Donderdag 17/10/2019

'Er is een verwantschap tussen ons'

Eerste voorwaarde om vanavond een prestigieuze Libris of zondag een Fintro Literatuurprijs te winnen: een straf boek schrijven. Dat hebben Lize Spit en Jeroen Olyslaegers gedaan. Al de rest is afwachten. Ondertussen kunnen we het wel hebben over hun metier.

Wanneer ben je een Vlaming? Wat een vraag. En dan die antwoorden. Soms ben je er al een omdat je het in een wedstrijd opneemt tegen Nederlanders. Zoals nu. En dus zeggen we dat deze woeste man met baard en deze frêle vrouw met lippenstift de twee enige Vlamingen zijn die een kans maken om zowel de Libris Literatuurprijs (vanavond) als de Fintro Literatuurprijs (14 mei) te winnen. Als de lovende recensies voor Wil en Het smelt een graadmeter zijn, kunnen Jeroen Olyslaegers en Lize Spit alleen maar ja antwoorden op de vraag of ze die prijzen ook gaan winnen. Toch? Er valt een stilte. "Goh", zeggen ze dan tegelijk. Daar moeten ze om lachen.

Olyslaegers: "Je hebt zelf geen vat op wat er zal gebeuren. Of je wint of niet hangt af van een godin die met wat dobbelstenen gooit, meer niet. Maar ik wíl wel winnen. En ik wil ze allebei winnen."

Spit: "Ik uiteraard ook. Anderzijds zou ik het op dit moment niet erg vinden als ik niet win. Het is wat veel aan het worden voor mij."

Olyslaegers: "In jouw situatie zou ik misschien hetzelfde denken, maar het parcours van mijn boek is helemaal anders. Mijn boek is nog in volle expansie, ik ben ervan overtuigd dat er tienduizenden lezers zijn die het nog niet kennen. Het is sowieso erg moeilijk geworden om een boek voor langere tijd zichtbaar in een boekhandel te laten liggen. Die tijd probeer je zo lang mogelijk te rekken door overal te gaan praten over je boek. Een schrijver is een handelsreiziger. De aandacht die met zo'n literaire prijs gepaard gaat, kan ik dus heel goed gebruiken."

Jullie zijn allebei actief op sociale media. Moet je als schrijver jezelf en je product in de kijker zetten?

Spit: "In het begin vermeldde ik op Facebook altijd als er een nieuwe druk was van Het smelt. Maar ik ben daarmee gestopt. Het enige wat ik nog op Facebook post, zijn mijn columns voor De Morgen. En zelfs dat doe ik niet meer elke week. Ik begin het lastig te vinden om telkens weer goed nieuws te verkondigen. Ik voel bijna gêne tegenover mensen die ook succes verdienen, maar het niet hebben. Op den duur gaan mensen misschien denken: 'Daar is ze weer met haar geluk.'"

Wat jullie hoofdpersonages gemeenschappelijk lijken te hebben, is dat ze ook maar wat proberen om te gaan met de poel van ellende waarin ze terechtgekomen zijn.

Olyslaegers: "Er is inderdaad een verwantschap. Ik denk dat we allebei houden van genuanceerde personages en het strikte onderscheid tussen goed en kwaad wantrouwen. Misschien boren we bewust of onbewust wel onze tijdsgeest aan. We zijn omgeven door mensen, instanties en berichten die heel goed lijken te weten wat wit is en wat zwart is. Maar we weten allebei dat de werkelijkheid genuanceerder is dan dat. En misschien hebben mensen nu wel net behoefte aan die nuances."

Spit: "Het verschil zit in de manier waarop onze personages contact zoeken met de lezer. Wil, het personage van Jeroen, wil eigenlijk erkenning voor de fouten die hij heeft gemaakt, terwijl mijn hoofdpersonage Eva de gebeurtenissen heel erg naar zichzelf toetrekt. Zij schermt zich af, terwijl Wil zich eigenlijk openstelt."

Olyslaegers: "Wat ik heel knap vind, is dat jij zo goed kunt plotten, Lize. Het verbaast me niet dat jij filmstudies hebt gedaan. Zelf ben ik pas vanaf Wij, het eerste boek van mijn trilogie, beginnen na te denken over een plot."

Spit: "Een plot geeft je als schrijver een groot houvast. En het vereist een grote vakkundigheid, vind ik. Toch wordt er vaak neerbuigend gedaan over spannende boeken."

