Donderdag 30/06/2022

InterviewStephanie Planckaert en Magali Van Houtte

‘Er is gewoon héél weinig dat de nestwarmte van onze familie kan overtreffen, dus blijven we samen’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Op zondagavond zijn we telkens weer éven bezoeker van het perceeltje geluk dat de Planckaerts – een slordige achtentwintig handen op één buik – samen uit Franse bodem snijden. Daar verheffen ze naarstig ploeteren tot een kunstvorm, en vormen ze een oude bouwval om tot een groots Château Planckaert. Stutten het enthousiasme van de clan met wijs advies: de schoonzusjes Stephanie Planckaert (33) en Magali Van Houtte (36), ofte mevrouw Francesco. De één een onverzettelijke verbale vuurbal, de ander een pas in vertrouwd gezelschap opbloeiende stille kracht: samen goed voor een roezig dubbelinterview.

Vincent Van Peer

Plaats van afspraak: de opgekalefaterde vierkantshoeve van de Planckaerts in het Ardennendorpje Bure, waar nieuwsgierigen kunnen logeren en dus een blauwdruk voor het kasteel in Frankrijk. Op die laatste plek werd onlangs het derde seizoen van Château Planckaert ingeblikt en werken heden alleen – spoiler alert: de laatste tegel is nog niet gelegd – de mannen.

Stephanie Planckaert: “Sinds januari gaan de kinderen weer in België naar school, dus blijven Magali en ik bij hen. De mannen zetten de renovatie verder en mijn ouders rijden op en af. Dat is de regeling tot het schooljaar om is. Vraag me alsjeblieft niet hoe we het daarna gaan aanpakken. (lacht)

Magali Van Houtte: “Vooruitplannen is een gewoonte die we noodgedwongen hebben afgeleerd. (lachje) Sinds we dat kasteel hebben, is ons leven enorm veranderd. We zien wel wat er de komende maanden nog op ons afkomt.”

Hadden jullie op voorhand gedacht dat de werken zo lang zouden duren?

Planckaert: “Als je de werkuren bekijkt die al effectief aan de renovatie zijn besteed, dan zitten we op schema, hoor. Het is gewoon een gigantisch project om met zo’n kleine groep mensen te ondernemen.”

Van Houtte: “Maar we hebben er nog nooit op gevloekt.”

Planckaert: “Nee, ik heb eerder het gevoel: ‘Wauw, dat we dit mógen doen!’ We hebben de voorbije twintig jaar veel struggles gehad. Nu is onze enige worsteling dat het veel werk is.”

Wie is de hardste werker van de familie van harde werkers?

Van Houtte: “Zo denken wij niet: iedereen heeft zijn kwaliteiten.”

Planckaert: “Wij kunnen niet zonder elkaar, zoals een ketting ook geen enkele schakel kan missen. Je kunt werken als een halve zot, maar als de verstandhouding niet goed zit – als de één het gevoel heeft dat hij meer doet dan de ander – dan gaat het niet.”

Van Houtte: “Zijn we zulke harde werkers? Dat weet ik niet. Wij zijn gewoon graag bezig. Wij zijn er niet de mensen naar om op ons lui gat te zitten.”

Planckaert: “Al gebeurt dat natuurlijk óók. Wij zitten ’s avonds gewoon in de zetel naar tv te kijken, hoor. En als het even kan, kruip ik een uur in bad. (lacht) Wij zijn gewoon mensen, en mensen doen nu eenmaal maar wat.”

Hoe lang kennen jullie elkaar al?

Planckaert: “Al bijna ons hele leven.»

Van Houtte: “Ik was 12 jaar, en Stephanie 9, toen ik Francesco leerde kennen. Wanneer hij ging koersen of trainen, zaten wij te babbelen, elkaars nagels te lakken, films te bekijken...

“Francesco en ik hebben elkaar op de koers leren kennen. Mijn papa heeft nog gefietst met Eddy (Planckaert, red.), het zijn oude vrienden. En als er een koers was in de streek, gingen ze vaak kijken.”

