Zondag 25/10/2020

'Er is al zo veel overdaad. Daarom ga ik voor de pure essentie'

Vincent Van Duysen, misschien wel de meest succesvolle architect van ons land, schopt overbodigheden en franjes kundig overboord. Dat deed hij dertig jaar geleden al, lang voor het bon ton werd.

Vincent Van Duysen (54) is in Parijs voor zaken. Hij heeft er drie appartementen in de steigers staan. Morgen reist hij door naar Italië, voor een afspraak bij Molteni, de meubelfabrikant die hem onlangs heeft aangesteld tot creatief directeur, een prestigieuze baan. En van Milaan vliegt hij naar Beiroet, voor meer zaken. Maar van haast of spoed heeft Van Duysen die zondagmiddag in mei geen last. Op de tot caféterras omgetoverde binnenplaats van het Institut Suédois staat de tijd even stil. De architect zit met zijn gezicht in de zon, strak in het pak, gebruind gezicht, zonnebril op.

"Ik bruin vanzelf", lacht hij. "Ik denk dat ik mediterraans bloed heb. Mijn moeder is helemaal een Spaans type. Qua uiterlijk, maar ook qua karakter. En ik ben net zo temperamentvol en expressief. Al heb ik ook een introvert kantje van mijn vader."

Van Duysen is opgegroeid in Lokeren. Tot zijn tiende woonde hij in de stadskern, aan de Durme. Daarna op het platteland, ergens tussen Daknam en Sinaai. "Een pittoresk dorp met een mooi kerkje." Tussen zijn achtste en zijn achttiende zat hij op een streng internaat, in Melle. Zijn vader werkte in de tapijtindustrie. Hij was enig kind. De Van Duysens waren een conservatief gezin. "Traditioneel. Maar ook bescheiden."

Zelf was hij, zegt hij, "een buitenbeenje". Hij glundert. "Ik was van kinds af heel creatief, en enorm geboeid door alles wat te maken had met cultuur en beweging. Dans, theater, tekenen, schilderen, paardrijden. Op mijn vijfde was ik al aan het volksdansen. Dat paste niet helemaal in het plaatje van die conservatieve familie."

Maar het mocht wel.

"Mijn vader was zelf creatief, en er kwamen thuis regelmatig kunstenaars en architecten over de vloer. Ik keek als kind enorm op naar die mensen."

"Ik was heel taalvaardig. Mijn moeder zou het misschien logischer hebben gevonden dat ik rechten was gaan studeren, net zoals haar vader, die voorzitter was van de rechtbank. Maar het werd dus architectuur. Mijn ouders hebben me altijd gesteund, ook al waren ze er misschien niet helemaal gerust in."

Hij studeerde aan Sint-Lucas in Gent. "In het begin had ik het een beetje moeilijk met de theoretische vakken. Ik had zes jaar Grieks-Latijn gevolgd, ik was geen mathematicus, nog altijd niet. En dat is ook geen geheim.

"Ik ben opgeleid tijdens de piek van het postmodernisme, de glorieperiode van architecten als Michael Graves, Richard Meier, Aldo Rossi, Mario Botta, noem maar op. Die waren bijzonder inspirerend voor een jonge architect. Maar ik was nog meer geboeid door het deconstructivisme van Zaha Hadid, Daniel Libeskind, Rem Koolhaas en OMA, Coop Himmelb(l)au. Onwaarschijnlijk goede architecten, stuk voor stuk, die op dat ogenblik nog weinig hadden gebouwd, maar wel enorm tot de verbeelding spraken. Zaha Hadid had nog niets gerealiseerd, maar haar tekeningen waren pure dynamiek. In Gent werden we heel erg in die richting gestuurd. We waren gefascineerd door visionaire, utopische architectuur."

In 1985 trok Van Duysen, diploma op zak, naar Milaan. Hij wou het liefst werken bij Studio Alchimia, het designcollectief rond Alessandro Guerriero. Maar daar was geen plek vrij.

