Zaterdag 27/02/2021

Er is een nieuwe Amerikaanse stadZe heet Tent City

Waar zijn de 1,27 miljoen Amerikanen gebleven die volgens de statistieken sinds de in augustus vorig jaar losgebarsten vastgoedcrisis uit hun woningen werden gedreven? Een deel van het antwoord is te vinden in Tent City, Zuid-Californië. 'Dit is nu een Amerikaanse realiteit. Mensen worden wakker in een tent, gooien water over hun hoofd en gaan werken.'

Dinsdagavond, iets na tienen. Vijf kleine silhouetten sluipen door het struikgewas. "Daar zul je ze hebben", grijnst Kevin Kjellesvik (51), lange baard, nog slechts een paar tanden. Hij gooit een houtblok op het vuur, staat op en begint te brullen, als was hij verwikkeld in een wild gevecht. Binnen 10 seconden baadt Kevin in het licht van de koplampen van een Securitaswagen. Hij wordt toegesproken per megafoon en maakt een verontschuldigend gebaar: "Alles oké hier, sorry! Het zijn die stemmen in mijn hoofd weer, you know." Zijn uitleg schenkt voldoening, de wagen rijdt door.

Het afleidingsmanoeuvre is gelukt. De kinderen van Tent City zijn ook nu weer ongemerkt de tentjes van hun ouders binnengeglipt. "Worden ze ontdekt, dan plaatst men ze in een instelling", zucht Kevin. "En dat willen we niet. Ik ben al zeven jaar dakloos, aan mij valt weinig te redden. Voor deze kinderen ligt het anders."

In Tent City zitten vele figuren als Kevin, zeker. Met zijn winkelkarretje, zijn lompen, zijn kartonnen doos en zijn zweetgeur. Wat dit kamp bijzonder maakt, zijn de goed gevulde buiken in kraakwitte T-shirts, de zonnebrillen, de geluiden van gsm's en opgeblonken fietsen rond tenten die niet zo lang geleden nog dienden voor vakanties. Voor één tent staat een stereoketen, voor een andere een staande klok. "Van mijn grootvader", zegt een klein tandeloos vrouwtje. "Ik heb vorige maand afstand genomen van al mijn spullen, behalve van die klok."

Wikipedia geeft bij de zoekterm Tent City een foto van een vluchtelingenkamp in Darfur. Dit is niet Darfur, dit is de stad Ontario, Zuid-Californië, 60 kilometer buiten Los Angeles.

"Het kamp ontstond vorige zomer omdat agenten het beu waren om elke dag dezelfde mensen te arresteren voor landloperij", zegt David Busch (52), ex-hippie, dakloos sinds 1992 en de officieuze burgemeester van Tent City. "Ontario kende tot dan toe geen daklozen. Er waren er wel een paar, maar je zag ze niet. Nu zaten we met een groep van dertig naast het museum. De politie stuurde ons naar deze plek, tussen de landingsbaan van de luchthaven en het spoorwegknooppunt van Amtrak. Ver buiten het zicht van, zoals de autoriteiten dat noemen, de tax paying residents. Nu, je kunt niet zeggen dat we onzichtbaar werden. Tegen de herfst waren we met tweehonderd, vorige maand met vierhonderd."

Op 18 maart viel een politiemacht het kamp binnen. Wie kon aantonen minstens tot voor kort in Ontario te hebben gewoond, kreeg een blauw polsbandje. Wie dat niet kon, kreeg oranje (twijfelgeval) of wit: ophoepelen. Het aantal tentbewoners daalde tot onder tweehonderd, maar zit daar nu alweer een eind boven. Volgens Brent D. Schultz, directeur van het Housing Department in Ontario, komt dat niet door de slechte economie, maar door zijn goedheid. "Dit is het enige daklozenkamp in Californië", zegt Schultz. "Toen we iedereen ondervroegen in maart, bleken er mensen tussen te zitten uit Milwaukee, Connecticut, Illinois, Texas, Oregon en Florida. Wij willen als stad best wel wat doen voor de daklozen, maar het is niet de bedoeling dat ze vanuit het hele land hierheen komen. Het liep uit de hand: alcohol, vechtpartijen, drugs. Er moest iets gebeuren."

Sinds het begin van de vastgoedcrisis, augustus vorig jaar, werden 1,27 miljoen Amerikanen uit hun huizen gezet wegens foreclosure: inbeslagname wegens wanbetaling. Het zijn meestal mensen die enkele jaren geleden via fabelachtig lage rentetarieven werden gelokt om royaal boven hun budget een woning te kopen, bij voorkeur in Californië of Florida. Voor elke Amerikaan daarbuiten zijn die staten synoniemen voor een zonnige zorgeloze oude dag. Wat de kopers onvoldoende werd verduidelijkt, was het risico van een variabele rentevoet. Met een vervijfvoudiging van het aantal foreclosures ten opzichte van 2007 en nu al één op de 204 eigenaars voor wie hetzelfde lot wenkt, is Californië een van de zwaarst getroffen staten.