Planckaert: “Francesco had in die tijd een grote supportersschare, waar jouw pa ook deel van uitmaakte. Er waren veel mensen die speciaal voor hem kwamen kijken. Maar Magali sprong eruit. Is het niet?”

Van Houtte: “(lachje) De sfeer was meteen romantisch, maar het heeft nog wat tijd gekost: pas op m’n 14de zijn we een koppel geworden.”

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Stephanie, jij leerde je man Christopher kennen op je 13de. Het was alsof het lot jullie graag samen wilde: hij was de enige Nederlandstalige jongen in de wijde omtrek.

Planckaert: “Het lot vond het nog niet voldoende dat we op dezelfde school zaten, het heeft onze broertjes ook nog eens in dezelfde voetbalclub gestopt. Het is daar dat zijn mama me zag. Toen ze hoorde naar welke school ik ging, zei ze: ‘Mijn zoon zit daar ook, ik zal eens een fotootje tonen.’ Ik weet nog dat ik meteen dacht: aloha! Zijn mama vertelde hem later over ‘dat mooie meisje’ en toen was zijn interesse gewekt. Uiteindelijk hebben we elkaar gevonden op de meest romantische aller locaties: het eetfestijn van de voetbalclub. (lacht)

Jullie hebben een soortgelijk parcours doorlopen: opgegroeid met de koers, vroeg de liefde van jullie leven leren kennen, jong mama geworden...

Planckaert: “Dat zorgt ervoor dat wij over veel dingen zelfs niet hoeven te praten, omdat we elkaar blindelings begrijpen. Wij hebben nooit ruzie gehad – ook al omdat we beiden conflictvermijdend zijn. We delen de vreugdes en ergernissen van het ouderschap, en kunnen uitstekend doorbomen over de grote levensvragen. Telkens als we dat doen, kom ik er lichter uit.”

‘Het is een misvatting dat Magali introvert is’, zei je eens.

Planckaert: “Dat is ook zo – al is er natuurlijk niks mis met introvert zijn. Magali zal misschien wel de kat uit de boom kijken vooraleer ze mensen rond zich toelaat, maar eens je die circle of trust betreden hebt, dan zul je wat zien! Giet er dan nog wat drank in en ze breekt het kot af. (hilariteit)

Ik heb soms de indruk dat jullie de voice of reason vertolken in een op tijd en stond rumoerige bende.

Van Houtte: “Ik weet het niet, wij eigenen ons alleszins niet die rol toe.”

Planckaert: “Misschien zijn wij voor de kijker een beetje herkenbaar, omdat veel mensen op dezelfde manier redeneren? Wij zijn niet degenen die onbesuisd roepen: ‘Hup, de auto in en naar Frankrijk!’ Daar moet eerst over gepraat en nagedacht worden, en dat is dan onze rol. De alledaagse beslommeringen zijn voor ons.”

Bij de Planckaerts doen de mannen vaak het zogenaamde mannenwerk en de vrouwen het vrouwenwerk: zij gieten beton, jullie verzorgen het huishouden.

Van Houtte: “Pas op, het ligt gevoelig.”

Planckaert: “Humo schreef ooit: ‘In Château Planckaert zijn mannen nog mannen en vrouwen nog vrouwen.’ Ik weet dat nog zo niet. Het is toch maar normaal dat de mannen, die de kennis hebben van grote renovatiewerken, dat werk op zich nemen? En dan doen wij de administratie. Maar is dat dan per se vróúwenwerk? In Frankrijk hebben wij bovendien een ander leven dan in België. Onze prioriteit is ginder: het kasteel verbouwen. Maar in het dagelijkse leven is dat anders. Als ik dan iets later thuis ben, heeft Christopher al gekookt, de afwas gedaan en de kinderen in bed gestopt. Laat het nooit gezegd zijn dat wij de dingen doen die we doen omdat onze mannen dat zo beslist hebben.”