"Cinzia Ruggeri, een goede vriendin van Guerriero, zocht een jonge architect om haar te helpen met het ontwikkelen van een lijn voorwerpen. Cinzia was een modeontwerpster, een heel bijzondere dame. Ze werkte bijna tweedimensioneel, met kleuren en vlakken, die ze omtoverde tot kledingstukken. Ze was anarchistisch, extreemlinks, en ze wou absoluut geen deel uitmaken van het mode-establishment. Dat soort mensen kwam je destijds wel vaker tegen in Milaan. Weg van de mainstream, heel intellectueel. Ik herinner me Corrado Levi, een professor die aan de architectuurschool lesgaf over haarsnit. Ik was 23, ik heb mijn ogen een aantal keer wijd opengetrokken.

"Ik zie me nog zitten in haar showroom, voor mijn sollicitatiegesprek. Ze had blond haar, droeg witte make-up, knalrode lippenstift, een donkere zonnebril. En ze had haar hond mee, Scherzi, een Schotse terriër. Het eerste wat ze haar assistent vroeg, was om in de bar aan de overkant van de straat twee gin-tonics te halen, met chips en olijven. Dat was mijn eerste sollicitatiegesprek in Italië."

Een paar maanden later werd Van Duysen eerste assistent van Aldo Cibic, een architect en designer van de groep rond Ettore Sottsass, die pas voor zichzelf was begonnen. Hij werkte mee aan de eerste meubelcollecties van Cibic en aan winkelconcepten voor Esprit en Fiorucci.

Art of living

Na twee jaar in Milaan keerde hij terug naar België, waar hij aan een aantal eigen projecten werkte: "Kleine opdrachten voor vrienden van mijn ouders, en ouders van mijn vrienden. Maar ik had te weinig werk om een eigen bureau op te starten. Bovendien wist ik na mijn ervaring in Milaan dat ik nog niet de maturiteit had om al woningen te ontwerpen. Ik heb toen beslist om met decorateurs te gaan samenwerken. En zo heb ik twee jaar doorgebracht bij Jean-Jacques Hervy, in Brussel. Ik heb daar heel mooie projecten mogen uitvoeren, en veel geleerd over the art of living. Ik heb er geleerd dat je in de eerste plaats voor mensen ontwerpt.

Dat het boeiend is om in het leven van je opdrachtgevers te duiken, en om dat leven te verweven in je ontwerp.

"Na Hervy ben ik naar Antwerpen getrokken, naar Jean De Meulder. Hij had een heel bijzondere smaak, geïnspireerd op Andrée Putman en Jean-Michel Frank. Bij De Meulder, een echte levensgenieter, heb ik geleerd dat elimineren een ultieme vorm is van elegantie. Ik elimineer, en ik beperk me tot het essentiële. Maar zonder daarbij comfort en een zeker welbehagen uit het oog te verliezen."

In Antwerpen vond Van Duysen zijn eerste eigen woning, een loft in de Solvijnsstraat. De inrichting daarvan heeft destijds zijn carrière gelanceerd. "Dat interieur ligt aan de basis van wat nu de Vincent Van Duysen-stijl zou kunnen genoemd worden, al hou ik niet echt van dat woord, stijl."

En hij somt op: "Spartaanse vormgeving, eikenhouten vloeren en meubels, handgeweven Belgische tapijten, vlas, aardse kleuren, primaire vormen. Tafels met vier poten, heel comfortabele, basic zetels. Archetypisch, maar wel gebalanceerd."

Hij vertelt dat hij met zijn woninginrichtingen destijds al door eliminatie een zekere mentale rust wilde creëren.

"Eind jaren tachtig was dat nieuw. Ilse Crawford (Britse designgoeroe, red.) heeft mijn project gepubliceerd in Elle Decoration - dat was toen 's werelds meest toonaangevende interieurblad, en zij was de hoofdredactrice. De titel zal ik nooit vergeten: Sensual Home. Mijn woning. Met die titel alleen is voor mij eigenlijk alles begonnen. Dat is blijven hangen."

