Vrijdag 07/08/2020

En toch zou ik geen cellen bijbouwen

Detenties worden het best korter maar zinvoller

Paul Pataer e.a. pleiten tegen een gespierd gevangenisbeleid

Met de discussies over het elektronisch toezicht, het jeugdrecht en de extra gevangenissen staat het federale strafbeleid opnieuw in het midden van de belangstelling (DM 15/10). Bovendien neemt de overbevolking in de Belgische gevangenissen nog altijd met de dag toe. Dat is geen nieuws meer, maar een realiteit die actueel en dagelijks is. De invoering van de strafuitvoeringsrechtbanken die beslissen over de voorwaardelijke vrijstelling van gedetineerden, verhoogde onlangs nog gevoelig de gevangenispopulatie.

Voor het eerst tekent zich de duidelijke politieke wil af om gevangenissen bij te bouwen. Maar is dit het juiste antwoord? Riskeren we niet in een samenleving terecht te komen waarbij het strenge criminaliteitsdiscours dat al meer dan een decennium de publieke opinie beheerst, ook het beleid bepaalt? Zijn goedgevulde gevangenissen het rechtstreekse gevolg van een hoger criminaliteitscijfer? Of van de angst om niet te voldoen aan de autoritaire eisen die de maatschappij lijkt te stellen aan de rechtspraak?

Voorstanders verwijzen graag naar Amerika, waar de detentieratio tien keer hoger is dan in België en waar de cijfers een daling in de criminaliteit tonen. Men vergeet daarbij dat jonge mannen de rekruteringsbasis zijn voor de gevangenissen én voor het leger en dat Amerika een staat in oorlog is. Men moet zich dus afvragen of die criminaliteitscijfers, voor zover op zichzelf betrouwbaar, niet door een andere werkelijkheid worden verklaard.

In België is op 12 januari 2005 een basiswet voor de behandeling van de gedetineerden gestemd, die voor het eerst de interne rechtspositie van gedetineerden wettelijk regelt. Op 17 mei 2006 volgde de wet over de externe rechtspositie. Op 1 februari 2007 gingen de strafuitvoeringsrechtbanken aan de slag en kwamen enkele delen van de basiswet in uitvoering. Het waren moedige politieke beslissingen die het mogelijk moeten maken om een professioneler vrijstellingsbeleid te voeren en de detentie zelf humaner te maken. Ondertussen blijven de overheden werk maken van een strategisch plan voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en maakt de penitentiaire administratie werk van een moderner management.

Maar tezelfdertijd blijven gedetineerden langer in de cel en belemmert de overbevolking van de gevangenissen in de praktijk de uitwerking van al die initiatieven.

Een logische conclusie lijkt dan ook dat er gevangenissen moeten worden bijgebouwd. Ik pleit er echter voor om toch de oefening te maken of er geen alternatieve oplossingen zijn. Kunnen gevangenisstraffen niet ingekort worden? Kunnen de middelen die daardoor vrijkomen niet ingezet worden om de eerder genoemde initiatieven de zuurstof te geven die ze verdienen? Een voorwaarde om deze denkpiste te bewandelen, is dat er weerstand geboden wordt aan de mediatieke stemmingmakerij en aan de verleiding tot vlug politiek gewin. Een aantal populaire dogma's moeten daarbij in vraag gesteld durven worden.

Het is immers niet zo dat de rechtspraak alsmaar lakser wordt, bijvoorbeeld. De strengere aanpak is immers al twintig jaar bezig in de praktijk, zonder noemenswaardig resultaat op het vlak van criminaliteit. Dat men daar dan de conclusies uit trekt. Het is niet zo dat alternatieve straffen resulteren in minder gedetineerden. Het invoeren van deze straffen zorgde er de laatste decennia net voor dat zoveel meer mensen onder justitiële controle vallen, dat meer opsluitingen het effectieve gevolg zijn. Het is niet zo dat het systeem van werkstraffen uitgehold wordt omdat de vervangende gevangenisstraf niet wordt uitgevoerd. Wie een vervangende gevangenisstraf oploopt, zit even lang als wie een even lange effectieve gevangenisstraf opliep.

Wel is het zo dat de werkstraffen zelf vlugger moeten worden uitgevoerd, maar dit veronderstelt dan weer maatschappelijk engagement. Daarnaast worden steeds strengere voorwaarden gesteld aan een vervroegde vrijstelling, en nemen maatschappelijke voorzieningen bovendien steeds minder ex-gedetineerden op in vergelijking met vroeger. En uiteindelijk is er geen aantoonbaar criminaliteitsprobleem in deze samenleving, in de zin dat zij er door zou worden ontwricht.

De juiste politiek vaardigt op korte termijn een gratiemaatregel uit die de straffen vermindert die werden uitgesproken in de veronderstelling dat elke gedetineerde automatisch op een derde werd vrijgesteld. Want dit is ondertussen niet meer het geval.

De juiste politiek gebruikt vervolgens de middelen die men momenteel van plan is te investeren in de bouw van nieuwe gevangenissen, om de bestaande gebouwen te renoveren en om de wet uit te voeren. Dat wil zeggen het overgrote deel van de artikelen van de basiswet voor de behandeling van de gedetineerden effectief in uitvoering brengen mét het nodige personeel, en het strategisch plan voor hulp- en dienstverlening veralgemenen voor alle gevangenissen, met bijzondere aandacht en ondersteuning van initiatieven die de begeleiding van gedetineerden binnen de muren aanvatten en buiten de muren verderzetten.

De juiste politiek investeert daarnaast ook in de kwaliteit van het eerstelijnswerk in de gevangenissen. Want als er al enige positieve invloed uitgaat van de gevangenis op de gedetineerde, dan is het de invloed die uitgaat van de bewaarder op de gedetineerde. De menselijke kwaliteit van de penitentiair beambte is een sine qua non voor een degelijk detentieplan, dat vervolgens de enige manier is om een echt reclasseringsplan op poten te zetten, dat wil zeggen: een plan waarin de gedetineerde zelf gelooft.

Niets wijst erop dat lange(re) gevangenisstraffen het criminaliteitscijfer doen dalen. Detenties worden dan ook het best korter maar zinvoller. Kortere straffen maken het mogelijk om de detentie zinniger te maken, omdat op die manier middelen vrijgemaakt worden die in de kwaliteit kunnen worden gestopt van een detentie die op reclassering is gericht. De andere weg, maar men momenteel lijkt voor te kiezen, leidt inderdaad naar een 'carcerale' samenleving: krachtig, masculien, gespierd, hardvochtig, ziekmakend én onrechtvaardig.

@5 INFO Opinie:Julien Borremans (Coördinator Centrum Basiseducatie Vlaamse Ardennen), Johan Veys (medewerker Centrum Basiseducatie Vlaamse Ardennen), Paul Pataer (bestuurder Liga voor Mensenrechten), Marc Tassier en Frederik Janssens (Leden van het Netwerk Samenleving & Detentie), Patrick Arnou (advocaat), Kris Vincke (advocaat), Raf Jespers (advocaat), Nathalie Buisseret (advocaat), Vincent Vereecke (advocaat).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234