Zaterdag 04/12/2021

En wat als het iemand anders was?

Het is moeilijk voorstelbaar dat het grote assisenproces omtrent de moord op Karel Van Noppen straks eindigt met een onbeantwoorde vraag over wie de opdrachtgevers waren. Toch lijkt het steeds meer die kant op te gaan. Douglas De Coninck over de taboes van het onderzoek.

Het is 23 juni 1999 als in het politiekantoor van Knokke-Heist wijkagent Willy Deceuninck achter zijn tekstverwerker gaat zitten. Met enige pathos stelt hij proces-verbaal 4160/99 op. "Betreft: inlichtingen omtrent de verblijfplaats van Walter Remysen, een der verdachten in de zaak van Karel van Noppen."

Wat volgt, lijkt zo op het eerste gezicht niets dan roddel en achterklap te zijn. Agent Deceuninck is een paar dagen eerder aangesproken door "een persoon die anoniem wenste te blijven" en die niets beters te doen heeft dan de vuilniszakken van een echtpaar in residentie Phenix in Le Zoute te stelen. De anoniemeling is het koppel al een poosje aan het observeren. Hij kan de wijkagent vertellen dat, ook al staat er 'Lornoy' op de bel, de mijnheer die daar woont Walter Remysen is, en de bijbehorende mevrouw zijn echtgenote.

Voor ze hun intrek namen in de chique residentie, weet hij nog, "hebben zij van januari tot april 1999 gelogeerd in de residentie Charles". Dat is een van de allerduurste hotels in Knokke-Heist. En, zegt de anoniemeling: "Hij en zijn vrouw verteren pakken geld. Zij heeft onlangs nog maar een nieuwe BMW gekregen (...). Wat opvalt, is het feit dat hij altijd een pakje in zijn handen heeft."

De anoniemeling heeft in de vuilniszakken van het koppel een paar krantenknipsels aangetroffen over de moord op veearts Karel Van Noppen, en enkele brieven. Zoals deze, komende van een lokaal vastgoedkantoor "Enige tijd geleden toonde u belangstelling voor de aankoop van een villa in het Zoute..." Het echtpaar is ook druk doende met het verhuren van een 12,5 miljoen frank waard zijnde villa in Turnhout. Maar, opmerkelijk: alle onderhandelingen lopen op naam van veehandelaar Lornoy uit Geel, die het echtpaar om de een of andere reden immense geldsommen toestopt, of minstens optreedt als financiële stroman.

Het parket in Turnhout, dat het onderzoek voert naar de moord op Karel Van Noppen, zal met de inlichtingen komende uit Knokke-Heist niets aanvangen. "Wij menen te mogen stellen dat deze informatie wel een licht kan werpen op de door Walter Remysen aangekleefde manier van leven doch dat ze verder niet van aard is om het onderzoek te dienen, rapporteert commissaris Marc Beirnaerts op 19 augustus 1999 aan onderzoeksrechter Marleen Vrints.

Diezelfde Beirnaerts heeft nochtans redenen om grote ogen te trekken bij de plotse rijkdom van Walter Remysen. Hij heeft hem op 15 juni 1998 zelf ondervraagd omdat er op dat ogenblik ernstige aanwijzingen waren dat hij wel eens de opdrachtgever zou kunnen zijn geweest voor de moord. Remysen (52) vertelt die dag in het pv 101.951 zijn meelijwekkende levensverhaal. Hij was lange tijd zaakvoerder van de vleesgroothandel Revano in Turnhout. Na gerechtelijke problemen met hormonenzwendel en dies meer ging Revano in 1997 failliet. Daarna, aldus Remysen: "... ben ik slechts met grote moeite weer overeind geraakt. Om het hoofd boven water te houden, doe ik hier en daar wat kleine zaakjes, maar officieel sta ik om medische redenen op non-actief. Ik geniet een uitkering van de ziekteverzekering."

De firmanaam Revano heeft een opmerkelijke herkomst. De 'Re' staat voor Remysen, 'vano' voor 'Van Noppen'. Remysen is familie. De onkreukbare IVK-keurder was zijn achterneef. Maar, zegt Remysen: "Wij hadden nagenoeg geen sociaal contact (...) Ondanks het feit dat hij moet hebben geweten dat ik meedraaide in het hormonencircuit is onze verstandhouding nooit slecht geweest. Hij heeft mij nooit verwijten gemaakt."

Justitie in Antwerpen en Turnhout heeft altijd vrede genomen met de uitleg van Remysen, die niet werd gedagvaard tijdens het assisenproces, maar momenteel wel een celstraf uitzit wegens hormonenzwendel. Toen hij twee weken geleden op het assisenproces verscheen, was dat als getuige. Remysen herhaalde dat hij met zijn achterneef "nooit problemen" had gehad.