Wat bewonderen jullie het meest aan elkaar?

Van Houtte: “Stephanies openheid, omdat het mij daar soms ietwat aan ontbreekt. Ze leeft zonder handrem op. En ik ben ook niet zo goed met woorden als zij: ik laat haar graag dingen uitleggen in mijn plaats, omdat zij het standpunt dat vaagweg in mijn hoofd maalt telkens perfect weet te vatten. Bij discussies hoef ik vaak maar naar haar te wijzen: ‘Voilà, dát is het!’”

Planckaert: “Bij Magali bewonder ik de vastberadenheid waarmee zij zich op haar gezin focust. In elke kleine beslissing die ze neemt, denkt ze eerst aan het heiligdom van haar gezin, zonder evenwel – en dat maakt het zo knap – zichzelf weg te cijferen. Ik had me geen betere partner voor mijn broer kunnen inbeelden. Waar hij soms stuurloos is, houdt zij het roer in handen.”

Van Houtte: “Zie je hoe goed dat ze dat kan uitleggen? (lacht)

Planckaert: “Als je bij Magali in een goed blaadje staat, dan gaat ze voor jou door vuur.”

Als het dak van het château nog eens in de fik zou schieten...

Van Houtte: “Dan ben ik degene die iedereen op m’n rug naar buiten draagt. (lacht)

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Een echte bv

Van Houtte: “In het moederschap hebben we elkaar ook gevonden. Ik was 20 toen ik Devon kreeg, mijn oudste. Hij is elf maanden jonger dan Iluna, de oudste dochter van Stephanie. We hebben veel aan elkaar gehad in die periode, we woonden zelfs samen.”

Planckaert: “Die twee zijn samen opgegroeid, in dat kleine huisje waar we toen allemaal woonden. Toen Devon een baby’tje was, werd Iluna een peuter. Ik was 17 jaar en ik moest ‘nee’ beginnen te zeggen tegen mijn kleine: een rare gewaarwording. (lachje) En toch ging het goed. Ik weet niet hoe we het gedaan hebben, maar we hebben ons in al die jaren nooit met elkaars opvoeding bemoeid. Niet één onvertogen woord is er gevallen. Ik zie niet veel mensen ons dat nadoen, zeker niet op die leeftijd.”

Deed het deugd om een partner in crime te hebben? Want als tienermoeder kreeg je in die tijd bakken kritiek over je heen.

Planckaert: “Ja, zeker omdat Magali me telkens op het hart drukte dat ik niet minderwaardig was als moeder. Ik heb nooit het gevoel gehad dat zij zichzelf een betere mama vond. Zij stond altijd aan mijn zijde. (tegen Magali) Soms werd jij dan over dezelfde kam geschoren als ik, maar wij hebben ons daar nooit iets van aangetrokken, wellicht omdat we met twee waren. Tóén is dat begonnen: de filosofie van samen sterk te zijn, en de rest van de wereld op armlengte te houden. De publieke opinie, zo heb ik intussen wel geleerd, is een raar ding: het ene moment word je uitgespuwd, en dan plots weer op handen gedragen. Als je daar zo vroeg mee geconfronteerd wordt, dan trek je daar lessen uit voor de rest van je leven. En dan leg je automatisch je focus op de mensen die er wél toe doen.”

Hebben jullie getwijfeld om voor Château Planckaert jullie eigen kinderen mee in die mallemolen te trekken?

Planckaert: “Tuurlijk! Maar gek genoeg beschouw ik mijn ervaring van vroeger als een verrijking. Het was een vroege, maar nodige confrontatie met het kwade in de mens, de kuddementaliteit. Ik praat daar vaak over met Iluna: dan vergelijk ik bekendheid met een héél grote middelbare school, waar iedereen altijd een oordeel klaar heeft.

