Maandag 16/12/2019

Interview Uwe Porters

‘En toen vroeg de kersverse papa aan de gynaecoloog of hij nog een steekje wou bijzetten’

Uwe Porters. Beeld Tim Dirven

Ze noemt zichzelf graag ‘een vroedvrouw die toevallig ook moeder werd’. En schreef een boek over verlossingen die ze bijwoonde en haar eigen bevallingen. ‘Bevallen is van iets huiskamerlijks geëvolueerd naar iets heel gemedicaliseerds. Dat is jammer’, zegt Uwe Porters (29).

Ze zag de voorbije jaren mama’s meteen het haar van hun pasgeboren baby afscheren of de placenta meenemen naar huis om een ontbijtsmoothie van te maken. Uwe Porters, mama van Lexie (4) en Viggo (2), schrijft als mom blogger en Instagrammer al langer over haar ervaringen als vroedvrouw én moeder. Verhalen die gesmaakt worden, aan haar trouwe schare volgers te zien. Nu is er ook een boek: Verlos ons – Verhalen van een vroedvrouw. “Ik wil toekomstige mama’s vooral tonen dat een geboorte een wonder is, maar dat ze zelf de regie in handen moeten houden. Dat kan veel trauma’s vermijden.”

Heeft de mama dan niet altijd de regie in handen?

Uwe Porters: “Neen. Ergens onderweg is de bevalling van iets huiskamerlijks geëvolueerd naar iets heel gemedicaliseerds. En dat is eigenlijk niet nodig. Het verhaal van Kirsten is mij altijd bijgebleven. Ze zag zich terechtkomen in een steriele ziekenhuiskamer vol mensonterende instrumenten. En de gynaecoloog zei koeltjes: ‘Leg je benen in de beugels en puf maar.’ Daarna kreeg ze een knip, zonder enige vorm van waarschuwing. Ze voelde zich als een gelabeld stuk rund. Zo hoort het dus niet te zijn.

“Verhalen zoals dat van Kirsten hoor je nog veel te vaak. Terwijl bevallen ook op zoveel warmere manieren kan. Ik koos er zelf voor om me tijdens de zwangerschap te laten begeleiden door een vroedvrouw.  En wou alles zelf doen, zonder epidurale. Het draaide anders uit. Ons kindje geraakte niet voorbij mijn staartbeen. Er kwam een gynaecoloog én een  zuignap aan te pas. Maar ondanks alles hing er wel een warme sfeer. Daar ben ik nog altijd blij om.”

In uw boek beschrijft u bepaalde scènes in detail die andere vrouwen wellicht liever uit hun geheugen zouden wissen. Zoals uw gescheurde clitoris bijvoorbeeld.

“Ja. Daar kan ik nog altijd ur-en over doorbomen. (lacht) Het was zo hallucinant. Ik had net mijn dochter vast en dacht: alles is goed. De dokter was me al aan het hechten, want ik had wel wat scheurtjes onderaan. Mijn man ging buiten de familie bellen. En toen zei de gynaecoloog plots: ‘Uwe, ik moet even iets doen en kan je niet verdoven.’ Ik weet nog dat ik dacht: ik ben hier wel net bevallen, dat kan er ook nog wel bij. Maar gegild dat ik heb! Niet normaal. 

“Mijn man dacht dat het nooit meer goed zou komen. Maar for the record: het is zowel anatomisch als functioneel volledig in orde gekomen.”

U bent in het boek ook heel open over uw psychische problemen na de geboorte van uw dochter. Nog een taboe dat u wil doorbreken?

“Ik voelde me na de geboorte van Lexie heel slecht, ja. De diagnose luidde:  posttraumatische stressstoornis door de moeilijke bevalling, gecombineerd met een hechtingsstoornis door bepaalde zaken uit mijn jeugd. Mijn moeder was nog erg jong toe ze me kreeg en ik heb als kind veel geweld gezien. Dat doet iets met een persoon. Als je dan zelf mama wordt, dan komt de complexe relatie met je eigen moeder keihard naar boven. Je wordt teruggekatapulteerd naar vroeger. Dat heeft me kletsen gegeven die ik niet had zien aankomen. 