Als Karel Van Noppen nog leefde, dan had hij zijn achterneef wellicht moeten corrigeren. Mede door zijn toedoen leverde het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) destijds een aantal vernietigende rapporten af over de hygiënische toestanden bij Revano, met als gevolg dat het ministerie van Volksgezondheid op 2 november 1996 de vergunning introk, wat slechts de voorbode was van het faillissement. Of, zoals de echtgenote van Remysen al jarenlang bij een kopje thee in de betere etablissementen in Knokke-Heist haar gehoor voorhoudt: "Met dienen Karel viel niet te praten. Die was geobsedeerd. Hij was dan wel familie, maar hij was het die onze zaak kapot heeft gemaakt."

Remysen heeft zelf ook wel eens wat kapotgemaakt. In mei 1997 werd hij tot 3,5 jaar cel veroordeeld omdat hij had meegewerkt aan verzekeringsfraude rond de protserige villa van de Nederlandse xtc-dealer Jaak Van Griensven in Oud-Turnhout. Die vloog op 25 maart 1995, een maand na de moord op Karel Van Noppen, met een luide knal in de lucht. De villa, door de eigenaar Paleis Soestdijk gedoopt, had een verzekeringspremie van 223 miljoen frank moeten opleveren. De explosie was het werk van de Nederlandse drugsbaron Frank Van Der Vaart, Remysen trad op als de pseudo-koper en wist van de fraude. Het was met dit soort figuren dat Remysen zich in die periode omringde.

Hij had in die tijd een bekende advocaat: Jan De Man uit Antwerpen. Jan De Man is vandaag op het assisenproces-Van Noppen de advocaat van Carl De Schutter.

Al kort nadat de Belgische justitie hem in mei 1996 weet te klissen in de Zuid-Franse villa van zijn moeder, legt Carl De Schutter aan de politie uit wie nu eigenlijk de opdrachtgever was voor de moord op de IVK-keurder: Walter Remysen. Het zou hij zijn geweest die op 7 februari 1995, drie weken voor de moord, in een ondergrondse parkeergarage aan de Mechelsesteenweg in Antwerpen een ontmoeting had met De Schutter en met de uiteindelijke uitvoerder van de moord, Albert Barrez. Het was de dag waarop De Schutter zijn kompaan toesprak met de historische woorden: "Awel, ge weet wel." De Schutter had Barrez daarvoor al gesproken over een veearts - "een zekere Noppes" - die uit de weg moest worden geruimd. Wat Barrez tot de overtuiging bracht dat de man die die avond een stapel bankbiljetten overhandigde de opdrachtgever was.

De Schutter, een rijkeluiszoontje, wapenfreak en wapenleverancier voor de Rotterdamse onderwereld, is het type crimineel dat perfect weet dat geen enkele situatie hopeloos is en dat kennis over een bepaald misdrijf iets is waar je handel mee kunt drijven. Zo komt het dat hij na enige tijd net zo vrolijk als hij eerst Remysen aanwees, veehandelaar Theo Goossens uitroept tot opdrachtgever. Het wordt De Schutter ook makkelijk gemaakt om, naargelang de omstandigheden, van versie te veranderen. Zijn eerste verklaringen, waarin hij de cliënt van zijn latere advocaat aanwijst, is onder ede afgelegd tegenover de Franse politie - en wordt om die reden in België als nietig beschouwd.

Na drie jaar zal De Schutter uiteindelijk de Wetterse veehandelaar Alex Vercauteren aanwijzen. Het is hij die nu op de beklaagdenbank zit - omringd door vier advocaten die al wekenlang trachten aan te voeren dat Remysen daar eigenlijk had moeten zitten. Niet echt met veel succes overigens. De leider van het viertal is de Gentse strafpleiter en proceduremaniak Hans Rieder, die om de haverklap de hele zaal tot wanhoop drijft met steeds maar weer "nieuwe documenten", die zijns inziens aan het dossier moeten worden toegevoegd.

Albert Barrez zag de opdrachtgever in de ondergrondse garage slechts heel even, "in profiel". Toen hij na zijn arrestatie een setje foto's kreeg voorgelegd, haalde hij er nummer 12 uit. Nummer 12 was Walter Remysen. Barrez weet al sinds de dag van zijn bekentenissen dat hij weinig of niks meer te verliezen heeft. Al wat hij kan doen, is meewerken met justitie en hopen dat hij zo een goede indruk nalaat, wat eventueel een kleine reductie van de strafmaat kan opleveren. Barrez schreef zelfs al een boek, opdat "dé waarheid" aan het licht zo komen. Hij bestookte ook enkele kranten en tv-zenders met brieven, altijd weer met hetzelfde verhaal: "Het was Walter Remysen die ik toen in die parkeergarage heb gezien."

