Donderdag 17/10/2019

Aanslagen Brussel

Er is een beetje Brussel in mij doodgegaan

De vallende champetter op de Sainctelettesquare: voor Bart Eeckhout het meest voor de stad sprekende monument. Beeld Tim Dirven

De mantel van liefde voor de stad waarin ik woon, bedekt grote tekortkomingen. Die hebben mee de aanslagen van dinsdag mogelijk gemaakt. Dat is best lastig om te accepteren. Kun je Brussel verwijten dat het, welja, 'Brussel' is?

Op niet meer dan een gulle boogscheut van het Beursplein van waarop verslaggevers vanuit de hele wereld de vreselijke maar ook verbazingwekkende aaneenschakeling van gebeurtenissen in Brussel de wereld rondseinen, staan toeristen uit Rusland en China als naar gewoonte zich op de hoek van de Stoofstraat te vergapen aan het minuscule beeld van Manneken Pis.

Misschien denken ze - overigens terecht - "Is het dat maar?" De snelle opeenvolging van selfies met pissende fontein doet vermoeden dat ze toch ook weer vallen voor de absurde charme van een stad die een urinerende kleuter tot nationaal symbool wist te verheffen.

Dat is de paradox van Brussel, en ook wel van België in zijn geheel. Terwijl buitenlandse commentatoren salvo na salvo afvuren op de falende, disfunctionele structuren die de gruwel van 22 maart mee mogelijk hebben gemaakt, blijven toeristen uit dezelfde buitenlanden in de ban van de sympathieke en ongedwongen kant van die onvolmaaktheid.

Bruxelles, ma belle

Diezelfde dubbelzinnigheid huist in de borst van vele inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Van mensen zoals ik. Vloekend op elke losliggende stoeptegel - en god weet dat er hier veel stoeptegels los liggen. We weten drommels goed dat er iets mis is, maar een buitenstaander moet zijn mond houden over 'onze' stad. Dan is Bruxelles weer 'ma belle', het minder knappe maar zo veel sympathiekere kleine zusje van Parijs. Dan gaan we hand in hand kaarsjes branden voor de slachtoffers van 22 maart, desnoods op de losliggende stoeptegels.

Genadeloos en ongepast snel kwamen alweer de voornamelijk Angelsaksische commentaren op de 'corrupte' en onbestuurbare hoofdstad van het land. Tiens, waren de aanslagen in New York, Madrid, Londen en Parijs dan ook een bewijs voor het structureel falen van die steden?

Toch hebben we die slechte naam aan onszelf te danken. De bestuurlijke slordigheden en fouten maken dat Brussel altijd een extra tik krijgt. Het is ook zo'n makkelijk verhaal: disfunctionele stad/land laat terroristen ontglippen. We reiken zelf de stok aan om het zinneke (het Brusselse woord voor straathond) te slaan.

Dat is voor vele Brusselaars een ruw ontwaken. Ook al kun je de aanslagen niet zomaar in de nek van falend hoofdstedelijk bestuur schuiven, toch is zeker sinds deze week, maar eigenlijk al veel langer, een pijnlijk besef doorgedrongen. Dat de andere kant van de medaille van het gekoesterde je-m'en-foutisme een riskante politieke nonchalance is, met nare en verstrekkende gevolgen.

Mensen verzamelen zich aan de beurs van Brussel op de aanslagen op Zaventem te herdenken. Beeld Wouter Van Vooren

Bang voor Tel Aviv

Als een buitenstaander me vraagt wat het meest voor de stad sprekende monument is, wijs ik niet naar Manneken Pis, of het gekke Atomium. Ik wijs naar het beeld, op de Sainctelettesquare aan het Kanaal, van de agent die door kwajongens vanuit een rioolgat aan zijn been onderuit wordt getrokken. Het is een symbool voor wat schrijver en Brusselaar Geert van Istendael in een gesprek hierover "de veerkracht en zelfrelativering van de Brusselaar" noemt. Het is waar Van Istendael - ook "geen liefhebber van afgelikte museumsteden" - zo van houdt.

Als er iets is waar Brusselaars nu bang van moeten zijn, dan wel dat hun stad het Tel Aviv van Europa wordt. Een plek waar je alleen overleeft tussen voortdurende veiligheidscontroles en angst voor de volgende bom. Zo zien ze het alvast in Israël zelf. Zolang de Belg blijft smullen van chocolade en het goede leven, zal hij nooit de terreur de baas worden, toeterde minister Yisrael Katz na de aanslagen. Parijs en Londen leren dat het zo'n vaart niet hoeft te lopen. Maar om zichzelf te blijven, zal Brussel moeten veranderen.

Beeld Wouter Van Vooren

Geen Tel Aviv, maar Brussel moet ook niet het nieuwe Kopenhagen willen zijn. Als de norse uitbater van het beste ijsjeskraam van de stad de deuren sluit op de Vismarkt om plaats te ruimen voor alweer een afgelikte patisserie, dan verzet mijn hart zich nog altijd tegen die sluipende verhipping van de binnenstad met zijn koffiebars, aperostandjes en foodtrucks. Dit is niet de stad die ik heb leren liefhebben.