"Ilse Crawford noemt mij The Material Man. Omdat ik altijd veel research heb gedaan naar materialen, en ze ook op een bijzondere manier gebruik. Heel solide: niet luchtig, wel kloek. Zullen we het zo noemen?" Kloek, stevig meubilair, is dat niet typisch Vlaams? "Eigenlijk wel", lacht Van Duysen. "Maar dan uiteraard wel op een uitgezuiverde manier."

"Veel Amerikanen houden van wat ze de Vlaamse stijl noemen", preciseert hij. "De Belgische stijl. Dat heeft dan niets met architectuur te maken, maar alles met interieurs. Mijn goede vriend Axel Vervoordt (antiquair en decorateur, red.) heeft het geniale idee gehad om die stijl te globaliseren en in de markt te zetten.

"Ik gebruik in mijn werk natuurlijk wel elementen die gelinkt kunnen worden aan de Belgische cultuur. We hebben in West-Vlaanderen nog altijd ambachtslui die prachtige handgeweven tapijten maken. We hebben fantastische linnens en katoenen, kalkverven en parketvloeren. De Belgische stijl is vooral een zaak van materialen. Zelf word ik niet graag in een hokje geplaatst. Mijn stijl is meer internationaal dan Belgisch."

Domus

De reputatie van Van Duysen is sinds de jaren negentig rustig maar gestaag gegroeid. Na zijn eigen woning volgde de verbouwing van een appartement voor de ex-vrouw van Jean De Meulder. "Een modernistische, maar ook heel warme woning, met mijn eerste pivotdeuren en een badkamer in Marokkaanse terracottategels, die we ter plekke gingen halen. Je vond die hier niet. Het enige verlichtingselement was een gloeilamp. De wastafels waren garagebakken, utilitair sanitair.

"Dat project is onmiddellijk opgenomen door Domus, het Italiaanse architectuur- en designtijdschrift. Ik was nog heel jong, maar dat appartement blijft representatief voor mijn stijl. Ik krijg nog altijd klanten over de vloer die het tonen als voorbeeld van wat ze graag zien."

Even later kwam zijn eerste, echte huis. Hij was nog geen dertig. "Een patiowoning voor vrienden. Ik was toen al in de ban van patio's, van binnentuinen, beschermde, ommuurde plekken, zoals de plek waar we nu zitten (hij gebaart naar het 16de-eeuwse binnenplein van het Institut Suédois, red.). Dat specifieke element uit de mediterrane architectuur heeft me altijd aangesproken, en het komt nog altijd terug. In Lokeren, mijn geboortestad, heb ik achter een gewone gevel uit de jaren vijftig een driedubbele patio gestopt. Met zo'n ingesloten open ruimte trek je het daglicht maximaal naar binnen. En dan zeker in stadswoningen, waar de centrale ruimtes vaak de donkerste zijn."

Hij bouwt en verbouwt - elimineert - tot ver buiten de landsgrenzen. Veel privéwoningen in eigen land maar ook in Parijs, Londen, New York, South Hampton, Los Angeles en Beiroet. In Antwerpen, waar hij ook serviceflats neerzette op het Nieuw-Zuid, wordt deze zomer zijn eerste hotelprojekt uitgevoerd. Ook winkels. Zijn shops voor Sportmax in Milaan, Tokio en Parijs genieten cultstatus. In Antwerpen tekende hij de Copyright-boekenwinkel in het MoMu en conceptstore Graanmarkt 13. In Londen transformeerde hij vorig jaar een oud postkantoor tot een flagshipstore voor de Amerikaanse ontwerper Alexander Wang. En dan waren er nog projecten voor Natan, en grootwarenhuisketens La Rinascente en Selfridges.

Door zijn werk voor Sportmax leerde Van Duysen Giulio Cappellini kennen, de stichter van het meubelmerk met dezelfde naam. Rond de eeuwwisseling was dat met voorsprong de meest toonaangevende naam in de designsector. "Voor de winkels van Sportmax had ik meubilair ontworpen vanuit mijn perspectief als architect. Ik liet me inspireren door het werk van kunstenaar Donald Judd. Cappellini wou de kasten graag op de markt brengen, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan." Uiteindelijk nam de designpaus een ander ontwerp van Van Duysen op in zijn collectie, de fauteuil Nido. Sindsdien heeft de architect banken, schalen, verlichtingssystemen en meer van dat getekend voor een lange reeks fabrikanten in België (Obumex, Bulo, Modular, Tribu, When Objects Work...) en ver erbuiten (onder meer B&B Italia, Poliform en DePadova).

