Woensdag 01/12/2021

'Er bestaan geen hopeloze gevallen'

Van het woord deradicalisering hebben ze de buik vol, maar toch doen deze twee hulpverleners het elke dag. Op de afdeling voor de meest radicale gevangenen dan nog: de Deradex. Voor het eerst praten ze in de krant over hun opdracht.

Twee Vlaamse radicaliseringsexperts voeren sinds januari specifieke gesprekken met geradicaliseerde veroordeelden in de gevangenissen. Ze hebben er lang over moeten nadenken, maar voor een keer willen ze een inkijk in hun werk geven. Omdat er zo veel misverstanden bestaan. Zoals het recente bericht dat honderd geradicaliseerde gevangenen niet worden opgevolgd. "Het doet afbreuk aan de dagelijkse inzet van trajectbegeleiders en hulpverleners in de gevangenis, die met elke gedetineerde, zonder onderscheid, werken", zeggen de twee.

Het duo begeleidt op dit moment maar veertien gedetineerden, omdat er zo veel tijd in kruipt. Maar ook al heten de bestaande islamconsulenten en hulpverleners officieel niet deradicaliseringsambtenaar, ze trekken wel degelijk aan hetzelfde zeel, klinkt het.

En dan zijn er de vele clichés over de gedetineerden op de Deradex-afdeling. "In de commissie Justitie klinkt het alsof het om een gesloten groep zou gaan tot wie je moeilijk kan doordringen", zeggen de experts. "Maar dat is niet hoe wij die gasten hebben leren kennen."

De radicaliseringsexperts voor de gevangenis willen enkel anoniem praten. Niet dat de gedetineerden een gevaar voor hun veiligheid vormen, maar ze willen hun werk buiten de schijnwerpers kunnen doen.

Bovendien is er een vervelende bijwerking voor wie zich out als deradicaliseringsambtenaar. Dan kun je je eerstvolgende kennismaking met een radicale gedetineerde op je buik schrijven. Het woord alleen al zou hem afschrikken. "Al gaan we hem ook in dat eerste gesprek niets voorliegen", zegt de man, een twintiger en moslim - laten we hem Amine noemen. "Anders bouw je geen vertrouwen op. We stellen ons voor als wie we echt zijn: hulpverleners, die specifiek werken voor gevangenen die veroordeeld zijn voor terrorismegerelateerde feiten."

"Maar het woord deradicalisering zullen we nooit gebruiken, omdat het dat strikt genomen niet is", vult zijn collega aan, een vrouw van in de dertig, die we voor het gemak Katrien noemen.

Hier zitten we dan. Drie maanden heeft het geduurd om een interview over deradicalisering in de gevangenissen te versieren. En wat blijkt: de twee experts die de Vlaamse overheid heeft aangesteld om veroordeelde terroristen te deradicaliseren, willen niet over deradicalisering spreken.

Broeihaard

Er was nochtans dringend nood aan deradicalisering in onze gevangenissen. België heeft het aantal veroordelingen voor terrorisme de afgelopen jaren sterk opgevoerd. Dat volgt onder meer uit een wetswijziging die het afreizen als Syrië-strijder strafbaar maakt. Gevolg: op dit moment zitten 120 personen in de gevangenis voor terrorismegerelateerde feiten. 52 van hen zit in voorhechtenis in afwachting van een veroordeling.

Die groep kan nog aandikken. IS verliest terrein, waardoor meer Syrië-strijders zouden terugkeren. De schattingen over het aantal Belgen die op dit moment nog strijden voor IS of Al-Qaida lopen uiteen, maar het zou om enkele honderden gaan. Als ze terugkeren én worden gevat, riskeren ze een gevangenisstraf.

Maar de veiligheidsdiensten maken zich minder zorgen om terugkeerders, van wie we niet weten of ze een verblijf in de regio verkiezen boven een gevaarlijke reis en een straf in België. Ze maken zich zorgen om de geradicaliseerden die nu al in onze detentiecentra zitten. En dat zijn er meer dan enkel zij die voor terreur zijn veroordeeld.

