Dinsdag 11/05/2021

Theater

"Er is een tijdperk voor en na Marc Dutroux"

Simon De Vos in het decor van Le grand cirque: 'We noemen niemand bij naam.' Beeld Jonas Lampens
Simon De Vos in het decor van Le grand cirque: 'We noemen niemand bij naam.'Beeld Jonas Lampens

Ego's. Hoogmoed. Structuren die zonodig in stand moesten worden gehouden, ook al bleek dat achteraf ten koste te zijn gegaan van vier jonge levens. Twintig jaar na de zaak-Dutroux regisseert Simon De Vos (34) Le grand cirque: "We hebben geprobeerd elk personage met een zeker mededogen te benaderen."

Een muur van vermolmde archiefkasten, een paar oude IBM-beeldschermen, metalen papieremmers, een faxmachine. In Le grand cirque, dat zaterdag in première ging in de KVS, komt het politiecommissariaat ten tijde van de zaak-Dutroux na twintig jaar terug tot leven. De Algerijnse auteur Mohamed Kacimi (60) kreeg in 2013 van de KVS het verzoek om aan de slag te gaan met het meest Belgische en tegelijk het minst voor fictionalisering vatbare van alle thema's. De zaak-Dutroux.

"Het is lange zoektocht geweest naar de juiste stijl", zegt regisseur Simon De Vos. "Er zit een surreële inslag in die het onuitspreekbare van de absurditeit van de zaak accentueert. Zo gaat het niet louter over de zaak op zich, maar ook over een diepmenselijke tragedie."

De affiche lijkt een retake van De kolderbrigade aan te kondigen, maar de makers gaan vooral op zoek naar de mechanismen bij de politiemensen die verantwoordelijk waren voor een van de allerpijnlijkste hoofdstukken uit onze recente misdaadgeschiedenis, de geheime operatie-Othello. Belgische politiediensten die min of meer wisten waar de op 24 juni 1995 in Grâce-Hollogne ontvoerde Julie en Mélissa zaten en dat de dader Marc Dutroux heette, maar door aanhoudende non-communicatie een manier vonden om het alsnog te verknallen. De misser kostte de levens van Julie (8), Mélissa (8), An (17) en Eefje (19).

"Dat vond ik onvoorstelbaar", zegt Simon De Vos. "Dat één politiedienst, de rijkswacht, stiekem een dossier opstelt en alle gegevens monopoliseert, enkel in de hoop zelf met de pluimen te gaan lopen. Als je er met twintig jaar afstand naar kijkt, kun je niets anders denken dan dat Marc Dutroux al vijf keer opgepakt had moeten zijn voor hij het werd. Zoveel kansen die men heeft laten liggen. Het had te maken met non-communicatie, maar ook met ego's."

En een fax.
Simon De Vos: "Voor mij was dat een sprekend beeld. Die ene fax, over operatie-Othello, die nooit op zijn bestemming is gearriveerd. Omdat het papier in de machine op was. Omdat iemand de fax in een verkeerd vakje had gelegd."

Hoe factueel is het stuk?
"Als je het dossier goed kent, herken je meteen een aantal feitelijkheden. Voor ons was het belangrijk om elk personage met een zeker mededogen aan te pakken. Een figuur als René Michaux (rijkswachter die bij een huiszoeking in de kelder de stemmen van Julie en Mélissa hoorde, maar niets ondernam, DDC) is voor een aantal mensen direct herkenbaar. Ook hem proberen we met een zeker mededogen te benaderen. Ik vind niet dat het onze taak is om met de vinger te wijzen. Liever dan te focussen op de fouten, proberen we mensen als Michaux te begrijpen."

"Voor mij zat er vooral heel veel fout in de structuren en systemen van toen, met rivaliserende politiediensten die elkaar tot in het criminele aan het tegenwerken waren. Het ging om het in stand houden van structuren waarin mensen kunnen gedijen, waardoor ze ook de mogelijkheid krijgen om hun verantwoordelijkheid te ontlopen."

"Dat is niet iets van twintig jaar geleden, het speelt vandaag nog steeds: de zichzelf in stand houdende bureaucratie waar de beste mensen van weglopen omdat die hen niet toelaat hun werk goed te doen. In die zin is er niets veranderd."

Wat voor personages krijgen we te zien behalve Michaux?
"We noemen niemand bij naam. We hebben het algemener gemaakt. Het stuk begint bij het moment waarop Julie en Mélissa verdwijnen en eindigt wanneer Sabine en Laetitia gevonden worden. Het ouderpaar in het stuk staat symbool voor alle verdwenen meisjes, zonder dat we het zo benoemen. Daarnaast heb je een hoop figuren zoals Jean-Pol Legros, een rijkswachtcommandant uit Charleroi die betrokken was bij operatie-Othello. Vier acteurs spelen alles bij elkaar een twintigtal rollen van verantwoordelijken, onder wie ook onderzoeksrechter Doutrèwe. We willen geen dingen goedpraten, we trachten vooral de kleinmenselijkheid achter de personages van toen te laten zien."

Martine Doutrèwe, die al ernstig ziek was, is volgens haar collega's letterlijk gestorven aan de zaak-Dutroux.
(knikt) "René Michaux heeft zich dan weer doodgedronken. Op zeker ogenblik heeft Mohamed Kacimi me dat letterlijk zo gezegd: 'Ongeveer iedereen is kapot gegaan aan dat dossier.' Ja, je moet het je maar trachten voor te stellen, dat je daar als politieman in die kelder hebt gestaan, de stemmen van de kinderen hebt gehoord en dat dan bent gaan afblokken. Ik denk dat het iets vreselijks moet zijn geweest. Voor de ouders in de eerste plaats natuurlijk - zij zijn een speelbal geweest van een justitieel falen - maar daarnaast hebben zich andere tragedies afgespeeld."

