Maandag 05/12/2022

En toen namen de rugzakterroristen de trein...

Slachtoffer 199 was een baby van zeven maanden. De kleine Patricia werd na de aanslagen gevonden op het perron van het station El Pozo en stierf gisteren in het Universitair Kinderziekenhuis Niño Jesús. Haar ouders zijn nog niet gevonden. Wie verantwoordelijk is voor de aanslagen die in Madrid een ware slachting veroorzaakten, is nog niet duidelijk. Of het nu ging om Eta of moslimextremisten, een ding is zeker: de bommen werden in rugzakken op de treinen gesmokkeld.

Ayfer Erkul en Maarten Rabaey

Madrid, donderdagochtend even voor zeven uur. Nabij het station van Alcalá de Henares, ten oosten van de stad, klappen enkele schimmen in de ochtendschemer de achterdeur van hun bestelwagen dicht. Ze slaan elk een zware rugzak om de schouder, en begeven zich onder de pendelaars die nog slaapdronken de eerste treinen opwachten op de perrons.

Rond dit uur nemen hier vooral universiteitsstudenten en kantoorbedienden de trein. De mannen van de bestelwagen gaan vier verschillende treinen binnen, plaatsen hun rugzak in het bagagerek en stappen snel weer uit. In de drukke wagons vallen ze niet op, veel forenzen lezen geconcentreerd hun krant. Zondag zijn het parlementsverkiezingen en na acht jaar liberaal bewind van de Partido Popular (PP) hoopt de socialistische partij (PSOE) opnieuw aan de macht te komen. Inzet van de campagne is onder meer premier Aznars oorlog tegen terreur: in het binnenland tegen de Baskische afscheidingsbeweging Eta, in het buitenland in Irak. Dat de terreur de pendelaars die ochtend letterlijk boven het hoofd hangt, vermoedt niemand. De rugzakken zijn onopvallend aan de buitenkant. De explosieve inhoud is dat iets minder.

In Atocha maakt de veertienjarige Sara Pedro zich klaar om naar school te gaan. Het station van Atocha, het grootste verkeersknooppunt ten zuiden van Madrid, ligt onder het raam van hun woonkamer in een appartementsgebouw. Het is al vijf over half acht en Sara talmt een beetje. Haar zus maant haar aan tot spoed, maar haar traagheid wordt haar geluk: plots wordt ze bijna tegen de grond geslagen door een oorverdovende explosie. Ze rent naar het raam, terwijl er nog meer klappen volgen. "Ik dook weg", vertelt ze later. "Toen we weer naar buiten keken, lag het perron bezaaid met lichamen en liep de straat vol met bebloede mensen. We gooiden dekens naar beneden."

De ontploffing is afkomstig uit forenzentrein nummer 17305, die om zeven uur was vertrokken in Alcalá de Henares. Net voor de aankomst in Atocha zijn drie bommen ontploft. De eerste en de laatste twee van de zes wagons worden door de explosies uiteengereten. Over de perrons van Atocha hangt een indringende kruitdamp die de neus prikkelt en de ogen doet tranen.

Er zijn kreten te horen, dof, want door de klap suizen de oren van de omstaanders. "Niemand durfde te bewegen", herinnert Anibal Altamirano zich, een 26-jarige Ecuadoriaan. Nog voor de verdoofde mensen op de dichtbevolkte perrons kunnen uitmaken wat er gebeurd is, klinken in de verte nieuwe ontploffingen.

Nauwelijks 500 meter verder, ter hoogte van de Calle Téllez, spatten aan boord van de binnenrijdende trein 21431 vier wagons uit elkaar. In de wagons die niet getroffen werden, schreeuwen de pendelaars als waanzinnigen. In een klap komt de perplexe massa in het station van Atocha in beweging. "De mensen lieten al hun bezittingen vallen", vertelt Altamirano. "Sommigen deden zelfs hun schoenen uit om sneller weg te kunnen rennen. Ze vertrappelden elkaar bijna. Sommigen liepen zelfs de treinsporen op, of in de treintunnels, er niet bij nadenkend dat er nog andere treinen het station konden binnenrijden."

