Woensdag 14/04/2021

Er is geen geld om kinderarmoede niét aan te pakken

null Beeld kos
Beeld kos

"Inkomensafhankelijke kinderbijslag: goed bedoeld, maar niet goed genoeg", vindt Jan De Maeseneer, professor Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg aan de Universiteit Gent. De stellingen in dit opiniestuk zijn voor rekening van de auteur.

Enkele weken geleden komt een vrouw op de raadpleging in de huisartspraktijk: voor de zesde keer zwanger en onmiddellijk denk ik aan de problemen in het gezin gedurende de voorbije jaren in verband met de opvoeding van de kinderen. De vrouw maakt duidelijk dat de kinderbijslag essentieel is om het veel te lage gezinsinkomen aan te vullen. Dit geeft stof tot nadenken: een 'hogere kinderbijslag voor arme kinderen', zoals nu wordt voorgesteld, zou wel eens onverwachte effecten kunnen hebben, en het risico bestaat dat de hogere kinderbijslag verdwijnt in de put van de armoede van het gezin. Als het bestaansminimum onvoldoende is om een menswaardig leven te leiden, moet men dit niet 'oplappen' via een inkomensafhankelijke kinderbijslag, maar moet men het bestaansminimum zelf verhogen - bijvoorbeeld tot het niveau van de Europese armoedenorm.

Kinderarmoede is een complex probleem en de voorstellen die minister Ingrid Lieten (sp.a) daarover doet, verdienen een ernstig debat zoals Bart Eeckhout schrijft (DM 29/6). Hoe zou men de middelen beschikbaar voor kinderen op een doelgerichte en gevarieerde manier kunnen inzetten?

Uitgangspunt vormt één, voor iedereen gelijke, universele basiskinderbijslag. Binnen de huidige demografische ontwikkelingen in de wereld (met 7 miljard bewoners) is het belangrijk een verantwoorde gezinsgrootte te stimuleren, wat betekent dat men - in tegenstelling tot de actuele situatie - voor elk kind, ongeacht de rangorde, eenzelfde bedrag ontvangt, dat leeftijdsafhankelijk kan zijn. De kinderbijslag dient niet als compensatie voor ontoereikend inkomen, maar voor de meerkost van de zorg voor een kind. Voor kinderen met bijzondere zorgbehoefte (handicap, chronische ziekte...) kan dit basisbedrag - zoals vandaag het geval is - verhoogd worden.

Een tweede deel van de middelen moet ingezet worden om de hinderpalen, die momenteel de mogelijkheden tot ontwikkeling voor kinderen en hun ouders in kansarme gezinnen hypothekeren, weg te werken. Een typisch voorbeeld is hier om voor de ouder(s) kinderopvang beter toegankelijk te maken (via een systeem waarbij zij beschikken over cheques die recht geven op kinderopvang). Op die manier kunnen ouders deelnemen aan vorming, aan tewerkstelling, aan sociale participatie, wat op zijn beurt weer bijdraagt tot sociale verankering en meer kansen creëert voor de kinderen door een toename van het "sociaal kapitaal" van het gezin. Ook de bestaande systemen om toegang tot de school, tot sportbeoefening, jeugdbeweging... te garanderen dienen versterkt.

Een derde deel van de middelen kan worden ingezet voor werkzame en universeel toegankelijke vormen van preventieve gezinsondersteuning: opvoedingsondersteuning en -begeleiding, inloopteams, aanklampende zorg in risicogezinnen (om de spiraal kind-plaatsing-kind-plaatsing... te doorbreken).

De 'Huizen van het Kind' die in Vlaanderen opstarten, kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Opvoedingsondersteuning, stopt niet op drie of zes jaar, maar dient beschikbaar te zijn tot de leeftijd van achttien jaar. Deze ondersteuning moet gezinnen helpen bij het realiseren van de essentiële vereisten voor ontwikkeling: voeding, kleding, veiligheid, stimulansen tot leren,... Hierbij moet maximaal worden ingezet op het versterken van de eigen mogelijkheden van het gezin.

Deze ondersteuning start best al voor de geboorte, en hier zijn kansen: momenteel zijn de opleidingen vroedkunde in de hogescholen erg populair. Vermits de prenatale periode zo belangrijk is, zou men vanuit de 'Huizen van het Kind', binnen de eerste lijn, in samenwerking met de huisartsen, gezinszorg, thuisverpleging, Kind & Gezin, Centra Algemeen Welzijnswerk, OCMW,... vroedkundigen kunnen inzetten voor de begeleiding tijdens de zwangerschap van maatschappelijk kwetsbare vrouwen om op die manier maximale kansen voor moeder en kind te creëren.

Gezondheid vormt een wezenlijke dimensie in de aanpak van kinderarmoede. Een toegang zonder financiële drempels voor alle kinderen tot de huisarts, de eerstelijnszorg en tot noodzakelijke geneesmiddelen is essentieel. Bovendien moeten artsen zorgvuldig omgaan met labels als ADHD,... en de kinderarmoede niet 'medicaliseren' door van elke lastige kant een psychische stoornis te maken.

Globale aanpak
Het uitroeien van kinderarmoede vormt een ethische toetssteen voor de kwaliteit van onze samenleving: het is goed dat de minister hiervoor prioritaire aandacht vraagt, zeker, en vooral in tijden van crisis. Hebben we het geld hiervoor? Het antwoord is: we hebben niet het geld om kinderarmoede niet aan te pakken. Onderzoek van het 'Centrum voor de Ontwikkeling van het Kind' aan de universiteit van Harvard (VSA) heeft aangetoond dat elke dollar geïnvesteerd in interventies naar kwetsbare kinderen in de eerste levensjaren, resulteert in een besparing voor de overheid van 4 tot 9 dollar in de toekomst door minder nood aan remediëring op het vlak van welzijn, gezondheid, onderwijs en criminaliteit.

Ten slotte: kinderarmoede bestaat omdat er gezinnen zijn die in armoede leven. Daarom is actie op verschillende fronten noodzakelijk: uitkeringen, kinderopvang, opvoedingsondersteuning en gezondheidszorg. Door een globale aanpak en samenwerking tussen alle betrokkenen, kunnen we hier een verschil maken, en op deze wijze onze maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de volgende generatie(s) opnemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234