Woensdag 17/08/2022

En ze moordden nog lang en gelukkig

SPROOKJES. Antropologe en jeugdschrijfster Marita de Sterck verdient al jaren haar strepen als pleitbezorger voor ongepolijste en scabreuze volkssprookjes. In Vuil vel rakelt ze nu veertig tegendraadse Vlaamse exemplaren op. Met als hoofdpersonages: seks, bloed, kindermoord, geweld, incest en kannibalisme.

Wie raakte tijdens het voorleesuurtje nooit onder de dubbelzinnige bekoring van sprookjes? Ze staan bol van de moralistische levenslessen en lopen altijd weer uit op een veilig happy end. Maar onder de vernislaag van gepolijste Disneyklassiekers als Doornroosje, Sneeuwwitje, Belle en het beest of De schone slaapster houdt zich een wereld schuil van geweld, snoodaards en felle erotiek. Als kind zat je vaak met trillend hart te wachten op het moment dat het zoetgevooisde sprookje een gruwelijke wending nam. Eindelijk kon je je jonge adrenaline voelen stromen. De onvermijdelijke nachtmerries nam je er maar bij.

Antropologe en jeugdschrijfster Marita de Sterck (59) is al jaren met mierenijver op jacht naar de troebele schaduwzijde van volksverhalen. Ze bedient daarmee zowel volwassenen als jongeren met zin voor avontuur. Na onder meer Bloei (2010) en Beest in bed (2012) delfde De Sterck voor Vuil vel nu veertig Vlaamse volkssprookjes op - in een ruwe versie zoals je ze nooit eerder las. "Niet verkleuterd en versuikerd", zoals ze het zelf omschrijft. "Het zijn verhalen die door hun ondraaglijke spanningsboog niet alleen narratief plezier creëren, maar ons tegelijk van onze sokken blazen en morele verontwaardiging uitlokken."

De Stercks fascinatie voor deze oudere en rauwere versies is niet zomaar uit de lucht komen vallen. "Ik ben zelf de dochter van een bevlogen verteller. Mijn vader, een kleermaker, was een conservatieve katholiek maar oversteeg die enge morele codes toen hij sprookjes en streekverhalen opdiste. Er gebeurden allerlei spannende dingen in mijn hoofd wanneer hij vertelde over de bloedzuipers, Kludde, de pekduivels in het slijk van de Rupel en andere schrikwekkende creaturen.

"Dáár is mijn passie voor volksgeloof en volksverhalen ontstaan, die ik later tijdens mijn studies antropologie kon kanaliseren. En zo raakte ik in de ban van groeirituelen. Ik heb me altijd verzet tegen preutsheid en censuuringrepen in volksverhalen. Waarom zou je de oorspronkelijke versies verdonkeremanen?"

Toch is het in Vuil vel af en toe slikken voor wie nog de illusie koestert dat sprookjes een stichtende moraal bezitten. Seks, bloed, kindermoord, geweld, incest en kannibalisme zijn er schering en inslag. Zo zijn er moeders die hun dochters vergasten op een regen van straatstenen. Of wat te denken van de landarbeidster die haar borelingen vermoordt, terwijl ze uitroept: 'Wat kan ik met die rommel doen?'

Niet voor gevoelige magen

Maar er zijn ook kluchtiger taferelen. Er is de moeilijk te bevredigen koningsdochter die een hele batterij mannen aan haar bedstee laat passeren, maar slechts door de ezelsfluit van een bultenaar haar seksueel walhalla beleeft. En het is griezelen bij de averechtse versie van Sneeuwwitje in 'Mauricia en de zeventien moordenaars', waarin "de aardige dwergen, welke het weggevluchte prinsesje herbergzaamheid verlenen, zijn veranderd in struikrovers, in moordenaars."

Niet voor gevoelige magen: er wordt stront gegeten door een reus, die daardoor met zijn wansmakelijke adem een koningsdochter van zich verwijdert, terwijl ook broekplassen voorkomt en er moorddadige broertjes en zusjes opduiken. "Vandaag spreken we over gezinsdrama's en noemen we dit 'on-voor-stel-baar', zo becommentarieert psychoanalyticus Paul Verhaeghe de verzameling. Maar "ze houden ons een spiegel voor waar we niet graag in kijken."

Wie een ongetemde versie van De kikkerkoning, Assepoester, De schone slaapster, Rapunzel, De schone en het beest en Sneeuwwitje zoekt, vindt in Vuil vel ongetwijfeld zijn gading. De gebroeders Grimm - "die hun sprookjescollectie herdruk na herdruk infantiliseerden en opschoonden", aldus De Sterck - zouden op hun achterste poten staan.

Maar zijn deze soms boertige en burleske verhalen wel geschikt voor jonge oortjes? "In de kleuterklas ga ik er wijselijk niet mee aan de slag", geeft De Sterck toe. "Maar bij 12-plussers kun je er zeker mee aankomen, zo merk ik tijdens schoollezingen. Ik wil jongeren niet onderschatten en resoluut voor gedurfde verhalen gaan, in de overtuiging dat ze dit aankunnen én nodig hebben. Ik zie dat jongeren hierdoor enorm getriggerd worden. Zo hadden ze sprookjes nog nooit eerder gehoord.