“Ik ben zo trots op mijn kinderen, hun basis is waanzinnig solide. Echt waar, je zou die gasten kunnen uitschelden – pas op, dan krijg je wel met ons te maken – zonder dat zij zich daar iets van aantrekken. Je merkt dat aan de manier waarop ze zich door het schoolleven manoeuvreren: ze doorprikken zó wat niet van tel is. (denkt na) Pas op, ze voelen zich niet béter dan een ander, hè. Maar ze weten wel wat echte vriendschappen zijn. Ik vind: om oprechtheid ten volle te kunnen appreciëren, moet je al eens geconfronteerd worden met oppervlakkigheid.”

Moeten jullie je kroost soms beschermen tegen overvloedige aandacht?

Planckaert: “(blaast) Iluna krijgt veel privéberichten op Instagram. Er zijn al jongens geweest die honderden dagen na elkaar élke dag een bericht stuurden. Zij moet daar eens mee lachen.”

Wat denken die jongens dan: 298ste keer, goeie keer?

Planckaert: “(lacht) Ik snap het ook niet. Maar zij hecht daar geen belang aan. Ze weet: dat is niet de manier waarop ik iemand wil leren kennen. Sociale media, bekendheid... Soms lijkt zich dat allemaal in een andere wereld af te spelen, terwijl wij hier samen lekker veilig in ons coconnetje zitten. Hun klasgenootjes hier in de Ardennen weten zelfs niet dat ze op tv komen. Onze kinderen hebben in feite een heel gewoon leven, en maar goed ook.”

Van Houtte: “Als ze dan toch eens in Antwerpen of Gent komen, dan laten ze zich die aandacht welgevallen, net omdat ze dat niet gewoon zijn: ‘Waaat, die mensen hebben naar het programma gekeken?’ (lacht) Maar we hebben hen nog nooit met de voetjes op de grond moeten zetten. Als we in Vlaanderen woonden, zou dat misschien een ander verhaal zijn.”

Planckaert: “Als we in Vlaanderen woonden, had ik nooit toegezegd voor iets als Château Planckaert, denk ik. Dan ben je écht een BV, die op elke straathoek herkend wordt.

“Ik herinner me dat ik ten tijde van De Planckaerts eens op schoolreis ging naar Pairi Daiza. Daar liep toevallig ook een Vlaamse school rond: die leerlingen kwamen prompt achter mij aan. Mijn Waalse klasgenootjes waren in shock toen iedereen een handtekening of foto kwam vragen. Ik kreeg het meteen benauwd – dat waren te veel prikkels voor een 13-jarig meisje – en ik dacht: ‘Als het elke dag zo is, laat het dan maar.’”

Naar Zanzibar

Er was de laatste jaren én corona én afstandsonderwijs. Hebben jullie kinderen geen leeftijdsgenoten gemist?

Van Houtte: “Het grote voordeel is dat onze kinderen altijd elkaar hebben. Iluna en Noa zijn beste vrienden, Mageno en Devon ook. Zelfs wanneer we in België zijn, wijken ze niet van elkaars zijde.”

Planckaert: “Ik kan niet ontkennen dat Iluna weleens naar school wilde, maar nu ze daar weer is, komt ze zuchtend thuis: ‘Pff, was het dat maar?’ Alles was al die tijd hetzelfde gebleven, en ze had het gevoel dat ze met thuisonderwijs veel meer informatie kon verwerken. Op school vraagt ze zich soms af wat ze in een uur tijd nu precies gedáán heeft.”

Van Houtte: “Noa heeft exact hetzelfde. In de eerste weken dat ze terug naar school ging, wilde ze liever thuisstudie doen.”

Planckaert: “Door thuisonderwijs zijn de kinderen veel dankbaarder geworden voor onderwijs in het algemeen. ‘De leerkracht staat er om ons iets bij te leren,’ zei Iluna, ‘maar sommige medeleerlingen lachen hem vierkant uit.’ Dat kan er bij haar niet in.”

