Zondag 20/09/2020

En weer is de zaak verdaagd. Voor de veertiendekeer

Kafka in Gent: Freya Oosterlinck moet opboksen tegen de advocaat die tevens rechter is

Zes jaar geleden verloor Freya Oosterlinck haar man in een verkeersongeval. Dinsdag kreeg ze voor de veertiende keer te horen dat ze voor niks naar het justitiepaleis was gekomen en dat haar proces was verdaagd. ‘De advocaat van mijn tegenpartij zetelt mee in de rechtbank die moet oordelen. Ik wist niet dat het kon. Wel, het kan.’ Anderen doen het voor de spiegel, advocaat August Blomme doet het in het echt. Hij pleit voor zijn eigen rechtbank en is meestal na lang en rijp beraad van oordeel dat hij zichzelf gelijk moet geven.door Douglas De Coninck

Dinsdagochtend iets na tienen, de 18de kamer van de correctionele rechtbank in het justitiepaleis in Gent. Voorzitter Chris Nemegheer roept de zaak-Oosterlinck op. Op papier een zaakje van niks. Ze handelt over het becijferen van de materiële schade na het overlijden van Danny Roels, hoofdinspecteur bij de federale politie in Gent. Hij kwam op 1 september 2003 om het leven bij een verkeersongeval. Hij liet drie kinderen uit een vorig huwelijk achter en ook een weduwe, Freya Oosterlinck.Zij was vier jaar samen met de overleden agent en was pas een jaar voor zijn dood met hem gehuwd. Gehuwd is gehuwd, zegt de wet. De ring geeft haar recht op financiële compensatie door inkomsten uit lonen die Danny Roels niet meer zal ontvangen.Er zijn drie partijen in het geding. Er is de weduwe, er is de werkgever van de man die het ongeval veroorzaakte en er is de stad Gent, de werkgever van Danny Roels. Die keert al sinds eind 2003 in afwachting van een finaal verdict als voorschot een maandelijkse vergoeding uit aan Freya Oosterlinck. En daarover gaan deze ochtend de debatten voor de 18de kamer. Hoeveel heeft zij inmiddels precies ontvangen?

August Blomme is de raadsman van de werkgever van de autobestuurder en hij heeft een double check gevraagd van de genoemde getallen. Hij heeft de stad Gent verzocht om een gedetailleerd overzicht van gedane betalingen. "En daar is een probleem", zegt de advocaat. “Deze stukken zijn mij bezorgd op 9 februari, twee weken geleden.” Twee weken, vindt hij, is schandelijk kort. Het is in elk geval te kort om de ene lijst met getalletjes te vergelijken met de andere. “Ik kan niet aanvaarden dat deze stukken in de debatten gaan”, spreekt meester August Blomme de voorzitter van de rechtbank toe. “U kunt geen veroordeling uitspreken.”Voorzitter Chris Nemegheer zegt niks, hij kijkt toe. Stefaan Bekaert, de advocaat van Oosterlinck, wappert moedeloos met de armen: “Wat gaat het de volgende keer zijn? Gaat ge dan de rekeninguittreksels opeisen of wat?”“Als ik dit pas op 9 februari krijg, kan ik ze niet controleren”, repliceert advocaat Blomme. Hij zich nogmaals tot de voorzitter: “U kunt niet anders dan in een tussenvonnis oordelen over deze stukken.”In de normale wereld, in een normale rechtszaal, bezigen advocaten de wij-zijn-van-mening-vorm. Ze permitteren zich de vrijheid om te verzoeken of het het hof eventueel wil behagen om te overwegen nog geen veroordeling uit te spreken. Alstublieft. Rechtenstudenten krijgen het er in hun eerste jaar al ingehamerd. Het ergste wat je kan overkomen is een nukkige rechter. Ga desnoods op je buik liggen.Hier is het de advocaat van de verdediging die tegen het hof zegt wat het moet doen, zijn verzoek uitspreekt op de barse toon van een verdict, en ook in het gelijk wordt gesteld. “Wij zullen uitspraak verlenen op 23 maart”, mompelt voorzitter Nemegheer. Tegen 23 maart zal het hof zich uitspreken over de vraag of de stukken wel of niet aan het dossier kunnen worden toegevoegd. Iedereen mag naar huis.“En weer is de zaak verdaagd, voor de veertiende keer”, zucht Freya Oosterlinck. “De zoveelste keer dat ik voor niks van Herselt naar Gent ben gekomen. Ik moet iedere keer weer iets regelen met mijn werkgever. Ik wéét op voorhand wel dat het toch weer niks zal zijn, maar ja. Een mens blijft hopen. Dit kan toch niet blijven duren?”De situatie op de 18de kamer van de Gentse correctionele rechtbank is een beetje bijzonder. August Blomme is niet alleen een vertrouwd gezicht onder de advocaten die er regelmatig komen pleiten in dossiers over ongevallen en schade. Op dinsdagochtend zetelt hij als plaatsvervangend rechter in dezelfde 18de kamer. Komt er een zaak voor waarin hij betrokken is als advocaat, dan staat hij op, verdwijnt even in de coulissen, en laat een medewerker van zijn kantoor opdraven als advocaat, meestal om te melden dat de zaak moet worden verdaagd. Op zijn plaats in de rechtersstoel komt dan snel een andere magistraat of advocaat in rechterstoga postvatten. Zodra de zaak is afgehandeld, glipt Blomme terug de zaal binnen en hervat het hof de zitting in zijn aanvankelijke samenstelling. “Zo gaat het iedere keer opnieuw”, zegt Oosterlinck. “Strikt genomen is het natuurlijk niet hij die een oordeel velt over mijn zaak, maar zijn collega-rechters met wie hij de hele voormiddag samen heeft gezeteld, met wie hij aan de dag is begonnen. Met wie hij even later grapjes staat te maken.”