Simultaan barst ook in de stations van El Pozo en Santa Eugenia, op dezelfde spoorlijn, de hel los. In El Pozo, een kleiner tussenstation in het hart van het Madrileense arbeiderskwartier Vallecas, ontploffen twee bommen aan boord van het derde en vierde rijtuig van trein 21435. In Santa Eugenia stappen de mensen juist aan en van boord trein 21713 als in het voorlaatste rijtuig in een achteloos achtergelaten rugzak het ontstekingsmechanisme afgaat. Hier zorgt de ontploffing ook voor een enorme ravage op het perron. Mensen worden weggeblazen, tot op een nabijgelegen dak.

Het was al een tijdje duidelijk dat er iets groots op til was in Madrid. De afgelopen maanden waren er legio aanwijzingen geweest, al gingen die allemaal in de richting van een mogelijke aanslag van de Eta. Op 24 december 2003 hield de Spaanse politie Garikoitz Arruarte aan. De man stond op het punt op de Intercity-express van Irun naar Madrid te stappen in San Sebastian. In zijn koffer zaten een bom van 28 kilo, een ontsteker, een tijdschakelaar, een revolver en een aantal kledingstukken om zich te vermommen. Arruarte had al een andere bom in een bagagerek van de trein gelegd en zo geregeld dat de ontploffing om vier uur in de namiddag zou gebeuren in het station Chamartin in Madrid. De bom, een gevaarte van 50 kilo dynamiet, was in staat een ware ravage te veroorzaken in de kerstdrukte die in het station heerste. Maar de aanslag mislukte: de politie evacueerde de 190 passagiers in de stad Burgos en kon de bom daar onklaar maken. Die dag werd nog een tweede verdachte aangehouden in de Baskische stad Hernani. Beide mannen waren lid van de Eta. Enkele dagen voor die arrestaties had de krant El País een rapport van Europol over de Eta op de kop kunnen tikken. Het Europese politiebureau waarschuwde daarin dat Eta op het punt stond een spectaculaire aanslag te plegen, ondanks de arrestatie begin december van drie van haar leiders, onder wie Gorka Palacios, de militaire topman, in Frankrijk. Volgens Europol zou de Eta nieuwe militanten hebben gerekruteerd en strategische plaatsen in Madrid willen treffen. Het zou gaan om metrolijnen, autosnelwegen en shoppingcentra. Europol waarschuwde ook dat de Eta heel waarschijnlijk haar tactieken had gewijzigd. De aanwijzingen bleven zich de volgende maanden opstapelen met als hoogtepunt de interceptie van een bestelwagen met Eta-leden, waarin meer dan 500 kilo explosieven zat. De Guardia Civil hield de bestelwagen op 29 februari tegen in Canaveras, in de provincie Cuenca, op 170 kilometer ten oosten van Madrid. In de camionette troffen de agenten 506 kilo explosieven en 30 kilo dynamiet aan. De twee inzittenden waren 25-jarige Basken die niet gezocht werden door het gerecht. De Eta zou met het voertuig een aanslag hebben willen plegen in de hoofdstad, in de buurt van de kantoren van La Razón en ABC, twee conservatieve Spaanse kranten.

In Atocha dringt bij overlevenden en omstaanders een kwartier na de aanslagen de realiteit stilaan door. "Een stuk metaal van de treindeuren vloog door het raam van de buren", zegt de veertienjarige Sara Pedro. Ze klinkt afwezig. "Mijn zus is naar beneden gerend om de mensen te helpen, maar ze moest al snel over de dode lichamen klauteren. We nemen kalmeermiddelen nu."

