Zondag 20/10/2019

'Er gaat nu te veel talent verloren'

Als we het IQ van leerlingen meten, dan kunnen we voorkomen dat intelligentere kinderen uit kansarme milieus uit de boot vallen. Dat stelt de econoom Andreas Tirez. Hij begrijpt de kritiek op het N-VA-voorstel om IQ-tests in het onderwijs in te voeren dan ook niet.

ind vorige week kreeg Koen Daniëls, de onderwijsspecialist van de N-VA, de wind van voren toen hij zei dat we het gelijkekansenbeleid op school ook moeten afstemmen op het IQ van leerlingen. Het regende kritische reacties. Maar econoom Andreas Tirez, lid van de liberale denktank Liberales, begrijpt de scherpe reacties niet. "Het IQ kan nuttig zijn om onze gelijkekansenmiddelen zo efficiënt mogelijk in te zetten."

Heel wat specialisten hadden nochtans kritiek op de IQ-tests. Volgt u die kritiek dan niet?

"Deels wel. Met IQ-tests moet je oppassen, dat weet iedereen. Ik ben geen expert in die tests, maar ze geven niet altijd een volledig correct beeld. Zo'n test meet goed wat je op de test hebt gedaan, en dat geeft dan weer een benadering van de aanleg van iemand. IQ-tests liggen ook nogal gevoelig omdat de resultaten ervan in het verleden weleens misbruikt werden. Als je een test maakt voor de blanke middenklasse, zal die er goed op scoren. We zullen dus heel goed moeten kijken naar welke test we ontwikkelen.

"Maar de kritiek vorige week was dat het IQ meten op zich slecht is. Daar ben ik het niet mee eens. We moeten er voorzichtig mee omgaan, ja. Maar het kan een goed middel zijn om de cognitieve vaardigheden, de aanleg van iemand dus, te meten. En die aanleg moeten we laten meetellen in de evaluatie van hoe scholen met hun gelijkekansenbeleid omgaan."

Een andere veel gehoorde kritiek was dat je kinderen met zo'n IQ-test gaat labellen.

"Dat doen we nu toch al? Nu wordt de sociaal-economische status van elk kind individueel bekeken. Een kind krijgt een score op basis van een aantal parameters, zoals thuistaal, opleidingsniveau van de moeder, het krijgen van een studiebeurs. Veel kinderen met een hoge score betekent meer middelen voor de school.

"Over die sociaal-economische situatie is er eveneens discussie, want ook dat systeem is niet zaligmakend. We weten dat een laagopgeleide moeder en een andere thuistaal niet altijd automatisch betekenen dat het kind kansarm is. En we meten ook op gezinsniveau, terwijl de verschillen tussen kinderen van hetzelfde gezin groot kunnen zijn. Maar we weten uit ervaring dat die score wel een goede voorspeller is voor de kansen van een kind, ondanks de onvolkomenheden.

"Het IQ meten is nog een betere voorspeller, zeker in combinatie met de sociaal-economische situatie. Een IQ-test meet fijner, individueler, beter dus. Dan is het toch raar dat we die parameter niet zouden meenemen in het beleid?"

Omdat een IQ niet vastligt en ook wordt beïnvloed door de omgeving. Geen betrouwbare parameter dus.

"Natuurlijk kan het resultaat van een IQ-test variëren. Daar is genoeg onderzoek over. Als je kansarme gezinnen gaat ondersteunen, dan zie je dat niet-cognitieve vaardigheden zoals het zelfbeeld en het doorzettingsvermogen omhoog gaan. Maar ook de cognitieve vaardigheden verbeteren, zeker als je een kind al van voor de leeftijd van drie jaar ondersteunt. Maar je kunt dat IQ niet oneindig aanscherpen, natuurlijk. Daar zijn grenzen aan."

U gaat er meteen van uit dat lage IQ's vooral in kansarme gezinnen voorkomen. Cru gezegd: armen zijn vaker dom. Gaat u niet te kort door de bocht?

"Het is wel wat uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt. Er is een significante kans dat je bij kinderen uit een kansrijk milieu een veeleer hoog IQ aantreft, en omgekeerd. Aanleg is voor een groot deel erfelijk. Bovendien is het waarschijnlijk dat hoger opgeleiden vaker trouwen met hoger opgeleiden. En lager opgeleiden met lager opgeleiden. Soort zoekt soort, dus, wellicht meer dan vroeger. Dat betekent wel dat de sociale ongelijkheid aan het stijgen is en dat het gelijkekansenbeleid op scholen minder impact zal hebben.

