Zaterdag 31/10/2020

Er is iets dat we niet wisten over onderzoeksrechter Langlois

Onderzoeksrechter Jacques Langlois gelooft niet in de schuld van Michel Nihoul. Oud-minister Joseph Michel (PSC) ook niet, toen hij Nihoul in 1978 tegen alle regels in uit de gevangenis liet halen. Diezelfde Michel stuurde Langlois in 1988 als coming man van de PSC de lokale politiek in en liet hem in 1993 benoemen tot magistraat. Hoe onafhankelijk is de onderzoeksrechter in de zaak-Dutroux? Dat wordt nu een zeer pertinente vraag, vreest Douglas De Coninck.

In het voorjaar van 1978 zit Michel Nihoul in de nesten. Hij is op 8 december 1976 door het hof van beroep in Brussel veroordeeld tot één jaar cel (waarvan vier maanden met uitstel) wegens oplichting, frauduleus bankroet en misbruik van vertrouwen. Het plaatsgebrek in de Belgische gevangenissen is in die tijd nog niet zo nijpend als nu. Met een dergelijke straf ga je de nor in, zeker als recidivist. En dat is Nihoul, die in 1968 en 1975 al werd veroordeeld voor financiële vergrijpen.

Op 18 maart 1978 wordt Nihoul opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. Dat vindt hij niet prettig. Vanuit zijn cel stuurt hij op 5 april 1978 een pathetische brief naar minister van Justitie Renaat Van Elslande (CVP). Hij legt uit dat hij zich volkomen ten onrechte veroordeeld acht en dat de fraude eigenlijk is gepleegd door zijn ex-echtgenote, Adrienne G.: "Na mijn veroordeling op 8/12/1976 heeft zij onmiddellijk een procedure tot echtscheiding ingeleid, teneinde een regeling in haar voordeel te bekomen."

Nihoul doet in de brief de waarheid een beetje geweld aan. In zijn in 1998 verschenen biografie situeert hij de echtscheiding van G. in 1974. In het moraliteitsverslag dat werd opgesteld in de zaak-Dutroux staat te lezen dat Nihoul zich na 1974 helemaal niets meer aantrok van G. en zijn drie kinderen omdat hij viel voor de charmes van advocate Annie Bouty. In de brief aan Van Elslande geeft Nihoul niettemin uiting aan zijn "bezorgdheid" over wat er van "de kinderen" zal worden, onder de hoede van de volgens hem normeloze G.: "Het is om deze redenen dat ik u durf vragen om een voorwaardelijke vrijlating, zo snel als mogelijk, en waarbij ik mij ertoe engageer alle voorwaarden te respecteren die mij zouden worden opgelegd."

De correspondentie die hierna volgt is intrigerend.

Minister Van Elslande laat de brief onbeantwoord. Op 14 april 1978 schiet wel een andere excellentie uit de regering-Tindemans II in actie: minister van Nationale Opvoeding Joseph Michel (PSC). Hij richt een ministerieel schrijven aan directeur J. Herreman, hoofd van de dienst Individuele Gevallen van het ministerie van Justitie: "Mijnheer de directeur. Ik werd gecontacteerd door mijnheer Michel Nihoul (...), die thans een straf uitzit in de gevangenis van Sint-Gillis (...). Ik voeg de brief toe die hij adresseerde aan de heer Van Elslande. Wil u de vriendelijkheid hebben om dit verzoek met welwillendheid te onderzoeken en er het gevolg aan te geven dat u het verstandigst lijkt? Ik meen te weten dat mijnheer Nihoul in deze situatie terecht kwam door een opeenvolging van jammerlijke omstandigheden, ten gevolge van de lichtzinnigheid van zijn echtgenote, en dat hij geenszins de mentaliteit heeft van een vervalser (...)."

Het antwoord van Herreman volgt op 27 april 1978: "Mijnheer de minister (...). Het is mij helaas niet toegelaten om in te gaan op het verzoek van betrokkene. De laatste jaren vertoont ons penitentiair regime de tendens korte straffen te versoepelen. Ik reken mijzelf tot een van de grootste voorstanders van deze versoepeling. Maar neemt u het mij niet kwalijk dat ik wens dat deze evolutie verloopt volgens de goede orde, en niet door gunsten uit te delen (...)."