Het is acht uur. Madrid is een stad in oorlog. De trein- en metrolijnen zijn stilgelegd. De omliggende straten van het station van Atocha zijn afgesloten door de toegesnelde politie. Het verkeer in de binnenstad stropt in kilometerslange files. Maar niemand toetert; het is zelfs akelig stil. Lichaamsdelen liggen in, op en rond de getroffen wagons, 'waarvan de daken opengewrongen zijn als een blik tonijn'. Stukken verwrongen metaal hangen aan de elektriciteitsdraden. Tussen de doden klinkt het geluid van rinkelende gsm's luguber.

Tegen negen uur beginnen reddingswerkers met het bergen van de doden en transporteren ze de gewonden naar de grote ziekenhuizen van de stad. Alleen al de ziekenhuizen van Doce de Octubre en de Gregorio Maranon krijgen in minder dan twee uur tijd 350 gewonden binnen. De lawine aan slachtoffers is zo groot dat de hulpdiensten beslissen om een geïmproviseerd hospitaal op te richten in een sporthal naast het park van Retiro. Wegens een gebrek aan brancards worden zitbanken op de trottoirs ontmanteld en gebruikt om de bebloede lichamen te transporteren. In de sportzaal liggen de meeste gewonden op de houten vloer of op dekens. Verplegers beginnen aan bloedtransfusies. Ze moeten streng selecteren. Er is een tekort. De regionale autoriteiten roepen op tot bloed geven. De solidariteit is enorm. Op Puerta del Sol, het meest symbolische plein van Madrid, staan honderden mensen aan te schuiven. Enkelen dragen bordjes met daarop de slogan 'Eta No!'.

De Spaanse media kiezen voor de roepnaam '11-M'. 11 maart. Spanje, en daarmee ook Europa, heeft van de daders hoe dan ook zijn eigen elf september gekregen. Of de terroristen bij de Baskische terreurorganisatie Eta moeten worden gezocht of bij "de Arabieren", zoals Arnaldo Otegi, de politieke leider van de Baskische separatisten met grote stelligheid beweert, is niet duidelijk.

De Spaanse regering legt in eerste instantie de schuld volledig bij de Eta. Die these blijft tot donderdagnamiddag zonder twijfel standhouden tot de bestelwagen wordt gevonden, geparkeerd aan het station van Alcalá de Henares. Het voertuig waaruit de mannen stapten blijkt na onderzoek al op 28 februari gestolen te zijn in Madrid. Er zitten cassettes in die koranverzen bevatten en zeven ontstekers waarmee bommen tot ontploffing kunnen worden gebracht.

Nog eens enkele uren later eisen de Abu Hafs al Masri-brigades, die nauw gelinkt zijn aan Al-Qaeda van Osama bin Laden, de aanslag op in een brief aan de Arabische krant Al-Quds Al-Arabi in Londen. In de brief schrijft de organisatie dat het al eerder had beloofd meer aanslagen te plegen en dat ze nu woord houden. Abu Hafs al Masri zegt een oorlog te zijn begonnen tegen landen die de oorlog in Irak steunden. "Het doodseskader kon binnendringen in het hart van de Europese kruisvaarder en Spanje als een van de belangrijkste pijlers ervan pijnlijk treffen. Deze bomaanslagen maakten deel uit van een oude schuld die nog moest worden vereffend met Spanje voor zijn oorlog tegen de Islam... Waar is Amerika om u vandaag te beschermen, Aznar? Wie gaat Groot-Brittannië, Italië, Japan en andere huurlingen tegen ons verdedigen?"

Was er eerst de zekerheid dat de aanslagen werden gepleegd door de Eta, dan klonk de Spaanse regering achteraf niet meer zo overtuigd van de Baskische terroristen. Gisterenochtend benadrukte premier Aznar dan ook dat "bij het onderzoek naar de daders van de aanslagen geen enkel spoor wordt uitgesloten". Er was niet alleen de brief van Abu Hafs al Masri, maar de modus operandi was ook veel destructiever dan die van de Baskische terreurbeweging, en de vondst van de cassettes met koranverzen deed ook een nieuw licht schijnen op het onderzoek. Bovendien ontkende Eta gisterenavond in een telefoontje aan de Baskisch-nationalistische krant Gara dat ze de aanslagen had gepleegd.