Er is zelfs geen schijn van twijfel over wie verantwoordelijk was voor de dood van Danny Roels. Hij reed die ochtend, zoals elke ochtend, met zijn motor naar het werk. Langs de Antwerpsesteenweg reed Hedwig B. zonder goed naar links of rechts te kijken zijn wagen vanop de oprit de weg op. Het moet een verschrikkelijke klap zijn geweest. ‘Het slachtoffer werd nog naar het ziekenhuis gebracht, waar hij kort na zijn aankomst overleed’, aldus het krantenbericht, de volgende dag.“Je zit opeens in een film waarin je helemaal niet wil meespelen”, blikt Freya Oosterlinck terug. “De politie stond voor de deur. Er is geen goede manier om zo’n nieuws te komen melden, dat weet ik ook wel. Opeens was hij er niet meer, mijn man. Er gebeurden allemaal dingen en een stem binnenin me riep de hele tijd: ‘Stop, dit kan niet!’ De bestuurder was een getuige van Jehova. Hij was van mening dat het ongeval een straf was van God. Omdat Danny zijn huwelijksgelofte had verbroken.”Op 12 december 2006 achtte de politierechtbank Hedwig B. over de hele lijn schuldig. Door een meningsverschil over de verdere afhandeling van het burgerlijke deel van het geding, leidde Oosterlinck op advies van haar advocaat een beroepsprocedure in bij de Gentse correctionele rechtbank, 18de kamer. Dat was achteraf bekeken misschien geen goed plan.Op 20 februari 2007 werd de zaak officieel ‘vastgesteld’, maar door overbelasting der rollen meteen uitgesteld naar 15 mei 2007. Er volgden nog twee uitstelbeurten, en op 13 november 2007 was er een nieuwe zitting. Nu oordeelde het hof dat op 15 januari 2008 pleidooien zouden worden gehouden. Een uitspraak werd aangekondigd voor 5 februari 2008. Op 5 februari werd die datum verschoven naar 19 februari. Op 18 februari, daags voor het verdict, diende advocaat Blomme bij zijn eigen rechtbank een “verzoekschrift tot heropening van de debatten” neer. Er volgde een nieuwe rechtszitting op 4 maart, en deze keer was het rechter Roland Tack die zich met de zaak kwam bemoeien. Hij is op papier voorzitter van de 18de kamer, maar laat zich haast altijd vervangen door Nemegheer. Nu beloofde Tack een vonnis tegen 1 april 2008. “Aan het eind grapte hij nog: en het is géén aprilgrap”, zegt Freya Oosterlinck. “Maar natuurlijk was het wel een grap.”Op 1 april werd de zaak verdaagd naar 29 april. Op 29 april werd de zaak verdaagd naar 27 mei. Op 27 mei werd de zaak verdaagd naar 24 juni. Op 24 juni werd de zaak verdaagd naar 9 september. Op 9 september 2008 was er eindelijk een vonnis. Of liever: een tussenvonnis. In dat vonnis werd de weduwe verzocht het hof “informatie te verschaffen nopens het tijdstip van de aanvang van haar nieuwe relatie” en “nopens de inkomstensituatie van diezelfde huidige partner”. Met die formulering volgde het hof radicaal de stelling van rechter-advocaat August Blomme. Die had er in zijn conclusies fijntjes op gewezen dat mevrouw Oosterlinck inmiddels samenwoont met een nieuwe partner, en met hem ook een kind heeft. Dit, vindt hij, zijn elementen waarmee rekening dient gehouden te worden bij het begroten van de reële, te vergoeden schade.“Wat men mij verwijt, is dat ik na de dood van mijn man niet in de psychiatrie ben beland”, zegt Freya Oosterlinck. “Ik was kapot van verdriet, zeker, maar ben uit de put gekropen en heb in 2004 mijn huidige vriend leren kennen. Er kwam inmiddels inderdaad een kind. Ik ben gelukkig met het leven dat ik heb. Mag ik?”In verschillende arresten oordeelde het Hof van Cassatie al dat het niks uitmaakt of een weduwe de rest van haar leven eenzaam en snotterend doorbrengt, dan wel in de armen loopt van Richard Gere. “De geldende regel is het herstel van de toestand op het ogenblik net voor het ongeval”, zegt Wauthier Robyns van Assuralia, de beroepsvereniging voor verzekeringsondernemingen. “Dat is in België ook het algemeen geldende principe bij elk geschil over schade. Tegenwoordig komt dat principe wel steeds meer ter discussie te staan.”