De Staatsveiligheid gaat uit van 450 gevangenen die een risico op islamradicalisering lopen. Op een totale gevangenisbevolking van 10.400 spreken we over 1 op de 23 gedetineerden die mogelijk is geradicaliseerd.

Het probleem is dat zij vroeg of laat niet alleen vrijkomen, maar in tussentijd ook andere gedetineerden kunnen 'besmetten'. In een interview met De Standaard noemt Andrew Hussey van de University of London gevangenissen "broeihaarden van islamitisch radicalisme. Je gaat de bak in als drugsdealer of autodief en komt eruit als jihadist."

Ook in de ervaring van Amine en Katrien is er in een gevangenis voldoende voedingsbodem voor radicalisering. "Wie veroordeeld is, zit al met een bepaalde frustratie", zegt Katrien. "Bovendien gaat het vaak om verouderde centra, met problemen van overbevolking of een tekort aan werk voor wie wil werken. Ook het gedrag van een minderheid van het gevangenispersoneel kan bijdragen aan frustraties. Een gedetineerde is een kwetsbare mens en dat maakt hem gevoelig voor radicalisering."

Bekende casussen zijn er in overvloed. Zo onderzoekt het gerecht of de broers El Bakraoui, die zichzelf opbliezen in Maalbeek en Zaventem, geradicaliseerd zijn in de Belgische gevangenis, waar ze zaten voor een gewapende overval. Een van de broers zou daar minstens twintig keer penitentiair bezoek gekregen hebben van familielid Oussama Atar (32), volgens sommigen het brein achter de aanslagen van Parijs en Brussel. "Het valt aan te nemen dat de gesprekken tussen Atar en zijn neefjes niet gewoon over koetjes en kalfjes gingen, maar over de jihad en terreur", staat in een rapport.

Hetzelfde verhaal bij Mehdi Nemmouche, de Franse terrorist achter de aanslag op het Joods Museum in Brussel. Ook hij stond aanvankelijk enkel bekend voor autodiefstallen en overvallen, maar kwam in gevangenschap in contact met een groep moslimextremisten.

Anis Amri, de dader van een aanslag op een Berlijnse kerstmarkt, zat eerder al vier jaar vast in Italië voor brandstichting en geweldpleging en zou daar achter de tralies zijn geradicaliseerd.

Radicale gedetineerden kunnen in de cel ook nog meer ontsporen. Volgens advocaat Sven Mary is zijn voormalige cliënt Salah Abdeslam, in de gevangenis voor de aanslagen in Parijs, achter de tralies nog meer geradicaliseerd. "Abdeslams deradicalisering had al een tijd geleden moeten beginnen, maar het wordt alleen maar erger. Hij is een echte fundamentalistische moslim geworden."

Besmettingsgevaar

Net om het besmettingsgevaar zo veel mogelijk te beperken, heeft minister van Justitie Koen Geens (CD&V) in het voorjaar van 2016 de Deradex-afdelingen opgericht. Een aan Vlaamse kant, in de gevangenis van Hasselt, en een aan Franstalige kant, in Itter. Er zijn telkens twintig plaatsen beschikbaar voor geradicaliseerden die actief rekruteren onder medegedetineerden, aldus het criterium van Justitie. De eerste die in Hasselt aankwam op de speciale afdeling, was Fouad Belkacem, oprichter van Sharia4Belgium. Ondertussen telt deze Deradex-afdeling tien gedetineerden.

Het is de harde kern, maar het gaat niet om gewelddadige gedetineerden, want de Deradex is geen hoogbeveiligde afdeling. "Eigenlijk benadert het regime dat van de rest van de gevangenis", zegt Bert Vermeulen, directeur van de gevangenis van Hasselt. "Het enige verschil is dat ze worden afgezonderd van de gedetineerden die niet op hun afdeling zitten."