Michel is advocaat en hoort te beseffen dat hij enigszins buiten zijn boekje gaat. Hij zet echter door en verstuurt op 27 mei 1978 een tweede aanbevelingsbrief, deze keer gericht aan inspecteur-generaal Janssen op het ministerie van Justitie. Hij stuurt nu aan op niets minder dan... gratie voor Nihoul. Op 18 juli komt het antwoord: "Mijnheer de minister. Ik heb de eer u te melden dat de genaamde Nihoul Michel geniet van een voorlopige vrijlating, met het oog op gratie (...)."

Nihoul komt van de ene dag op de andere vrij en is niet weinig trots. Op 15 februari 1997 pakt Het Nieuwsblad uit met een biografie van de mysterieuze zakenman. In het artikel komt Claire Massart aan het woord, die meer dan eens optrad als curator van failliete Nihoul-bedrijfjes. Over de veroordeling van 1976 herinnert zij zich dat Nihoul zei: "Ik kreeg een hele lichte straf omdat ik ministeriële steun genoot."

Wie die ene minister was, heeft Nihoul nooit verduidelijkt. Tijdens zijn verhoren in Neufchâteau doet hij anders niet bepaald geheimzinnig over zijn "contacten" in "politieke kringen". Hij citeert namen dat het een lieve lust is, vooral komende uit Franstalige liberale hoek: wijlen minister Jean Gol, huidig Brussels minister-president François-Xavier de Donnea, huidig Waals economieminister Serge Kubla... Nihoul gaat er prat op dat hij in de jaren tachtig deze en andere "invloedrijke personen" leerde kennen in onder meer seksclubs zoals Les Atrebates of The Dolo.

In zijn verhoor op 10 oktober 1996 (pv 10.547) legt hij uit dat veel van die contacten ook rendeerden: "Ik heb zo dossiers voor voorwaardelijke invrijheidsstellingen kunnen doen vooruitgaan voor advocaten. Ik liet me daarvoor betalen. Ik heb een twintigtal van die dossiers moeten behandelen, wat me toeliet een half miljoen frank te verdienen."

Ook wanneer hij dit vertelt, vergeet Nihoul te vermelden dat hij zelf ook ooit zo'n voorkeursbehandeling genoot. Misschien was hij minister Joseph Michel na al die jaren alweer vergeten. Misschien had hij goede redenen om precies hém te sparen.

Joseph Michel ging de politieke geschiedenis in als de man van de gemeentefusies. Hij bracht in 1976 als minister van Binnenlandse Zaken het aantal Belgische gemeenten terug van 2.359 naar 589. De nu 77-jarige Michel deed ook minder nuttige dingen, zoals die keer toen hij eind 1987 als minister van Binnenlandse Zaken een interview weggaf aan het maandblad Exclusief: "We riskeren hetzelfde lot te ondergaan als het Romeinse Rijk, dat opgeslokt werd door de Barbaren. Dat zijn de Marokkanen, de Turken, de Joegoslaven, de islamvolkeren... Ik kan ze niet anders dan als barbaren bestempelen."

Michel had in het interview lof voor de toenmalige burgemeester van Schaarbeek, Roger Nols, die enkele jaren daarvoor het land op stelten zette met een officiële ontvangst van de Franse FN-leider Jean-Marie Le Pen in Schaarbeek: "Nols is een van mijn beste burgemeesters. Hij is een voorbeeld voor zijn collega's."

Waarnemers hadden al eens de wenkbrauwen gefronst toen Michel in 1975 kolonel Jean Militis had ingehuurd als adviseur op zijn kabinet. Militis, een oud-strijder uit de Koreaanse oorlog, was in die tijd betrokken bij illegale trainingskampen in de Ardennen van de later buiten de wet gestelde extreem-rechte privé-militie VMO, die diverse extreem-rechtse terreuraanslagen pleegde. Michel vond het als minister van Binnenlandse Zaken allemaal prima. Hij is overigens een man van de Ardennen. Hij komt uit Virton, niet zo ver verwijderd van de trainingskampen van de VMO.