Tegenstanders voeren aan dat de rechtspraak met betrekking tot gehuwden nog steeds uitgaat van de werkende man en de vrouw aan de haard. In Frankrijk is er een juridisch precedent van een weduwe die een bekomen schadevergoeding moest terugbetalen omdat ze voor de rechtbank had verzwegen dat ze inmiddels een nieuwe partner had - een betere partij bovendien. Vooral verzekeringsmaatschappijen zijn vragende partij voor een wetswijziging. Weduwen en weduwnaren zijn in de praktijk doorgaans beter af dan daags na de dood van hun geliefde. Een koerswijziging ten opzichte van de rechtsleer bij het Hof van Cassatie zou door de verzekeringsmaatschappijen worden onthaald in twee woorden: kassa kassa. Eén van de belangrijkste cliënten in het advocatenpraktijk van August Blomme is KBC verzekeringen.Het tussenvonnis van 9 september 2008 zegt nu, letterlijk: “De apodictische stelling van ons opperste gerechtshof wordt reeds (zeer) geruime tijd scherp bekritiseerd door de rechtsleer”. Daarop volgt een uitgebreide reeks citaten uit juridische publicaties waarmee de rechtspraak van het Hof van Cassatie onder vuur wordt genomen. Het gaat er zo wel heel sterk op lijken dat de 18de kamer met de zaak-Oosterlinck aanstuurt op een juridisch precedent om Cassatie te overrulen.“Ik zou er op zich geen probleem mee hebben mocht de Belgische rechtspraak een andere koers gaan varen”, zegt Freya Oosterlinck. “Als dat tenminste met eerlijke middelen zou gebeuren. Een advocaat die rechter is in dezelfde rechtbank, dat is geen eerlijk middel. Al dat getalm, dat herhaaldelijke uitstellen, dient ook een doel. Hoe langer dit duurt, hoe ouder mijn zoontje wordt en hoe meer tijd er verstreken is sinds de dood van Danny, hoe luider men kan roepen: ‘Zie je wel, die vrouw is er helemaal bovenop, ze is allang geen slachtoffer meer!’ Dat is zo akelig. Ik zou het graag afsluiten, de dood van Danny een plaats geven en er niet meer over te hoeven piekeren. Maar om de zoveel tijd is daar een brief van de rechtbank.”Op 30 juni 2009 stond de zaak opnieuw geagendeerd voor de 18de kamer. Weer zag Freya Oosterlinck rechter Blomme naar achteren verdwijnen. Waarna het hof besliste om de zaak te verdagen naar 13 oktober. Vijf dagen voor het grote moment daar leek te zijn, kwam de tegenpartij met nieuwe conclusies. De zaak werd weer verdaagd, nu naar 23 februari 2009. En dat was het moment, deze week, waarop August Blomme in advocatentoga besliste dat er een tussenvonnis moest worden geveld over de ingediende A4’tjes van de stad Gent.“Het zou kunnen dat we weer vertrokken zijn voor een paar maanden”, zucht advocaat Bekaert. “Als ik hem dan zeg dat ik vind hij zich bezondigt aan obstructie van de rechtsgang, wordt hij boos. Ik moet ook zien dat ik niet te veel ruzie met hem krijg. Per slot van rekening ben ik advocaat en is hij plaatsvervangend rechter.”