Waar zijn al die 1,27 miljoen Amerikanen naartoe? "Goede vraag", beaamt Schultz, opeens iets minder minzaam. "Maar ze zitten níét hier. Dit heeft er niets mee te maken. Wij hebben van bijna alle mensen hier een profiel. Ik zeg u: er zit geen enkel geval van foreclosure tussen. Hebt u hier gezinnen met kinderen gezien? Nee toch?"

Tot zeven jaar geleden ging alles prima met Rod Cooley (47) en Patty Bell (58). Hij was dakwerker, had zijn eigen bedrijf. "Ik had twee Chevy's", zegt Rod. "Van die grote pick-ups. Ik had mensen die voor me werkten en er zat altijd 300 dollar in mijn achterzak. We zouden sparen en reizen." Toen werd Rods rijbewijs ingetrokken wegens een opeenstapeling van boetes. Hij kreeg de nodige som niet meteen bij elkaar. Zonder auto geen werk, zonder werk geen inkomsten.

"We verhuisden een paar keer, naar een steeds kleiner flatje", zegt Patty. "In januari werden we eruit gezet, we konden de huur al een poos niet meer betalen. Geen verband met de vastgoedcrisis? Yeah right. Tot een half jaar geleden konden mensen als wij nog een flat vinden. Meer dan een miljoen eigenaars die opeens huurder worden, dat heeft zijn gevolgen: de prijzen schieten omhoog. Wij vonden niks meer."

Naast het tentzeil heeft Rod met gevonden planken een barak gebouwd: slaapkamer. De boven het kampvuur gedroogde matras is naar binnen gesleept. Tot zijn niet geringe trots was dit een van de weinige constructies in het kamp die half februari de storm doorstonden. Nu legt Rod de laatste hand aan de douche, bestaande uit een plastic kist op wat moet doorgaan voor het dak. "Het geeft toch een ander gevoel, zo niet meer in een rij van tweehonderd te moeten aanschuiven voor een douche. Zie je dit? Ik heb een douchekop gemaakt van een plastic fles. Eens werkman, altijd werkman."

Patty hervatte enkele jaren geleden haar studies archeologie, in avondschool. "We geloofden dat er betere tijden zouden komen, dat we zouden gaan reizen. Je moet in jezelf geloven, zei ik altijd."

Een acuut probleem vergt een kordate aanpak.

Deze week, op maandagochtend, verjoegen agenten de bewoners op een 2,5 are grote grasstrook in het midden van Tent City. Een bulldozer schraapte al het afval van de grond, er werd een metalen afrastering gespannen en daarbinnen werden 140 fonkelnieuwe tenten neergezet. Er staan nu overal borden, met het reglement, met ingang van heden. Artikel 17 stipuleert dat 'luchtbuksen, machetes, raketlanceerders en aanverwante wapens NIET zijn toegelaten'. De bewoners van Tent City zijn meer begaan met het artikel dat zegt dat enkel mensen met een pasje toegang krijgen tot New Tent City. Zij daarbuiten, in hun slonzige tentjes, moeten zich houden aan de nu om de 20 meter geplaatste borden: 'Warning! No trespassing! No dumping!'

Op maandagavond had Ron zijn eerste boete te pakken. "Ik ben beboet wegens het betreden van andermans grond: de grasstrook naast mijn slaapkamer." Hij en Patty kregen geen pasje, ook al bewoonden ze tot vier maanden geleden een flat in Ontario. "We stonden nog gedomicilieerd op ons vorige adres, dus moeten we weg. Waar naartoe? Ik zou het niet weten. De boodschap die we van de overheid krijgen, is: verdwijn, ga in rook op. Wat willen ze dat we doen? Zelfmoord plegen?"

David Busch kreeg evenmin een pasje, hij heeft er ook niet om gevraagd. "Bekijk die nieuwe tenten, die keurige rijtjes. Wat we nu krijgen is Tent City Jail. Doet het u niet denken aan een concentratiekamp? De politie en Securitas gaan 24 uur per dag rondjes draaien. De poort gaat dicht tussen tien uur 's avonds en zes uur 's ochtends. Ik val liever dood dan daar te gaan zitten, als een gevangene. Ik heb ze geteld, die nieuwe tenten. Het zijn er inderdaad 140, met telkens plaats voor vier personen. En met nog een reeks vrije stroken voor extra tenten. Dan zeggen ze dat het tijdelijk is. (lacht) Man, dit is The Great Depression all over again! Kijk om je heen. De Amerikaanse economie stuikt in elkaar. Nu hoor je dat de voedselprijzen op een jaar tijd zijn verdubbeld. Overal in de wereld breken voedselrellen uit."