"Natuurlijk roepen ze ook pijnlijke levensvragen op. Maar waarom moeten we steeds de scherpe randjes eraf vijlen? Onze angsten en beschermende reflexen als opvoeders vertellen vooral veel over onszelf. Je mag jongeren ook rauwkost geven, verhalen uit de buik van de samenleving, die je met lef moet vertellen."

Ultieme test

In de inleiding tot Vuil vel neemt De Sterck trouwens een aantal psychologen onder de arm. Die vallen haar bij in haar missie om sprookjes in hun ongepolijste vorm op jongeren los te laten. Zo wijst pedagoog en Vlaams kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen op de directheid en impulsiviteit van de personages: "Sterke gevoelens van haat en afgunst liggen gewoon op tafel in sprookjes. (...) Dit vloekt zo hard met onze tijd, waarin we kinderen proberen af te schermen van gruwel en terreur en waarin we de kinderlijke onschuld zo sterk koesteren." Maar, zegt Vanobbergen, "misschien zien we zo wel hoe het ongewone en het gewone meer gemeen hebben met elkaar dan we na een eerste lezing zouden denken."

Volgens psycholoog en rouwdeskundige Manu Keirse zijn 'volkssprookjes' dan weer "een goede aanleiding om de ervaringen en fantasieën van jonge mensen bespreekbaar te maken". De Sterck: "Kinderen hebben zelf ook dat soort gruwelijke fantasieën. Wat je in sprookjes terugvindt, overtreft geenszins de kinderlijke verbeelding, noch de realiteit. Zelf zal ik die sprookjes nooit plat analyseren; ze dagen iedereen uit om zelf te decoderen. Maar natuurlijk hebben auteurs als Carl Gustav Jung en Sigmund Freud erop gewezen dat sprookjes zowel aansluiten bij onze wensdromen als onze nachtmerries. Heel wat anders dan de Disneywereld."

De linoprenten van Marita's zoon Jonas Thys benadrukken de agressieve en erotische component nog meer. "Ja, soms was het voor mij ook even schrikken", geeft De Sterck toe. "Maar ik vond het essentieel om feedback van de jongere generatie te krijgen. Ik heb zelf drie jongvolwassen kinderen en ben altijd benieuwd naar hun reacties op die ongekuiste versies. Net zoals bij Beest in bed heeft mijn zoon - die leraar plastische opvoeding is en workshops lino geeft - de prenten gemaakt. Ik gaf hem carte blanche en hij heeft zich helemaal uitgeleefd."

Dat blijkt: bij het verhaal 'In het land van de oude mekes', lijkt het alsof we in een orgietje met oma's zijn verzeild. "Hij vond dat picturaal interessant. En het was verrijkend voor het boek dat hij zijn jong, mannelijk perspectief tegenover mijn inbreng plaatste."

De Sterck graaide voor de ongekuiste sprookjes alweer diep in de archieven van onder meer het Letterenhuis en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, en liet zich door specialisten omringen. "Maar mijn bewerkingen zijn vrij getrouw", zegt ze. "Ik bleef dicht bij de brontekst en heb hooguit de spelling gemoderniseerd.

"Mijn ultieme test is om ze hardop voor te lezen. Ze moesten soepel uit de mond en in het oor vallen. (lacht) Vaak wordt in drie openingszinnen een complete situatie opgeroepen en het collectieve geheugen geprikkeld. Zoals bij de talloze verhalen waarbij een jong meisje op een vrouwenmoordenaar stuit."

Politieke recuperatie

Wat opvalt aan Vuil vel, is de zorgvuldige annotatie. Van elk opgeduikeld sprookje geeft De Sterck nog eens een samenvatting en een herkomstgeschiedenis. "Niet dat ik wetenschappelijke pretenties heb. Ik erken mijn meerdere in specialisten als Harlinda Lox, Theo Meder, Vanessa Joosen, Marcel van den Berg of Eric Hulsens." Ook is De Sterck voorzichtig met hypotheses over de Vlaamse volksaard die uit het repertoire naar voren zou komen. "Ik sta altijd huiverachtig tegenover recuperatie vanuit politieke hoek. Volkssprookjes worden te makkelijk voor de kar van nationalisten gespannen. Maar je kunt niet zomaar een 'Vlaams volkskarakter' afleiden uit deze sprookjes, zeker omdat ze groeiden in interactie met andere repertoires. Wel vallen me de aardse kwaliteiten op, de vitale manier waarop lichamelijke thema's in kaart worden gebracht. Net als het volksgeloof en een subversieve kant waarbij de zijde van de kleine man wordt gekozen."

Nauwelijks is de inkt droog van Vuil vel of Marita de Sterck zet al een volgende sprookjesverzameling in de steigers: een Belgisch sprookjesboek. "Ik wil over de taalgrens kijken. En tonen hoeveel cultuurstromingen interessante verhalen meebrachten. Dit moet een caleidoscoop van België worden: zoek de verschillen, maar vooral: zoek de gelijkenissen!"

Vuil vel wordt voorgesteld op woensdag 25 februari 2015, 20u, in het Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, Antwerpen.

Marita de Sterck & Jonas Thijs,Vuil vel. Veertig Vlaamse volkssprookjes, De Bezige Bij, 268 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234