Ook die ambiguïteit is typisch Brussels. Altijd sakkeren omdat 's nachts tram noch metro rijdt of omdat fietsen een uitdaging blijft in de stad. 'Kijk naar Berlijn!' 'Kijk naar Stockholm!' En als er dan wat bougeert, is het ook niet goed. Dan verlangen we toch weer naar het authentieke, groezelige Brussel.

Het moet wel niet al te dol worden. Tegen de limieten van de achteloze hoofdstedelijke anarchie loopt Luckas Vander Taelen, oud-politicus en publicist, al langer te pletter. "Door in de politiek te rollen, zijn de schellen van mijn ogen gevallen", bekent Vander Taelen. Namens Groen zat hij in de gemeenteraad van Elsene en Vorst, maar hij brak met de partij over zijn kritiek op multiculturele samenlevingsproblemen.

"Je komt in de Brusselse gemeentepolitiek in een parallelle realiteit terecht. Samenlevingsproblemen? Nooit van gehoord, meneer. Dat woord alleen al was genoeg om door Philippe Moureaux (oud-PS-burgemeester van Molenbeek, BE) voor racist uitgemaakt te worden. Brussel heeft helaas een lange traditie van wanbestuur, op alle niveaus. De overkapping van de Zenne of de noord-zuidverbinding dwars door de volkswijken zijn er de littekens van."

Jansen en Janssen

Van mijn lievelingsstandbeeld met vallende champetter loopt een rechtstreekse lijn naar de niet meer uit te leggen veiligheidsstructuur in de stad van zes politiezones. Dan wordt het minder koddig. De tijd van schouderophalen over die institutionele wanorde mag nu voorbij zijn. Geert van Istendael: "Ik verlang niet naar een Disney-stad, maar die negentien burgemeesters en zes politiechefs zijn absurd voor één stad. Het mag wel een béétje efficiënt zijn."

Alle Vlaamse vingers zullen nu gretig wijzen naar de Franstalige partijen PS en ook MR. Terecht. Maar er is meer. Evengoed loopt er een rechtstreekse lijn van de iconisch domme speurders Jansen en Janssen uit Kuifje naar de hardwerkende maar tekortschietende Staatsveiligheid vandaag.

Beeld Wouter Van Vooren

Dat tekort is nu eens niet de schuld van Brussel. De structurele onderfinanciering van federale overheidsdiensten zoals Justitie, waartoe de Veiligheid van de Staat behoort, is het gevolg van een politiek systeem dat decennialang met bijna fundamentalistische obsessie alle energie heeft geïnvesteerd in decentralisatie en staatshervorming. Wat nationaal overbleef, werd verwaarloosd.

Zeker, er is een politieke verantwoordelijkheid voor het bestuurlijke falen dat de aanslagen van 22 maart mee mogelijk heeft gemaakt. Maar het Franstalige laxisme en de Vlaamse beheptheid met het uitkleden van de staat dragen daarin allebei een even zware historische last. Voor beide samen heeft Brussel de gruwelijke prijs betaald.

Marx, Baudelaire en IS

Maar wij, Brusselaars, mogen ook wel naar onszelf kijken. Al in de negentiende eeuw was het rommelige en niet bepaald gezagsgetrouwe Brussel ook een ideaal toevluchtsoord voor ballingen als Karl Marx of Charles Baudelaire. Een vreemde snoeshaan meer of minder: daar kijken we in deze stad niet van op.

In zekere zin zijn wij, de in Brussel aangespoelde Belgen, de ballingen van vandaag. We hebben de ons te zeer beklemmende Vlaamse of Waalse provincie verlaten voor het kosmopolitische parfum van de enige metropool in het land. We zijn op zoek naar dezelfde zwierige vrijheid als Marx en Baudelaire, zo treffend verwoord door Jacques Brel: 'Brussel was toen nog een bruisende stad/ Brussel was toen oh la la en olijk.'

Brussel is een stad om verliefd op te worden. Ik zie die stad doodgraag. Over New York schreef de alternatieve Amerikaanse band LCD Soundsystem treffend 'New York, I Love You but You're Bringing Me Down'. Het melancholische lied had over Brussel kunnen geschreven zijn: "I love you but you're freaking me out." Want liefde maakt helaas ook blind.

Blind voor de nu urgente vaststelling dat juist die bestuurlijke kommerloosheid die we behalve vervelend toch ook altijd een beetje charmant gevonden hebben, ook een ideale schuilplek biedt aan wie geweld wil ontplooien om onze vrije samenleving te vermoorden. Ook de haatpredikers, de sekteleiders van de jihad en hun tot de ontploffingsdood bereide volgelingen, zijn in dat opzicht 'ballingen'. De ondoorzichtbare structuren van de stad zijn hun schuilhol.