“Ik woon in Essen, een dorpje in het noorden van Antwerpen. Prachtig om te wonen, maar zo’n dorp waar je niet zegt dat het niet goed gaat. Oer-Vlaams dus. In mijn blogs kon ik er wel over schrijven en kreeg ik heel veel reacties van vrouwen die hetzelfde doormaakten. Daar heb ik veel aan gehad.”

Je zou als niet-vroedvrouw verwachten dat het als vroedvrouw iets gemakkelijker is om zwanger te zijn en te bevallen. Net omdat je weet hoe het werkt.

“Helemaal niet! Beroepsmisvorming is een trut. Knowledge is power, zeggen ze dan. Niets van. Een voorbeeld? Tijdens mijn arbeid had ik op een bepaald moment door dat het niet klopte. Als professioneel weet je hoeveel tijd een vrouw in arbeid krijgt om een bepaald aantal centimeters opening te halen. En ik wist dat ik er voorbij zat. Op het moment dat de gynaecoloog zei dat hij een hulpmiddel zou halen, wist ik ook hoe laat het was. Weten wat gaat komen, is vaak nog erger dan het niet weten.”

In het boek brengt u ook verhalen over geboortes die u bijgebleven zijn. Soms is de hoofdrolspeler zelfs de papa. Zoals de man die aan de dokter, die retouches aan het doen is bij de pas bevallen vrouw, vroeg of hij nog een steekje bij wou zetten.

(Verbouwereerd) “Je denkt dat zo’n verhaal niet echt kan gebeuren hè, maar o jawel hoor. Ik wist niet wat ik hoorde. Iedereen zweeg en wist in eerste instantie niet echt hoe te reageren. Ook zijn vrouw niet. De dokter wachtte even en zei dan: ‘Eigenlijk zegt dat meer over de man dan over de vrouw.’

“Maar eerlijk is eerlijk: eigenlijk valt het heel goed mee met de vaders. Niet veel vaders houden het droog bij de geboorte van hun kind. Zelfs de coolste kikkers smelten als hun kindje ter wereld komt.”

Voor mannen is het ‘durven kijken’ vaak wel een dingetje...

“Absoluut. Dé vraag die bij elke bevalling gesteld wordt is: ‘Je kan het hoofdje al zien, wil je even kijken?’ De reacties zijn heel divers. Sommigen doen het zonder verpinken, anderen twijfelen heel hard en verstijven.  En soms mogen ze ook gewoon niet kijken van hun vrouw.” (lacht)  

U schrijft in het boek ook hoe er een verschil is tussen theorie en praktijk. U probeert jonge ouders te ondersteunen en tips te geven, zoals laat de kindjes eens een nachtje logeren om zelf te recupereren. Maar zelf kan u dat niet.

“Mijn kinderen zijn 4,5 en bijna 2 jaar en ik denk dat we nog op één hand kunnen tellen hoeveel keer ze al zijn gaan logeren. Zelf vind ik dat verschrikkelijk. Ik zeg vaak tegen ouders: pak nu toch eens tijd voor jullie tweetjes. Nu ben ik zelf met mijn man voor het eerst in vijf jaar een weekendje naar Parijs geweest en we vonden het geen van beiden echt leuk. We dachten: we zijn hier nu, nu moet het tof zijn. Het had iets geforceerds. Zoiets werkt duidelijk niet voor ons. 

“Daar zit ook de clou. Je moet zoeken naar wat werkt voor ouders. Ze zitten met heel wat vragen. Samen slapen met je baby of net niet? Wat als de baby huilt? Ga je hem troosten of laat je hem eens huilen? Allemaal moeilijke zaken voor kersverse ouders. Ik kan zo tien methodes opsommen om, theoretisch toch, een kind te laten doorslapen. Maar kies ik zelf voor een van die methodes? Neen. Ik ga niet tegen de ouders op de consultatie zeggen hoe ik dat doe, want dan heb ik geen job meer, denk ik.” (lacht)

“Het komt er vooral op neer om je instinct te volgen.”

Uwe Porters, Verlos ons – Verhalen van een vroedvrouw, Borgerhoff & Lamberigts, 192 p., 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234