Toch vermeldt de akte van beschuldiging op het proces-Van Noppen iets anders: "Bij confrontatie nadien met Walter Remysen herkent hij (Barrez) die laatste evenwel niet met 100 procent zekerheid." Het is dat gegeven, in combinatie met de gewijzigde verklaring van De Schutter, dat ertoe zou leiden dat Remysen niet naar het assisenhof zou worden doorverwezen.

Een maffieuze moord ophelderen is geen sinecure. In het buitenland probeert men het wel eens met moderne technieken als daderprofilering, leugendetectors en infiltratie. In België verkiest men als determinerende opsporingstechniek nog altijd graag De Confrontatie, waarbij persoon A moet kijken naar persoon B en zeggen of hij hem herkent of niet. Hoe de cruciale confrontatie in de zaak-Van Noppen verliep, wordt door Albert Barrez beschreven in een brief die hij op 19 september 1998 adresseerde aan het parket-generaal in Antwerpen: "De confrontatie met Remysen is gebeurd alsof het om een verkeersongeval ging. Eén rijkswachter aan het tipmachien (sic) en slechts één ondervrager die het dossier niet kende (...). Ik heb gezegd dat ik in deze omstandigheden geen 100 procent zekerheid kon geven."

Nadien, toen de rijkswachter na drie uur eindelijk klaar was met zijn tikwerk en Barrez nog eens de kans kreeg om Remysen - die in zijn hoekje de verhoortekst aan het nalezen was - goed te bekijken, liet hij weten dat dit wel degelijk de man was die hij in de garage had gezien. Maar toen mocht het niet meer: "De verhoren waren al achter de rug."

Barrez blijft volhouden dat Remysen de opdrachtgever was, maar doet dat op advies van zijn advocaten nu steeds minder nadrukkelijk. Voor hem komt het er vooral op aan vriendjes te blijven met het openbaar ministerie.

Er was ook nog een klein detail dat Barrez zich over de BMW in de garage herinnerde. Het stervormige merkplaatje was van de auto verwijderd. Dat is in die periode ook het geval met de BMW waar Remysen in 1995 mee rondreed. Zelfde kleur, zelfde kenmerken. De speurders in Turnhout hebben nooit de moeite genomen om te achterhalen waar Remysen zich op 7 februari 1995 bevond. Er is opmerkelijk weinig onderzocht rond Remysen. Zijn echtgenote is nooit verhoord, zijn alibi voor de dag van de moord evenmin.

Deze week werd duidelijk dat als de moord op Karel Van Noppen kon worden opgehelderd, dat in de eerste plaats te danken is aan tips uit het misdaadmilieu. Zo was er de getuige X282, die kennelijk de doorslag gaf. Die legde al in zijn eerste verklaringen de link met een bende die xtc en voor Belgische veefokkers bestemde hormonenpreparaten invoerde vanuit Roemenië. Laat dat nu precies de plek zijn waar Remysens partner in crime Frank Van der Vaart in mei 1998 wordt gearresteerd met 50 kilogram heroïne in zijn vrachtwagen. X282 was niet de enige anonieme informant in het dossier-Van Noppen.

Op 8 maart 1995, tien dagen na de moord, meldt er zich één bij de rijkswacht van Roeselare. De informant noemt vijf namen van mensen die volgens hem de opdrachtgever zouden zijn. Twee vallen op: Walter Remysen en Staf Lornoy. Lornoy is de man wiens naam voorkomt op de documenten die halfweg 1999 in Knokke-Heist worden opgediept uit de vuilniszakken van Remysen. Hij is de uitbater van een slachthuis in Geel, waar Van Noppen ook wel eens langskwam.

Op 31 augustus 1995 meldt zich een anonieme informant in het kantoor van de Gentse onderzoeksrechter Vandamme met een heel verhaal over vier schurken die zouden handelen in hormonen. De informant is de bende geïnfiltreerd en zegt: "Deze vier personen weten dat een zekere Remisse, een grote vleeshandelaar uit Turnhout, sterk betrokken is bij de moord op Karel Van Noppen."

Op 1 september 1995 is er een anonieme dame met alwéér een verhaal over wat "in het milieu" wordt verteld, deze keer opgetekend door de rijkswacht van Gent: "Wat Remissen betreft kan worden gesteld dat hij de opdrachtgever zou zijn tot het liquideren van Van Noppen (...). De moord zou een wraak zijn voor de moeilijkheden die zich voordien voordeden tussen Van Noppen en de firma waar Remysen werkzaam was, of zaakvoerder. Die firma werd platgelegd door de diensten van Van Noppen."