Olyslaegers: "Onterecht. Jaren geleden ben ik Stephen King beginnen te lezen, en dat is fantastisch."

Spit: "Soms was de reactie bij mijn boek: 'Het leest té vlot, is het dan wel literatuur?' Literatuur blijft voor sommigen toch iets waar je je doorheen moet worstelen. Ik krijg vaak te horen dat ik een heel filmisch boek heb geschreven, maar dat doet afbreuk aan de literaire waarde ervan, vind ik. Vaak klinkt het alsof het 'maar' een trukendoos is die ik heb bovengehaald. Maar plotgericht schrijven is een metier."

Olyslaegers: "Het is absoluut een metier. Ik heb er heel veel respect voor, hoewel ik dus van een totaal andere kant kom. Eigenlijk heb ik nu pas ontdekt waarom ik op mijn twaalfde al schrijver wilde worden. Omdat ik net zoals iedereen in mijn familie verhalen wilde vertellen. Maar dan studeer je Germaanse Talen aan de universiteit en kom je met een heleboel theorieën in aanraking. Ik heb er veel geleerd over vertelstrategieën en deconstructie, maar de kunst van het vertellen heb ik zelf moeten verwerven."

Spit: "Ik weet niet of je kunt leren om een plot te schrijven. Ik denk dat het toch iets is wat je in je hebt of niet. En dan nog kan het mislukken. Ook al had ik mijn hele plot op de muur in mijn kantoortje staan toen ik begon te schrijven, ik wist niet zeker dat er een roman zou uitkomen."

Olyslaegers: "Had jij echt de hele structuur op voorhand uitgedacht?"

Spit: "Er hingen zestig kaartjes aan mijn muur. Twintig kaartjes voor elk van de drie verhaallijnen. Ik zou niet zomaar kunnen schrijven en denken: 'Ik zie wel waar ik uitkom.'"

Olyslaegers: "Ik had op voorhand wel drie delen in mijn hoofd. Ik wist ook hoe het eerste deel zou eindigen, en ik wist dat er in het derde deel een rekening moest worden gepresenteerd. Maar mijn personages groeiden en ontwikkelden zich wel terwijl ik aan het schrijven was."

Spit: "Als jij je zo hard had vastgepind als ik, zou dat jouw personage in de weg hebben gestaan. Omdat hij echt een verteller is. Mijn boek is gebaseerd op het plan dat Eva wil uitvoeren, jouw Wil stort zijn hart uit, dat is iets anders."

Olyslaegers: "Klopt. Ik ben wel blij dat we het eens over het ambacht hebben. Het gebeurt veel te weinig dat schrijvers onder elkaar praten over het schrijven."

Jullie verschillen een aantal decennia in leeftijd, maar van de smeerlapperij zijn jullie beiden niet vies. Een verkrachtingsscène hier, een martelscène daar: het lijkt alsof jullie allebei eerder een donker mensbeeld hebben. Of leid ik dan te veel uit jullie boeken af wie jullie als mens zijn?

Olyslaegers: "Bij mij leid je het te veel af. Ik ben iemand die vrij positief en optimistisch in het leven staat. Juist daarom zoek ik de donkere kant op in mijn schrijven."

Spit: "Jij bent een activist, en die zijn meestal hoopvol."

Olyslaegers: "Ik ken toch veel activisten die verbitterd en ongelukkig zijn. Maar jij staat toch ook hoopvol in het leven, Lize, of niet?"

Spit: "Ik denk het wel. Hoewel, Eva is echt een deel van mezelf. Zij is mijn donkere kant, die heel aanwezig is. Ik weet dat het anders lijkt, maar ik ben niet de meest vrolijke persoon. Ik worstel vaak met de zwaarte."

Olyslaegers: "Mijn publieke perceptie is helemaal anders. Mijn woede over politieke en maatschappelijke toestanden, die ik op Facebook ventileer, verwarren mensen met zwaarte. Maar mijn woede is eigenlijk heel vrolijk. Ik vind het gewoon fijn om commentaar te geven. Weet je, ik heb een zoon, en een cultuurpessimist moet niet aan kinderen beginnen, vind ik. Sinds ik vader ben, zijn mijn cynisme en bitterheid dus stelselmatig gedaald. Ik hou ook heel erg van mensen. Maar dan met al hun kanten. Dat is toch meer liefde dan haat, denk ik."