Voor een tafeltje in de schaduw schuiven de kandidaten voor New Tent City aan. Het vrouwtje met de staande klok kijkt begerig naar de netheid van dit alles en houdt haar pasje in de handen geklemd als was het een winnend lot. "Het zijn Colemans, echte Colemans", prevelt ze tegen de agent. "Wat zijn Colemans?", wil die weten. "Da's een merk, een góéd merk. Ik werkte tot een paar jaar geleden in een supermarkt. We verkochten ze daar. Geweldige tenten."

Na haar inschrijving is de lach op het gezicht van het vrouwtje weg. Meubelen niet toegelaten, zegt het reglement. Ook geen staande klokken.

Tot een half jaar geleden ging alles prima voor Imelda (31). Ze kan haar verhaal bondig samenvatten: "I lost my car." Imelda had een goede baan in een bedrijf dat mobilhomes verhuurde. Tegelijk met de vastgoedcrisis en haar ongeval tuimelde de hele handel in elkaar. Nu kan ze enkel kijken naar de andere kant van het kamp, waar zich een groepje 'rijkeren' afzonderde. "Mensen met oude mobilhomes. Of die dingen nog rijden, betwijfel ik, maar zij hebben tenminste een dak." Imelda heeft vier stokken, een tentzeil en een koffer vol boeken. Ze is dakloos sinds december. "Dit is tijdelijk", houdt ze zich voor. "Ik moet de bus nemen en werk zoeken. Maar word ik wakker, dan is mijn eerste zorg: water. En waar vind ik wat te eten?"

John (61) heeft één been, een rolstoel, een gevaarlijke hond en volgens geruchten wapens in zijn tent. Hij kreeg geen pasje en wacht rustig af. "Tot nu toe liep de politie in een wijde boog rond zijn tent", zegt Busch. "Hij is een Vietnamveteraan. Honden zijn eigenlijk ook niet toegelaten, maar tegen hem durven ze niks te zeggen. Dat wordt spannend, als ze John hier weg willen." John praat met niemand, behalve met zijn fans, die 's avonds bij het kampvuur naar zijn verhalen luisteren en 's morgens met hem de Amerikaanse vlag groeten.

Cindy (schuilnaam) is een alleenstaande moeder. Haar achtjarige zoontje is een van de goed bewaarde geheimen van Tent City. Ze zitten hier sinds januari. Sinds de controles zijn verscherpt, sluipt het kind elke ochtend met zijn vriendjes naar buiten en doolt het rond in de stad. "Meestal nemen ze de bus naar het shoppingcenter", zegt Cindy. "Dat doen ze elke dag. Ze vissen voedsel en restjes Pepsi uit vuilnisbakken en kijken naar de etalages. Tegen tienen keren ze terug." Tot een jaar geleden had Cindy een baan en een flat.

Wat dit kamp ook bijzonder maakt, is de bushalte waar 's ochtends een paar tentbewoners mee in de rij gaan staan. "Dit is nu een Amerikaanse realiteit", zegt Busch. "Mensen worden wakker in hun tent, gooien water over hun hoofd en gaan werken. Ze checken hun mail in een bar, betalen online schulden af en hopen op betere tijden."

Hulpverlener Mike Dunlap betwist dat geen enkele van de tentbewoners slachtoffer werd van foreclosure. "Vorige maand waren er een paar gezinnen waarvan ik sterke vermoedens had", zegt hij. "Dat soort mensen voelt zich 'een beetje dakloos', verheven - toch nog altijd - boven de anderen hier. Ze wachten het einde van de maand en één of andere uitkering af. Daarna vinden ze wel weer wat: een eenkamerflat, een tijdelijk onderkomen bij vrienden... Of ze trekken voor twee weken naar een motel - wat bij een sollicitatie beter klinkt - en brengen de volgende twee opnieuw door op straat, of in het kamp. Je zíét dat het geen gewone daklozen zijn, maar je krijgt er weinig contact mee."