Je maakte met Iluna het programma Onverwacht over tienerzwangerschappen en onderwerpen zoals masturbatie. Straf: de gemiddelde tiener zou bij de gedachte aan haar masturberende moeder krijsend de kamer uit lopen.

Planckaert: “(lacht) Je mag dat raar vinden, maar wij kunnen het zelfs aan de keukentafel uitgebreid hebben over masturbatie. Waarom niet?

“Iluna heeft zich altijd afgevraagd hoe het voor mij was om zo vroeg zwanger te worden. Ik voelde aan dat er over dat onderwerp nog veel te zeggen viel. Anticonceptie, seks, verliefdheid... Daarover zit toch iedereen op die leeftijd met vragen? En op latere leeftijd: ik heb ook nu nog veel bijgeleerd over anticonceptie.”

Bij de Planckaerts waren voorbehoedsmiddelen vroeger uit den boze, las je vaak.

Planckaert: “(beslist) Niet waar. Die uitspraak is lang geleden uit de context gerukt. Mijn ouders zijn weliswaar geen experts: de enige anticonceptiemiddelen die ze kennen, zijn het condoom en de pil.”

Van Houtte: “Ik heb óók bijgeleerd dankzij het programma, hoor. Ik heb gekeken met Noa en na afloop vroeg ik haar welk voorbehoedsmiddel zij zou kiezen, eens het zover is. ‘Het staafje’, zei ze beslist. Top: nu weet ze dat.”

null Beeld vrt
Beeld vrt

Jullie praten vrijuit mét jullie kinderen. Ik denk dat veel ouders vooral tégen hun kinderen praten.

Planckaert: “In alle relaties hoor je toch een zekere nederigheid aan te nemen als je een goede band wilt opbouwen? Om ruimte te laten voor de ander zijn gedachten? Om hun mening serieus te nemen? ‘Je weet niet wat je zegt, je bent nog te jong’: ik heb dat zelf vaak gehoord, ik was namelijk een oliedomme tienermama. (lachje) Dat heeft er bij mij toch wel ingehakt, waardoor ik mezelf heb beloofd een tiener nooit zo te behandelen.

“Je mag daarin ook niet overdrijven, natuurlijk. Laat het duidelijk zijn: ik wil niet de beste vriendin zijn van mijn dochter. Dat mag niet mijn rol zijn.”

Leren jullie weleens iets bij van hen?

Planckaert: “Voortdurend! Iluna is één brok meningen, zeer uitgesproken en very very woke. Ik vind dat fantastisch: zij kan met pleidooien komen die mijn visie op de dingen oprecht veranderen. Over genderneutraliteit, het gevaar van hokjesdenken, jezelf heruitvinden... En terwijl zij raast, rolt Mageno, de jongen-jongen, met zijn ogen. (lacht)

Van Houtte: “Ik zit ook met zulke tegenpolen. Echte tieners: ik ben blij dat ik die dynamiek van zo dichtbij mag meemaken.”

Nu leven jullie als één grote familie bij elkaar. Hoe groot is de kans dat jullie kinderen later, met de gezinnen die zij zullen stichten, ook in het ouderlijke nest zullen blijven?

Planckaert: “Daar heb ik nog niet over nagedacht. Dat hangt van hén af, hè? Ik ben geen matriarch die zegt: ‘Je moet hier blijven, want ík woon hier!’ Nee nee, van mij mogen ze in New York gaan wonen, of in Zanzibar.”

Van Houtte: “(knikt) Zolang ze maar gelukkig zijn. Onze zonen willen bijvoorbeeld allebei coureur worden. Wij zullen vaak ons hart moeten vasthouden als we langs de kant staan. Maar dat betekent niet dat wij die jongens daarom in hun dromen moeten belemmeren. Die zijn van hén en die moeten we koesteren.”

Naast de wasmand

Is de relatie met jullie wederhelften even rooskleurig? En kunnen jullie bij elkaar terecht als het even wat minder gaat?