In 1975 was Michel ook als minister aan de zijde Paul Vanden Boeynants als eregast verschenen op het eerste nationale congres van het Cepic, de ultrarechtse vleugel van de PSC en een symbiose van conservatieve high society en regelrechte fascisten. Het Cepic zou in 1981 worden opgedoekt, na onthullingen in De Morgen over hoe de organisatie via penningmeester baron Benoît de Bonvoisin het Front de la Jeunesse had gefinancierd. Het extreem-rechtse FJ schuwde het geweld net zo min als de VMO en werd ook buiten de wet gesteld. Michel beroemde zich er achteraf niettemin op dat hij altijd een overtuigd lid was van Cepic.

Over de politieke voorkeuren van Michel Nihoul is weinig bekend, er mag zelfs worden betwijfeld of hij er heeft. Zeker is wel dat hij begin jaren tachtig erg close is met een aantal Brusselse politici van het Cepic. Hij organiseert een verkiezingscampagne voor Vanden Boeynants (van 1977 tot 1979 voorzitter van Cepic). Hij papt aan met de voorzitter van Cepic-Brussel. Via het samen met Bouty opgestarte firmaatje Cadreco bekomt hij 'gunsten' bij Cepic-politici zoals minister Jean-Louis Thys, gemeenteraadslid (en maîtresse van Vanden Boeynants) Viviane Baro en advocaat-politicus Philippe Deleuze. Het Cepic is zijn politieke biotoop. En niet alleen de zijne.

Op 24 oktober 1953 wordt in Saint-Vincent, diep in de provincie Luxemburg, Jacques Langlois geboren. Als tiener loopt de latere magistraat school in het katholieke Institut Saint-Joseph in Virton. Twee decennia eerder heeft daar een andere Joseph school gelopen: Joseph Michel. Langlois krijgt zijn politieke kleur van thuis uit mee. Zijn tante, Germaine Langlois, is vele legislaturen na elkaar PSC-burgemeester in Saint-Vincent. Zij is een vertrouwelinge van Michel. De minister en tante Langlois beheren al twee decennia lang samen het plaatselijke museum La Gaume. Michel is voorzitter, tante Langlois vice-voorzitter. Ook na het middelbaar bewandelt de jonge Langlois dezelfde weg als Joseph Michel. Hij gaat rechten studeren aan de (dan nog deels Franstalige) KU Leuven. Na zijn studies schrijft hij zich, net als Joseph Michel, als advocaat in aan de balie in Aarlen.

Eind jaren tachtig heeft de PSC in de streek van Virton nood aan vers bloed. Het is vooral de familienaam, die van tante Langlois, die het hem moet doen, wanneer Jacques Langlois kandidaat is voor de provincieraadsverkiezingen in Luxemburg en de gemeenteraadsverkiezingen in 1988 in de gemeente Etalle, waar hij zich heeft gevestigd. De Michels zijn ook daar altijd in de buurt. Zijn overbuurman is Laurent Michel, zoon van, advocaat én PSC-provincieraadslid.

Jacques Langlois is in 1988 lijsttrekker voor de PSC (die in Etalle 'Union' heet), maar dat wordt geen succes. Hij verliest van de socialistische burgemeester Guy Charlier. "Hij raakte wel samen met mij en twee anderen verkozen, maar we hadden op meer gehoopt", herinnert Nadine Denis, PSC-kandidate nummer twee in Etalle, zich nog levendig. "Jacques haalde 340 stemmen. In een kleine gemeente als de onze was dat niet slecht. Hij was aangeslagen, de avond na de verkiezingen. We hadden hard campagne gevoerd. Jacques is toen oppositieleider geworden, en deed dat goed. Hij was advocaat, welbespraakt, intelligent."

Hoe kwam het dat hij out of the blue lijsttrekker werd?

"Oh, hij werd enorm gesteund door onze plaatselijke sterke man, Joseph Michel, de vroegere minister."

Hoe zou u hun onderlinge relatie omschrijven?

"Oh, Langlois, c'était l'homme de Joseph Michel. Hij genoot een absoluut vertrouwen van Michel en in omgekeerde richting was dat net zo. Het is door toedoen van Michel dat Jacques toen arrondissementeel voorzitter voor de PSC werd in Virton. Ik vind het jammer dat hij na enkele jaren de politiek verliet. Hij is benoemd als magistraat in Aarlen, door toedoen van de PSC. Ja, in die tijd ging dat zo. Joseph Michel heeft (in 1993, DDC) gezorgd voor zijn benoeming als magistraat."

Zijn daar bewijzen van?