De Orde van Vlaamse Balies (OVB), de belangengroep van de Vlaamse advocatuur, ijvert al jaren voor een hoge betonnen muur tussen rechter en advocaat. “In 1997 heeft de wetgever de AVK’s ingevoerd, de aanvullende kamers bij de hoven van beroep”, zegt Kathleen Vercraeye van OVB. “Dat heette een tijdelijke maatregel te zijn, om de gerechtelijke achterstand weg te werken. We zijn dertien jaar verder en sinds kort heeft minister De Clerck tot onze grote tevredenheid een uitdoofscenario klaar. Zo’n scenario zou er ook moeten komen voor plaatsvervangende rechters in correctionele rechtbanken.”Advocaten die rechter worden, het hoort voor de OVB onder alle omstandigheden een absolute uitzondering te zijn. De Orde wenst niet in te gaan op het specifieke geval van August Blomme, maar verwijst naar een perscommuniqué dat ze verspreidde op 15 februari 2006: “De Orde van Vlaamse Balies kant zich nadrukkelijk tegen het gebruik van advocaten als plaatsvervangende rechters op structurele wijze.” De Vlaamse advocatuur, staat er, wil occasioneel wel depanneren, door de advocaat met het grootst aantal jaren op de teller even naar voor te roepen, maar slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen: “Men denkt hierbij aan het voorbeeld van een magistraat die op weg naar een zitting een ongeval krijgt.” En, zegt de Orde nog: “Tot slot is de algemene vergadering van de OVB van mening dat de advocaat benoemd tot plaatsvervangend rechter nooit in het gerechtelijk kanton waar hij doorgaans pleit, kan zetelen.”August Blomme pleit niet alleen in zijn eigen kanton, hij pleit in zijn eigen rechtbank, in zijn eigen 18de kamer. Hij doet dat ook niet occasioneel, maar elke week, elke dinsdagvoormiddag van 9 uur ‘s ochtends tot de lunchpauze. Hij lijkt daar ook best trots op te zijn. Hij vermeldt zijn plaatsvervangend rechterschap op de website van zijn kantoor in zijn lijst met specialisaties.Freya Oosterlinck kaartte de zaak al eens aan in een lange brief aan de Hoge Raad voor Justitie. Die zag niet meteen een probleem in de schizofrene positie van Blomme, maar achtte haar klacht over de veelvuldige verdagingen gegrond. De weduwe kreeg als antwoord: “Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de zaak nu eindelijk haar einde nadert. Wij menen dat wij u verder niet meer concreet van dienst kunnen zijn, zodat wij het dossier hierbij afsluiten.” Getekend, de Hoge Raad voor Justitie, 2 oktober 2008. “Wij nu bijna anderhalf jaar verder”, zegt Freya Oosterlinck. “Nu weet ik het niet meer.”We contacteerden ook August Blomme. Zijn reactie op onze vragenlijst beperkte zich tot een korte e-mail: “Ik heb de voorzitter van de Rechtbank gecontacteerd alsook mijn stafhouder, en wens niet te antwoorden op Uw vragen.”Waarvan akte.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234