Maandag 21/06/2021

En toen veranderde de prachtige plek in een slagveld

In sommige winkeltjes betaal je nu het driedubbele bedrag voor eten

Lijken liggen tussen het puin in de straten van Banda Atjeh. Ze verwijzen pijnlijk naar de vernieling die de aardbeving en de tsoenami zondag veroorzaakt hebben maar ook naar de dodelijke ziektes die de overlevenden bedreigen. De gruwel van wat mensen nu 'zwarte zondag' zijn gaan noemen, begint steeds meer zijn tol te eisen in de meest getroffen provincie van het land, Atjeh, waar bijna alle 80.000 tot nu toe geregistreerde Indonesische doden woonden.

ERIC LICHTBLAU en WAYNE ARNOLD

Reddingsteams streken hier woensdag neer om de bevolking te helpen zoeken naar lichamen tussen de modder en het afval en om voedsel, water en tijdelijk onderdak te bieden aan wie alles kwijt was geraakt. Maar sommige van de 300.000 inwoners zeggen dat ze ondertussen gefrustreerd geraakt zijn door het trage tempo waaraan de hulp op gang komt. Pas drie dagen na de ramp was de eerste hulp hier, in het noordwesten van Sumatra, ter plaatse. Duizenden mensen blijven vermist, onder wie de bijna voltallige redactie van de lokale krant die hier voor het laatst op zaterdag gepubliceerd is. Hier en daar zijn mensen aan strooptochten begonnen.

De ontsnapping van honderden gevangen uit een lokale gevangenis op het moment dat de tsoenami toesloeg, doet de bezorgdheid over criminaliteit en onveiligheid hier alleen maar toenemen. Voedsel wordt zorgvuldig gerantsoeneerd. In sommige winkeltjes betaal je nu het dubbele of driedubbele bedrag voor rijst, eieren en ander basisvoedsel. Er is een tekort aan drinkbaar water en brandstof om voedsel te koken. Door de penibele situatie in het gebied zijn sommigen volledig op zichzelf aangewezen.

Terwijl de hoop dat nog meer overlevenden tussen het puin gevonden zullen worden langzaam taant, proberen hulpverleners nu in een race tegen de klok lichamen te vinden en te bergen om te voorkomen dat er ziektes uitbreken. Sommigen zeggen dat ook een toenemend tekort aan drinkbaar water voor nog een nieuwe reeks doden zou kunnen zorgen. "We vrezen dat er veel maag- en darmaandoeningen zullen opduiken door de slechte hygiënische omstandigheden", zegt Mariani Reksoprodjo, woordvoerder van het ministerie voor Gezondheid.

Hoe zwaar Banda Atjeh ook getroffen is, nu verschuift de aandacht naar het vlakke gebied rond de stad.

In Meulaboh, op zo'n 160 kilometer zuidoostelijk van hier, zijn naar schatting 40.000 van de 174.700 inwoners omgekomen. Woensdag meldde de Indonesische regering een officieel totaal dodental van 45.268, en met uitgezonderd van 239 slachtoffers vielen alle andere doden in deze verwoeste provincie. Nog eens 1.240 mensen zijn vermist. Maar bij die cijfers zijn het aantal gevreesde doden in Atjeh Barat, het district waarin Meulaboh ligt, niet meegerekend. De tsoenami heeft blijkbaar alle wegen die naar die stad van 53.000 leiden weggevaagd. De militaire bevelhebber in Atjeh, majoor-generaal Endang Suwarya, zegt ook dat driekwart van de westelijke kuststrook vernield is. De autoriteiten verwachten minstens 10.000 doden in dit gebied, wat het totale dodental van 45.000 flink de hoogte in zal duwen.

Beelden vanuit helikopters laten een zee van verscheurd afval zien, met enkel hier en daar nog een gebouw dat rechtop staat. Hele dorpen zijn platgewalst en bedekt met een dikke laag modder en zeewater. De meeste van de simpele houten huisjes waarin de mensen wonen, zijn weggerukt en als er hier en daar nog eentje rechtop staat dan is het tinnen dak eraf gescheurd. In een van de dorpjes zijn enkel een moskee en wat bomen overeind blijven staan. En het enige teken van leven komt van een handvol wanhopige mensen die op het strand naar voedsel zoeken. "We hebben gebeden en gebeden in de hoop dat iemand ons zou vinden", zegt Sukardi Kasdi uit Calang.

Inspanningen om reddingswerkers naar Atjeh te sturen worden bemoeilijkt door het feit dat het om een afgelegen regio gaat en dat de provincie enkel toegankelijk is voor militairen, een strategie die sinds de ramp maar langzaam opgeheven wordt. De Indonesische regering heeft 300 medische hulpverleners, onder wie paramedici en chirurgen, naar het gebied gestuurd, met in hun cargo's lijkzakken, muggennetten en veldhospitalen.

Nu bereikt ook de internationale hulp het gebied. Het Australische vrachtvliegtuig Air Force C-130 heeft hulpgoederen voor Atjeh geleverd en de Verenigde Arabische Emiraten hebben ook 32 reddingswerkers gezonden die met behulp van speurhonden naar lichamen zoeken. Er zijn zelfs zodanig veel hulpacties dat de vliegtuigen een paar keer rond Banda Atjeh moeten vliegen voor ze kunnen landen.

Maar de mensen die vechten om te overleven kunnen niet langer wachten. Voor ze zich in het epicentrum van de ramp bevonden was de zee die aan deze schilderachtige stad grenst een vredige plek om in te baden of om te vissen. Dat veranderde zondagmorgen in een klap. Yusmadi Sulaiman (60) is werkzaam bij een pakjesdiensten en werd zondag net zoals veel van zijn buren wakker geschud. Hijzelf, zijn vrouw en vier kinderen moesten vluchten voor een enorme golf die nog boven de kokosbomen op straat uitkwam. Met zijn vierjarige zoon in zijn armen hield hij zich vast aan zo'n boom maar het jongetje slipte weg in de razende golven. Yusmadi's vrouw hield wat verderop hun acht maanden oude dochter vast en riep naar haar man "Hou me vast, hou me vast!". Sindsdien heeft Yusmadi zijn vrouw en kinderen niet meer gezien. Hij zoekt door de straten naar hen in de hoop dat ze nog in leven zijn. "Misschien is er nog een kans", zegt hij, terwijl hij in het huis van een vriend naar het kaarslicht staart. De elektriciteit is uitgevallen. Ucyusi Rusadi Pura, een zakenman uit Jakarta en Yusmadi's werkgever, legt een hand op Yusmadi's schouder. "Het is jouw schuld niet", zegt hij. "Wij zijn ook je familie en we zullen je door deze ellende steunen."

Overal in deze streek, die zelfs in dit moslimland bekendstaat voor de strikte islam die er beleden wordt, betekenen gelijkaardige verhalen over verlies een test van het geloof van de overlevenden, die met de waarom-vraag blijven worstelen. "In de moslimgemeenschap geeft Allah ons alleen zijn goedheid en we moeten een les trekken uit een ramp zoals deze", zegt Zulkarnain (33), een verkoper die met zijn gezin aan het watergeweld wist te ontsnappen. "Dit is misschien Allah die te kennen geeft dat hij kwaad is over de manier waarop de mens zich gedraagt."

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234