Er gaat tijd overheen voor een mens zichzelf erkent als dakloos. David Busch is het al zestien jaar en proud to be. Hij lag jaren geleden aan de basis van 's werelds eerste daklozenkrant, verspreidt dagelijks persmededelingen over de toestand in Tent City. Hij noemt zich anarchist, activist en voor alles atheïst. "Ik vind het eigenlijk mooi, deze mix van oude en nieuwe daklozen. Laatst zei iemand: 'Een jaar geleden vond ik dat de politie wat moest gaan doen aan de overal in en rond L.A. bedelende daklozen. Nu ben ik er zelf één.' Velen in dit kamp weigeren het in te zien. Altijd weer: het is tijdelijk. Ik hoop het voor hen."

Busch was in een vorig leven verkoper van sokken, panty's en kammen. Hij onderhandelde met directies van supermarkten over bodemprijzen. "In 1992 ging de zaak op fles. De banken gaven ons geen krediet meer en daarmee was het afgelopen. Ik heb wekenlang rondgetoerd in mijn auto zonder te weten waar naartoe. Uiteindelijk komt dat moment waarop je zegt: 'Face the facts dude, you're homeless.' Ik had 50 cent op zak, mijn benzinetank was leeg. De stap die je dan denkt te moeten zetten, is ergens aankloppen voor hulp. Er is in dit land opvang voor de daklozen, zeker. Men stuurde mij altijd weer naar een of andere 'born again religious mission'. Daar kreeg je dan soep, sokken en een bed, maar je werd verplicht om per dag een uur bijbelstudie te volgen. Nou, dat weigerde ik. Al die diensten worden gesubsidieerd door de overheid. Dan moet er toch ergens een plek zijn waar ze je willen helpen zonder bijbedoeling? Niet dus. Ook kerken uit Ontario komen hier nu soep en sokken uitdelen en zieltjes kopen, maar de verhoudingen zijn zoek. Ze kunnen niet iedereen een baantje aanbieden in de garage van de broer van de dominee."

"Tegen de jongeren hier zeg ik altijd: poets je tanden. Starbucks neemt niemand aan zonder goed gebit. Maar ik zeg ook: een baantje bij Starbucks, dát is pas tijdelijk. De situatie in de wereld is wat ze is, we staan voor een nog grotere crisis dan in de jaren twintig. Vergeet nooit: als Amerika niest, dan heeft de wereld een verkoudheid."

Volgens Brent D. Schultz zouden tegen het einde van de week een kleine honderd tentbewoners moeten zijn verhuisd naar New Tent City. De ruime meerderheid die geen pasje wou of kreeg zal niet worden verjaagd, verzekert hij: "Ze moeten weg, correct, maar we gaan geen geweld gebruiken. Tijdens de eerste zuivering, in maart, hebben we mensen treintickets gegeven voor andere staten, ver weg van hier. Wij zullen ook nu achterblijvers individueel benaderen."

Wat dat inhoudt, konden de bewoners woensdag ondervinden. De in januari door de scouts van Ontario gebouwde waterpomp werd afgesloten. Negen van de tien mobiele toiletten waren weg. De hele nacht bleef Securitas traag rondjes draaien rond de afrastering. "Om het kwartier schenen ze met hun koplampen op onze tentjes", kucht Kevin Kjellesvik, halfwakker. "Bewoog iemand, wat door dat licht voortdurend gebeurde, dan begonnen ze iets door die megafoon te roepen, waardoor nog meer mensen wakker werden. Oké, dit is het dan. Hier valt niet meer te leven."

Er is inmiddels ook een Tent City in Seattle, en er is één in Washington. In steeds meer Amerikaanse steden grijpt de politie nu in zodra meer dan vijf daklozen samen een tentje bouwen. In Washington wonnen hulpverleners een rechtszaak die het voortbestaan van Tent City voorlopig garandeert. "Het schijnt daar leuk te zijn", zegt Kevin. "Kijk, we hebben geen huis meer, geen familie, niks. Al wat we willen, is een kleine gemeenschap waar we elkaar kunnen helpen. Er was hier laatst nog iemand die in Washington heeft gezeten. Ik vergat hem te vragen hoe hij het voor elkaar kreeg om zonder 1 dollar van de oost- naar de westkust te reizen."

In de verte toetert een zoveelste vrachttrein op het Amtrakspoor. Kevin kijkt op en grijnst. "Misschien", zegt hij. "Misschien heb ik een idee."

Tegen de jongeren hier zeg ik altijd: poets je tanden. Starbucks neemt niemand aan zonder goed gebit. Maar ik zeg ook: een baantje bij Starbucks, dát is pas tijdelijk. We staan voor een nog grotere crisis dan in de jaren twintig

Laatst zei iemand: 'Een jaar geleden vond ik dat de politie wat moest gaan doen aan de overal in en rond L.A. bedelende daklozen. Nu ben ik er zelf één'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234