Nog een belangrijker aanwijzing dat de Eta misschien niet achter de aanslagen zat, waren de vondst en het onderzoek van de derde rugzak. Van de dertien rugzakken waren immers maar tien ontploft. Twee andere werden na de aanslagen gevonden en door de ontmijningsdiensten onklaar gemaakt. De derde rugzak werd bijna bij toeval gevonden, terwijl politieagenten zich in de chaos een weg baanden door de persoonlijke spullen van de slachtoffers. In de veronderstelling dat het ging om eigendom van een van de doden, werd de rugzak overgebracht naar het commissariaat van Puente de Vallecas. Pas uren later vonden bommenexperts de zak en konden ze hem onschadelijk maken.

Onderzoek van het materiaal toonde gisteren aan dat het niet ging om explosieven die doorgaans door de Eta werden gebruikt. In de zak zat tien kilo aan explosief materiaal, een ontsteker en een gsm. De ontsteker zou uit koper vervaardigd zijn, terwijl de Eta enkel aluminium gebruikt. De explosieven zouden bovendien van een Spaans merk zijn, en niet van het merk Titadine. Uit de eerste onderzoeken blijkt dat zou het gaan om explosieven afkomstig van de fabriek Explosivos Riotinto. Enige these in de rugzak die pleitte voor Eta-betrokkenheid was de ligging van de fabriek Explosivos Riotinto: in de Baskische provincie Vizcaya.

In de ziekenhuizen en veldhospitaals komen in de namiddag de eerste getuigenissen los. "Ik zag een baby die helemaal aan stukken was gereten", zegt Ana Maria Mayor, die op een van de treinen zat. Marino, een andere passagier, vertelt met stokkende stem dat hij die trein in Atocha iedere dag nam. "Ik had mijn walkmen luid staan, toen ik de explosies voelde en dacht dat er een ongeluk was gebeurd. Toen zag ik dat een wagon achter de onze in de lucht was gevlogen...ik begon te helpen met het zoeken naar gewonden...ik hield een meisje vast...ze stierf in mijn armen."

Tussen de verhakkelde treinstellen, in het mortuarium, naast de bedden van de bewusteloze gewonden in de ziekenhuizen blijven ondertussen de gsm's rinkelen. En ook hier is het geluid spookachtig. "Op veel lichamen hoorden we gsm's overgaan terwijl we hen wegsleepten...", vertelt een geschokte Beatriz Martin, een spoedarts in Madrid.

Manuel Rodriguez klampt in het Hospital Gregorio Maranon een verpleegster aan. "Waar is mijn vrouw Cristina?" Hij fluistert bijna zijn woorden en heeft wanhoop in zijn ogen. Zijn dochter Teresa kan niet stoppen met huilen. Cristina zou donderdagochtend met de trein in Madrid aankomen. Haar gsm antwoordt niet. De verpleegster kijkt op een lijst met gewonden. Pagina na pagina glijden haar vingers over de namen. Dan haalt ze de lijst met doden te voorschijn. Manuel en Teresa houden elkaar vast. Hij vecht tegen de tranen. Zij hapt naar lucht. Maar ook bij het Hospital Gregorio Maranon is geen spoor van Cristina. Net zo min als in het Doce de Octubre of Hospital Clinico. Op de radio zegt premier Aznar dat het "enige doel is om de terroristen volledig te verslaan. En het zal ons lukken", zegt hij. Manuel en Teresa hebben geen tijd om bang te zijn voor terroristen, of het nu moslims zijn of Basken. Wel voor hun laatste taxirit vandaag. Naar het mortuarium. Voor hen zullen de drie dagen nationale rouw die Aznar afkondigde niet volstaan.

(Bronnen: El Pais, El Mundo, de Volkskrant, Libération, The Guardian, The Independent, AFP)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234