Woensdag 25/05/2022

Er is altijd genoeg huid

Drie slachtoffers van de oudejaarsbrand in het Volendamse café Het Hemeltje kregen in het Antwerpse Brandwondencentrum de huid van iemand die al lang dood en begraven is. België heeft geen centrale huidbank, maar zijn hersendoden zorgen elk dag voor nieuwe voorraad donorhuid.

ANNE DE GRAAF

Het gebeurt in de holst van de nacht. Nadat de familie afscheid heeft genomen, karren verpleegsters Elke Van Peer (23) en Kristien Joos (27) in hun kleine Toyota Nissan naar een afdeling intensieve zorgen, ergens te lande.

Op het moment dat ze arriveren, klopt het hart van de patiënt al tien uur niet meer. Die tijd is nodig voor het 'ontwrichten' van hart, ogen, lever, nieren, hoornvliezen, en alle andere organen die niet te lang zonder bloeddoorstroming kunnen.

Als Van Peer en Joos aankomen zijn de vitale organen vaak al kilometers weg. Dikwijls naar het buitenland. "De ogen zijn dichtgeplakt, de borstkast dichtgenaaid. Dat is schrikken de eerste keer. Wij mogen pas ingrijpen tussen het organenteam en de orthopeden. Dan is het onze beurt."

Joos en Van Peer betreden het operatiekwartier met een klein aluminium koffertje. Daarin steekt een assortiment mesjes, ontsmettingsmateriaal, een scheerapparaat en een gesofisticeerd schraapmes, de dermatoom geheten. Eerst scheren ze de hersendode, dan ontsmetten ze de patiënt en begint de urenlange huidafname. Met de dermatoom schrapen ze flinterdunne laagjes weg, tienden van millimeters. "Eerst de stuit (het achterwerk, AdG), dan rug, vervolgens de achterbenen, dijen, buik en borst."

Hoe lijviger de patiënt, hoe groter de opbrengst. Gemiddeld levert een patiënt 3.500 vierkante centimeter huid op. Broodmagere patiënten zijn moeilijke donoren. "Je zit te snel op het bot" zegt Van Peer. Wij zijn geen stropers, dit werk vergt veel accuratesse. Willen nabestaanden alsnog de patiënt groeten in het mortuarium, dan kan dat zonder problemen. Ze zien nauwelijks dat er huid is afgenomen."

In België bestaat geen centrale huidbank, naar het Nederlandse model Euroskin in Beverwijk. Daar kwam het gros van de patiënten terecht die in de nieuwjaarsnacht door de ramp in café Het Hemeltje in Volendam derdegraads brandwonden opliepen. Onschuldige kerststerretjes zetten de kerstversiering tegen het plafond in lichterlaaie en zorgden voor een ongemeen felle brand.

De voorlopige balans van de ramp, die sterke overeenkomsten vertoonde met de brand in het Antwerpse Switel-hotel op oudejaarsavond 1994: tien doden en zestig gewonden, van wie er zeventien in België werden opgenomen. Het Nederlandse Euroskin legt zich toe op de kweek van huidcellen. Dat komt neer op op het splitsen van celletjes van een donor, die men vervolgens zaait op een bedje en chemische voedingsstoffen toedient. Na enkele dagen groeit een blaadje perfect bruikbare opperhuid, die in België 400 frank kost. Sinds de Switelbrand in Antwerpen wordt deze dure huid ook terugbetaald.

Ook al bestaat er geen centrale huidbank in ons land, in elk brandwondencentrum ligt een huidvoorraad klaar voor noodgevallen, ook in het brandwondencentrum van Neder-over-Heembeek. Die voorraad gaat twee jaar mee. Dokter Raymond Peeters, hoofd van het Antwerpse brandwondencentrum: "Anders dan in de handel van vitale organen, bestaat er geen zwarte markt voor huid. Simpel gesteld: er is altijd genoeg voorraad, waarom dan sjacheren? Geen enkel brandwondencentrum zou daar trouwens intrappen."

Belgische brandwondencentra werken met Eurotransplant. Die instantie opereert als de centrale 'verdeler' van donorhuid, als doorgeefluik voor zwaar verbrande patiënten. Eurotransplant tipt alle brandwondencentra wanneer er een geschikte donor binnenkomt. De eerste medische doorlichting van de hersendode is dan al achter de rug en komt voor rekening van Eurotransplant.