De drie getuigenissen hebben iets met elkaar gemeen. Ze dateren van meer dan een jaar voor de naam van Remysen her en der in de pers opduikt als mogelijke opdrachtgever.

En het houdt niet op. Op 6 februari 2002 - rijkelijk laat - komt er post uit Groot-Brittannië. Daar zit al enige tijd E.C. weg te kwijnen in een gevangenis omdat hij is betrapt met een lading drugs. De man zegt dat hij door de gebroeders Leo en Frank Van der Vaart, de twee Nederlandse groothandelaars in drugs waar Remysen in de periode van de moord mee optrok, "verlinkt" aan de Britse politie omdat hij "te veel wist". E.C. zegt dat hij in hun ogen een risicofactor was geworden, vooral dat omdat hij midden in dat milieu getuige was van hoe de moord op Van Noppen werd bekokstoofd door de bende rond Van der Vaart, Van Griensven en co. Dat de speurders in Turnhout weinig voor die piste voelden, is volgens E.C. niet meer dan logisch, want de twee Nederlandse drugsbaronnen zouden uitstekende contacten hebben bij de rijkswacht daar.

De man die nu aan de zijde van Germain Daenen in de beklaagdenbank zit, Alex Vercauteren, is ook niet meteen iemand van wie je een auto - laat staan een biefstuk - zou kopen. Notoir hormonenspuiter, goede maatjes met wijlen Gery Germonpré, de IVK-topman die Karel Van Noppen op het laatst zo vaak het leven zuur maakte en nogal wat vetmesters - Vercauteren op kop - altijd wel wou tippen over de slachthuizen waar Van Noppen en zijn collega's wilden gaan controleren. In het licht van de brieven waarin Van Noppen kort voor zijn dood zijn beklag deed over corruptie bij en pesterijen vanwege zijn oversten, is hij zonder meer de ideale verdachte. De tegen hem geformuleerde aanklacht bevat echter nog geen fractie van de elementen die in de loop der jaren opdoken tegen Remysen, de Van der Vaarten en consorten. De aanklacht berust vooral op wat Carl De Schutter beweert en een niet te verifiëren verhaal over een poging om via Vercauterens advocaat Rieder een som geld te innen.

Het gaat er soms op lijken dat de grootste stommiteit van Vercauteren erin bestond niet in te gaan op de chantage van De Schutter. De wijze waarop de wapenfreak hem blijft beschuldigen, wijst stilaan op overkill. Telkens als de verdediging van Vercauteren tijdens het proces een punt scoort - zoals donderdag bij de rel omtrent getuige X282 - tovert De Schutter consequent iets nieuws uit zijn hoed. Nu heette het dat Vercauteren hem in de marge van het proces een som geld zou hebben aangeboden om zijn verklaringen te wijzigen.

Wat er zich allemaal afspeelt in de geest van de man die de moord op Karel Van Noppen praktisch organiseerde, is soms af te leiden uit zijn eigen tussenkomsten: "Ik heb het onderzoek bijna vier jaar lang in de war gestuurd. Ik heb bewust leugens verteld, of minstens de waarheid verdraaid. Het heeft écht geen zin om nog daarover nog vragen te stellen." Te vertalen als: geloof mij, want ik ben een leugenaar. Of, zoals speurders die in de vroeger jaren negentig achter De Schutter aanzaten: "Die vent speelt komedie, die redeneert in de stijl van: 'Wie mij niet betaalt, zal ik beschuldigen.' En hij schept daar nog lol in ook."

Zou het kunnen dat zij die weten wie de moord regisseerde vandaag in weelde leven doordat hen crimineel zwijggeld is toegestopt? Net als Remysen komt De Schutter alvast niets te kort. In de gevangenis van Antwerpen - waar vorige week nog een cipier twee gedetineerden hielp ontsnappen - heeft de wapenfreak de status van vedette. Hij werd vroeger al eens betrapt op het bezit van een gsm, wat hem toeliet vanuit de gevangenis een handeltje in gestolen sigaretten in het voormalige Oostblok op te zetten.

Vandaag is de toestand niet anders. De Schutter beschikt in zijn cel opnieuw over gsm en een collectie sim-kaarten, wat hem toelaat om te pas en te onpas journalisten te bellen. En wijze raad te geven over hoe dat ook alweer zat met de opdrachtgever.

Het proces-Van Noppen wordt dinsdag voortgezet.

Albert Barrez noemt hem 'de echte opdrachtgever', hij reed met de gezochte BMW, diverse tips uit het milieu wezen in zijn richting, hij trok in die tijd op met een stel hoogst impulsieve gangsters, hij loog tijdens zijn verhoren, hij was familie van Karel Van Noppen en hij had ook een motief. Toch hadden de speurders weinig of geen belangstelling voor hormonenspuiter Walter Remysen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234