Wij, media, verketterden Michaux destijds als meest onbekwame politieman ooit. Tot we tijdens het proces in de kelder mochten afdalen en ervoeren hoe waanzinnig klein die kelder was, hoe beklemmend en verwarrend de situatie voor hem moet zijn geweest.
"We hebben lang moeten zoeken naar hoe je omgaat met de feitelijkheid van zo'n dossier. We laten de figuur van Michaux zelf zijn verhaal vertellen, en we laten het hem ook beseffen, wat voor pijn en verdriet er daarna zijn gevolgd. Tegelijk staat hij voor mij symbool voor heel veel andere mensen."

In de donkerste dagen van 1996 gingen een boel zekerheden aan het wankelen. Ook het woord waarheid kon plots niet meer ongestraft worden gebruikt.
"Ik heb de documentaire van de Duitse journalist Piet Eeckman gezien. Hij ontwikkelde een soort complottheorie waarin verschillende getuigen in de zaak-Dutroux in verdachte omstandigheden om het leven komen. In het begin dacht ik dat alles draaide om een louter menselijk falen, maar hoe meer ik over feitelijkheden begon te lezen, hoe onvoorstelbaarder het verhaal werd. Het concept waarheid blijkt zeer ambigu te zijn."

"Er zijn zo veel zaken die we over dit verhaal niet weten. Die ook niet zijn blootgelegd. De dramaturg is gaan praten met de vader van Eefje, die nog elke dag met dat dossier bezig is en dan zegt: 'Hier ergens in, hiér zit de waarheid.' Het was lastig om uitgelegd te krijgen dat het ons niet zozeer te doen was om de waarheid. Het was niet de bedoeling om een historisch document te maken. We zijn op zoek naar het kleinmenselijke binnen dat systeem van verantwoordelijkheden. Want dat is best wel een verwarrend begrip. Wanneer kun je aangesproken worden op verantwoordelijkheid? Hoe kun je die ontlopen of doorschuiven? Er is ook een structuur die dat in de hand werkt, maar wie is daar dan verantwoordelijk voor? Want ook die structuur is opgezet door mensen."

null Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens

De Belgische ziekte. Die term kwam in 1996 ook altijd terug.
"Ja, en wat was dat dan? Ik ben overtuigd dat het thema universeler is dan we denken. Op zeker ogenblik is het verhaal wat gefictionaliseerd en laten we een rijkswachter aan de ouders vertellen dat hun dochters 'tegen Kerstmis' terug zullen zijn. De rijkswachter wordt dan op het matje geroepen bij zijn commandant en krijgt ervan langs, met het argument van: 'Denk ook eens aan ons, die ouders zijn ons aan het afbreken in de pers!' Dat was in werkelijkheid ook zo; die ouders vormden een directe bedreiging voor een structuur, voor dat vertrouwde commissariaat. In het stuk begint iedereen zich dan letterlijk vast te houden aan wat hij nog heeft. Zijn job, zijn functie, zijn kantoormeubelen."

Je was zelf vijftien toen de zaak losbarstte.
"Er is een tijdperk voor en na Marc Dutroux. Ik zat bij de scouts. Bij de leiding was er opeens angst over hoe je een kind nog mocht vastpakken en of je een kind nog wel op je schoot kon laten zitten. Voor ons is het spannend om te zien hoe een jonger publiek op dit verhaal gaat reageren. Ik geef theaterles aan veertienjarigen. Als ik er met hen over spreek, merk ik dat ze absoluut wel weten wie Marc Dutroux is en hoe gruwelijk de feiten zijn. Maar veel verder gaat het niet. Hij weet tot vandaag een soort mythe rond zijn persoon te creëren."

"Ik denk dat het Dutroux-trauma nog altijd niet is verwerkt. Dat merk ik gewoon al aan het feit dat we deze voorstelling maken en hoe moeilijk het is voor dit huis om hiermee om te gaan, ook al hebben ze Mohamed zelf om dit stuk gevraagd. Ja, hoe communiceer je? Je wilt in de eerste plaats vermijden dat je bij de ouders opnieuw dingen losmaakt en iedereen iedereen gaat beginnen bellen: 'Heb je dat gezien, een theaterstuk over de zaak-Dutroux!' Je voelt bij jezelf een behoefte om je te verantwoorden. We hadden het erover met een Franstalige actrice en die zei meteen: 'Ik ben tegen.' Per definitie. Ja, waarom moesten wij in godsnaam die beerput van twintig jaar geleden nog eens opengooien?"

De vorige poging om iets met dit thema te doen, was het boek van Kristien Hemmerechts over Michelle Martin. Ze kon wekenlang het huis niet meer uit.
"Ik zal me dan alvast voorbereiden. (lacht) Dit stuk gaat over de wanhoop waar al die personages in terechtkomen en bij momenten heeft dat bijna iets komisch. Dat is ook de verdienste van Kacimi, die er als buitenstaander naar kon kijken. Ik denk dat een Vlaamse schrijver er op een minder interessante manier mee zou zijn omgegaan. Het is nu net die grens tussen fictie en non-fictie die ik wil overbrengen. Het gaat over hoogmoed, verantwoordelijkheden en de absurditeit van kleinmenselijkheid. Het zijn de ingrediënten van een klassieke tragedie."

THEATER Le grand cirque tot 26/3 in KVS_Box, Brussel, kvs.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234