Van Duysen is een intuïtieve architect. Hij is geen theoreticus à la Rem Koolhaas, maar een modernist die op warmte is gesteld. "Warmte is het resultaat van de spanning die je creëert in je ruimtes, en van het materiaal waarmee je werkt. Ik houd ook altijd rekening met wat de opdrachtgever wil. Natuurlijk loopt er een rode draad door mijn werk. Ik heb mijn manier van architecturaal denken. Maar voor de identiteit van een project is de communicatie met de opdrachtgever cruciaal."

Is de klant niet altijd koning?

"Je hebt veel architecten die toch vooral hun eigen ding willen doen. Ze zijn niet bezig met badkamers, dressings of keukens. Ze creëren ruimtes, maar je kunt er bij wijze van spreken geen kast in kwijt. Net daarom heb ik in het begin van mijn carrière heel erg de focus gelegd op interieur. Dat is een heel atypische manier om een carrière als architect op te bouwen. En dus ben ik ook een heel atypische architect.

"Ik ga voor de pure essentie. Er is al zo veel overdaad in de wereld. Spektakel is absoluut niet aan mij besteed. Ik ben een modernist in hart en ziel. Ik ben een fan van Le Corbusier, van Mies Van der Rohe, van Luis Barragán. Maar ik vind het ook belangrijk dat je aan mijn gebouwen en producten ziet dat ze door mensen vervaardigd zijn. Dat je er de hand van de mens in voelt.

"Ik heb architectuurtheorie gevolgd tijdens mijn opleiding. Ik vind dat interessant, maar ik ben er niet echt mee bezig. Ik probeer niet om mijn architectuur te onderbouwen met theoretische argumenten. Mijn benadering is intuïtief en emotioneel. Ik ben iemand die ontwerpt in zijn gedachten. Ik schets weinig. Maar het gebeurt toch vooral in mijn hoofd. Architectuur is voor mij een constant denkproces."

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

"Kijk: we zitten nu samen op deze bijzondere binnenplaats in Le Marais in Parijs. Met die prachtige grote poort, en daarin een kleinere poort, waar je de buitenwereld voorbij ziet komen. De rust, de kasseien, de mensen, het zonlicht, het groen: dat zijn stuk voor stuk elementen die me voeden, die in mijn gedachten zullen blijven hangen, en die ik op een onrechtstreekse manier zal verweven in mijn projecten."

Hoe bouwt u een huis?

"Eerst komt de klik met de opdrachtgever. Dat is het belangrijkste."

Weigert u soms klanten?

"Ik durf wel eens te weigeren, ja. Ik wil selectiever zijn. Ik heb dertig jaar carrière achter de rug. Samen met mijn team wil ik projecten realiseren waar ik echt achter kan staan. Ik ben altijd op zoek naar een aanknopingspunt met de klant. Dat is de basis. De chemie. Dan komt de aard van de opdracht, de context, de site, de oriëntatie. Wat verwacht de klant? Wat heeft hij nodig? Elke klant heeft namelijk een eigen visie op zijn of haar woning. Zo'n project rijpt, puur cerebraal, soms heel snel. Als ik klaar ben, verwoord ik wat ik voor ogen heb aan een projectarchitect die ik aanduid binnen mijn team. Een aantal woorden, enkele beelden, minimale schetsen: dat volstaat.

"Nadien hebben we regelmatig brainstormsessies met de projectarchitect, een junior, het hoofd van mijn kantoor, en ikzelf. We zetten de krijtlijnen neer op papier. Dan volgt het werk op de computer, en uiteindelijk komt alles terug naar mij. Ik houd elk project in de teugels tot de klant zegt, oké, hier gaan we voor. En dan laat ik het los. Dan neemt de projectarchitect over. Naar de werf ga ik op cruciale momenten, als mijn team vindt dat ik er moet zijn, of als de klant het vraagt. Ik blijf stand-by."