Planckaert: “Dat zou zeker kunnen, maar het is nog nooit aan de orde geweest. Pas op, wij kunnen ons gewéldig ergeren aan onze mannen. Maar aan ons fundamentele geluk is nog nooit gemorreld geweest.”

Hoelang zijn jullie nu samen?

Planckaert: “20 jaar.”

Van Houtte: “Wij 21!”

Planckaert: “What the fuck? (lacht) En wij zijn géén geitenwollen sokken, hè, wij zijn normale mensen. Weet je wat het geheim is? Je moet je niet vastklampen aan een belofte die je gedaan hebt op je 13de, maar elke dag bewust voor elkaar kiezen. Ik ben tegen het juk van de routine: een relatie moet een relatie blijven, geen samenwerking in gezinsverband.”

Wat zijn de beste eigenschappen van Francesco en Christopher als vader?

Van Houtte: “(blaast) Zij zijn het volledige pakket.”

Verdacht perfect, vind ik.

Planckaert: “Dat vind ik ook, en dan begin ik soms kleine kantjes van Christopher uit mijn duim te zuigen, gewoon om mensen gerust te stellen. (lacht) ‘Hij gooit soms een handdoek naast de wasmand!’”

Van Houtte: “Ik vind het mooi om te zien hoe open Francesco is: de kinderen weten dat ze bij hem terechtkunnen voor alles. In zijn vrije tijd is hij altijd met hen bezig, ze spelen muziek samen, ze gaan fietsen...”

Wie is de emotioneelste Planckaert, Francesco of zijn vader?

Van Houtte: “Eddy dan toch, denk ik.”

Planckaert: “Eddy is een héél emotionele mens. Altijd al geweest. Hij kan extreem blij zijn en ook intens droevig. En op die momenten is Francesco de schouder waarop hij kan leunen. Francesco zal nooit hysterisch of paniekerig zijn: hij staat pal. Francesco is iemand die anderen graag spaart, ook als hij achteraf dan zelf iets moet verwerken.”

De diepe gesprekken met je dochter, heb je die ook nog met je vader? Niet per se over masturberen.

Planckaert: “(lacht) Dat is een band die evolueert. Vroeger, toen ik nog een tiener was, was die band opener en intenser. Op dat moment was hij de eerste en de enige met wie ik zulke diepe gesprekken had. Ik heb daar veel uit geleerd. Maar nu zijn de één-op-éénmomenten met mijn papa schaarser. Misschien wil ik hem sparen. Als volwassene wil je je ouders niet belasten met je zorgen.”

Komt hij weleens met zijn zorgen naar jou?

Planckaert: “O ja, die kwetsbaarheid hebben mijn ouders wel. Als er iets is, dan komt het er altijd uit. Dan bellen Francesco en ik eens, en dan regelen we een etentje om wat te babbelen.”

Van Houtte: “Net als in elke familie is het niet altíjd rozengeur en maneschijn, hè? Er is altijd wel iemand die het even wat moeilijker heeft. En dan wordt er geluisterd.”

Eddy zei eens in Château Planckaert: ‘Als het kasteel gerenoveerd is, stop ik met nieuwe plannen te maken.’ Geloven jullie dat?

Planckaert: “Ik denk wel dat er waarheid in zit. Papa zal nooit iemand zijn die met een kaartspelletje in de zetel hangt, maar plannen van die omvang zie ik hem niet meer maken. Mijn mama wil ook weleens relaxen. Die mensen zijn straks 70 jaar, hè? Ergens merk ik dat hij eindelijk tot rust aan het komen is.”

Voelt Château Planckaert voor hem ook aan als een soort genoegdoening? Ten tijde van De Planckaerts was het leven niet makkelijk voor jullie. Junior zei daarover: ‘We zijn nooit iets tekortgekomen, maar de curator kwam wel onze inboedel inventariseren, en mensen stuurden ons enveloppen met briefjes van 5 euro, zodat we eten konden kopen.’ Nu floreert het geslacht Planckaert, en stralen jullie familiegeluk uit.