Mensen die aan kanker of aids overlijden, komen niet in aanmerking om huid te doneren. Net zomin als patiënten met een dubieuze bacteriële of virale geneeskundige historiek. Peeters: "Gemiddeld levert één huiddonatie 3.500 vierkante centimeter donorhuid op. (klopt op buik) Neem mijzelf: ik ben goed voor 3.500 tot 4.000 vierkante centimeter. Alles hangt af van de corpulentie van de patiënt." Peeters: "De beste epitheelhuid (opperhuid) verkrijgen we van relatief jonge mensen, hun vel is veerkrachtiger. Logisch. Maar tot zo'n 65 jaar is alle huid, hoewel fragieler, in principe geschikt voor transplantatie."

Zwart, bruin, blank, geel, het ras van de donor maakt niet uit, compatibiliteit met de verbrande patiënt is onbelangrijk. "Donorhuid is geen definitieve bedekking", zegt Peeters, "maar een vergankelijk verband dat het lichaam na negen dagen afstoot, als de brandwonden eronder genezen zijn. Noem het een 'gesofisticeerde windel'."

Het gebeurde al een keer of tien, maar de traditie raakt in onbruik: het Stuivenbergziekenhuis neemt steeds minder huid af van overledenen, van mensen in het mortuarium. Dokter Raymond Peeters: "Ik vertrouw eerder de donatie van een hersendode, van iemand wiens hart nog klopt dan van een 'gewone' overledene."

Vergankelijk, donorhuid, maar daarom niet minderwaardig. Wie zijn nieuwe vel krijgt opgelegd, voelt de pijnscheuten per seconde zakken, het is als een zalving. In de beginfase houdt Peeters de zwaarst gewonden in kunstmatige slaap. Als ze wakker worden, is het alsof ze ontwaken na de ramp. Ze weten nergens meer van. Het ergste is voorbij."

Bij de drie Volendammers verkoos Peeters meteen eigen huid te transplanteren. De jongens (tussen zestien en zeventien) kregen deels al eigen huid weer ingeplant. "Dat gaat zo: je knipt een klein stukje huid weg, ter grootte van een pakje sigaretten. Door minimale inkervingen, rek je die huid uit tot negenmaal zijn normale grootte. Daarover rol je nog eens de donorhuid. Bij jonge kinderen vermijd je daardoor vreselijke littekens."

Nadat ze hun groene schort en hun maskers hebben afgelegd, rijden Van Peer en Joos in hun wagentje terug naar het brandwondencentrum. Op de achterbank ligt, naast het aluminium koffertje met de dermatoom, keurig opgestapeld in glazen bokalen, de donorhuid.

In het Stuivenberg dopen ze die in glycerol (dikke, vloeibare alcohol). Dan merken ze de de stukjes huid en gaat alles in een smetvrije couveuse. Na twaalf uur overgieten ze de huls met een nog hogere concentratie glycerol. Vroeger bewaarde men donorhuid in stikstof, tot bleek dat glycerol de eigenschap heeft de huid beter te ontsmetten. Glycerol maakt de huid virusvrij, zelfs hiv-vrij.

Verpleegster Joos: "We zijn blij dat we met tweeën zijn. Je hebt elkaar nodig. Je schrikt nog altijd, het pakt je. Telkens is de doodsoorzaak hersenbloeding, auto-ongeluk. We peppen elkaar op, 's nachts, op de terugweg naar de kliniek." Na gedane arbeid babbelen de verpleegsters over de afname met de partner. Even. "Hoe was het?" Dan gaat de knop om. "Anders hou je dit niet vol. Na een huidafname giechelen we soms: 'én meisjes, wat bracht de afname op vannacht?' Humor houdt ons draaiende. Iemand moet het doen."

Een corvee, 'mensen huid afnemen', maar Van Peer en Joos leerden ervan. "Ik sta stil bij gevaar. Steek de fles ammoniak verder weg, voor de kinderen. Ik ben bang van waakvlammen en strijkijzers. Het verdriet me ook als kinderen overlijden, omdat ze zo nodig hun brommertje moesten laten opfokken. Het is treurig dat ik hun huid moet afnemen. Tegelijk troost het me dat ik daarmee het vel van een ander red."

Gemiddeld levert een patiënt 3.500 vierkante centimeter huid op. Broodmagere patiënten zijn moeilijke donoren

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234