, leek het net of we nog altijd die meisjes van toen waren. Precies in de periode dat de breuk met mijn ex een feit was, stierf haar man. Het was niet echt al gepland, maar het was alsof Eddy oordeelde dat hij maar beter rap kon sterven, zodat wij het voortaan maar samen moesten doen.

"Ik heb het voorrecht dat ik vaak met jonge vrouwen kan spelen. Ik kick op jonge vrouwen. Ik ben zelf een oude wijze vrouw, een sterk wijf zeggen ze. Maar geef mij maar de jonge grieten. Ook al ben ik ouder, ik voel met veel jonger dan mijn 65. Neem nu Anneke (Nelissen). In vergelijking met haar ben ik een kind. Anneke is een wijs wijveke. Ik ben vooral heel speels."

Raakt u nooit uitgekeken op de rol van Jenny Verbeeck?

"De dag dat ik er op uitgekeken ben, stop ik meteen. Ik ben blij dat ze me kennen van Thuis. Ik ga nog elke dag graag naar mijn werk. De cast van Thuis is een hele goede groep. Wij lachen veel. Ik werk hard en ik lach veel. Dat is zo plezant. Je krijgt daar zo veel voor terug.

"Ik zou niet weten wat ik zou moeten kiezen: de planken of de camera. Tv is strakker, technischer. Het is getimed en een cut is een cut. Maar ik zou het niet kunnen missen. Maar een acteur heeft ook een theater nodig. Weet je dat elk theater zijn eigen geur heeft en er binnen komen is telkens weer bijzonder voor mij.

"Maar nu ben ik op een punt gekomen dat ik kan kiezen wat ik doe. Als ze mij ergens voor vragen en ik wil het echt graag doen, dan doe ik het gewoon."

Is er een rol die u altijd al had willen spelen, maar nooit...

"Vroeger had ik een droom. Gezien mijn voorkeur voor slechteriken wou ik Lady Macbeth doen. Maar het is er nooit van gekomen. In 1967, ik was zwanger van mijn eerste kind, speelde Dora van der Groen Lady Macbeth in het Frans. Dat wijf heeft daar in het Frans een Lady Macbeth neergezet... Dat was zo knap! Dat wou ik niet nadoen."

Stel dat u geen actrice was geworden, wat zou u dan van het leven gewild hebben? Welke talenten bewondert u in anderen?

"Toen ik veertien was, wou ik airhostess worden. Mijn moeder vond dat maar niks. Een airhostess was niet meer of niet minder dan de meid in het vliegtuig, zo zei ze. Of verpleegster, dat heb ik ook even overwogen. Maar ook dat vond geen genade in de ogen van mijn moeder.

"Ik kon goed tekenen en ooit koop ik mij nog wel eens een paar borstels en dan begin ik er weer aan. Maar ik vrees dat ik zal neigen naar de waanzin van een Dalí. Het zullen zotte dingen zijn. Die man, die Dalí had ik ooit wel willen ontmoeten. Dat zou gevonkt hebben. Ik zou zelfs Spaans hebben geleerd om het met die man aan te leggen. Het was een filou, dat wel. Zou ik dan toch iets hebben met filous?

"Alleen al om zijn olifanten bewonderde ik hem mateloos. Ik ben een olifantenfreak. Dat zijn pas sterke gasten, maar ze zijn ook lief. Ik heb iets met sterk en groot. Ook een gorilla. Het vertedert me. Ze kunnen er immers niet aan doen, dat ze zo groot zijn. Laatst was ik met mijn kleindochter nog in de zoo en dan gaan we de olifanten strelen.

"Ik ga niet zo dikwijls met mijn vijf kleinkinderen op stap. Ik ben een werkende vrouw en de leuke bomma. Mocht ik niet gewerkt hebben, ik zou hen vaker zien, maar ik zou misschien helemaal niet de leuke bomma zijn die ik nu ben."

De Borstenclub, vanaf 21 februari 2008 in het Fakkeltheater, Antwerpen. 03/232.14.69 en www.fakkeltheater.be

Kristien van den Bon, Borstkanker en boezemblues, Leuven, Van Halewyck, 2007, 14,90 euro

De grote parallel tussen

'De Borstenclub' en mijn

eigen verhaal is de overlevingsdrang.

Na kanker is er leven;

na een scheiding ook.

Het positieve zien, dat moet je kunnen. Dat geneest

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234