De twee Vlaamse radicaliseringsexperts die in januari zijn begonnen, zijn meteen hier gestart. "Iedereen waarschuwde ons dat het moeilijk zou zijn, zware gasten", zegt Amine. "Maar eigenlijk was er van in het begin een openheid en voeren we uitstekende gesprekken. Het beeld dat mensen hebben van een onhandelbare groep, dat hebben wij niet gezien."

In een latere fase gaan Katrien en Amine ook in andere gevangenissen aan de slag, maar op dit moment begeleiden ze veertien gedetineerden, van wie er tien op de Deradex-afdeling zitten. Het slorpt veel tijd op, want elke week spreken ze iedereen. En een gesprek kan gerust enkele uren duren, want daar is het Katrien en Amine om te doen.

"Door een gesprek op te starten, proberen we te werken aan hun re-integratie in de maatschappij en een leven binnen de lijnen van het wettelijke", zegt Katrien.

"Als de buitenwereld dat deradicaliseren wil noemen, dan is het dat," vult Amine aan, "maar we zitten daar niet om ze in een wasmachine te stoppen waar je na zes maanden gederadicaliseerd uitkomt."

In plaats daarvan bieden ze de gedetineerden perspectief om zo de voedingsbodem weg te nemen die onder de radicalisering ligt. Dat deradicalisering enkel zou weggelegd zijn voor de islamconsulenten met al hun kennis over Koran en Hadith, klopt volgens hen niet. Ze gaan in de eerste plaats geen gesprekken aan over ideologie, of wat er nu haram of halal is, maar over de doodgewone interesses en noden van de gedetineerde.

En dat werkt, zeggen ze. Iemand heeft bijvoorbeeld herontdekt dat hij vroeger graag tekende en is daar opnieuw mee aan de slag gegaan. Een andere gedetineerde wil zijn verhaal opschrijven, zodat jongeren zouden weten welke fouten hij heeft gemaakt en waarom hij is teruggekeerd. Als iemand is teruggekeerd omdat hij zijn familie en kinderen miste, dan versterken ze dat vaderschap.

"En we laten hen nadenken over hun toekomst," zegt Katrien. "Er zijn er die hun secundair diploma eindelijk gaan halen. De kansen die ze in het verleden hebben laten liggen, om verschillende redenen, willen ze nu in de gevangenis toch grijpen. En die wil ís er, hoor! Er bestaan geen hopeloze gevallen."

'Radicale ideeën zijn oké'

Uiteraard gaan de gesprekken ook over ideologie, onder meer omdat de actualiteit ook in de gevangenis binnenkomt. Een tv-programma kan aanleiding geven tot een gesprek. En dan vergt het lenigheid van de hulpverlener om zijn of haar denkkader kritisch te bevragen en niet boven dat van de gedetineerde te stellen.

"Je moet bereid zijn om oprecht te willen luisteren naar hun verhaal ", vertelt Katrien. "Bepaalde meningen of gedragingen moet je niet goedkeuren, maar je moet wel aandacht hebben voor wat eronder ligt. En religie mag absoluut een plaats hebben. Het is niet onze bedoeling om aan hun religiebeleving te raken."

Het moeilijkste daarbij is om hen duidelijk te maken dat radicale ideeën in onze samenleving best oké zijn, en niet gevaarlijk, maar wel de veruitwendigingen ervan.

"Ik vertel dan bijvoorbeeld dat de slavernij niet zou zijn afgeschaft zonder enkele radicale mensen", zegt Amine. "Je kunt wel degelijk voor vooruitgang zorgen op een democratische, legitieme manier. We bieden hen een alternatief voor het plegen van geweld. Dat is geen goede weg, maar welke is dat wel? Hoe kun je met je onrechtvaardigheidsgevoelens iets positiefs doen?"