"Waar stuurt u op aan? Natuurlijk niet (lacht). Als u de situatie hier een beetje kent, weet u dat het niet anders kon."

Het is nogal wat met die PSC-benoemingen in dit deel van het land. De procureur des konings in Aarlen heet Albert Militis. Hij is de zoon van de hoger vermelde Jean Militis. Tot voor enkele jaren was André Rossignon een van de actiefste militanten van de PSC in Luxemburg. Hij nam in 1996 als outsider deel aan de verkiezingen voor het PSC-voorzitterschap. Hij moest het afleggen tegen Charles-Ferdinand Nothomb en kwam in conflict met de partijtop, wat ertoe leidde dat hij de PSC na dertig jaar verliet. In de jaren zestig was Rossignon PSC-jongerenvoorzitter in Virton.

U kreeg ook te maken met politicus Jacques Langlois?

Rossignon: "Ja, maar als wij vergaderden, zat hij meestal aan de overkant van de tafel (lacht), bij de ultrarechtse kliek van Joseph Michel. Dat was pure Cepic, hier. Ik heb jarenlang willen geloven in een moderne christen-democratie, maar hier in Luxemburg ging dat niet. Jullie hebben er in Vlaanderen geen idee van hoe machtig de PSC hier altijd is geweest."

Langlois was de protégé van Joseph Michel?

"Dat is een understatement. Michel is zo iemand die van zijn militanten onvoorwaardelijke trouw eist. Een bevel is een bevel. Langlois was een van zijn meest slaafse volgelingen. Dat is vandaag nog altijd zo. Herinnert u zich die dag, enkele dagen voor het spaghettiarrest, toen het ernaar uit begon te zien dat onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte zou worden ontheven van de zaak-Dutroux? Omdat hij aanwezig was geweest op een spaghettiavond waar ook Sabine en Laetitia waren. Het land stond op stelten. Overal werd betoogd. In de partij hier in Luxemburg werd daar smalend over gedaan. 'Alles is onder controle', kregen wij te horen. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck zag zich kort voor het spaghettiarrest verplicht om naar Neufchâteau te komen voor een vergadering met magistraten. Kwestie van schikkingen te treffen opdat het dossier-Dutroux voort zou worden gezet. Hij hoefde niets te doen. Nog voor De Clerck aankwam, was alles geregeld."

Hoezo, geregeld?

"Al in augustus was beslist dat er een tweede onderzoeksrechter moest komen in Neufchâteau. 'Om het werk van Connerotte te verlichten.' Wie heeft dat geregeld, denkt u? Joseph Michel. Ik zeg niet dat hij vooraf wist dat dat spaghettiarrest er zou komen, maar Langlois (tot dan toe correctioneel rechter, DDC) werd daar plots onderzoeksrechter, met het idee van: 'Dan hebben we daar een pion zitten die de boel wat in de gaten houdt.' Zo werd dat gezegd."

De beslissing over de nieuwe onderzoeksrechter werd toch genomen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg?

"Ja, en wie is dat? Francis Moinet, ook al een magistraat die benoemd is door de PSC, en een zeer goede vriend van Langlois en Joseph Michel."

Wanneer Langlois op 14 oktober 1996 de taken van Connerotte overneemt, liggen daar duizenden processen-verbaal klaar. Een kleine greep uit de dingen waar de Dutroux-speurders op dat ogenblik mee bezig zijn:

- Proces-verbaal 114.769 van 3 oktober 1996, BOB Brussel: "Verzoek tot het bekomen van een huiszoekingsmandaat voor het hoofdkwartier van de PSC, Tweekerkenstraat 41, 1000 Brussel." Het team van Connerotte wou er de administratie in beslag nemen om na te gaan wat voor electorale campagnes Nihoul zoal verzorgde voor PSC-politici.

- Proces-verbaal L3122 van 3 september 1996 van de GP Brussel: "Ondervraging van Henri B., ex-privé-chauffeur van Paul Vanden Boeynants en andere oud-PSC-ministers." B. werd door getuigen aangewezen als een beschermheer van Nihoul.

- Een reeks processen-verbaal van verhoren van Regina Louf, getuige X1, die diverse figuren uit het Cepic-milieu zegt te herkennen als mensen door wie ze op seksfuiven is verkracht.