Heel vaak ontwerpt u ook de interieurs van uw architectuurprojecten.

"Bijna altijd. Meestal beginnen we van nul. Als een klant meubels of kunstwerken van zijn vorig interieur wil recupereren, dan is dat geen enkel probleem. Daar zoeken we dan een plek voor. Sommige klanten brengen helemaal niets mee. Dat gebeurt vaker dan je zou denken. Zelf vertrek ik liever van een blanco vel papier. Maar opnieuw, ik zie mijn werk niet als eenrichtingsverkeer. Ik toon wat ik graag zie, de klant doet hetzelfde, en vervolgens gaan we aan de slag. Meestal combineren we maatwerk en bestaand meubilair, al dan niet van mezelf. En veel vintage. Jeanneret, Hjorth, Perriand, Chareau, Le Corbusier."

Zit er een houdbaarheidsdatum op uw stijl?

"Ik hoop van niet. Er loopt een duidelijke rode draad door mijn werk. Als je terugkijkt naar projecten van vijfentwintig jaar terug, lijkt het of ze pas gisteren zijn ontworpen. Dat toont aan wie ik ben, en hoe ik tegenover architectuur sta. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat mijn werk in essentie duurzaam is. Mijn architectuur, maar ook mijn interieurs en mijn producten. Als iemand over pakweg vijftig of honderd jaar mijn meubels uit de archieven haalt, dan hoop ik dat die persoon zegt: oké, dat meubilair is actueel gebleven.

"Ik ben 54, en het is net alsof ik gisteren begonnen ben. Ik leef zo intens en gepassioneerd dat ik de tijd niet zie voorbijgaan. Maar toen ik vorig jaar, eerder toevallig, besefte dat ik al dertig jaar bezig ben, was ik toch even van de kaart.

"Ik doe mijn werk heel graag. Ik ben vaak onderweg, en ik breng veel tijd door met mijn team, een grote, internationale familie van gelijkgestemde geesten. Er blijft weinig tijd over voor een sociaal leven.

"Ik sport veel, ik tracht gezond te eten. Als je zo veel reist, heb je eigenlijk geen keuze. Ik geniet graag van mijn privécocon, met mijn honden. Ik vind kwaliteit belangrijker dan kwantiteit. Ik probeer een goed evenwicht te vinden, en dat lukt me nu beter dan toen ik jonger was. Zoals vandaag. Ik ben een dag eerder naar Parijs gekomen om op mijn eentje rustig door de stad te kuieren. Je moet soms je batterijen opladen."

Hij droomt niet noodzakelijk van gigantische wolkenkrabbers of dito sportstadions. "Ik ben geen megalomaan. Dan bouw ik liever een mooie hut, ergens in het wild. Ik ben een dromer, maar ik houd wel mijn beide voeten op de grond."

Hij werkt, onder meer, aan zijn eerste hotel, en aan een project met serviceflats, beide in Antwerpen. Daarnaast heeft hij tegenwoordig ook veel succes in Amerika. Actrice Julianne Moore is een van zijn grootste fans. "Julianne is een geweldige vrouw, een fantastische moeder en een waanzinnige actrice. Ze heeft een heel goede smaak. We zijn heel toevallig vrienden geworden." Hij vindt de vrouw interessanter dan de celebrity. "Ik heb echt geen behoefte om andere actrices te leren kennen", lacht hij.

"Belgen zijn bescheiden. We houden van understatement. Ik vind dat belangrijke eigenschappen. Goed, ik heb nu succes, en ik ken wel meer beroemde mensen. Ik frequenteer soms dat wereldje. Maar ik ben niet iemand die elitair denkt. En ik geloof dat je dat ook kunt zien aan mijn werk. Ik heb een hekel aan protserigheid. Als ik dure materialen gebruik, dan is dat nooit omdat ze er duur uitzien.

"Het grootste gevaar is dat je als architect een merk wordt, een product. Dat wil ik koste wat het kost vermijden. Daarvoor is Vincent Van Duysen te echt en te puur."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234