Planckaert: “Ik vind het soms vreemd dat mensen maar twee dingen hebben onthouden van De Planckaerts: de tienerzwangerschap en de armoede. Terwijl het zoveel meer was! Als je die twee dingen eruit filtert, dan zie je toch nog altijd een gezin dat prachtig aan elkaar hangt en geweldig z’n best doet? Zo zijn wij nu nog. We hebben het beter nu, maar de essentie blijft dezelfde.”

Van Houtte: “Bij ons willen de mensen niet binnenkijken omdat ze willen checken welke designerstoelen wij hebben staan, zoals bij veel ‘echte’ realitysterren. Nee, ze willen binnenkijken omdat wij herkenbaar zijn: ondernemers die hun best doen en verder heel Vlaamse waarden aanhangen – hard werk, nuchterheid, kalmte.”

Is dat waar jullie het overrompelende, aanhoudende succes van Château Planckaert aan wijten?

Planckaert: “Mochten we daar een sluitende verklaring voor hebben, dan zouden we ons recept voor miljoenen kunnen verkopen. (lacht) Ik weet het echt niet. We zijn superblij dat we mensen raken. Het grootste compliment dat we krijgen, is dat kijkers bewuster omgaan met hun familie. Dan zeggen ze: ‘Ik heb mijn moeder gebeld, want ik had haar al heel lang niet meer gehoord.’ Potverdekke. Dat is toch... wauw?”

Van Houtte: “Ik hoop dat de populariteit ermee te maken heeft dat wij oprecht zijn. Wij verbergen niets. What you see is what you get. In het derde seizoen laten we volgens mij meer dan ooit in ons hoofd en in ons hart kijken. We hebben gesprekken die de modale Vlaming niet zomaar aan de neus van heel Vlaanderen zou hangen, over het leven, over onze twijfels...”

Planckaert: “De camera mag nog net niet mee onder de douche. (lacht)

Als je een Planckaert bent, dan zien veel mensen je als één van de Planckaerts vooraleer ze je zien als individu. Stoort dat?

Planckaert: “Wij zijn één geheel, dat is zo. Maar daarbinnen blijven we individuen, met onze eigen meningen, wensen en gedachten. Als iemand van ons de behoefte zou voelen om andere dingen te doen, om uit het nest te vliegen, dan kan dat op gelijk welk moment. Wij zijn geen sekte, hè? We hebben geen leider en we zijn geen schapen. Iedereen geeft zijn eigen richting aan. Er is gewoon héél weinig dat onze nestwarmte kan overtreffen, dus blijven we samen.”

Geen leider, zeg je, maar is de leider niet gewoon Eddy?

Planckaert: “Echt niet. Mijn ouders hebben natuurlijk wel iets uit de grond gestampt, dat is hun verdienste. Maar de dag dat wij actief zijn geworden in de familiezaak, meer dan twaalf jaar geleden, heeft mijn papa meteen gezegd: hier, trek er uw plan mee. De chalets en de chambres d’hôtes, dat is helemaal de tak van Magali en mij. De tak van mijn vader is het houtverwerkingsbedrijf, Francesco is de technieker en de strategist, enzovoort. Met al die takken samen vormen wij één weelderige boom. (lachje)

Eddy zei ooit: ‘Het leven gaat niet over de Ronde van Vlaanderen winnen. Het gaat over het niet te warm of te koud hebben, eten en drinken, een lichaam dat behoorlijk functioneert, en de liefde van de mensen rond je.’ Hoeft daar nog iets aan te worden toegevoegd?

Van Houtte: “Een afgewerkt kasteel, hooguit. (lachje) Nee, Eddy heeft dat heel goed gezegd.”

Planckaert: “Dat kán hij toch, hè? Eigenlijk is mijn papa altijd al – meer nog dan een goeie coureur – een kunstenaar en een filosoof geweest.”

Château Planckaert, zondag om 20 uur op Eén.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234