Niet elke schrijver is een activist. Onlangs zei een jonge schrijver me dat hij niet begreep waarom journalisten hem altijd bellen om commentaar te geven op actuele en politieke gebeurtenissen. 'Ik heb daar niets over te vertellen', zei hij. Is de tijd voorbij waarin een schrijver per definitie een intellectueel was?

Spit: "Er zijn nog altijd schrijvers die over veel zaken een gefundeerde mening kunnen geven, maar niet iedereen is zo. Ik word zelf ook vaak gebeld om commentaar te geven. Trump die werd verkozen, verkiezingen in Frankrijk, graffitikunst in Brussel: 'Wat vind je ervan, Lize?' Maar jongens, ik ben geen politicoloog, en ook geen graffitikunstenaar. Blijkbaar moet je als schrijver over alles een mening hebben en alles weten. Dat is best intimiderend. Ik weiger het meestal, maar ik heb me vaak afgevraagd: schiet ik daarin tekort? Moet ik dan meningen van anderen gaan lezen om daar mijn eigen punt op te gaan baseren? Want zo gebeurt het vaak. Nu ja, misschien kan ik over twintig jaar wel ronkende verklaringen afleggen over presidentsverkiezingen in Frankrijk, omdat ik dan pas heb gezien hoe het allemaal is veranderd. Ik ben nog maar 28, het is pas sinds een jaar of acht dat ik echt naar de wereld kijk. Voordien was ik vooral met mezelf bezig."

Olyslaegers: "Zoals jij al hebt geweigerd om commentaar te geven, heb ik al verschillende keren geweigerd om in een tv-studio te praten over armoede. Ze komen dan bij mij terecht wegens de reputatie van de schrijver die zich engageert, maar ik ben geen expert, en ik kom uit een middenklassegezin, hoe kan ik dan iets zinnigs over armoede zeggen? Dat het een goede manier zou zijn om mijn boek in de aandacht te brengen? Jezus nee, dat vind ik immoreel. Als ik op tv kom, wil ik ofwel over mijn boek spreken, ofwel over iets waar ik ook echt veel van afweet. Meedoen aan een onnozele quiz in de hoop dat mijn boek meer zou verkopen, dat zou ik niet aankunnen."

Jij bent het afgelopen anderhalf jaar wel overal geweest, Lize, tot modeshoots in de kranten toe.

Spit: "Toch was het altijd gekaderd in wat ik doe. Een shoot met de twintig vrouwen van 2016, bijvoorbeeld, of een shoot over schrijvers en kunst. Ik ga echt niet overal op in. Meermaals hebben merken me al geld aangeboden in ruil voor product placement op sociale media, maar daar zeg ik altijd nee tegen. En ik ben het eens met wat Jeroen zegt. Als ik mijn bekendheid uitleen voor een project dat ik wil steunen, en ik praat daarover op tv, dan vind ik het ongepast om ook te praten over het tweede boek dat ik aan het schrijven ben. Zo opportunistisch ben ik niet."

Aan succes zit ook een keerzijde. Een paar maanden geleden verscheen er een vrij vernietigende recensie over Het smelt van schrijver Christophe Van Gerrewey. Hij begreep niet waarom je boek zo'n succes is geworden, wegens een overdaad aan taalfouten en rare gebeurtenissen. Wat...

Spit: (onderbreekt) "Ai, die recensie. Ik heb ze niet meteen helemaal gelezen. Omdat ik het te moeilijk vond. Maar ik heb wel een deel gezien waarin hij alle gruwelijke scènes opsomt en daaruit concludeert dat het boek een overdaad aan miserie bevat. Maar komaan, voor elk boek kun je zo'n optelsom maken. Ach kijk, ik schiet al meteen in de verdediging. (lacht) En je wou nog iets vragen."

Ik wou vragen wat dat met een schrijver doet. Het standaardantwoord is dan: 'Ik trek het mij niet aan', maar is dat wel zo?

Olyslaegers: "Negatieve recensies trek je je altijd aan. Het is simpel: aanvankelijk wil je zo'n gast op zijn gezicht slaan. Na een uur weet je natuurlijk dat dat fout is. Maar ze zijn bezig over je kind. Soms word je ook om de verkeerde redenen aangevallen. Je hebt mij niet nodig als ridder, Lize, maar dat stuk van Van Gerrewey was gebaseerd op het feit dat je boek succes heeft, en je kunt een auteur niet verwijten dat hij wordt gehypet, want dat heeft hij zelf niet in de hand. Iemand die dat argument gebruikt, toont alleen maar zijn eigen leegte."