De verhitte debatten in de Wetstraat over de plaats van de islam en mensen met een migratieachtergrond in onze samenleving, maken deradicalisering niet meteen eenvoudiger. Karin Heremans, verantwoordelijk voor het preventiebeleid tegen radicalisering in het Gemeenschapsonderwijs (Go!), waarschuwde er onlangs voor in de commissie naar de aanslagen. "De polariserende taal van sommige politici wakkert het vuur aan", zei ze.

Cultuursensitiviteit

Werkgevers die personeel met een hoofddoek mogen ontslaan, het burgerschapsexamen voor kinderen van wie niet de beide ouders Belg zijn, de vreemdelingenwet, het druppelt allemaal als zure regen binnen op de Deradex-afdeling.

"Dat bemoeilijkt ons werk zeker", zegt Katrien, "en het is koren op de molen van extremisten. Zo'n vreemdelingenwet brengt voor een gedetineerde met buitenlandse nationaliteit ook onzekerheid met zich mee. Terwijl wij net proberen te werken aan zijn re-integratie en zijn toekomst, hangt er hem misschien een uitzetting boven het hoofd als hij vrijkomt.

De polarisering in de samenleving bestaat evengoed in onze detentiecentra. Maar de twee radicaliseringsexperts zijn het erover eens dat het eigen gelijk niemand vooruithelpt in de begeleiding van geradicaliseerden. Een oprechte open houding is cruciaal.

Daarom geven ze ook vormingen aan de andere hulpverleners. Zo kan dit tweekoppige team zich in sneltempo uitbreiden met de trajectbegeleiders en psychologen die in Vlaamse gevangenissen aan de slag zijn en al langer dan vandaag radicale gevangenen begeleiden. Sommigen onder hen zullen moeten leren om dat cultuursensitief te doen.

"Toen ik me de eerste keer voorstelde aan die gedetineerden op Deradex, heb ik geen hand uitgestoken", zegt Katrien. "Voor sommigen van hen kon het mogelijk vanuit hun religiebeleving een obstakel zijn om een vrouw de hand te schudden en dan zou dat hen meteen uit hun comfortzone halen. Als dat voor hen net een vorm van respect is: prima."

Opvallend, ondertussen geeft elk van deze mannen haar een hand. Maar het initiatief komt van hen. Het is die cultuursensitieve houding die er volgens Katrien voor zorgt dat al deze mannen met haar in gesprek willen. En dat nog niemand heeft afgehaakt.

Geen vergeetput

Amine en Katrien benadrukken voortdurend dat het een werk van lange adem is, maar hoewel ze nog maar een dikke twee maanden aan de slag zijn, kunnen ze nu al spreken van progressie. Bij wat toch de meest radicale doelgroep zou moeten zijn.

Gevangenen geven zelf aan dat ze zich beter voelen en deugd hebben aan de gesprekken. Dat ze een duidelijker toekomstbeeld hebben of al luidop dromen van een eigen restaurantje.

Al stoten ze ook op de beperkingen van Deradex. Doordat de gevangenen geen contact mogen hebben met andere gedetineerden, kunnen ze niet aansluiten op het groepsaanbod. Een weerbaarheidscursus of een opleiding voor werk zijn dan uitgesloten.

"Daarom is het belangrijk dat Deradex geen eindstation is voor hen", zegt Katrien. "We moeten hen perspectief kunnen bieden. Voor sommigen is dat perspectief hun vrijlating, maar wie aan het begin van tien of twaalf jaar gevangenis staat, heeft ook binnen de gevangenis perspectief nodig. Als iemand vooruitgang boekt, moet hij Deradex ook weer kunnen verlaten."

Anders creëer je nieuwe frustraties, klinkt het. Want Deradex is geen plek om lang te blijven. "Die mannen geven echt wel aan: 'ik wil hier weg'. Niet uit de gevangenis, maar uit Deradex."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234