Van de huiszoekingen bij de PSC is nooit wat terechtgekomen. Van de overige nevendossiers ook niet. Begin 1997 neemt coördinator Eddy Suys van de cel-Obelix (die het verleden van Nihoul moest uitpluizen) ontslag. Suys zegt te zijn "tegengewerkt" en noemt Langlois als een van de mensen die hem het leven zuur maakte. Wat later volgt een conflict tussen Langlois en het hoofd van de cel-Obelix, Raymond Drisket, die het verbod krijgt om nog te speuren naar de kennissenkring van Nihoul.

Zes jaar later is de situatie in Neufchâteau wat ze is. In zijn rekwisitoor vraagt procureur Bourlet de doorverwijzing van Nihoul naar het assisenhof wegens "bendevorming", en omdat hij een verband ziet tussen de ontvoering van Laetitia Delhez en een betaling van 5.000 xtc-pillen door Nihoul aan Dutroux en zijn kompaan Michel Lelièvre, een dag later. "Toeval", betoogt Langlois op 6 september voor de raadkamer in Neufchâteau. Hij zegt "geen enkel bewijs te zien" voor Nihouls betrokkenheid bij de bende-Dutroux. Na de zitting zijn nogal wat ouders onthutst. "Ik vind het vreemd dat de onderzoeksrechter zeer gedetailleerd is wanneer het gaat over het vrijpleiten van Nihoul, terwijl wij als ouders nog op geen kilometer na weten waar ons kind werd ontvoerd", reageert Paul Marchal.

Gebeurt het vaak dat procureur en onderzoeksrechter zo heftig met elkaar in de clinch gaan?

Strafpleiter Jef Vermassen: "Ik kan me in mijn loopbaan geen enkele zaak herinneren waarin zoiets gebeurde. Terwijl ik dat eigenlijk gezond vind. De procureur vertegenwoordigt de samenleving en is 'een partij', wat impliceert dat hij partijdig mag zijn. De onderzoeksrechter is de magistraat die à charge en à decharge onderzoekt, en ten dienste staat van álle partijen, ook de beklaagden."

Maar u kunt zich echt geen enkel soortgelijk geval herinneren?

"Ik kan me er geen enkel herinneren."

Op 11 oktober is het de beurt aan Nihoul en zijn advocaten om voor de raadkamer te pleiten. Nihoul verbaast vriend en vijand door te bekennen dat hij op 10 augustus 1996 inderdaad xtc-pillen gaf aan Lelièvre, iets wat hij zes jaar lang koppig had ontkend. Maar, onthult hij nu: "Ik deed dat met de bedoeling de bende-Dutroux te infiltreren. In opdracht van de rijkswacht. Ik was informant van de BOB."

Tijdens de zitting eist procureur Bourlet dat Nihoul meteen ten gronde wordt ondervraagd over 'dit nieuwe feit'. Ook de advocaten van Laetitia en de familie Marchal eisen dat. Voorzitter Moinet schorst de zitting en trekt zich terug. Even later verdwijnt ook onderzoeksrechter Langlois uit de zaal. "Even later klapte een deurtje open", zegt de advocaten van een van de burgerlijke partijen. "We zagen hoe de voorzitter apart overleg pleegde met Langlois." Tien minuten later besluit Moinet om niet in te gaan op het verzoek. Het is diezelfde Moinet die straks moet oordelen wie van de door Bourlet gedagvaarde verdachten naar het assisenhof door wordt verwezen.

Joseph Michel gaf ons gisteren aan de telefoon amper de tijd om uit te leggen wat we hadden ontdekt. "Brieven om Nihoul uit de cel te krijgen? Daar herinner ik mij niets van. Totaal niets."

Kent u de heer Langlois?

"Ja, hij is een heel eerlijk man."

En uw politieke poulain.

"Och, hij heeft ooit in de gemeenteraad van Etalle gezeten. Maar dat is alweer lang geleden."

Nadine Denis, na Langlois nummer twee op de PSC-lijst in Etalle, in 1988: 'Langlois, dat was de man van Joseph Michel. Hij genoot een absoluut vertrouwen van Michel en in omgekeerde richting was dat net zo'Net voor het spaghettiarrest wou Connerotte een huiszoeking uitvoeren op het hoofdkwartier van de PSC. Eens op post, blies Langlois de actie af

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234