Spit: "De recensie verscheen een jaar nadat het boek is uitgekomen, en bekritiseerde inderdaad de inhoud op basis van het succes. Dat klopt niet helemaal, vind ik. Maar ik kan eerlijk zeggen dat het pijn deed. In het begin geloofde ik ook heel hard dat wat hij zei waar was. Na een paar dagen werd ik toch kwaad. Ik herinner me dat ik in bad zat en ineens dacht: 'Godverdomme.' Toch heb ik de confrontatie met hem niet opgezocht. Voor mezelf ben ik nagegaan waarom ik mijn boek heb geschreven zoals ik het heb geschreven, en waarover Van Gerrewey gelijk had. Misschien had hij hier en daar wel een punt."

Over Wil wordt dan weer gezegd dat je eindelijk je grote roman te pakken hebt, en dat je vorig werk te wisselend was.

Olyslaegers: "Voor mijn theaterwerk ben ik ooit uitgemaakt voor een derderangs toogfilosoof, om drie jaar later door dezelfde recensent het grootste theatergenie ooit te worden genoemd. Ik wil maar zeggen: ik schrijf al 23 jaar, en met het ouder worden komt er stilaan ook eelt op de ziel. Er zijn twee dingen die je moet doen in dit land als je kunst maakt: volhouden en niet bitter worden. Al de rest is bullshit. Luister niet naar mensen die zeggen dat je dit of dat moet doen. Geloof in je eigen talent, doe voort, en weet ondertussen ook dat je een charlatan bent in het diepst van je gedachten. Een aansteller, een fooraap, een onnozelaar: je bent het allemaal. Maar degenen die volhouden, kunnen tenminste zeggen: 'Ik heb het gedaan.' Schrijvers en andere kunstenaars zijn mensen die hun nek uitsteken. Wij weten wat het betekent om dapper te zijn en vol te houden. Zij die aan de zijlijn staan en becommentariëren wat wij doen, weten dat niet."

Moet je als schrijver ook vechten tegen de angst of je nog wel iets kunt toevoegen aan alles wat al is geschreven?

Spit: "Ik heb daar mee geworsteld. En dan heb ik er wellicht nog minder last van dan andere schrijvers, omdat ik niet veel klassiekers heb gelezen of geen literatuurstudies heb gedaan. In dat geval had ik Het smeltnooit geschreven. Ik zou de arrogantie missen om te zeggen: 'Aan die stapel kan nog wel iets worden toegevoegd.'"

Olyslaegers: "Toen ik Lizes leeftijd had, zat ik heel diep in het werk van Louis Paul Boon. Dat was enorm verlammend. Ik kende dat werk vanbinnen en vanbuiten en ik dacht: 'Wat valt er hiernaast in godsnaam nog te schrijven?' Maar ik heb geleerd dat een verhaal je toch komt zoeken. Wil is gebaseerd op één proces-verbaal van een Antwerpse politieagent dat in de archieven is gevonden door Herman Van Goethem (rector van de universiteit van Antwerpen, SMU), en waarover hij heeft verteld op een plek waar ik toevallig was. Het verhaal kwam dus gewoon op mijn deur kloppen, en ik heb de deur geopend."

Jullie zijn nu genomineerd voor die twee joekels van prijzen. Wordt de grens met hoogmoed soms dun? Bestaat de kans dat je een trut of een eikel wordt?

Spit: "Ik vind niet van mezelf dat ik veranderd ben. Ik zeg het ook tegen mijn vrienden: 'Als ik een diva word, moet je mij kletsen geven.' Ik heb ook geen manager. Mensen kunnen mij nog altijd direct bereiken via Facebook of mail of telefoon."

Olyslaegers: "Ik denk niet dat ik allures heb. Behalve als het hierover gaat: ik kan er echt niet tegen dat ze mijn naam verkeerd schrijven. De fuckers die een h achter de g schrijven in mijn achternaam: burn in hell, echt waar."

Spit: "Ach Jeroen, zelfs mijn simpele naam schrijven ze soms nog verkeerd. Weet je wat er onlangs in een krant stond? Lize Split!" (hilariteit)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234