"Waar ik voor pleit, is dat we het IQ op zijn minst zouden meten. Want meten is weten. En dan kunnen we twee extreme dingen te weten komen. Ofwel stellen we vast dat alle kansarme kinderen een laag IQ hebben. Ofwel stellen we vast dat er kansarme kinderen zijn die een hoog IQ hebben maar die niet het maximum uit hun mogelijkheden halen. Ik ben overtuigd van dat laatste. We zullen veel kinderen detecteren die veel capaciteiten hebben maar die door hun sociaal-economische status gehinderd worden. En dat zal net de publieke steun voor het gelijkekansenbeleid versterken. Er gaat nu nog te veel talent verloren. Dat moeten we zien te vermijden."

Maar wat doen we dan met de groep kansarme kinderen met een laag IQ? Moeten die dan 'opgegeven' worden?

"Er is geen sprake van opgeven of laten vallen. Daar gaat het niet over. Het gaat over de evaluatie van onze scholen. Als je gegevens hebt over de capaciteiten van de instroom, kun je beter bepalen of het kansenbeleid van een school al of niet faalt. Pas dan kun je weten of een school goed werk levert of niet. Heeft een school een instroom met hoge IQ's en boekt ze toch slechte resultaten, dan weet je dat er iets mis is. Heeft een school een lagere instroom en boekt ze mindere resultaten, dan kan daar begrip voor zijn."

En zullen er, in een sector waar voortdurend wordt bespaard, wellicht minder stimulansen zijn om die scholen en hun kinderen verder te ondersteunen.

"Neen. Zoals ik al zei, daar gaat het niet om. Wat ik bedoel, is dat een school maar kan werken met de instroom die ze binnenkrijgt. Waar ligt het aan als die instroom zwak is en de school geen goede resultaten boekt? Aan het gelijkekansenbeleid dat faalt, of aan de instroom? Ik wil vooral een pleidooi houden om de factor van de capaciteiten ook te laten meetellen. En daarvoor moeten we die eerst meten."

En als we gemeten hebben, want doen we dan met de gegevens?

"Onze schaarse middelen efficiënter inzetten. Ook al besef ik dat efficiëntie voor veel mensen in zo'n belangrijk debat een vies woord is. Maar net omdat de ontwikkeling van onze kinderen zo'n belangrijke zaak is, vind ik efficiëntie des te belangrijker. En om efficiënt te zijn, moet je weten waar je welke middelen moet inzetten.

"Ons gelijkekansenbeleid heeft als doel iedereen gelijke kansen en het liefst ook voldoende grote kansen te geven, zodat iedereen ontwikkeld kan worden. Dan streef je dus naar een meritocratie, waarbij de sociaal-economische positie van elk individu gebaseerd is op zijn of haar verdiensten. Maar is dat dan zo rechtvaardig? Talent hebben is een kwestie van geluk. Het geluk dat je ouders talent hadden, want talent is grotendeels erfelijk. Of geluk dat je talent het sociale milieu waarin je zat kon neutraliseren. Met andere woorden: je hebt er nul verdienste aan.

"Volgens mij kan zo'n meritocratie maar rechtvaardig zijn als er ook herverdeling is. Ben Bernanke (Amerikaans econoom en voormalig voorzitter van de Federale Reserve, red.) zei het ooit mooi tegenover een groep van afgestudeerden van de Princeton University. Dat waren per definitie allemaal mensen met veel geluk, want ze hadden de capaciteiten en hun ouders het geld om de studie te betalen. Hij zei dat het maar rechtvaardig is dat zij nu hard gingen werken om veel te verdienen en hun succes te delen, om zo het systeem mee te ondersteunen. Het zijn vooral de getalenteerden die erop kunnen en moeten toezien dat er gezondheidszorg is, dat er woningen zijn, dat de veiligheid gegarandeerd wordt.

"Als je je middelen efficiënter inzet om talenten meer te ontwikkelen, dan krijg je een rijkere samenleving waarin ook de basisvoorzieningen beter zijn. Voor iedereen."

Maar voor we in die ideale wereld van een rijke samenleving vol herverdelers zitten, blijft toch de vraag: wat doen we met kinderen met weinig aanleg? Krijg je zo geen groep kinderen van wie wordt gezegd: wat moeten we daar mee?

"En hebben we die nu niet? We moeten af van het idee dat ze allemaal universitairen moeten worden. We hebben het hier nu de hele tijd over IQ en dus cognitieve vaardigheden. Maar er zijn zo veel andere vaardigheden die ook belangrijk zijn. Is het dan zo'n probleem dat ze niet allemaal hoger opgeleid zullen zijn? Wat is het probleem? Misschien wel dat wij als maatschappij hen niet genoeg appreciëren.

"Maar daar gaat het niet over. Wel over het zo goed mogelijk ontwikkelen van aanleg, ongeacht het sociale milieu."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234