Honderden mensen drukken solidariteit uit met de slachtoffers van de aanslagen in Brussel. Ze drukken boodschappen van vrede en verbinding uit. Beeld Wouter Van Vooren

Niet alles gaat mis. Niemand gelooft het nog, maar in Molenbeek, Brussel of Schaarbeek is het vandaag vrediger en prettiger wonen dan pakweg tien of vijftien jaar geleden. Met dank aan overvloedige overheidssubsidies. De levensgevaarlijke stadskanker aan de Ninoofsepoort - denk aan die jongen die er begin 2014 van zijn fiets werd geschoten - raakt opgeschoond. Aan de rand van Molenbeek, achter Thurn en Taxis, ligt een prachtig nieuw stadspark, met binnenkort een nieuwe woonwijk voor jonge gezinnen. En ook dat museum voor hedendaagse kunst aan het Kanaal schijnt er te gaan komen.

Context voor jihadi's

Er is evenwel ook die andere tendens. Tezelfdertijd heeft, met name in de arme wijken rond het Kanaal, de islam een almaar belangrijkere plek opgeëist in het publieke leven. Dat is op zich geen probleem, maar de grootstedelijke, Brusselse variant van de islam is in ruime mate niet-Europees gericht, maar wel orthodox en conservatief, met uitwaaiers naar fundamentalisme.

Nog een stap verder en je zit in het radicalisme. Ook al wil een zeer, zeer grote meerderheid van de moslims evenmin iets weten van terreurgeweld, dit is een ideale context gebleken voor wie jihadi's wil rekruteren.

Beeld Wouter Van Vooren

Lange tijd heeft geen bestuurder wat gezegd van die ontwikkelingen. Uit electorale strategie? Ook. Maar minstens evenzeer omdat niemand er acht op sloeg.

Dát is het failliet van het (vooral Franstalige) integratiemodel: we geven migranten een (overheids)job, een sociale woning en dan volgt de integratie vast wel vanzelf - no questions asked. De Molenbeekse schepen Annalisa Gadaleta (Groen) vertelde me ooit dat er bij de gemeentedienst mensen werken die niet eens Frans, laat staan Nederlands spreken. De identiteit die het verdeelde Brussel en België niet aan migranten kon geven, heeft de religie ingevuld.

Over die blinde religieuze hoek schreef Luckas Vander Taelen een nieuw boek, De grote verwarring. "De opkomst van het fundamentalisme is al te lang onderschat. Zeker Molenbeek betaalt daar een hoge prijs voor, maar er zijn ook andere wijken in andere gemeenten waar je hetzelfde fenomeen ziet. Dat zo'n Moureaux nu, na twintig jaar burgemeesterschap, moet ontdekken dat er in zijn eigen gemeente mensen zijn die zich solidair verklaren met Salah Abdeslam, dat is toch onwaarschijnlijk? Hoe blind kun je zijn?"

Chaos en creativiteit

De waarheid is iets genuanceerder. In de jaren 90 was Moureaux juist een van de eersten om te waarschuwen voor - toen al - radicaliserende moslims. Het klopt wel dat hij nadien die kwestie strategisch uit de weg is beginnen gaan. Voor dergelijke kritische nuances is vandaag nog weinig plaats in het Brussel-debat. Het is wat ook de Nederlands-Amerikaanse schrijver en Brussel-kenner Ian Buruma met spijt vaststelt in The New York Review of Books.

"Het gebrek aan centrale coördinatie en controle op lokaal, nationaal en Europees niveau (in Brussel) kan geleid hebben tot een gevoel van richtingloosheid, onverantwoordelijkheid en wanorde", schrijft Buruma.

De vallende champetter op de Sainctelettesquare. Beeld Tim Dirven

"Misschien zijn de vervreemding en het extremisme in Molenbeek deels het resultaat daarvan. (...) Maar als Brussel een symbool van disfunctie is, dan biedt zijn gebrek aan een heldere identiteit, zijn versplintering en zijn flexibiliteit ook een gevoel van vrijheid en kansen."

Chaos en creativiteit: het ene been kan niet dansen zonder het andere. Brussel is nog altijd de "zwierige" en "dansende" stad van Brel. Brussel is lelijk, en dat is soms mooi. Maar Brussel is ook vies, verdeeld en vaak slecht bestuurd. We hoeven dat niet te pikken. Het is geen noodzakelijke voorwaarde om "oh la la en olijk" te blijven.

Brussel is een stad van aankomst, een baken waar ambitieuze nieuwkomers uit binnen- en buitenland zich op richten. Die in dit land unieke status vergt openheid en tolerantie voor dwaling, omdat de omweg soms de kortste weg naar creativiteit is. Maar niet elke stad van aankomst heeft de bestuurlijke en maatschappelijke problemen die de hoofdstad van België met zich meesleept. Het is tijd dat wij Brusselaars zelf dat feit onder ogen zien.

Dat doet zeer, ja. Er is deze week een beetje Brussel in mij doodgegaan. Dat stukje was al een tijdje aan het ijlen, maar ik ben definitief verlost van de romantische gedachte dat Brussel perfect is zoals het is: imperfect. De balans tussen charmant je-m'en-foutisme en riskant politiek geknoei moet weer hersteld worden.

Wat zong LCD Soundsystem ook alweer over New York? "You're perfect. Don't please, don't change a thing."

Brussel, don't change a thing? Ik dacht het niet. Niet meer. De prijs ligt te hoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234